Start » Proeflezen » [biografie] Openluchtschool

[biografie] Openluchtschool

Door: Martin van Leeuwen
Op: 17 december 2018

Ik zou graag willen weten of het goed genoeg is om hier mee door te gaan.
Wat zou ik hieraan moeten verbeteren
Graag alle bruikbare tips

Fragment: 

Het is een frisse maandag ochtend begin september 1970 en je merkt dat de ochtend zon langzaam in kracht toeneemt.
Op de stoep sta ik onwennig in een wat ruim zittende geruite korte broek, T shirt en witte sokken aan moeders hand te wachten tot het busje komt.
Die nacht had ik slecht geslapen en met mijn duim van die andere hand in mijn mond stond ik onwennig te wachten op wat komen zou.
De straat is gelegen in de oude wijk valkenbosch kwartier in Den Haag waar de buren elkaar nog kennen en het bekende touwtje nog altijd aan de deur hangt.
Mijn blikt gaat schuin omhoog en ja hoor zoals gewoonlijk zitten ome Jan en tante Cor voor het raam achter hun spionnetje waar ze de hele dag alles in de gaten kunnen houden.
Ze zwaaien naar beneden en onze blikken kruisen elkaar.
Weemoedig zwaai ik terug maar mijn gedachten zijn bij de nieuwe school waar ik zo naartoe gebracht zou worden.
Voor de zomer vakantie hoorde ik mijn moeder al met een vreemde arts praten.
Het was niet onze fijne huisarts meneer de Waal,die ik gewend was maar een grote gezette man met rossig haar en sproeten zoveel dat ik ze niet kon tellen.
Dit kan zo niet langer mevrouw van Leeuwen, het is echt het beste voor Martin zijn gezondheid, als ik u was zou ik er maar eens sterk over na denken was zijn enige advies.
Davos? Hoorde ik dat nu goed.
Ik had geen idee waar dat mocht zijn maar het klonk heel ver weg en de dokter had het over schone lucht en besneeuwde bergtoppen.
Voor hem lag een stapel papieren wat mijn medisch dossier moest zijn waar hij constant ietwat zenuwachtig aan zat te frunnikken.
Het zal veel beter voor Martin zijn om hem daar voor een paar jaar naar toe te sturen en u zult zien hij daar veel minder last van zijn astma zal hebben.
Natuurlijk wordt er aan een kind niets gevraagd maar het idee dat ik jaren bij mijn ouders en broer verwijdert zou zijn maakte mij boos en vooral erg bang.
Het gesprek leek in mijn gedachten uren te duren die in werkelijkheid in een kwartier voorbij was.
Zoals gewoonlijk zat ik bij mijn moeder op schoot en wij keken elkaar aan.
Resoluut en met felle toon zei mijn moeder, Dat gaat echt niet gebeuren.
Mijn kind blijft hier! Bij ons en nergens anders begrijpt u.
Gebolgen en met felle ogen stond ze op, gaf de arts geen hand en als gestoken door een wesp pakte zij mij op en beende de spreekkamer uit.
Wat denkt hij wel, zegt ze meer tegen zichzelf dan tegen mij, Jou voor een paar jaar missen nou dat gebeurd echt niet hoor schat.
Ik huilde een beetje van opluchting en zocht de hand van mijn moeder.
Zullen wij gelijk boodschappen doen en lekkere kaas halen bij de konmar?
We zijn nu toch al in de Annemoonstraat en lopen wij daarna door naar florencia waar wij een lekker ijsje gaan halen want dat hebben wij vandaag wel verdient vindt je niet?
Mag ik dan ook slagroom mam vroeg ik nog een beetje timide mijn gedachte nog afdwalend naar het gesprek van net.
Tuurlijk schat wij nemen een dubbel portie, hoe vind je dat ?en gaf een aai over mijn bol met donker bruin alle kanten opstaand haar behalve de goede.

Dag lieverd zegt een ietwat gezette gezellig uitziende dame van in de vijftig met een brede glimlach en pakt mijn hand over van die van mijn moeder.
Noem mij maar tante Ans hoor zegt ze en ze bukt om mij eens goed in haar op te nemen.
Ik draai mij om en geef mijn moeder nog even een knuffel en een kus.
Eigenlijk wil ik haar helemaal niet los laten maar besef dat ik mee moet.
Het VW busje staat met draaiende motor te wachten en even heb ik het idee dat iedereen achter het raam staat te gluren hoe ik het busje in stap.
Op naar het onbekende, aan de ene kant super spannend en aan de andere kant een vreselijk enge gedachte waar ik terecht zou komen.
Langzaam komt het busje op gang en ik kijk om, daar staat moeders te zwaaien en ik zwaai terug.
Mijn ogen konden mijn tranen maar net bedwingen en tante Ans zij vrolijk, we gaan er nog meer ophalen hoor en over een half uur zijn wij er.
Binnen in het busje neem ik plaats vlak achter de chauffeur dicht bij tante Ans.
Het ruikt hier naar groene zeep en schoonmaakmiddel zeg ik zacht, maar de radio overstemde mijn stem en niemand die het hoorde.
Om mij heen kijkend zie ik dat ik niet alleen ben.
Achterin zit een bleke magere jongen met sprieten haar zo wit als sneeuw en in zijn handen houd hij een pakketje stevig vast van aluminium folie.
Mijn gedachten gingen meer naar het pakketje dan naar de jongen zelf.
Wat zou daar in zitten?

Reacties

janpmeijers
Laatst aanwezig: 10 uren 1 min geleden
Sinds: 8 Mrt 2013
Berichten: 5942

Martin van Leeuwen,

De ingrediënten van een verhaal zijn er. Verder nog niet zoveel.
wat tips over het begin:

Citaat:

Het is een frisse maandag ochtend begin september 1970 en je merkt dat de ochtend zon langzaam in kracht toeneemt.

Begin liever met je personage. ‘Een frisse maandagochtend’ zal verder in het verhaal geen rol spelen. wink. Let op samengestelde woorden, aan elkaar ‘ochtendzon’.

Citaat:

Op de stoep sta ik onwennig in een wat ruim zittende geruite korte broek, T shirt en witte sokken aan moeders hand te wachten tot het busje komt.

Hou deze zin als eerste. Schrijf liever geen uitleg als ‘onwennig’. Laat de lezer dat jongetje zien in zijn hoedanigheid en doe dat specifiek: een ruimzittende, geruite korte broek. Dus geen afzwakking met ‘wat’. Overweeg ook een keus te maken tussen ruimzittend, geruite of korte. Met één kenmerk zal de lezer zich eerder een beeld vormen dan met drie.

Citaat:

Die nacht had ik slecht geslapen en met mijn duim van die andere hand in mijn mond stond ik onwennig te wachten op wat komen zou.

De formulering is volwassen. Vanuit welke positie schrijf je? Het kind toen, of een volwassene die terugblikt? Maak een duidelijke keus. Schrap echt de overbodige dingen: ‘duim van die andere hand’ Andere duim is al voldoende. (Elke lezer weet dat de duim aan een hand zit). Ook hier ‘onwenning’. Mijn adies: schrappen.

Citaat:

De straat is gelegen in de oude wijk valkenbosch kwartier in Den Haag waar de buren elkaar nog kennen en het bekende touwtje nog altijd aan de deur hangt.

Dit is mededeling van een volwassene.

Citaat:

Mijn blik gaat schuin omhoog en ja hoor zoals gewoonlijk zitten ome Jan en tante Cor voor het raam achter hun spionnetje

Dit is het kind. Leuk detail. Schrap wel ‘blik’. (Ik kijk schuin omhoog, en jahoor.

Citaat:

waar ze de hele dag alles in de gaten kunnen houden.

Is het type uitleg dat de kracht uit de zin haalt! (De lezer weet bij spionnetje genoeg.)

Citaat:

Weemoedig zwaai ik terug maar mijn gedachten zijn bij de nieuwe school waar ik zo naartoe gebracht zou worden.

Het kind voelt geen weemoed. Dus het is een volwassene die terugblikt. Ook de nieuwe school kan nog niet bekend zijn bij het kind op dat moment in de tijd. Maak een keus voor een duidelijk perspectief. Vanuit wie schrijf je op welk moment in de tijd? Het kind heeft alleen kennis van het verhaalheden, daar op dat moment.

Succes.

Martin van Leeuwen
Laatst aanwezig: 35 weken 2 dagen geleden
Sinds: 9 Dec 2018
Berichten: 2

Bedankt voor deze tips Janpmeijers en ik ga er zeker mee aan de slag

Elza
Laatst aanwezig: 25 weken 1 dag geleden
Sinds: 1 Dec 2014
Berichten: 308

Hoi Martin,

Zomaar wat gedachten bij het lezen, die je kunt gebruiken (sommige benoemde Janpmeijers ook al):
- De eerste zin zette mij in 'volwassen stand', dus het kwam als rare verrassing dat het vanuit een kind was geschreven, wat uit de volgende zin bleek.
- In de eerste zin schrijf je 'je merkt' alsof je een verhaal in je-vorm gaat schrijven. Dat volg je echter daarna ook niet.
- Je zinnen lopen niet altijd lekker, lees het eens hardop voor en je zult het waarschijnlijk zelf ook wel merken.
- Het hele verhaal klinkt veel te volwassen. Een kind dat op schoot zit en duimt is waarschijnlijk echt nog klein en heeft daardoor vrij weinig volwassen gedachten als 'mijn moeder en ik keken elkaar aan'. Experimenteer eens met een hijvorm, waarbij je vooral beschrijft en niet zo in zijn hoofd duikt, en ikvorm, waarin je echt heel erg afdaalt naar het niveau van een klein kind.
- Let eens op al je bijzinnen. Die zorgen voor chaos, vooral in beschrijvingen. Beschrijvingen van mensen zijn wel kinderen eigen. Ze kijken naar mensen en zien allerlei dingen (wel weer andere als volwassenen). Vb: "Dag lieverd zegt een ietwat gezette gezellig uitziende dame van in de vijftig met een brede glimlach en pakt mijn hand over van die van mijn moeder."
Ik persoon: 'Een mevrouw komt binnen, ze lacht zo hard dat ik al haar tanden zie. Ze pakt mijn hand.'
Hij: 'Een gezette vrouw komt binnen (beschrijf wat haar gezellig eruit doet zien) en pakt de hand van de jongen. Ze glimlacht breed naar hem.'

Wat hierop volgt is een mooi voorbeeld waarin je kind bijna een volwassene lijkt. Want welk kind dat wordt gescheiden van zijn moeder (terwijl het nog graag op schoot zit) bedenkt dat het nu eenmaal moet? Als dat wel zo is, moet je dat wel aannemelijk maken in het karakter van het kind. Hij moet dan wel heel, heel vroegwijs zijn en dan nog zullen er emoties bij komen kijken als angst.

Hier heb je een mooie beschrijving vanuit het kind: 'Achterin zit een bleke magere jongen met sprieten haar zo wit als sneeuw en in zijn handen houd hij een pakketje stevig vast van aluminium folie.
Mijn gedachten gingen meer naar het pakketje dan naar de jongen zelf.
Wat zou daar in zitten?' Sprieten haar zo wit als sneeuw, mooi! En dat hij een pakketje vast houdt en dat de jongen daar als eerste naar kijkt en nieuwsgierig naar is, ook dat is kindeigen gedrag.
Het vervolg: als je het jongetje laat denken 'wat zou erin zitten' dan hoef je niet te beschrijven dat zijn gedachten naar het pakket gaan. Dat is al duidelijk uit het feit dat je schrijft dat hij een pakket in zijn handen heeft en zich afvraagt wat erin zit.

Verder, het stuk leest nog niet lekker genoeg om er verder veel over te zeggen, wat mij betreft. Ik ben benieuwd naar hoe het eruit komt te zien als je ermee aan de slag gaat.

Groetjes Elza

Lees Schrijven Magazine
  • Leer schrijven als Stephen King
  • Alles wat een schrijver moet weten over uitgeverijen
  • Schrijftips van Sander Kollaard (Stadium IV)
  • Wat verdien je aan een boek?
  • Crashcourse publiciteit & promotie
  • De schrijfdip en wat je ertegen kunt doen

Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Neem vóór 23 september 16:00 u. een abonnement!

MELD JE AAN
A A N B I E D I N G Schrijven Magazine

1 jaar voor slechts € 27,50 én cadeaus!

Profiteer nu!