Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

[kort verhaal] de liefdesgeschiedenis van Hector en Marjolein

 

 De liefdesgeschiedenis van Hector en Marjolein speelt lang geleden, in een tijd dat jongeren nog onbeholpen en ongeholpen door voorlichting en internetporno hun gevoelens zelf mochten ontdekken. Marjolein, veertienjarig gymnasiummeisje uit arbeidersgezin, is au-pair bij de Geerlingsen met een reisbureau voor cultuurreizen naar Griekenland. Marjolein ontwikkeld voor de tienjarige Hector een verwarrende mix van moederinstinct, puberteitshormonen en nieuwsgierigheid. Een thema waar een hele rij keukenmeidenromans mee te vullen is, maar ik streef naar een kort verhaal. Het fragment is ergens midden in het verhaal, als de ouders Geerlings op dienstreis zijn, en zoon Hector hebben achtergelaten onder de hoede van Marjolein. 

  De proefleesvraag is: hoeveel moet ik uitleggen, wat kan ik aan de fantasie van de lezer overlaten? Mag/moet bij plaats {1A} (enzovoorts) de 'toevoeging bij {1A}' toegevoegd of weggelaten worden?

 

Fragment

 

"Opstaan Hekkie. Half acht. Straks naar school."
"Rot op kutwijf. Ik ga niet naar school."
"Je gaat wel naar school. Je moet. Vooruit, je nest uit."
Dat hij naar school moest, dat wist Hector ook wel en tegen mevrouw Geerlings zou hij "Ja Mam" hebben gezegd als ze hem met een kusje zou wekken. Aan dat kusje had Hector een nog grotere hekel dan aan opstaan. Marjolein was dan wel een stomme trut maar ze wist tenminste dat grote jongens geen kusjes moeten. En ze verstond normale taal.
"Vuile gore teringhoer, flikker op."
Dan trok Marjolein de deken weg en zei "lullig etterbakkie." Hector zei dan iets anders en Marjolein sloeg hem met het kussen. Dat was zo de routine geworden sinds Salamanders Op Karpathos.
 
Maar op 8 juni ging het ineens anders.
Bij het deken-wegtrekken streek er iets langs Marjoleins onderarm, eventjes maar. Ze schrok, en zei niet "lullig etterbakkie" zoals het hoorde, maar: "Opstaan Hekkie. Nu. Geen grappen meer." En ze liep de kamer uit, zonder zelfs maar met het kussen te slaan. Dus trok Hector de deken terug en viel weer in slaap.
 
Beneden in de keuken had Marjolein de cornflakes en chocolademelk voor Hector al klaar gezet, en koffie en brood met pindakaas en hagelslag voor zichzelf. Maar Hector kwam niet beneden. En Marjolein durfde niet naar boven om hem uit zijn bed te halen. Want ze wist wat het was, dat ding dat haar had aangeraakt. Dat ding in Hectors pyjamabroek.
 
-o-
 
"Heb jij geen broertjes?" had mevrouw Geerlings gevraagd toen ze Marjoleins verlegenheid had opgemerkt. {1A} Dat was toen Hector zo ziek was dat ze hem hadden moeten helpen met baden. Alle jongens hadden dat ding, allemaal. {2A} Maar mevrouw Geerlings had toen uitgelegd dat het heel gewoon was. In Griekenland gingen de jongens in hun blootje sporten. Ze gingen daar zelfs in hun blootje naar het gymnasium.
Hekkie had bij het voetballen altijd een broek aan, en ook schoenen met noppen en een hemd met 14 er op. En voor het gymnasium was hij te klein. Maar dat ding had hij wel en dat was dus heel gewoon.
 
Maar die morgen was het stijf geweest.
Ze had het maar heel even gevoeld, bij het deken-wegtrekken - maar ze herinnerde het zich heel goed: stijf. Niet hard, als een potlood, maar zo iets als een gummetje en toen het voorbij was veerde het weer terug. Pojojoink, maar dat had ze niet gehoord want Hekkie gilde toen net heel hard "vuile gore teringhoer."
Genevieve van klas vier-alpha had verteld dat als dat ding stijf is, dan willen jongens het. Jan-Peter en Rik en Francois en Carel: alle jongens. Hector dus ook.
Hector wilde het doen en daarom durfde Marjolein niet terug naar zijn kamer om hem wakker te maken.
 
toevoeging bij {1A}: Ze had geen broertje. {1B}

toevoeging bij {1B}: Ze had er vaak genoeg om gezeurd: 'Mama, mag ik een broertje voor mijn verjaardag?' Ze had geen broertje gekregen, wel een pop.  {1C}

toevoeging bij {1C}: Jarenlang was ze daar lief voor geweest, dat wel. 

toevoeging bij {2A}: En sommige jongens hebben er twee. {2B}

toevoeging bij {2B}: Dat had Genevieve gezegd. {2C}

toevoeging bij {2C}: Maar Genvieve zegt wel meer. 
 

 

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Menno,

Ik vind het goed en netjes geschreven. Voor mij hoeven die toevoegingen niet.

Ik heb wel 1 opmerking. Volgens mij ligt het perspectief bij de eerste paragraaf bij Hector en bij de tweede bij Marjolein. Op zich kan dat, maar ik vind de overgang niet helemaal lekker gaan. Ik zit in het hoofd van Hector, dat is je setup, dan kondig je aan dat dingen anders gaan lopen, dan verwacht ik dat de verandering ga waarnemen vanuit Hectors perspectief.

Lucas

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank voor het lezen, Lucas. Ik denk dat je beeld van perspectiefwisseling komt doordat dit fragment halverwege uit het verhaal is geknipt. Het is verteld door een alwetende verteller, die geleidelijk inzoomt op Marjolein. Het verhaal begint niet eens bij Marjolein. Ter illustratie geef ik even dat begin (buiten de proefleesvraag om):

    "Het begon allemaal met een oliepeillampje.
    Dat ging aan en meneer Geerlings bracht de Volvo naar garage Flinck.
    "Nieuwe oliepomp," zei meneer Flinck. "Dat wordt maandagmiddag."
    "Kan het niet direct?" vroeg meneer Geerlings.
    Meneer Flinck keek op zijn horloge: twintig minuten voor sluitingstijd.
    "Ik bedoel, we hebben een beetje een probleem."
    Meneer Geerlings was een vaste klant en Hassan wilde wel overwerken, dus meneer Geerlings wachtte in de lege showroom naast de koffieautomaat en nadat hij had afgesloten ging meneer Flinck daar ook maar zitten wachten.
    "Sorry dat ik u zo moet lastig vallen. Maar we hebben de wagen echt nodig. Mijn schoonmoeder zal waarschijnlijk de morgen niet meer halen en we moeten met spoed naar het verpleegtehuis in Almelo."
    "Gecondoleerd," zei meneer Flinck en daarna was er niets meer om te zeggen want 'gecondoleerd' en 'dank u wel' zegt men pas nadat iemand dood is.
    De telefoon ging.
    "Voor u," zei meneer Flinck.
    "Ja," zei meneer Geerlings. En daarna: "Nog eventjes. Het is de oliepomp. Ja, ze werken er aan. Nee, maak je maar geen zorgen. Het komt in orde."
Hij luisterde verder, en zei toen: "Dat is vervelend. Voor haar ook natuurlijk. Ik verzin wel wat. Laat Hec maar alvast douchen en zijn pyjama aantrekken dan kunnen we straks direct weg. Tot zo."
Hij legde neer en zei toen: "Nog een probleem. Filemon. Mijn zwager. Die moet natuurlijk ook mee naar Almelo. Hij kan dus niet op Hec passen. Hector, dat is onze zoon. Dus we dachten aan de buurvrouw. Maar nou blijkt, die heeft griep. Weet u misschien iemand?"
    "Zoekt u een babysitter?" vroeg meneer Flinck, want het verhaal van meneer Geerlings was nogal warrig.
    Meneer Geerlings knikte.
    "Marjolein," zei meneer Flinck. "Onze dochter."

Ik denk dat het wel zo kan: geleidelijk inzoomen op het enige personnage dat in het verhaal een ontwikkeling doormaakt - maar je maakt me alert en zal bij proeflezers van het hele verhaal dit controleren.

Lid sinds

3 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Menno,

Ik vind dat je mooi en verzorgd schrijft en je kunt perspectiefwisselingen doen, maar als Marjolein de hoofdpersoon is, zorg dat je wel voldoende focus op haar hebt. De scene in de garage is leuk als opbouw en introductie van de karakters, maar als de betreffende karakters er voor het verhaal niet zo toe doen, dan moet je je afvragen of de scene voldoende leuk is op zich.

Je kunt de overgang naar het andere perspectief wel explicieter maken. Iets van:

'Maar op 8 juni ging het ineens anders. Marjolein deed de slaapkamerdeur open en had zich al voorbereid op het ritueel.'

Nog drie opmerkingen:

Salamanders Op Karpathos.

Ik vraag me af of dat niet een beetje te ver gezocht is. Met wat zoeken op internet vond ik dat er inderdaad unieke salamanders op leven, maar dat is nou niet algemene kennis.

"Gecondoleerd," zei meneer Flinck en daarna was er niets meer om te zeggen want 'gecondoleerd' en 'dank u wel' zegt men pas nadat iemand dood is.

Ik weet niet zo wat ik met deze zin moet. Is dit een opmerking van de verteller of denkt Flinck dat?

Tenslotte is 'Hassan' het knechtje. Pas op met teveel witte baas, allochtoon knechtje.

Lucas

Lid sinds

13 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

De proefleesvraag is: hoeveel moet ik uitleggen, wat kan ik aan de fantasie van de lezer overlaten? Mag/moet bij plaats {1A} (enzovoorts) de 'toevoeging bij {1A}' toegevoegd of weggelaten worden?

In een kort verhaal is het het beste om niets uit te leggen; vertrouw erop dat de lezer zelf wel dingen kan invullen - en als hij dat niet kan, dan schort het aan een goede beschrijving.

Ik vraag me wel af of men in de tijd van 'onbeholpen en ongeholpen' termen als kutwijf en vuile teringhoer al gebruikte. 't Zou best kunnen, maar komt op mij wat anachronistisch over. 

Daarnaast - het begin van je verhaal hierboven gelezen hebbend - beschrijf je de essentie van je korte verhaal (*):
Marjolein ontwikkeld (ontwikkelt) voor de tienjarige Hector een verwarrende mix van moederinstinct, puberteitshormonen en nieuwsgierigheid.

Dan zou je dat geval met het oliepeillampje in een paar zinnen kunnen beschrijven, het is slechts de aanduiding van de reden dat Marjolein bij de familie in dienst komt, maar daar draait het verhaal niet om.

(*) Hoeveel woorden telt het verhaal? Bij 10.000 woorden (of zo) zou het wel kunnen, denk ik.

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Voor mijn eigen schrijfwerk hanteer ik het adagium 'less is more' naast het welbekende 'show, don't tell'. Met deze bril op mijn neus lees ik je proefstuk. De info in de extra zinnen is niet essentieel voor het goed begrijpen van het verhaal, dus zou ik het weglaten.

Ongevraagd, hiervoor al door Therese aangestipt: de uiterst krachtige zinnetjes Rot op kutwijf (waar m.i. een komma tussen moet) en Vuile gore teringhoer, flikker op is absoluut geen normale taal en vind ik ook niet passen in wat ik nu begrijp van de verhouding tussen Hector en Marjolein. Ik kan mij werkelijk niet voorstellen dat Marjolein dat als gewoon taalgebruik opvat. Tenzij het functioneel is of anderszins onvermijdelijk, zou ik overwegen andere bewoordingen te kiezen.

De naïviteit van Marjolein over de ochtenderectie van Hector, zeker in combinatie met de hiervoor genoemde krachttermen, vind ik moeilijk te geloven. Ze is veertien en een leerling op het gymnasium? Ik begrijp uit je inleiding dat ze geen seksuele voorlichting heeft gehad, maar dan nog.

Deze twee elementen bij elkaar maken dat ik op afstand kom te staan van je verhaal. Simpel gezegd: ik geloof het niet.

Slotzeurtje: Hector wilde het doen en daarom durfde Marjolein niet terug naar zijn kamer om hem wakker te maken. Het eerste deel van deze zin zeg je al in de zin ervoor, het tweede deel is overbodig uitleggerig (don't tell...): haar zorg/angst is mij al duidelijk uit de tekst ervoor.

Groet!
Martin

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Stof tot nadenken, dank aan alle reactanten.

Therese: "Daarnaast - het begin van je verhaal hierboven gelezen hebbend - beschrijf je de essentie van je korte verhaal (*): Marjolein ontwikkeld (ontwikkelt) voor de tienjarige Hector een verwarrende mix van moederinstinct, puberteitshormonen en nieuwsgierigheid." -> Die zin zit niet in het verhaal zelf. En excuus voor de d/t, een fout die alleen jongeren mogen maken. (*) Het hele verhaal is 4577 woorden, dus moet ik niet uitweiden. 

Ikruijsw: ""Gecondoleerd," zei meneer Flinck en daarna was er niets meer om te zeggen want 'gecondoleerd' en 'dank u wel' zegt men pas nadat iemand dood is." Ik weet niet zo wat ik met deze zin moet. " -> De functie van deze zin was: het cultuurverschil benadrukken tussen de verfijnde intellectueel Geerlings en de lagergeschoolde garagehouder Flinck. Flink weet niet hoe het hoort, en Geerlings weet niet hoe hij daar op moet reageren. Dat is achtergrondinformatie, functioneel voor het verhaal. Maar blijkbaar werkt dat niet dus moet ik er een andere mini-anecdote van maken. 

Ikruijsw: "Salamanders Op Karpathos. Ik vraag me af of dat niet een beetje te ver gezocht is." -> Er zijn (of waren) speciale reizen voor kruipend ongedierte op Lesbos, en mensen die daar nog op intekenden ook. Ik vermoedde dat 'Lesbos' associaties zou oproepen die niet ter zake doen in dit verhaal, vandaar dat ik koos voor het neutralere Karpathos. Maar je opmerking is goed, en ik zal er "Minotaurs Op Kreta" van maken.
  
Nu we het toch over associaties hebben:
Ikruijsw: "Tenslotte is 'Hassan' het knechtje. Pas op met teveel witte baas, allochtoon knechtje." ->
Een principieel punt. Vooral bij gedichten, maar ook bij korte verhalen worden associaties gebruikt in plaats van dingen uit te leggen. Associaties ontstaan door extrapolatie van generalisaties, generalisaties is een beter woord voor wat men zo slordig 'discriminatie' noemt. Uit het feit dat jij mijn ingebakken associatie oppikt, moet ik constateren dat mijn schrijftruuk heeft gewerkt: uit mijn vier woorden "Hassan wilde wel overwerken" haal jij precies alle informatie die ik wilde geven. Discriminatie mag dan in Nederland verboden zijn, generalisatie is wel degelijk zinvol als mensen met weinig informatie moeten werken. Een punt voor aparte discussie, ik zal er een ander topic over openen. 

ManMetPen: "Rot op kutwijf (waar m.i. een komma tussen moet)" -> Grammaticaal, ja. Maar dit is gesproken - nee, gescholden, en spreektaal is zelden grammaticaal. Als ik dit fragment zou voorlezen, zou ik geen spatie, dus geen komma inlassen. Omdat ik heel wat bandjes met gesprekken heeft uitgetypt weet ik hoe zeer spreektaal ongrammaticaal is, en zelfs bij zogenaamd letterlijke transcriptie moet, uh, gekuist worden. Misschien overdrijf ik - maar waar ligt de balans? 

Therese "Ik vraag me wel af of men in de tijd van 'onbeholpen en ongeholpen' termen als kutwijf en vuile teringhoer al gebruikte." en
ManMetPen: "De naïviteit van Marjolein over de ochtenderectie van Hector, zeker in combinatie met de hiervoor genoemde krachttermen, vind ik moeilijk te geloven." ->  De liefdesgeschiedenis van Hector en Marjolein speelt lang geleden, in een tijd dat jongeren nog onbeholpen en ongeholpen door voorlichting en internetporno hun gevoelens zelf mochten ontdekken. Die tijd heeft echt bestaan, als bejaarde/ervaringsdeskundige getuig ik daarvan in dit verhaal. Het is verzonnen, maar ik heb ook waargebeurde anecdotes. Voor jullie jongeren is dit blijkbaar nieuwe informatie, die blijkbaar meer onderbouwing nodig heeft om geloofwaardig te zijn. Er is een tijd geweest waarin kinderen wel rein in gedachten en daad waren, maar niet in woord. 

EOF  

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Het is lang geleden dat ik ‘jongere’ ben genoemd. Dank voor de geschiedenisles. Wat niet wegneemt dat ik het vreemd blijf vinden dat dat meisje zich zo grof laat uitschelden. Maar goed, het is jouw verhaal.

Lid sinds

10 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

- Er is een tijd geweest waarin kinderen wel rein in gedachten en daad waren, maar niet in woord. 

Uitzonderlijk hilarisch!