Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

[Roman, Homoseksualiteit, Tweede Wereldoorlog, Verzet, Collaboratie, Vlaanderen] Onvoltooid Verleden (proloog)

Spoort de proloog je aan om verder te lezen?

Wat zijn sterke punten? Wat zijn zwakke punten?

Mijn roman is klaar, maar nog door niemand gelezen. Zou iemand het zien zitten om hem te lezen en me eerlijke feedback te geven?

Fragment

22 september 2005

Frans zat aan een kleine tweepersoonstafel met een glas witte wijn voor zich. Hij zat met zijn rug naar de muur en een zuil aan zijn linkerkant. Dit maakte dat hij quasi onzichtbaar was voor zijn omgeving. Het hoekje van de bar waar hij zich bevond was schaars belicht, met kaarsjes verspreid over de verschillende tafels. Hij had doelbewust deze tafel uitgekozen, want hij wou niet gezien worden. Hij was een toeschouwer, geen acteur. Hij bedacht net dat deze tafel ideaal was voor jonge koppeltjes die op zoek waren naar privacy, terwijl ze elkaar lieve dingen toefluisteren en af en toe een kus stelen.

Frans keek om zich heen en liet de sfeer indringen. De zenuwachtigheid die hij gevoeld had toen hij binnenkwam was bijna verdwenen. 

De bar was klein. Behalve zijn eigen tafel, waren er nog 6 andere tafels. Aan het plafond hing een plafonnière met kristallen kralen die het licht filterden. Een rood fluwelen gordijn scheidde de gelagzaal van de smalle gang die naar de toiletten leidde. De bar had een ouderwetse atmosfeer. Het deed denken aan de Berlijnse bars uit de jaren 30. Het was makkelijk om je voor te stellen dat je hier Christopher Isherwood tegen het lijf kon lopen. De sfeer werd versterkt door de muziek die een mengeling was van jazz en klassiek.

Frans had tegenstrijdige gevoelens over zijn eigen aanwezigheid. Hij voelde zich misplaatst, maar tegelijk voelde hij dat hij hier hoorde te zijn. Zijn gedachten dwaalden af naar Gusta. Zelfs nu zijn huwelijksbeloftes hem niet meer bonden, voelde het alsof hij verraad pleegde. Wat zou ze zeggen als ze hem hier nu zag zitten?

Eenzaamheid had hem vanavond uit zijn huis gedreven. De muren leken op hem af te komen en de stilte was onverdraagbaar geworden. Hij was in zijn wagen gestapt en beginnen rijden. Hoewel hij geen doel voor ogen had gehad toen hij vertrok, moest hij toegeven dat het misschien geen toeval was dat hij uiteindelijk in de straat van deze bar belandde. Hij had zijn wagen geparkeerd en was een poos achter het stuur blijven zitten. In zijn hoofd had hij geprobeerd zichzelf af te raden om hier binnen te komen, maar na een tijd had hij besloten dat hij zichzelf niet kon ompraten en was hij uitgestapt. Met een klein hartje had hij de deur geopend en binnengewandeld. Hij kende de bar al jaren, hoewel hij er nog nooit eerder binnen geweest. Hij kon zich niet meer herinneren van wie over deze bar gehoord had, maar in ieder geval had hij stiekem gefantaseerd om hier uiteindelijk te komen. Het voelde als een kleine overwinning toen hij zijn eerste stap over de drempel had gezet. 

Frans kon niet zeggen wat hij verwacht had van een homobar, maar nu hij hier zat, moest hij toegeven dat het eigenlijk niet veel anders was andere bars. Misschien iets stijlvoller, maar verder niets ongewoons. Wat wel opviel was dat de ratio tussen mannen en vrouwen uit balans was, maar dat was ook het enige.

Frans nam een slokje wijn. De wijn was zoeter dan hij prefereerde. Eigenlijk had hij geen zin gehad in witte wijn, maar de ober stond al aan zijn tafel nog voor hij had kunnen denken over wat hij wou drinken. Hij was zo onder de indruk van zijn eigen moed dat hij zelf nog niet had gedacht aan drinken. Hij had het eerste wat in zijn hoofd kwam genoemd en zodoende zat hij hier met een te zoete witte wijn. Maar dat kon de sfeer niet temperen.

Met zijn 81 jaar was Frans Verboven zonder twijfel de oudste stamgast op dat moment. Niet dat de bar gericht was op de jeugd. Het was meer een gemengde groep. De bar was in de buurt van de universiteit, zodat het niet te verwonderen was dat de meerderheid van de klanten studenten waren. Maar er waren ook mannen van middelbare leeftijd aanwezig. Iedereen leek echter iedereen te kennen en de sfeer was gemoedelijk.

Van buitenaf gezien was de bar bijna niet te onderscheiden van een andere rijwoning. Als je het niet wist, ging je er zo voorbij. Dit had als voordeel dat er geen ongewenste gasten waren. Iedereen die er was, was er met een reden. Het was zeker niet het soort bar waar je per ongeluk binnenwandelde. Frans nam aan dat iedereen, net als hij zelf, hier was dankzij mond-aan-mond reclame.

Toen Frans zijn glas leeg had, kwam de ober weer aan zijn tafel. Frans was zo opgegaan in zijn observaties dat hij nog steeds niet gedacht had aan wat hij wilde drinken, dus bestelde hij hetzelfde. 

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik wil nog even zeggen, ik ben dyslectisch. Ik denk dat het me wel gelukt is om de meeste fouten te herkennen, maar als er soms woorden lijken te missen in een zin of de spelling volledig fout is, gelieve me hiervoor te excuseren.

Lid sinds

4 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoezo is dit een proloog? Kan het niet gewoon een eerste hoofdstuk zijn? In elk geval zet je deze scene naar mijn idee met teveel omhaal van woorden neer. Ik zou in elk geval de eerste zin schrappen. 

Een paar overwegingen:

- Ik vind het vreemd dat Frans tot twee keer toe wijn bestelt die hij niet lekker vindt. Ik begrijp dat hij nerveus is, maar ook dan lijkt het onlogisch dat het eerste wat bij hem opkomt iets is wat hij eigenlijk niet lust. 

- Ik vind het tegenstrijdig dat hij de bar beschrijft als tamelijk barok en overdadig, en dan later zegt dat hij eigenlijk niet veel verschilt van andere bars.

- Isherwood zou ik schrappen, dat is wel erg voor de in-crowd.

- Ik vind zowel de opmerking over de mond-tot-mond reclame als die over de ongewenste gasten een heimelijkheid suggereren die erg vreemd aandoet voor 2005. 

Ik geef een aanzet voor een beknoptere versie van de eerste alinea's van je tekst, minder uitleggerig en daardoor misschien effectiever: 

Hij was gaan zitten aan een tafeltje in een schaars verlichte hoek van het café; meer een plek voor stelletjes die privacy zochten dan voor een man alleen. Hij zocht geen contact, vanavond wilde hij alleen toeschouwer zijn. Het decor van de bar, met de kristallen kroonluchters en de rode velours gordijnen, deed hem wel wat denken aan de Berlijnse bars in de jaren ’30. Die sfeer werd nog eens versterkt door de muziek, een afwisseling van jazz en klassiek. Hij voelde zich hier thuis, maar toch ook een buitenstaander. Een man die is waar hij hoort zonder dat te kunnen geloven. Of aanvaarden. Hij vroeg zich af wat Gusta zou zeggen als ze hem hier zag. Zelfs nu ze niet langer zijn vrouw was.

Eenzaamheid had hem het huis uit gedreven vanavond, en hij had doelloos rondgereden tot hij hier belandde. Of misschien had hij onbewust wel precies geweten dat hij hier zou belanden, geweten dat het nu, op zijn 81ste, meer dan tijd was om deze lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Hij had geaarzeld, maar niet lang. Zijn eerste stap over de drempel had gevoeld als een overwinning.

 

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Bedankt Hazel dat je de tijd nam om feedback te geven.

 

- Ik vind het tegenstrijdig dat hij de bar beschrijft als tamelijk barok en overdadig, en dan later zegt dat hij eigenlijk niet veel verschilt van andere bars.

--> hier heb ik inderdaad slecht uitgelegd wat ik bedoelde. Het niet veel verschillen bedoel ik niet zozeer het interieur, maar eerder dat er geen 'rare' dingen gebeuren in de bar. Dit moet ik inderdaad veel beter kaderen.

- Isherwood zou ik schrappen, dat is wel erg voor de in-crowd.

--> Hier heb je absoluut gelijk in. Eerlijkheidshalve was het een beetje lui van mezelf, Ik bedoel, ik wilde dat de lezer de sfeer zou begrijpen welke ik bedoelde, maar kreeg het niet verwoord en daarom gebruikte ik die referentie. Eigenlijk is dat lui van mezelf. Ik moet er meer op vertrouwen dat de lezer het zo wel begrijpt. 

- Ik vind zowel de opmerking over de mond-tot-mond reclame als die over de ongewenste gasten een heimelijkheid suggereren die erg vreemd aandoet voor 2005. 

--> Hier moet ik even over nadenken. Ik bedoelde geen heimelijkheid. Ik bedoelde eerder dat de bar low profile was, waardoor mensen niet toevallig binnenwandelden. Ik begrijp dat het anders overkomt, dus ga ik nadenken over hoe ik dit beter kan verwoorden.

Ik ga meteen weer aan de slag. Heel leuk om je mening te lezen! Bedankt!

 

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik heb het nog eens herlezen, en misschien klopt het wel dat dit teveel is voor een proloog. De proloog die ik had geschreven eindigde met iets dat eigenlijk het hele verhaal triggered. Misschien is het beste om enkel deze trigger in de proloog te zette en dan met hoofdstuk 1 te beginnen (met daarin dan stukken uit de vorige proloog.)

Nieuwe proloog:

 

PROLOOG

 

Zijn adem stokte in zijn keel. Zijn hart sloeg een tel over en hij voelde het bloed naar zijn hoofd stijgen. Van het schrikken had hij zijn glas omgestoten. Het water begon zich te verspreiden over de tafel, maar hij leek het niet te merkten. Ademloos keek hij naar de jongen die net was binnengekomen. Hij volgde hem met zijn ogen, terwijl hij zijn tafel passeerde en hij verder liep naar zijn vrienden.

Frans Verboven voelde zich in een keer teruggekatapulteerd naar 60 jaar geleden. Dingen waar hij liever niet meer aan dacht kwamen terug aan de oppervlakte. Zijn herinneringen raakte hem als een hamer in zijn gezicht. Het voelde aan alsof hij een geest had gezien. Misschien was dit wel zo. De jongen die net was binnengelopen was 60 jaar geleden bruusk uit zijn leven verdwenen. Hoe kon hij nu hier zijn, amper verouderd?

Nadat al zijn bloed naar zijn hoofd gestegen was, leek het nu helemaal weg te trekken uit zijn hoofd. Hij stond op en voelde zich duizelig. Hij moest de tafel vasthouden om zijn evenwicht te behouden.

De jongen die Frans van zijn stuk had gebracht leek wel uit een schilderij van Caravaggio gestapt te zijn. Zijn jongensachtig gezicht leek onschuldig en tegelijk ondeugend. Zijn diepblauwe ogen trokken je aandacht en zijn weerbarstige gouden lokken vormden een aureool rond zijn hoofd. De jongen kon niet veel ouder zijn dan 20 jaar, schatte Frans. Frans stond nog steeds aan zijn tafel, zich vasthoudend aan de rand om niet te vallen. Uiteindelijk liet hij los en nam zijn jas die over de stoel hing. Hij legde nog een briefje van 5 euro als fooi neer en wandelde dan zo snel hij kon naar buiten. Hij had frisse lucht nodig. Zijn hart sloeg zo hard dat hij het in zijn hoofd voelde resoneren. Hij keek niemand nog aan, ook niet de blonde jongen. Hij wou zo snel mogelijk buiten zijn.

Lid sinds

4 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik denk zomaar dat het als proloog beter zou kunnen werken als je dit in de tegenwoordige tijd schrijft. Ook nu gebruik je (te)veel woorden naar mijn smaak. Vooral de eerste alinea is te beschrijvend, waardoor ik als lezer de schok niet zo voel.

Ik doe een suggestie, een voorbeeld van hoe je e.e.a. wat kunt inkorten:

Eén blik op hem. Frans verstart, verstrakt. Ademloos en onbeweeglijk zit hij daar. Zijn blik volgt de jongen terwijl deze langs zijn tafeltje loopt en zich bij zijn vrienden voegt. Frans stoot zijn waterglas om maar merkt het niet. Water druipt vanaf het kleed op de grond, op zijn schoenen. Hij merkt het niet. Dit is de jongen, de geest van de jongen, die zestig jaar geleden bruusk uit zijn leven verdween. Hij is geen dag ouder geworden. 
Frans staat op. Hij moet zich vasthouden aan de tafel om zijn evenwicht te bewaren. Hij kijkt weer naar hem, steels. De jongen kan niet ouder zijn dan twintig. Hij is een schilderij van Carvaggio – diepblauwe ogen, goudblond haar, een licht spottende blik op het engelachtige gezicht. 
Frans pakt zijn jas, gooit een fooi op de bar en vertrekt, zijn hart bonkend in zijn keel.

 

NB: ik heb het laten staan in mijn fragment, maar als je schrijft vanuit het perspectief van Frans, kan er niets iets gebeuren (het waterglas dat omvalt) dat hij niet merkt. 

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker


Dag Koen,

Misschien is het beste om enkel deze trigger in de proloog te zette en dan met hoofdstuk 1 te beginnen

- zei je. En ja, ik vind dit een fijnere lengte van je proloog dan je eerste versie. De scène voelt nu zinnig, accuut. Alles wat ik lees doet ertoe en daarom lees ik graag door. Goeie keuze, denk ik dus.

Maar ik ben nog niet helemaal mee met de stijl. Voor mijn gevoel wil je alle emoties er nogal dik bovenop leggen. Maar dat heeft helaas het tegenovergestelde effect; in plaats van dat ik meevoel, erger ik me aan hoe je me zit in te wrijven hoe het gaat met Frans' hoofd en adem en bloeddruk en hamerslagen in zijn gezicht. Tegelijkertijd onthoud je me de essentie van wat er in Frans omgaat: 'dingen' komen naar de oppervlakte, 'herinneringen' raken hem, maar je vult niets in van wat die dingen zijn.
Vooral de eerste alinea werkt voor mij hierdoor niet, omdat ik daar niets van het verhaal, de hoofdpersoon of de setting weet. Om dan over allemaal fysiologische condities te horen, is vreemd hol en betekenisloos.

Wat wél werkt, vind ik, is de situatie zelf. Een jongen komt binnen (waar eigenlijk?) en Frans verliest geheel zijn geest; het water valt om en hij registreerd het nauwelijks, en Frans wordt in gedachten vervoerd naar het verleden. Ik vind het mooi, ik vind het gaaf. Ik zou alleen wensen dat je meer in Frans kruipt, vanuit hem schrijft, en oppast dat je nergens (nergens!) over Frans gaat schrijven. Alleen vanuit hem. Heel veel van je zinnen bekijken Frans van buitenaf. De overduidelijkste vind ik:

Frans Verboven voelde zich in een keer teruggekatapulteerd naar 60 jaar geleden.

Vanuit Frans zou de omschrijving van wat hem hier overkomt er heel anders uitzien. Vanuit Frans gezien, zou je direct moeten schrijven over de beelden en andere zintuigelijke indrukken die opwellen. De geur van een bepaalde plek, woorden die tegen hem gesproken waren, een beeld op zijn netvlies. Het gevoel van zelf weer 20 zijn. Wat ziet hij? Wat typeert die 'herinneringen' die hem raken?
Je hoeft niet de hele herinnering uit te schrijven (beter zelfs niet, want Frans denkt er met onwil aan terug, en verdrukt ze misschien direct). Maar je moet me wel meenemen met Frans zijn herinnering, en de verdrukking ervan. Alleen zeggen 'hij herinnert zich iets', maar me niet zeggen wát, is hol. Voel je me een beetje aan als ik dat zeg? Breng het tot leven. Teken het uit zodat ik mee kan kijken. Ik denk dat je dan een hele mooie proloog te pakken hebt.

 

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Of het een proloog moet heten of een eerste hoofdstuk, daar kan ik pas wat zinnigs over zeggen als ik een fors deel van het boek gelezen heb. Als je iemand zoekt die dat wil doen, stuur het me maar op <menno.marrenga@gmail.com>

Een roman mag best met een trage sfeertekening beginnen, dat kan juist helpen om de schok van herkenning te accentueren. Misschien vind ik het daarom wel jammer dat je tweede versie zo abrupt ter zake komt - maar opnieuw, dat kan ik pas goed weten als ik de sfeer van het geheel geproefd heb.

Hazels advies om Isherwood (en dan om consequent te zijn  ook Carvaggio) uit Berlijn te schrappen, onderschrijf ik niet.

De argumentatie "alleen voor de in-crouwd" is aanvechtbaar, om twee redenen:

1. De in-crowd (los van de negatieve associatie) is een voedoeninggevende doelgroep om voor te schrijven. 

2. Onder deze bewering ligt de stelling dat de minder intelectuele lezer dan afhaakt. Maar ik begeef mij wel eens onder het gemene volk, en neem waar dat het geen moeite heeft met onbegepen informatie, waarschijnlijk omdat het daar continu aan blootgesteld wordt. Het zijn juist intellectuelen die zich storen aan onbekendheid. Maar zij hebben weer geleerd om diagonaal te lezen en dan essenties op te pikken, zich niet te laten afleiden door details. Dus volgens mij stoort aan een in Berlijn verdwaalde Isherwood niet erg. Misschien wekt het juist de nieuwsgierigheid op, en leidt het tot het opzoeken in de leeszaal en tegenwoordig is Isherwood vast opgoochelbaar. 

Koen Verheyden, dank voor dit detail. Het maakt je verhaal voor mij juist aantrekkelijk, ik leer er weer wat van. Ik heb weinig van Isherwood gelezen, maar net voldoende om nu een nieuw beeld te krijgen van het Berlijn van de (vroege?) jaren dertig.

Voor wien mijn pleidooi om niet voor de leesbaarheid namedropping te vermijden niet overtuigt: lees een Telegraafartikel over een of ander sensationele ontdekking, en ook het bronartikel in Nature. Tel waar het meest aqan namedropping wordt gedaan, en geef mij dan mijn gelijk.

Lid sinds

1 maand 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Bedankt Diana.

Ik heb ondertussen nog gewerkt aan de proloog. Er waren inderdaad veel te veel beschrijving in, dit is ondertussen ingekort.

De proloog blijft een beetje geheimzinnig. Dit is een bewuste keuze. Ik kan in de proloog nog niet vertellen welke herinnering Frans zo raken. Zoals je al opmerkt, Frans onderdrukt ze. Het reden dat hij zo geschokt is door de jongeman en welke herinneringen hij daarbij krijgt, leer je stapje voor stapje in de loop van het boek en pas als je het laatste hoofdstuk gelezen hebt, weet je waarom.

Ik leg het misschien niet goed uit, maar ik kan nog niet onthullen wat er zo vreemd is aan de jongeman.

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Koen,

Ik begrijp je uitleg, maar mijn commentaar ging eigenlijk niet over de inhoud - wat je prijsgeeft - maar om je schrijfstijl - hoe je het opschrijft. Ook als je inhoudelijk niets prijsgeeft over wat er in het verleden is gebeurt, en wat er vreemd is aan de jongemaan, kun je toch zintuigelijker, directer en aanweziger schrijven.

Ik herhaal mezelf even:

de beelden en andere zintuigelijke indrukken die opwellen. De geur van een bepaalde plek, woorden die tegen hem gesproken waren, een beeld op zijn netvlies

Dit soort indrukken, zintuigelijk en aanwezig, hoeven geen compleet beeld te vormen en geen expliciete geheimen uit de doeken te doen. Het enige van absoluut belang is dat je me meeneemt in Frans' zijn beleving.