Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

[Roman. Transgender problematiek. Liefde en erotiek.] gebonden in liefde

Is het voorwoord nodig/nuttig?

Is het onderwerp in het algemeen interessant genoeg of alleen geschikt voor een beperkte doelgroep?

Roept het begin verwachtingen op? Wil je verder lezen?

Fragment

 

Gebonden in liefde

Annet VanCleve

 

Voorwoord

Dit verhaal is zo ongeloofwaardig en onwerkelijk dat het meer op een sprookje lijkt, of op het product van een op hol geslagen fantasie. Maar niets van dat alles, het is pure realiteit. Het is Annet, de hoofdpersoon in dit verhaal, overkomen. 

Zij is transgender en weet niet dat zij een zelden voorkomende afwijking heeft, die in medische kringen bekend is als vrouwelijk pseudohermafroditisme. Na zevenentwintig ongelukkige jaren in een jongenslijf te hebben geleefd dringt geleidelijk de schokkende waarheid tot Annet door. Haar leven komt in een stroomversnelling die de lezer met verbazing en enig ongeloof zal volgen.

Dit verhaal gaat over de verandering van Annet, maar meer nog over haar zoektocht naar haar ware identiteit, over haar verlangen naar liefde en geborgenheid, die ze uiteindelijk vindt in een bijzonder kasteel. Dit is het verhaal van Annet, zij heeft het mij zelf verteld.

Jan Raat (biograaf)

 

Je bent wie je bent, of je wilt of niet

Maar dromen mag, als niemand je ziet

Zij is daar altijd, je andere ik

Verborgen voor ieder, elk ogenblik

Het is niet zwaar, het is niet licht

Het is je leven, en die deur blijft dicht?

 

 

1

 

Donderdag, 30 november 2006

Traag verdwijnt de duisternis, het donker wordt lichter, dan toch weer donker. Er is een piepend geluid dat steeds harder klinkt, mijn oogleden trillen. Pijnscheuten in mijn kuiten. Ik ben wakker, mijn ogen nog dicht. Niet alleen mijn benen, maar al mijn spieren protesteren. Stil blijf ik liggen en trek moeizaam een ooglid omhoog. Een grijze driehoekige beugel tegen een wit plafond verschijnt wazig in mijn beeld. Met mijn andere oog ook half open draai ik mijn hoofd voorzichtig naar links, naar het geluid. Daar staat een apparaat met slangen, daar komt het piepen vandaan. Het felle licht doet pijn aan mijn ogen en ik sluit ze weer. Waar ben ik?

     Een ziekenhuiskamer, dat is het, besef ik opeens. Maar wat doe ik hier, heb ik een ongeluk gehad? Ik kan me daar niets van herinneren. Ik zat in de auto, dat is het laatste wat ik weet, daarna niets meer. Het moet een ongeluk zijn geweest, daar komt die pijn vandaan. Ik kan mijn armen en benen een beetje bewegen, hoewel moeilijk en pijnlijk, niets gebroken dus.

     Met mijn ogen nog dicht denk ik na. Ik was in mijn auto op weg geweest naar Kleef herinner ik me nu. Een afspraak met dat instituut voor een behandeling. Dat is dus niet doorgegaan, jammer, maar ik kan altijd nog een nieuwe afspraak maken.

     Ik hoor de deur van mijn kamer opengaan en zie een zuster aan mijn bed verschijnen. ‘Bent u wakker?’

     ‘Wat is er gebeurd?’ vraag ik. Mijn stem klink krakerig.

 

2

 

Donderdag, 24 augustus 2006 – drie maanden terug

Ze is op de kruk naast me komen zitten. Vanonder een paar mooi gestileerde wenkbrauwen zijn donkere ogen onderzoekend op mij gericht. Ik ken haar niet, maar Simone, de beheerster van de club, blijkbaar wel gezien de enthousiaste omhelzing van daarnet.

     Het gezicht van de vrouw is nog steeds naar mij toegekeerd en een moment zie ik die donkere ogen lichter worden, alsof ze wat in mij ziet, iets herkent. Onzeker geworden onder haar voortdurende observatie laat ik quasi onverschillig mijn halfvolle glas rondjes draaien op het blad van de bar.

     Het is stil in de ontmoetingsruimte, de vaste clubbezoekers zijn een halfuurtje geleden met veel stampei naar een carnavalesk zomerfeest in de stad vertrokken. Dat is niets voor mij en toen de twee vrouwen al babbelend uit de keuken waren gekomen en Simone twee glazen wijn had ingeschonken, had ik al besloten naar huis te gaan.

     ‘En wat vind je van haar, Angela?’ vraagt Simone plotseling. Haar onverwachte vraag wordt vergezeld met een blik van verstandhouding en een knipoog.

     Angela antwoord niet direct. Vanuit mijn ooghoeken zie ik haar keurende blik opnieuw over mij heen glijden.

     ‘Ik begrijp het niet,’ zegt ze, terwijl haar ogen mij enigszins ongelovig aankijken. ‘Je hebt een leuk jurkje aan, ziet er goed uit en je durft je zo niet te laten zien?’

     Strak kijkend naar het restantje wijn in mijn glas, schud ik afwerend, bijna driftig, mijn hoofd. ‘Nee,’ zeg ik kortaf. ‘Ik ben bang buiten.’ Ik wil dit gesprek stoppen, voel me helemaal niet op mijn gemak zoals ze me blijft aankijken met die dwingend vragende ogen. Ook ben ik boos op Simone, de kletstante!

 

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste Jan,

Je zelfomschrijving als "biograaf" doet vermoeden dat je over een bestaand iemand schrijft. Maar in hetzelfde stuk maak je gevoelige medische informatie openbaar. Daarom voordat we verder gaan de volgende vragen:

1. Heb je Annets toestemming om haar verhaal te schrijven?
2. Heb je haar expliciete toestemming om delen van haar verhaal hier, op een publiek forum, te posten?
3. Heb je haar hier een schuilnaam gegeven, of ben je hier een transpersoon met voor- en achternaam aan het outen? (Deze vraag is retorisch, schrijf het antwoord alsjeblieft niet uit.)

Als het antwoord op één van deze vragen nee is hoop ik dat je je post direct verwijdert en de nodige stappen zet om de persoon in kwestie te laten weten dat dit online heeft gestaan.

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ah, dan heb ik niets gezegd. Maar dat maakt 'Dit is het verhaal van Annet, zij heeft het mij zelf vertel[t]' wel een leugen. Waarom wil je liegen in je voorwoord? In een voorwoord richt je je persoonlijk tot de lezer, buiten het verhaal om. Een voorwoord is geen deel van het verhaal en het is daarom gek om als fictieve verteller te spreken.

Zoek wel nog even het verschil op tussen een autobiografie en het ik-perspectief, en tussen een biograaf en een auteur.

Maar goed, je vragen.

Is het voorwoord nodig/nuttig?

Onnodig en storend. 'Schokkend' voor wie? 'Ongeloofwaardig' voor wie? Tip: doe je lezers de eer aan te veronderstellen dat ze iets afweten van de wereld.

Is het onderwerp in het algemeen interessant genoeg of alleen geschikt voor een beperkte doelgroep?

Dat is moeilijk te zeggen op basis van hoe weinig we van je verhaal weten. Als je haar een interessant personage maakt dat interessante dingen beleeft, dan is dat voor iedereen interessant, toch? Als je daartegen alleen het verhaal over haar transitie gaat vertellen, is dat inderdaad misschien alleen interessant voor cismensen die daar weinig vanaf weten.

Roept het begin verwachtingen op?

Ik vind de structuur van de flashback niet echt pakkend. De eerste scène voelt maar half af voordat je het verleden induikt. Waarom die achronologie? Waarom maak je de scène niet af? Of waarom begin je niet meteen bij Simone in de club, als daar het verhaal werkelijk begint?
Daarbij vind ik het tweede deel (in de club) moeilijk te volgen. Omdat je het over 'de vrouw' hebt terwijl er meerdere vrouwen in de scène zijn. Bij eerste lezing had ik de indruk dat het ik-personage Angela heette en in gesprek was met Simone over een derde vrouw die niet bij naam genoemd wordt.

De laatste verwachting die je opwekt, is helaas dat dit verhaal zich op het gebaande clichépad gaat begeven van trans-verhalen waarin de focus komt te liggen op de medische kant en wat anderen daar van vinden. Ik krijg er ook een beetje argwaan van hoe je haar toch redelijk normale trans-leven introduceert als 'schokkend' en 'erotisch'.
Ik hoop dat je me het tegendeel zult bewijzen, en in plaats daarvan een meerdimensioneel verhaal zult vertellen over een realistisch en volwaardig uitgewerkt personage dat meer is dan haar "zelden voorkomende afwijking", haar ziekenhuisscènes en haar seksleven als interesekse-persoon, en dat ze nog vele interessante dingen zal doen lang nadat de hele transitie achter de rug is.

Tot slot wijs ik je nog even op een waarschuwend woord te vinden op wikipedia:

Hermafroditisme, pseudohermafroditisme en interseksualiteit zijn termen die lang als synoniem voor intersekse werden gebruikt, maar die sinds het begin van de eenentwintigste eeuw als niet-accuraat of als beledigend worden beschouwd

https://nl.wikipedia.org/wiki/Intersekse

 

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

In aanvulling op Diana: het voorwoord had wat mij betreft ook achterwege mogen blijven als het wél non-fictie was geweest. Het gaat tenslotte om de kracht van het verhaal zelf. Het gedicht vind ik dan wel weer intrigerend. 

Over je verhaal is nog niet veel te zeggen op basis van dit stuk, behalve dat je kunt schrijven. De verwarring van Diana over de introductie van vier (?) vrouwen deel ik. De overgang van het ziekenhuis naar de scene in de club vind ik niet zo problematisch, vooropgesteld dat er in die club wel wat gaat gebeuren wat mijn interesse als lezer verder aan gaat wakkeren.

Groet!
Martin

Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank Diana, voor je commentaar. Dat helpt!

Het voorwoord had ik in een opwelling voor verduidelijking toegevoegd. Fout dus. Het gaat er weer uit.

Mijn boek kan een autofictie worden genoemd, hoewel ik niet zelf dingen heb meegemaakt, heb ik wel veel gezien en geluisterd naar soms hartverscheurende verhalen van transgenders. De ik-vorm vond ik het makkelijkst schrijven. Geen verwarring met hij of zij.

Het verhaal gaat niet alleen over een bijzondere transitie, maar meer nog over de zelfontdekking van Annet. Zij wordt verliefd op een meesteres en er ontstaat een verrassende liefdesrelatie.

Het boek begint in het heden, waarop een flashback volgt. Het zijn feitelijk twee verhalen die afwisselend worden verteld. Het heden start in het ziekenhuis, waar Annet wakker wordt als complete vrouw met een geheugenverlies van drie maanden. Zij vertelt over haar zoektocht naar antwoorden, afgewisseld met flashbacks over de voorafgaande drie maanden. Haar verhaal over geheugenverlies en zoektocht naar antwoorden is beduidend korter dan het andere verhaal. Daarom breek ik de flash forwards wat sneller af om een goede verdeling over het boek te houden. De flashbacks vormen het eigenlijke verhaal van Annet.

Als laatste nog het pseudohermafroditisme. In de link die je gaf naar wikipedia was ook een verwijzing naar ovotesticulaire DSD, oftewel echt hermafroditisme, waarbij DSD staat voor disorder of seks development. Juist dat intrigeerde mij. (Dit medische wordt overigens in het verhaal maar kort behandeld; alleen bij haar operatie). Er ontstond een verhaal en uiteindelijk een dik boek (430 pag.), waarin ik Annet een klein penisje en een scrotum gaf en geen borstvorming. Mijn vraag was: kan je als meisje onder bepaalde omstandigheden opgroeien als jongen? En mijn fantasie deed de rest.

Overigens wordt op pagina 28 van het boek, in het derde flashforward, het de lezer al duidelijk dat Annet een normale vrouw is, van binnen en van buiten.

Morgen komt er een verbeterde versie. Als je nieuwsgierig bent wil ik nog wel wat meer plaatsen.

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

430 pagina’s… dan mag het wel een verrekt goed geschreven en buitengewoon interessant verhaal zijn. Ik zou investeren in een deugdelijke manuscriptbeoordeling.

Lid sinds

13 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Is het voorwoord nodig/nuttig?

Nodig noch nuttig; het roept een zo goed als niet in te lossen verwachting op:
Dit verhaal is zo ongeloofwaardig en onwerkelijk dat het meer op een sprookje lijkt, of op het product van een op hol geslagen fantasie. Maar niets van dat alles, het is pure realiteit. Het is Annet, de hoofdpersoon in dit verhaal, overkomen.

Je thema is actueel, dat zeker, maar om de kwestie transgender ongeloofwaardig, onwerkelijk, sprookje of fantasie te noemen, kleurt buiten de lijntjes. Houd het bij de realiteit. Misschien is een extract van het voorwoord geschikt als tekst op de achterflap. 
Is het onderwerp in het algemeen interessant genoeg of alleen geschikt voor een beperkte doelgroep?

Ik denk dat het in het algemeen heel interessant is.
Roept het begin verwachtingen op? Wil je verder lezen?

Het begin is tamelijk cliché: iemand ontwaakt in het ziekenhuis en ontdekt dat hij in het ziekenhuis is. Ook de beschrijving van donker naar licht en weer naar donker, gepiep van een machine is cliché. 

Eigenlijk is de flashback in het café ook best wel cliché: iemand krijgt in de kroeg/de club aandacht van iemand, weet niet zo goed hoe hij (zij) erop reageren zal, en wil het liefst wég.

Gezien je thema zou je misschien kunnen nadenken over een onverwachte insteek, de lezer meteen in de kraag vatten en het verhaal in sleuren.

Hoe? Op basis van dit fragment vind ik één aanknopingspunt waarop je verder zou kunnen borduren:

Ik ben bang buiten.

Dat geeft een gevoel weer, herkenbaar voor veel lezers. En dan wellicht verder met de clubscène, maar dan moet er wel snel iets gebeuren, want enkel een glas wijn inschenken en babbelende vrouwen is niet genoeg.

ManMetPen schreef:
430 pagina’s… dan mag het wel een verrekt goed geschreven en buitengewoon interessant verhaal zijn. Ik zou investeren in een deugdelijke manuscriptbeoordeling.

Er valt het nodige te schrappen, waardoor de tekst compacter wordt en daardoor sterker. 

Voorbeelden:

besef ik opeens, denk ik na, herinner ik me

kunnen zonder bezwaar weg.

En ook in dit stuk - zoals in zo veel stukken - wordt er enorm veel gekeken:

(...) zie ik die donkere ogen lichter worden (...)

(...) zijn donkere ogen onderzoekend op mij gericht

Haar onverwachte vraag wordt vergezeld met (door) een blik van verstandhouding en een knipoog.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik haar keurende blik opnieuw over mij heen glijden.

(...) terwijl haar ogen mij enigszins ongelovig aankijken. 

Strak kijkend naar het restantje wijn in mijn glas (...)

(...) zoals ze me blijft aankijken met die dwingend vragende ogen (...)


En er zijn heel wat bijvoeglijke naamwoorden die wel geskipt kunnen worden.

Met andere woorden: je hebt een actueel thema te pakken, probeer het een treetje hoger te tillen, dan heb je vast een goed verhaal.

Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Het laatste feest

Verbeterde versie

Jan Raat

 

Donderdag, 30 november 2006

Pijnscheuten in mijn kuiten, mijn oogleden trillen. Ik ben wakker, mijn ogen nog dicht. Niet alleen mijn benen, maar al mijn spieren protesteren. Stil blijf ik liggen en trek moeizaam een ooglid omhoog. Een grijze driehoekige beugel tegen een wit plafond verschijnt wazig in mijn beeld. Met het andere oog ook half open draai ik mijn hoofd voorzichtig naar links, naar een apparaat met slangen. Het felle licht doet pijn aan mijn ogen en ik sluit ze weer. Wat is dit? Waar ben ik?

     Het lijkt een ziekenhuiskamer, maar wat doe ik hier, heb ik een ongeluk gehad? Ik kan me daar niets van herinneren. Ik zat in de auto, dat is het laatste wat ik weet. Het moet een ongeluk zijn geweest, daar komt die pijn vandaan. Ik kan mijn armen en benen een beetje bewegen, hoewel moeilijk en pijnlijk, niets gebroken dus.

 

Donderdag, 24 augustus 2006 – Ontmoeting in de genderclub.

De vrouw is op de kruk naast me komen zitten. Haar ogen vanonder een paar mooi gestileerde wenkbrauwen onderzoekend op mij gericht. Ik ken haar niet, maar Simone, de beheerder van de club, blijkbaar wel gezien de enthousiaste omhelzing van daarnet.

     Het gezicht van de vrouw is nog steeds naar mij toegekeerd en een moment worden die donkere ogen lichter, alsof ze wat in mij ziet, iets herkent. Onzeker geworden onder haar voortdurende observatie laat ik quasi onverschillig het voetje van mijn halfvolle wijnglas rondjes draaien op het blad van de bar.

     Het is stil in de ontmoetingsruimte, de vaste clubbezoekers zijn een halfuurtje geleden met veel stampei naar een carnavalesk zomerfeest in de stad vertrokken. Dat is niets voor mij en toen de twee vrouwen al babbelend uit de keuken waren gekomen en Simone twee glazen wijn had ingeschonken, had ik al besloten naar huis te gaan.

     ‘En wat vind je van Annet, Angela?’ vraagt Simone met een knik van haar hoofd in mijn richting. Haar vraag aan de vrouw, die nu half naar mij toegedraaid zit, wordt vergezeld door een blik van verstandhouding.

     Angela antwoord niet direct. Ik voel haar keurende blik opnieuw over mij heen glijden.

     ‘Ik begrijp het niet,’ zegt ze, mij fronsend aankijkend. ‘Je hebt een leuk jurkje aan, ziet er goed uit en zoals Simone mij net vertelde durf je je zo niet te laten zien?’

     Strak naar het restantje wijn in mijn glas turend, schud ik afwerend, bijna driftig, mijn hoofd. ‘Nee,’ zeg ik kortaf. ‘Ik ben bang buiten.’ Ik wil dit gesprek stoppen, voel me helemaal niet op mijn gemak zoals ze me blijft aankijken met die dwingend vragende ogen. Ook ben ik boos op Simone, de kletstante!

     ‘Bang? Waar ben je bang voor?’ In verbazing trekt Angela haar wenkbrauwen hoog op en legt dan haar hand vertrouwelijk op mijn arm: ‘Je hebt dringend hulp nodig, meisje en ik weet de oplossing voor je.’

     Die oplossing blijkt een instituut in Duitsland te zijn voor de behandeling van mensen zoals ik. Door ervaring wijs geworden straal ik duidelijk geen interesse uit totdat ze onthult dat ze daar ook geweest is. In eerste instantie voedt dat mijn wantrouwen, temeer omdat zij weinig heeft van een man, die zij toch eens geweest moet zijn. Na haar onbeleefd lang en met nog altijd twijfel in mijn ogen aangestaard te hebben zeg ik aarzelend: ‘Je bent een mooie vrouw.’

     Ze moet lachen. ‘Dank je’ zegt ze. ‘Dat kan jij ook worden. Lijkt me niet zo moeilijk, je bent al behoorlijk op weg met dat figuurtje van je.’ Haar lach is overgegaan in een begrijpende glimlach en vanuit haar agenda schrijft ze op de achterkant van een bierviltje het email adres van het instituut.

     ‘Hier moet je dus snel naartoe,’ zegt ze, terwijl ze het viltje naar me toeschuift. 

     Als ze even later afscheid neemt ben ik nog steeds wat verbluft en met het viltje in mijn hand keer ik me vragend naar Simone.

     Die zegt alleen: ‘Doen Annet, neem die beslissing.’

Thuis, met nog een drankje op het balkon van mijn appartement, denk ik na over wat Angela had gezegd. Natuurlijk weet ik dat ik er acceptabel uitzie, in ieder geval mijn figuur. Op haar directe vraag of ik een vrouw ben had ik ja gezegd en dat is ook zo, maar niet helemaal en op sommige plaatsen helemaal niet. Met een lichte zucht haal ik het viltje tevoorschijn: info@instituutindenkleve. Zouden zij mij werkelijk kunnen helpen? Ik verlang zo naar een normaal leven, me niet meer gebonden voelen in mijn verkeerde lijf, gewoon naar buiten kunnen als mezelf.

Lid sinds

13 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

In de herschrijf zie ik niet heel veel veranderingen qua tekst en leesbeleving; en je hebt er ook een stuk aan toegevoegd (daarvan hoor je in feite een nieuw topic te maken).

Kleine notitie: een instituut in Duitsland zal in zijn e-mailadres geen Nederlands woord hebben staan (instituut). 

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik ben nog steeds geen fan van de opening in het ziekenhuis, ook om wat Thérèse opmerkte, dat wakker worden in een ziekenhuis zo'n cliché is.

Ik vind de opening van de scène in de club wel helderder nu, wie wie is. Alleen de alinea "En wat vind (...) een blik van verstandhouding," is wel erg gekunsteld nu. Ik zou je eigenlijk aanraden om even los te laten wat je in eerste instantie allemaal had willen overbrengen in deze alinea. Schrijf in plaats daarvan een versie van dit stukje waarin je prioriteit geeft aan helder overbrengen wie je personages zijn.
Of misschien is de eenvoudigste oplossing om gewoon ergens vóór deze alinea te schrijven "de vrouw, die Simone aan me had voorgesteld als Angela"... Dan ben je van alle vaagheid af.

En tot slot: wat is een genderclub?

Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Het verhaal begint toch echt in het ziekenhuis met het geheugenverlies van Annet. Dat geheugenverlies is ook weer een cliché evenals de ramp op het moment van een schijnbaar gelukkig einde. Het verhaal gaat nog even door in het ziekenhuis met onthullingen over de toestand van Annet voordat zij op zoek gaat naar de waarheid.

Als proef (zie hierna) begin ik nu met het laatste fragment van het op één na laatste hoofdstuk van het boek. Ook dat begin roept natuurlijk vragen op: dansvloer, hal, kasteelgang naar ons huis. Het betreft het openingsfeest na een verbouwing van het kasteel, waarin het instituut is gevestigd. Alle vragen worden uiteraard beantwoord bij het verder lezen. Het laatste hoofdstuk eindigt een jaar later weer in dezelfde club met Simone en Angela. Ook het begin in de club is wat gewijzigd.

(NB: Een onpartijdige proeflezer voor het hele boek heb ik nog niet)

Genderclub is eigenlijk transgenderclub, een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemden. Ik heb het maar weggelaten.

Jan Raat

1

 

Vrijdag, 24 november 2006

Vanaf de rand van de dansvloer zoek ik Amalia, maar kan haar niet zo gauw vinden. Dan zie ik haar bij de deuren van de salon staan en loop daar wat onzeker naar toe.

     Leunend op haar arm vraag ik: ‘Zullen we nog dansen, Amalief?’

     ‘Nee schat, ik heb genoeg gedanst en jij ook wel, denk ik. Veel gasten vertrekken al en het wordt voor jou ook een beetje tijd.’

     Het feest loopt op zijn eind merk ik nu. De muziek stopt en het wordt drukker in de hal. Ik ben een beetje draaierig en sta niet zo vast meer op mijn benen. ‘Ik ga naar bed,’ hoor ik mezelf uit de verte zeggen en loop met onvaste tred de kasteelgang in naar ons huis.

     Wanneer ik het huis binnenkom hoor ik een gierend geluid. Het komt van achteren en klinkt steeds harder. Het geluid zwelt aan, buldert. Een fel roodoranje gloed, of alles in brand staat. Ik ren naar buiten. Een drukgolf gooit me op de grond. Dan niets meer.

 

Donderdag, 30 november 2006

Het is donker. Pijnscheuten in mijn kuiten. Ik ben wakker. Niet alleen mijn benen, maar al mijn spieren protesteren. Stil blijf ik liggen en trek langzaam mijn ogen open. Een grijze driehoekige beugel tegen een wit plafond verschijnt wazig in mijn beeld. Voorzichtig draai ik mijn hoofd naar links, naar een zacht piepend apparaat met slangen. Wat is dit? Waar ben ik?

Het lijkt een ziekenhuiskamer, maar wat doe ik hier, heb ik een ongeluk gehad? Ik kan me daar niets van herinneren. Ik zat in de auto, dat is het laatste wat ik weet. Het moet een ongeluk zijn geweest, daar komt die pijn vandaan. Ik kan mijn armen en benen een beetje bewegen, hoewel moeilijk en pijnlijk, niets gebroken dus.

 

 

Donderdag, 24 augustus 2006 – drie maanden eerder.

De vrouw is op de kruk naast me komen zitten. Haar ogen vanonder een paar mooi gestileerde wenkbrauwen onderzoekend op mij gericht. Ik ken haar niet, maar Simone, de beheerder van de club, had haar aan mij voorgesteld als Angela, een oude vriendin.

     Het gezicht van Angela is nog steeds naar mij toegekeerd en een moment worden haar donkere ogen lichter, alsof ze wat in mij ziet, iets herkent. Onzeker geworden onder haar voortdurende observatie laat ik quasi onverschillig het voetje van mijn halfvolle wijnglas rondjes draaien op het blad van de bar.

     Het is stil in de ontmoetingsruimte, de vaste clubbezoekers zijn een halfuurtje geleden met veel stampei naar een carnavalesk zomerfeest in de stad vertrokken. Dat is niets voor mij en ik had ik al besloten naar huis te gaan.

     ‘En wat vind je van Annet, Angela?’ vraagt Simone met een knik van haar hoofd in mijn richting.     Angela antwoord niet direct. Ik voel haar keurende blik opnieuw over mij heen glijden.

     ‘Ik begrijp het niet,’ zegt ze, mij fronsend aankijkend. ‘Je hebt een leuk jurkje aan, ziet er goed uit en je durft  je zo niet te laten zien?’

     Strak naar het restantje wijn in mijn glas turend, schud ik afwerend, bijna driftig, mijn hoofd. ‘Nee,’ zeg ik kortaf. ‘Ik ben bang buiten.’ Ik wil dit gesprek stoppen, voel me helemaal niet op mijn gemak zoals ze me blijft aankijken met die dwingend vragende ogen.