Lid sinds

1 maand 4 weken

Rol

[Ontwikkelingsroman, Psychologisch, Waargebeurd] De zoektocht (deel 2)

Dit korte verhaal, opgedeeld in twee delen, gaat over een jongeman die een emotionele periode probeert te verwerken. Dit is het tweede en laatste deel van dit verhaal. Hier een paar voorbeeldvragen voor feedback:

Zet her verhaal je aan het denken? Zijn de gebruikte metaforen en symbolieken duidelijk? Is de rode draad in het verhaal te volgen? Zijn de omschrijvingen en verwoordingen mooi of juist storend? En de belangrijkste vraag van allemaal: is het verhaal (in jouw mening) goed/het lezen waard?

Op voorhand bedankt voor de feedback!

 

Fragment

 

Zoals ik eerder al heb vermeld ben ik op jacht. Op zoek. Ik ben niet op zoek naar een plek. Ik ben niet op zoek naar een persoon. Niet naar vragen, niet naar antwoorden en niet naar mijzelf. Ik ben klaar met dat liegen tegen mijzelf. Ik ben het dansen rondom het podium zat. Ik ben op zoek naar houvast. Naar bomen én water. Naar vertrouwdheid in het onbetrouwbare, want dat ben ik sinds kort verloren. Ik stop met dansen en ga even op het bankje zitten. De muziek blijft aan. Ik kijk omhoog. Naar de sterren, en naar het donker daarachter. Ik begin te huilen. Ik wil het ook. Het voelt verlichtend. Zelfmedelijden kan ervoor zorgen dat je zelf minder lijdt. Het is alsof je zelf een vertrouwd stemmetje in je hoofd creëert. Een stemmetje die zegt; ‘het komt goed’. Een stemmetje die als muziek in de oren klinkt. Het gevaarlijke van zelfmedelijden is dat het je diep in een put kan trekken. Diep het water in, zonder lichtinval, want dat is opgevangen door alle bomen naast de put. Dan biedt zelfmedelijden geen steun meer. Zelfmedelijden is eigenlijk best onbetrouwbaar, gezien het vertrouwde stemmetje dat je betoverd met haar spreuken. Ik ben op zoek naar houvast. Naar bomen én water, maar niet naar een put.

Dus ik doe mijn schoenen uit. Houvast hoeft niet altijd geestelijk te zijn. Lichamelijke houvast werkt ook. Ik voel de grond met mijn tenen. Dansend loop ik op hetzelfde pad dat mij naar het bankje heeft geleid. Nog steeds dansend van verdriet. De muziek heeft nog steeds dezelfde genre. Ik dans nog altijd naast het podium. Ik beeld mij in dat mijn voeten zich net als een roofdier preparen op een jacht. Een roofdier op jacht in de nacht. De tenen krom uit elkaar zodat al het houvast gepakt kan worden. Een jongen van 18 in zijn eentje in een donker bos. Ik lijk wel een prooi. Ik ben eigenlijk ook niet op jacht. Nee, lezer. Ik ben op zoek. 

Ik ben nog stééds op zoek. Helaas. Ik voel mijn natuurlijke instinct opkomen. Ik voel de adrenaline. Ik voel de paniek. Het hyperventileren. Dus ik ren. Ik ren. Naar het vertrouwde huis toe. Ik ren. Ik doe de voordeur achter mij dicht. Ik doe mijn headset af. Ik trek mijn trui uit en gooi hem op de stoel. En ik stap in mijn vertrouwde bed. Dat godverdomme vertrouwde bed.

 

“De zoektocht naar vertrouwdheid in het onbetrouwbare”