Lid sinds

1 maand 2 weken

Rol

[Roman/Misdaad & Complot] Lieke

Het is een hele poos geleden dat ik voor het laatst iets geschreven heb. Ik kwam een probeersel tegen en heb die herschreven. Mijn vragen zijn: of het gebruik van 'ik' niet te veel is, of het prettig leest en de verhaallijn zelf vraagt naar meer? 

Of het een short-story of roman wordt is nog niet helemaal duidelijk. Nu nog vooral een probeersel na een hele tijd geen energie en tijd te hebben gehad om te schrijven. 

Fragment

 

De taxi rijdt door de verlaten straten. Ik zit achterin en kijk door de getinte ramen naar buiten. Binnen hangt een geurtje wat mij doet denken aan de sigaren van mijn opa en op de achtergrond klikt de rustige ademhaling van de nietsvermoedende chauffeur voor mij. Mijn oog valt op een koppel met een hondje dat hand en hand richting het park loopt, er verschijnt een kleine glimlach op mijn gezicht. Het pistool voelt zwaar aan op mijn heup, hoe ben ik ooit in deze situatie beland? We waren er nu bijna. De taxi draait de parkeergarage in, waar een auto of 20 netjes op een rijtje geparkeerd staan. Mijn handen zijn koud, ondanks de handschoenen. Geruisloos maak ik de gordel los en leun naar voren met in mijn hand het pistool. De chauffeur zet de auto stil in bij het trappenhuis. “bedankt” zeg ik op kille toon en met de achterkant van het pistool krijgt hij een klap tegen zijn slaap. Ik trek mijn capuchon over mijn hoofd voor het geval er camera’s zijn en schiet snel het trappenhuis in. Kamer 313, mijn missie. Bijna geruisloos beweeg ik mij door het gebouw, hopend dat er niemand door de gangen loopt. Eerder op de avond werd mijn een sleutel overhandigd, er van uit gaande dat hij past steek ik hem voorzichtig in het slot. De deur gaat open. In een andere ruimte brand nog een lampje, verder zijn het vooral schimmen van een bank, tv en tafeltje met ongeopende post bij de deur. Mijn voeten bewegen zich richting het licht, de vrouw staat met haar rug naar mij toe. Ik zet het pistool tegen haar hoofd, maar vlak voor de trekker wordt overgehaald vang ik een glimp van haar gezicht in het glimmende glas van de oven. “Lieke…” klinkt mijn stem bijna onhoorbaar. Het pistool zakt naar beneden en ik doe een stap achteruit. Ze draait zich om en staart me aan. Er gaat van alles door mijn hoofd, in tweestrijd tussen opdracht en liefde hou ik het pistool gericht op haar. Haar prachtige blauwe ogen kijken dwars door mij heen en ze opent haar mond “Waarom?”. Ik weet het niet. Mijn vingers spannen zich om de trekker en een traan rolt over mijn wang.

Lid sinds

1 maand 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid

oei oei oei, spannend. Lieke weet dat je er aan komt, want ze kijkt niet om als je met de voor jou onbekende sleutel de deur opent. 
Er moet dus iemand anders zijn die zij wél verwacht, maar toch is ze niet verbaast jou te zien omdat ze 'Waarom?' vraagt. 
Dan ben ik wel heel benieuwd wie dat is. Liekes huisgenoot? Als het Liekes huis is tenminste, want Lieke lijkt mij iemand die haar post in ieder geval opruimt en niet bij de deur laat liggen. 

En dan de vraag.... schiet je of schiet je niet? Al schrijf je: -vlak voor de trekker wordt overgehaald-  Je bent dus al vlakbij het punt dat je gaat schieten.

Dit is geen kritiek, maar gewoon vragen die het leuk maken: waar gaat dit heen? ;) 
Wie is Lieke, wie is de ik-figuur en wie heeft de sleutel gegeven of bewoner van de woning? 

Mijn fantasie slaat al op hol. :))) 

(dit is trouwens ook mijn eerste reactie op dit forum)

Edit: er zit niet te veel 'ik' in. ;) 

Lid sinds

5 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Eva, complimenten voor de spanning en mysterie!

Je vragen:

* Te veel ik? Nee.

* Leest het prettig? Ja, hoewel ik hier en daar wat ruis op de lijn had. Bijvoorbeeld:

Binnen hangt een geurtje wat mij doet denken aan de sigaren van mijn opa en op de achtergrond klikt de rustige ademhaling van de nietsvermoedende chauffeur voor mij.

Deze zin deed mij vermoeden dat er niets aan het gebeuren was: alles is vredig en ik proef hier niets van de spanning die de HP moet voelen. Achteraf begreep ik ook de functie niet: waarom staat deze zin in het verhaal? Daarnaast denk ik dat het onmogelijk is om de rustige ademhaling van de chauffeur te horen als je achterin een auto zit waarvan de motor aanstaat of die rijdt. Zelfs in een elektrische stilstaande auto heb ik dit zelf nog nooit gehoord. Stel je laat deze zin weg, dan denk ik dat er niets verloren gaat en dat de verrassing van het pistool op de heup even groot is. (En dat is het moment waarop ik opeens op het puntje van mijn stoel zat.)

Of:

 De chauffeur zet de auto stil in bij het trappenhuis. “bedankt” zeg ik op kille toon en met de achterkant van het pistool krijgt hij een klap tegen zijn slaap. 

Tot aan het eind heb ik me zitten afvragen waarom de chauffeur bewusteloos geslagen moet worden: de HP had hem gewoon nietsvermoedend kunnen laten wegrijden, denk ik. 

Of:

Er gaat van alles door mijn hoofd, in tweestrijd tussen opdracht en liefde hou ik het pistool gericht op haar. Haar prachtige blauwe ogen kijken dwars door mij heen en ze opent haar mond “Waarom?”. Ik weet het niet.

Ik weet het wel: de opdracht krijgt voorrang boven de liefde, daarom.

Verder: hier en daar vond ik een type- of spelfoutje, ook dat leidde een klein beetje af. 

* Vraagt de verhaallijn naar meer? Als je bedoelt, wil je verder lezen, dan is dat voor mij een hele dikke ja. Dit fragement is echt rete-spannend en de kracht van de mystery is heel groot. Het mysterie is: "hoe ben ik ooit in deze situatie beland?" Omdat ik dit wil weten, en hoe de HP weer uit zijn/haar situatie komt, wil ik heel graag verder lezen.

Groet,

Martijn.

Lid sinds

1 maand 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Oh super! Hier ben ik al ontzettend blij mee. 
Ik ga inderdaad even nog een keer naar de bovengenoemde zinnen kijken, daar is vast wat anders voor te bedenken. 

Ik ben erg blij om te horen dat het wel vraagt naar meer, nou is het de kunst om vanaf hier langzaam verder te gaan bouwen. 

Bedankt voor deze reactie's, meer is altijd welkom, maar ik kan hier al een heel eind mee op weg. 

(Lichte dyslexie zorgt soms voor toch wat kleine probleempjes rondom spelling. Ik zal daar ook nog even een keer op letten)

Lid sinds

1 maand 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Herschrijving:


De taxi rijdt door de verlaten straten. Ik zit achterin en kijk door de getinte ramen naar buiten. Binnen hangt een geurtje wat mij doet denken aan de sigaren van mijn opa, het stelt me op een vreemde manier gerust. Mijn oog valt op een koppel met een hondje dat hand en hand richting het park loopt, er verschijnt een kleine glimlach op mijn gezicht die snel weer verdwijnt bij de gedachten aan wat komen gaat. Het pistool voelt zwaar aan op mijn heup, hoe ben ik ooit in deze situatie beland? We waren er nu bijna. De taxi draait de parkeergarage in, waar een auto of 20 netjes op een rijtje geparkeerd staan. Mijn handen zijn koud, ondanks de handschoenen. De chauffeur zet de auto stil in bij het trappenhuis. “bedankt” zeg ik, ik merk dat mijn stem onverhoopt wat overslaat. Ik trek mijn capuchon over mijn hoofd voor het geval er camera’s zijn en schiet snel het trappenhuis in. Kamer 313, mijn missie. Bijna geruisloos beweeg ik mij door het gebouw, hopend dat er niemand door de gangen loopt. Eerder op de avond werd mijn een sleutel overhandigd, er van uit gaande dat hij past steek ik hem voorzichtig in het slot. De deur gaat open. In een andere ruimte brand nog een lampje, verder zijn het vooral schimmen van een bank, tv en tafeltje met daarop ongeopende post bij de deur. Mijn voeten bewegen zich richting het licht, de vrouw staat met haar rug naar mij toe. Ik zet het pistool tegen haar hoofd, maar vlak voor de trekker wordt overgehaald vang ik een glimp van haar gezicht in het glimmende glas van de oven. “Lieke…” klinkt mijn stem bijna onhoorbaar. Het pistool zakt naar beneden en ik doe een stap achteruit. Ze draait zich om en staart me aan. Er gaat van alles door mijn hoofd, in tweestrijd tussen opdracht en liefde hou ik het pistool gericht op haar. Haar prachtige blauwe ogen kijken dwars door mij heen en ze opent haar mond “Waarom?”. Mijn stem stokt, mijn vingers spannen zich om de trekker en een traan rolt over mijn wang.