Lid sinds

2 jaar 4 maanden

Rol

[Poëzie ] Proeflezen zeemanslied

Beste lezer,

Ja, een specifieke vraag. 

a) Kun je dit volgen? Zet dit beeld iets neer voor jou? Is dit beeld voor jou te volgen?

groet, 
Jop 

Fragment

Zeemanslied

De zee is een zegen
tocht als geen ander
leg me af, leg me neer
leg me heelhuids neer

De vaart is geen ander gegeven
volgt op het zout aan m’n lippen

Zestien knopen en bereid me niets
dan de avond
wat koel schuim op m’n smoel
en hoor de vogel krijsen  
acht mij, acht mij ook  

En vergeef me
ik zit om een koers verlegen
schuim op schuim op schuim
berijdt de zee m’n fronten
rijt het kenteken van me af 

Lid sinds

4 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Jop

Jouw gedicht doet mij aan een Shantylied denken. 
De eerste strofe: daar heb ik het beeld bij van een man op die aan het dek van een schip staat (ik zie meteen hout voor mij als ik aan de boeg van het schip denk, een oud schip dus). Ik zie golven, en eindeloos kijken naar het water en de horizon. Dus ja: ik krijg hier een beeld bij. 
Ik vind tocht als geen ander een sterke vondst: de zee is een individu die een eigen reis heeft. Je kunt enkel meegaan op haar golven. 

De regels daarna:
De vaart is geen ander gegeven
volgt op het zout aan mijn lippen.
Hier zwakt mijn beeld af door de eerste zin. Hoezo is de vaart alleen voor de HP bestemd? - is een gedachte die bij mij opkomt. Het zout aan mijn lippen (ipv op mijn lippen) is weer een zin die mij intrigeert. 

Zestien knopen en bereid me niets
dan de avond
wat koel schuim op m’n smoel
en hoor de vogel krijsen  
acht mij, acht mij ook  
Hier raak ik in de war. Die zestien knopen vind ik sterk, de reis lijkt spoedig te gaan. Met 'en bereid me niets' kan ik ook niets. Ik heb er geen beeld bij. Zou het sterker zijn om het bij deze zin alleen bij de zestien knopen te laten?
Wat koel schuim op m'n smoel - waarom het woord smoel, is dat vanwege het rijmen? Het woord smoel vind ik niet helemaal passen bij het woord lippen dat je hiervoor gebruikt. Dat kan ook gewoon mijn eigen associatie zijn. Dat koele schuim vind ik wel weer een beeld oproepen. Ik denk wel: is nu de zee ineens de HP geworden? In de strofe hiervoor was dat de man aan het dek nog. 
acht mij, acht mij ook - daar heb ik geen beeld bij. Ik vind het beeld van de krijsende vogels sterker.

En vergeef me
ik zit om een koers verlegen
schuim op schuim op schuim
berijdt de zee m’n fronten
rijt het kenteken van me af
Bij de eerste zin zou ik het woord en weglaten. Dat vergeven intrigeert mij weer.
Ik zit om een koers verlegen - ja, mooie metafoor.
Daarna raak ik de draad van het gedicht kwijt, je gaat van varen naar rijden en de zee berijden heb ik geen beeld bij. De laatste zin snap ik niet: rijt het kenteken van me af, bedoel je openrijten zoals bij een wond? Bij de zee en een kenteken raak ik in de war, het beeld is weg.

Dus: sterke start. Er zitten zinnen in die beelden oproepen. Het einde vind ik zwak.