Lid sinds

3 weken 1 dag

Rol

[semi-autobiografisch] de jerrycan

Ik heb een eerste semi- autobiografisch stuk geschreven. Nu is mijn vraag aan jullie of het vlot leest en of de plaatsing van de allineas klopt

Fragment

 

Kutlijf’ roep ik wanneer ik wakker word, ik sleep me de trap af. De stoel in de keuken staat uitnodigend op me te wachten. Ik steek een sigaret op, de krampen verdwijnen langzaam uit mijn lijf.  Nog even geduld en het gaat weer wel, weet ik uit ondervinding. ‘ Hittegolf legt half Europa lam.’ kopt de krant. Ik zoek het kruiswoordraadsel in de krant en hoop dat ik dit maal mijn geschrift wel kan lezen. Er is geen brood meer.

 ‘Vlug, mijn hond zit nog binnen!’ roept de reddeloze bewoner. De brandweerlui rollen de slangen uit en koppelen ze aan de waterkranen. De vlammen komen al uit het dak. ‘Die heeft toch ook geen geluk; vorig jaar is zijn vrouw gestorven en nu dit.’, zegt mijn buurman die alles staat te filmen met zijn smartphone. ‘Dat gaat veel views opleveren op Facebook.’ ‘Och man, doe die telefoon weg, ramptoerist!’, snauw ik hem toe. Buurman verdwijnt al filmend uit mijn zicht.

‘Sooi!’ De bewoner loopt huilend naar de brandweerman die de hond als een baby in zijn armen draagt . ‘Dank u, meneer.’ Het slachtoffer neemt de hond over, de redder in zijn kielzog. Ik zie een lichte kwispel in de staart van de hond. ‘Gelukkig’ denk ik en draai me om naar huis te wandelen.

Thuisgekomen zet ik de jerrycan neer om deur te openen. ‘Jerrycan??’ Vanwaar komt die ineens? Ik kan me niet herinneren waar en wanneer ik die jerrycan gehaald heb. De  bel gaat. Er staan twee agenten op de stoep. ‘Goedemiddag meneer, zouden wij u een paar vragen mogen stellen? ‘Natuurlijk’ zeg ik en bied ze een tas koffie aan. ‘U weet dat er vanmorgen een brand was in de Gasstraat?’ ‘ Ja’, zeg ik, ‘ ik passeerde er toen ik van de bakker kwam en bleef even staan kijken, maar ik ben vrij weggegaan.’ ‘ Wel’, vervolgt de agent, ‘in een filmpje dat op Facebook circuleert bent u te zien met een jerrycan. Wij vroegen ons af wat u daar deed met die jerrycan en waar is die nu?’ Ik moet het antwoord op beide vragen schuldig blijven.

Ik stap het kantoor van dokter Vandenberg binnen. Hij is er nog niet. Ik wacht. Aan de muur hangt een schilderij van Klimt, de naam ontglipt me. ‘ Dag meneer Vandevelde, hoe is het vandaag met ons?’ ik heb er een hekel aan als mensen vragen het ‘ons’ is. Alsof we een stelletje zijn. ‘ Dat kan stukken beter, dokter, s morgens zijn mijn ledematen zo stijf dat ik amper van de trap raak.’ zeg ik, ‘ ook het schrijven wordt met de dag moeilijker .’Vandenberg neemt notities en kijkt op ‘ Ik heb echt geen idee, maar we gaan dit verder onderzoeken.’ Ik vraag de verpleegster of ze bloed bij u prikt.’ De rondborstige verpleegster komt vanachter haar desk met een nierbekken in haar handen. ‘Bel ons morgen op voor de uitslag.’ zegt de verpleegster met de mooie borsten.

‘Tja’ zeg ik ‘ ik weet ook niet wat ik daar met die jerrycan stond te doen.’ ‘ Ik weet nog dat ik naar de bakker ben geweest en toen ik thuiskwam, had ik ineens een jerrycan vast.’ vertel ik de agenten, ‘ Ik ben nog even gaan zitten op de bank voor de bakker, ik stap de laatste tijd zo slecht en dan is een bank af en toe welkom. En het brood moet ik dan laten liggen hebben bij de brand want toen ik thuiskwam, had ik enkel de jerrycan bij.’ Ik zie aan hun blik dat ze me niet geloven. Ik geloof het ook niet. ‘Dat is wel een heel raar verhaal, meneer, we gaan dat zeker checken bij de bakker en de buren.’

s Anderendaags bel ik de dokter op. ‘ De praktijk van dokter Vandenberg, wat kan ik voor u doen?’ Ik herken de stem van de verpleegster. ‘U spreekt met Jef Vandevelde, ik bel voor de uitslag van mijn bloedonderzoek.’ ‘Momentje’ zegt ze, ik hoor haar tikken op het toetsenbord. ‘Ja, hier heb ik het, alles ziet er goed uit, alleen uw cholesterol staat een beetje aan de hoge kant.’ Ik maak een nieuwe afspraak.

Om negen uur s’ morgens loop ik het politiebureau binnen. ‘ Ah, ne stipte mens, zo hebben we het graag!’ zegt de baliemedewerker wanneer ik me aanmeld. ‘Goedemorgen, meneer Vandevelde, wij hebben navraag gedaan bij de bakker en die dacht u niet gezien te hebben en er zijn verschillende mensen die u hebben zien lopen met een jerrycan.’ zegt een inspecteur die ik nog nooit eerder zag. ‘ U zegt zich niet te herinneren dat u met een jerrycan in de Gasstraat liep.’ Ik voel me een klein kind betrapt op een leugen. ‘Ik kan me echt niets meer herinneren, dat gebeurt de laatste tijd wel meer, er is iets met me aan de hand.’ De inspecteur kijkt me smalend aan.

‘Meneer Vandevelde, bent u er weer!’ roept de rondborstige vanachter haar desk, ‘de dokter is er zo hoor.’