Lid sinds

1 jaar 10 maanden

Rol

[Historische roman] Eens een barbaar, altijd een barbaar

Dit is het begin van mijn beoogde eerste hoofdstuk voor een historische roman die zich afspeelt in Rome, in het jaar 54 v.Chr.
Ik zou graag willen weten of het uitnodigt om verder te lezen (maakt het nieuwsgierig?). En of het duidelijk is wie wie is (mijn idee was om de namen gedurende dit hoofdstuk te introduceren, maar ik weet niet of het verwarrend is dat de eerste alinea's voornamelijk spreken over 'zij', 'haar', 'de vrouw', etc.).
Verder ben ik beginnend schrijfster, dus als er nog meer zaken opvallen; alle feedback is welkom!
Als je dit leest of gaat lezen, alvast enorm bedankt voor je tijd en aandacht :)

Fragment

Het vuil dat zich wekenlang, misschien wel maandenlang had opgebouwd, weekte langzaam van haar vingers, handen en armen. In kleine vlokjes dwarrelde het naar de bodem van het vierkante bad. Het water was tot haar verbazing warm. Zonlicht dat door hoge openingen in de met marmer bekleedde muur naar binnen viel liet het water dansen, alsof het blij was beroerd te worden door de nieuwe gevangene.
Ze pakte een blauwgroen, glazen flesje. Een meisje met sproetjes dat haar het bad had gewezen, had gezegd dat ze die eerst moest gebruiken. De olie die erin zat rook zoet, als een veld vol bloemen, en hielp inderdaad om het vuil uit haar haren te wassen. Haar blonde haren leken bij iedere beweging een tint lichter te worden en nieuwsgierig greep ze het tweede flesje dat het meisje op de badrand had gezet. Het had dezelfde, blauwgroene kleur, maar was vierkant in plaats van rond.
‘Ze is te oud om nog iets te leren.’ Een onbekende stem weerkaatste tegen de muren van het badhuis. Van schrik liet ze het flesje in het bad vallen. Een scherpe geur vermengde zich met het badwater. In de deuropening van het badhuis stonden twee vrouwen. Ze trok haar knieën op, in een poging haar naakte lichaam te verbergen.
‘En ze is nog onhandig ook,’ zuchtte dezelfde vrouw die haar te oud had genoemd. Een gouden ketting ingezet met drie zachtgroene stenen sierde de halslijn van haar diepgroene jurk en leek om de meeste glans te wedijveren met enkele donkere krullen die losjes langs haar gezicht vielen.
De ander was de gracieuze vrouw die ze eerder op de markt had gezien. Ze was ouder dan de vrouw in het groen maar het was lastig haar leeftijd in te schatten. Ze staarde haar intens aan en ze vroeg zich af of de vrouw verwachtte dat ze het olieflesje van de bodem zou vissen maar het bad was zo diep dat ze dan kopje onder zou moeten gaan. Ze onderdrukte een rilling en schoof ongemakkelijk wat verder naar achter op de stenen bank in het bad.
‘Hoe word je genoemd?’ zei de vrouw uiteindelijk.
Ze slikte. ‘Mijn naam is Catia, dochter van Vercatis, eerste zwaardvechter der Trevieren.’
‘Een zwaardvechter? Er is me verteld dat je vader een koning was.’
Ze sloeg haar ogen neer. ‘Mijn oom Indutiomaris was de koning der Trevieren.’
De vrouw klakte bijna onhoorbaar met haar tong, voordat zij verder sprak. ‘Vooruit dan maar, dat krijg ik ook nog wel verkocht als prinses van Gallië. Welnu, kin omhoog prinses, anders schuift je kroon in het bad. Zeg me nog eenmaal je naam.’
Ze keek de vrouw recht in de ogen aan en herhaalde haar naam, haar uitdagend het dit keer wel te onthouden.
‘Catia.’ De vrouw liet haar naam over haar tong rollen alsof ze iedere klank wilde proeven en rekte de eerste a verder uit dan nodig was. Ze wendde zich tot de andere vrouw. ‘Ongebruikelijk maar niet al te barbaars, toch Flora?’
De vrouw in het groen, die klaarblijkelijk Flora heette, snoof. ‘Als jij het zegt.’
‘Je behoudt je naam,’ zei de gracieuze vrouw tegen Catia en ze knipte met haar vingers. ‘Kom uit dat bad en laat me je bekijken.’
Ze had nooit geweten hoe een konijn zich voelde wanneer er een havik boven het veld cirkelde. Tot dan toe. Ze stond stokstijf in het midden van het badhuis. De doek waarmee ze zich haastig, en onder toeziend oog van de twee vrouwen, had afgedroogd drukte ze ongemakkelijk tegen zich aan. De oudste vrouw cirkelde om haar heen en bestudeerde haar verder naakte lichaam. Af en toe kneep ze in Catia’s arm, voelde ze aan de zijkant van haar heupen of schoof ze haar lange, vochtige haren opzij. Net toen Catia dacht dat de vrouw klaar was, sloeg ze toe. Ze rukte Catia’s hand naar zich toe en staarde vol afkeer naar de binnenkant van haar pols.
Flora had amper bewogen, ze leunde nog steeds tegen de deurpost van het badhuis en keek haar spottend aan. ‘Eens een barbaar, altijd een barbaar.’
Catia probeerde haar hand terug te trekken. De blik van de twee vrouwen brandde op haar huid. Ze was zo trots geweest toen de drie met elkaar verbonden spiralen met inkt in haar pols waren gekerfd. Een teken van kracht, vrijheid en verbondenheid met haar stam. En een permanente herinnering en belofte aan zichzelf om nooit op te geven.
‘Dat moet eraf,’ zei de oudste vrouw en ze gebaarde naar het meisje met de sproetjes, dat zwijgend was teruggekeerd met een pastelblauwe bundel in haar armen. ‘Geef Felix opdracht om terpentijnhars op het forum te halen.’

Ze wreef met haar duim over de kleine tatoeage op haar pols. Wat wilden deze vrouwen van haar?

Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Je hebt een goede pen! Het stuk leest vlot, het boeit, je verhaal opent zich mooi gaandeweg het stuk. In antwoord op je vraag: ja, het nodigt uit om verder te lezen.

Twee dingetjes (maar dat kan net zo goed aan mij liggen):

1. als Catia gevraagd wordt hoe ze genoemd wordt, zegt ze: ‘Mijn naam is Catia, dochter van Vercatis, eerste zwaardvechter der Trevieren.’ Ik zou haar meer timide laten beginnen.

2. ik vind de titel niet zo sterk

Kortom: lekker doorschrijven!