Lid sinds

5 maanden 1 week

Rol

[kort verhaal] proloog "After Eight"

hallo lezers,

Een kort verhaal, (doelgroep volwassenen, thema in dit verhaal is eenzaamheid) dat ik geschreven heb over gebeurtenissen rondom een buurman die wij vroeger gehad hebben, start met een proloog. Deze moet een soort overview geven van zijn leven, voordat het daarwerkelijke verhaal begint. De lezer kent hem dan al een beetje, terwijl de karakters in het verhaal geen idee hebben wie hij is.    

de proloog staat hier niet volledig, maar ik ben benieuwd hoe dit gedeelte voor jullie leest. Nodigt het uit tot verder lezen? Wat kan korter? Wat vraagt juist om meer aandacht? Andere feedback?    

Fragment

Hoe vaak zou hij op het Rotterdamse Beursplein in gedachten verzonken, met zijn blik gericht naar het pand van de C&A, hebben stilgestaan? Hoe vaak was hij naar dat plein gewandeld en heeft hij teruggedacht aan hun eerste ontmoeting, ongeveer op die plek, in de toenmalige met glas overdekte Passage? Het was in de chocolaterie van de firma Nooren, waar Toos toen nog als winkelmeisje in dienst was. Het moet ergens in de maand november van 1920 geweest zijn. Zowel hij, net overgeplaatst vanuit Utrecht als klerk-telegrafist bij de Staats Spoorwegen als zij, inwonend bij haar oudere, getrouwde zuster en meeverhuisd vanuit Nijmegen, herkenden in elkaars ogen een wederzijds verlangen om zich ergens en bij iemand thuis te voelen. Hij was vijf jaar ouder dan zij, net de dertig gepasseerd en alleen in de stad. Zij was dat in zekere zin ook. Twee ontwortelde zielen.

Toos was goed in haar werk. Ze had een uitstekend gevoel voor hoe ze haar klanten de beste bonbons en Turkish Delight kon aanprijzen en had een goed oog voor het creëren van aantrekkelijke winkelpresentaties. Eigenlijk draaide de zaak door haar toedoen zo succesvol. De oude heer Nooren droeg de naam van de firma, maar Toos was het gezicht. Het dilemma was dat Nooren zo langzamerhand zijn zaak wilde verkopen. Hij was ervan overtuigd dat deze bij Toos in goede handen zou zijn. Toos had zelfs wat geld uit een erfenis op de bank, maar omdat ze nu een serieuze relatie had aangeknoopt en er zelfs al gesproken werd van trouwplannen, maakte de op leeftijd zijnde eigenaar zich zorgen. Van gehuwde vrouwen werd verwacht dat ze stopten met werken. Daarnaast werden zij na het huwelijk wettelijk als handelingsonbekwaam gezien. Ook Toos liep met gemengde gevoelens rond. Zij wilde niets liever dan de zaak voortzetten, maar had nu ook de liefde van haar leven ontmoet.

Hij weet nog goed hoe ze daar met zijn drieën - hijzelf, Toos en de oude heer Nooren – uitvoerig over gepraat hebben. De conclusie was niet heel ingewikkeld: op papier zou hij de chocolaterie van Nooren overnemen en zichzelf en Toos als eigenaren laten registreren. Binnen het huwelijk konden ze zelf prima regelen dat Toos de winkel zou draaien en hij zijn baan bij de spoorwegen hield. En zo geschiedde. In februari 1922 was hij, naast zijn baan bij de spoorwegen waar hij inmiddels was opgeklommen tot commies, ambtenaar in het middenkader, ook firmant, eigenaar van chocolaterie Nooren geworden. Vervolgens had hij administratief Toos mede-eigenaar gemaakt en waren ze op een zonovergoten voorjaarsmaandag getrouwd. Het was 17 mei 1922. Hun getuigen waren twee bedienden uit de winkel.

Terwijl hij zijn werk als ambtenaar bij de spoorwegen voortzette, werkte Toos in de chocolaterie. Hun intrek hadden ze genomen in het woonhuis boven de winkel in de Passage op nummer 26. De liefde voor het winkelvak en voor chocolade spatte er bij Toos sinds dat moment meer dan ooit vanaf, helemaal nu ze zeggenschap had over de chocolaterie. Een andere liefde, Parijs, waar zij samen met de trein (en dankzij zijn werk voordelig) kort na hun huwelijk naartoe waren geweest, nam ze mee de winkel in. De firmanaam werd voortaan voorafgegaan met Maison. Maison Nooren – Chocolaterie. Het interieur kreeg een Frans signatuur mee. In zijn vrije uren hielp hij haar met het uitzoeken van de materialen en het herinrichten van de winkel. Hij weet nog hoe trots en vol liefde voor elkaar ze op het resultaat waren.

Tot aan het begin van de jaren ‘30 draaide de chocolaterie met veel succes. De winkel werd in de krant omschreven als een begrip in de Passage, maar toen de crisis in alle hevigheid uitbrak moesten ook zij genoegen nemen met tegenvallende resultaten. Gelukkig kon de zaak dankzij haar goede reputatie blijven voortbestaan. De echte klap moest toen nog komen. Letterlijk.

Na het uitbreken van de oorlog bleek Nederland niet te kunnen ontkomen aan de Duitse agressie. Wat bijna niemand zag aankomen gebeurde. Meteen al op 10 mei 1940, bij de Duitse inval in Nederland, werd Rotterdam aangevallen en vier dagen later werd de stad, na een vernietigend oppervlaktebombardement op het centrum, tot overgave gedwongen. In dertien minuten tijd werden honderden zorgvuldig opgebouwde bedrijven verwoest en tienduizenden mensen dakloos. Honderden mannen, vrouwen en kinderen overleefden het bombardement niet. Toos en hijzelf waren er ongeschonden uitgekomen, maar Maison Nooren, de inventaris en het woonhuis met al hun persoonlijke bezit...

Lid sinds

13 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Zou je van deze proloog niet een roman schrijven en het idee van een kort verhaal uit je hoofd zetten? De gegevens zijn intrigerend genoeg.

Lid sinds

5 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Thérèse

Dank voor je reactie! Ik weet het niet.  Misschien is dit wel een optie. Ik heb het nu in 9.500 woorden geschreven. Centraal in het verhaal staat het contact dat de man uit de proloog zoekt en de weerstand die hij daarbij krijgt vanwege wantrouwen en vooroordelen. Dat speelt zich halverwege de jaren 70 af, als hij weduwnaar is en zijn omgeving geen enkele weet van hem hem en zijn verleden heeft. Een tweede thema dat aan bod komt is wat ik de kracht van herinneren heb genoemd. 
zou je misschien het hele verhaal willen lezen? Wellicht heb je dan nog meer of andere tips.

Lid sinds

12 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Ronald,

Een proloog bij een novelle zou ik heel erg kort houden. Ik zou zelfs heel kritisch nadenken of je wel een proloog wilt hebben.

Maar belangrijker: het bovenstaande stuk lijkt me geen proloog. Het klinkt als een samenvatting die de schrijver voor zichzelf op papier heeft gezet om het achtergrondverhaal helder te hebben. Heel nuttig, maar niet engagerend voor lezers.

De plot van bovenstaand fragment, zou ik, als het mijn verhaal was, tussen de regels door in het hoofdverhaal (het hier-en-nu) door laten schemeren. Laat de lezer op een speurtocht gaan naar de scherven van het verleden die nog over zijn in het hier en nu. Een glazen chocolade-schaaltje dat altijd op de hoek van zijn tafel staat, leeg. Een mijmering in een onbewaakt moment. Hun trouwfoto voor de gevel van de winkel, in kraakhelder zwart-wit alsof hij gisteren genomen is. Zijn wandelingen door de straten van Rotterdam die niet meer bestaan.

Verberg het. Verstop het. Maak het een raadsel. Stuur de lezer op een ontdekkingstocht je verhaal in (in plaats van het antwoord voorverpakt in het begin al weg te geven).

Lid sinds

5 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Diana Silver

Dank voor je feedback! Ik ben het met je eens dat het niet te veel als een voorverpakte opsomming moet overkomen. Puzzelstukjes zoals jij beschrijft komen later in het verhaal daadwerkelijk voorbij. Het zal waarschijnlijk betekenen dat ik het hoofdverhaal vrij drastisch zal moeten omgooien. Ga ik even goed over nadenken.

Lid sinds

1 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Heeft de lezer zo'n uitgebreide proloog echt nodig om je verhaal te snappen? Eerlijk gezegd kan ik mij dat niet voorstellen. De elementen eruit die wél nodig zijn kun je beter in het verhaal zelf verweven. Bijvoorbeeld in de vorm van flashbacks, zodat gaandeweg het beeld van de man en waar hij vandaan komt opgebouwd wordt.