Lid sinds

3 weken

Rol

[Bildungroman, familieroman, ] Ontsluiting

Hoi! Nieuwkomer hier, ben benieuwd :) Dit fragment zou het begin kunnen zijn van een novelle: "Uit de tijd dat de zee nog zoet was". In dit eerste hoofdstuk wil ik het hoofdpersonage Anton (een kind van 6) en de hoofdlocatie (Val Timo) introduceren. Ik heb al 9 hoofdstukken, maar ik twijfel over het begin. Wat ik wil weten: krijg je zin om verder te lezen? Ook: loopt de tekst goed of is er sprake van ongemakkelijke zinsconstructies? Alvast bedankt!

Fragment

Het luide gebalk van een ezel wekte Anton uit een diepe slaap. Een wonderlijke droom snelde uit zijn geest, als een gehaaste, vreemd ogende voorbijganger die vluchtig kijkt en dan doorloopt. Anton probeerde tevergeefs de beelden vast te houden, herinnerde enkel stokslagen en deel van een merkwaardig gesprek met dezelfde ezel die hem had gewekt. “Waarom slaat gij mij?” “Staat op! Wat bezielt u?” “Opent uw ogen!” Kreunend begroef hij zijn gezicht nóg dieper in de schoot van Agnes, maar het getjilp van de vogels en het geratel van de kar hadden hem zijn slaap al ontnomen. Anton hief zijn hoofd op, ontsloot zijn oogleden, en zag dat de kleine karavaan de kustlijn achter zich had gelaten en rammelend een trogdal inreed.

Val Timo. In de verte, aan de horizonlijn, verhief zich een licht besneeuwde bergketen waarvan de toppen als stompe tanden naar de kobaltblauwe hemel reikten. Lager waren de steile dalwanden bedekt met eerst een laag weilanden en donkergroene bossen, dan zeeën aan grijsgroene olijfbomen. Op de bergkammen verzwolgen her en der paarse lavendelvelden de gouden stralen van de prille ochtendzon. De hellingvlakken kwamen uit tot de levendige rivier Borvo, die in de loop der eeuwen als een ijsschep een lange, smalle vlakte in het dal had uitgehouwen. De Borvo kronkelde langs een aantal nederzettingen en mondde uit in de Zuidzee, waar Anton de afgelopen dagen had gebadderd.

Toen Antons blik op de onverharde weg voor hem viel, zag hij tot zijn schik een imposante figuur van verblindend licht met een vlammende zwaard in zijn rechterhand.

Stop!’ Riep hij, plots klaarwakker.

Wat is er?’ Moeder draaide zich meteen om, vader speurde de omgeving af maar hield koers. ‘Heb je weer een nare droom?’

‘Nee ik zag…’ Hij wreef met zijn knokkels in zijn ogen, zag louter zonnestralen, gefilterd door hoge eucalyptusbomen, en licht weerspiegeld in een regenplas op het pad. ‘Eh… iets.’

‘Kijk Anton,’ Agnes wees voor zich uit. Achterin de vallei, daar waar drie dalwanden samenkwamen, lag een slapend dorpje. ‘Dat is Tertullo.’

Anton vernauwde zijn ogen tot spleetjes, nog enigszins beduusd, terwijl hij het stuk brood met kaas die hem aangereikt werd aannam. Hij kon van deze afstand niets meer onderscheiden dan een hoopje bleke, oud ogende huizen, knus aan elkaar gebouwd rondom een opvallend hoge kerktoren.

Gaan we daar wonen?’ vroeg hij, kauwend op zijn ontbijt.

‘Nee,’ antwoordde moeder. ‘Dat is hogerop, bij Sant’Alfio in de buurt.’ Ze wees naar een kniklijn tussen de twee hellingvlakken in de verte. ‘Als je goed kijkt kan je het torentje zien, ja.

‘Daar waar de bomen van kleur veranderen?’

‘Nee, dat is Cirino. Daar beginnen de bossen. Iets lager.’

De eucalyptusbomen langs de weg hadden zijn uitzicht belemmerd. Zodra er een opening kwam zag Anton inderdaad een nóg kleiner dropje van niet meer dan tien huizen. Ja! Ik zie het.’ Hij keek van het laaggelegen Tertullo naar het hooggelegen Cirino, dan weer naar Sant’Alfio halverwege. ‘Waarom eigenlijk precies daar?’

Och, daar kwam jouw grootvader nou eenmaal vaak, als tussenstation tijdens zijn handelsreizen. Daar is waar zijn oude zomerverblijf staat waar je vader graag kwam, die is nu van ons.’

Hoe lang geleden was dat?’

‘Dat grootvader Aldo daar laatst was? Och, jaren voor hij stierf, minstens vijftien jaar geleden. Ja, lang voor jij geboren werd.’

Anton kon zich niet herinneren wie hij was voor hij geboren werd. De wereld zonder hem was niets meer dan een verhaal: alles dat hij er over leerde moest hij op goed vertrouwen accepteren, inclusief lacunes en tegenstrijdigheden. Het was kennelijk een onbeduidende intrede geweest, zijn geboorte. Althans, dat maakte Anton op uit de niets anders dan onbeduidende omstandigheden die zijn ouders met moeite nog voor de geest wisten te halen. ‘Nou Anton, je was ongetwijfeld een makkelijke boreling. Het was snel gedaan.’ Makkelijk, jawel, dat was hij, een onopvallend zomerkind. Voor zijn geestesoog zag hij hoe hij stilletjes uit de baarmoeder gleed en geruisloos door het huis kroop. Hij stelde zich voor hoe zijn ouders hem in zijn eerste levensuur al even kwijt waren, net als later, druk met het beheersen van zijn oudere broer en zus.

Lid sinds

4 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Het eerste wat me opvalt is de lawine aan bijvoeglijke naamwoorden.

Ik merk dat ik worstel om de ijkpunten van tijd en plaats te vinden in dit verhaal. De setting komt voor mij niet tot leven, en ik kan nergens uit afleiden wanneer het zich afspeelt. Het leest als fantasy, als zo'n queeste in een vaag, mythisch berglandschap met draken en elixers (niets mis mee, maar dat lijkt niet je opzet).     

Soms probeer je te 'mooi' te schrijven. Hij opende zijn ogen leest lekkerder dan hij ontsloot zijn oogleden. 

Also, wie is Agnes? 

Lid sinds

12 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Ik zou het compacter maken, dat leest toegankelijker. Focus je dan op wat er werkelijk toe doet.

Het luide gebalk van een ezel wekte Anton uit een diepe slaap. Een wonderlijke droom (1) snelde uit zijn geest, als een gehaaste, vreemd ogende voorbijganger die vluchtig kijkt en dan doorloopt.(2) Anton probeerde tevergeefs de beelden vast te houden, herinnerde enkel stokslagen en deel van een merkwaardig gesprek (3) met dezelfde ezel die hem had gewekt. “Waarom slaat gij mij?” “Staat op! Wat bezielt u?” “Opent uw ogen!” (4) Kreunend begroef hij zijn gezicht nóg dieper in de schoot van Agnes, maar het getjilp van de vogels en het geratel van de kar (5) hadden hem zijn slaap al ontnomen. Anton hief zijn hoofd op, ontsloot zijn oogleden, en zag dat de kleine karavaan de kustlijn achter zich had gelaten en rammelend een trogdal inreed. (6) 

Het luide balken van een ezel wekte Anton zijn diepe slaap. Een wonderlijke droom snelde uit zijn geest, iets met stokslagen en een gesprek met een ezel:
'Waarom slaat gij mij?'
'Staat op!'
Kreunend begroef hij zijn gezicht in Agnes' schoot, maar door het geratel van een kar hief hij zijn hoofd op: een kleine karavaan reed rammelend een trogdal in.


(1) dat de droom wonderlijk is, kan de lezer zelf bepalen
(2) overdadig beeld
(3) dat het een merkwaardig gesprek is, laat je beter aan de beoordeling van de lezer over
(4) houd het bij het gesprek bij de essentie
(5) het gaat vooral om het geratel van de kar, want de kar komt even later in het verhaal voor
(6) Ik zie niet voor me hoe een kar een kustlijn achter zich laat en een trogdal inrijdt en hoe Anton dat kan zien, m.a.w. wie is waar en hoe ziet het er daar uit?


Overigens is het een Bildungsroman

Lid sinds

3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door hazel

Bedankt Hazel!

 

  • Goed punt wat betreft de bijvoeglijke naamwoorden, ik zal zuiniger zijn.
  • Tijd en plaats moeten onbestemd blijven, dat is precies de bedoeling. Het moet wel smaken naar een mediterraans land en een pre-industriële tijd.
  • Je hebt helemaal gelijk, ik probeer 'mooi' te schrijven en dat werkt niet altijd. Ik ga er op letten. De stijl hoort een beetje oubollig te zijn maar niet per se pretentieus.

 

 

Lid sinds

3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Thérèse

Bedankt Thérèse!

 

  • Compacter, dus minder tekst, minder bijvoeglijke naamwoorden, tot de essentie komen. Dat is inderdaad een toegankelijkere stijl. Niet helemaal wat ik voor ogen heb, maar je hebt gelijk.
  • De lezer kan zelf bepalen, goed punt. Dat de droom wonderlijk is en het gesprek merkwaardig, hoort over te komen als de indruk van Anton. Ik zal het specificeren.

Lid sinds

3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Vraagje, ik ben gewoon nieuwsgierig: Ik zie dat jullie al 4 en 12 (!) lid zijn. Wat is jullie rol hier op Schrijvenonline? Is het gewoon een hobby, zijn jullie  betaald of vrijwillige moderators? Wat is de reden dat jullie fragmenten willen lezen en becommentariëren?

Lid sinds

4 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik ben een gewone gebruiker, net als jij. Ik ben schrijver van romans en verhalen en ik gebruik mijn ervaring graag om anderen te voorzien van (naar ik hoop nuttige, bruikbare, praktische) feedback.