Lid sinds

7 jaar 10 maanden

Rol

[Proza] Intro/oefening

Ik schreef dit als wijze van oefening, zonder een concreet doel voor ogen. Waar ik op hoopte was een (ietswat donker) humoristische introductie te doen van een karakter, welke ruimte creëert een enigszins absurdistisch personage in een vrij serieuze context te plaatsen. Toen ik het nalas vond ik dit echter niet genoeg doorkomen dus mijn vragen:

Is dit leuk om te lezen of toch eerder saai?

Wat vinden jullie van de schrijfstijl / afwisseling tussen korte en lange zinnen?

"volhardendheid" is geen woord, maar een goed passend alternatief vind ik moeilijk. Doorzettingsvermogen? Halsstarrigheid? Vastberadenheid?

Zou dit een personage zijn waarvan je benieuwd bent hoe die zijn leven verder doorkomt? (Welke ravages hij om zich heen zou aanrichten? Of hij leert/verandert?)

 

Fragment

Zoals de meeste baby’s, kwam Boudewijn schreeuwend ter wereld. Zijn moeder, die met de benen gespreid op de keukentafel lag en de verbrijzelde hand van zijn vader vasthield, was in de eerste instantie opgelucht toen ze dit geluid hoorde. Al gauw werd echter duidelijk dat de schok van de wereld buiten de baarmoeder geen kortstondige voor hem was. Boudewijn had namelijk vrij snel besloten dat hij helemaal niet geboren wilde worden, en zou dat de rest van zijn nog onbekende leven duidelijk maken. Aangezien hij de menselijke taal nog niet machtig was, huilde hij. En huilde hij. En huilde hij. Zijn moeder tuitte dan de lippen om een met speeksel geladen shhh-geluid te maken. Wat zij niet wist, was dat dit het enige was dat hij misschien nog meer haatte dan het feit te bestaan. Dus huilde Boudewijn harder, en zijn moeder shhh-te harder, en hij huilde harder, tot de tranen over haar wangen stroomden en die van hem eindelijk droogden. De keukentafel bleef zijn minst favoriete plek in het huis.

Zodra hij de kracht verzameld had te kruipen en te klimmen, wierp hij zich van elke rand die hij tegenkwam. Dit deed hij elke dag, tot er plots een omheining in de kamer stond waarbinnen (helaas voor hem) alles veilig was. Vanaf dat moment moest hij op zoek naar creatievere manieren om zich van het opgelegde leven vrij te waren. Boudewijn ontwikkelde een bijzondere interesse in kleine vergeten, liefst giftige, voorwerpen. Zijn kleine handjes reikten tussen de spijlen van de hekjes naar het hoekje achter de kamerlamp of de stoffige ruimte onder de zetel. Het enige effect dat dit had was dat zijn kooi alsmaar kleiner werd, en de vloer steeds schoner. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat Boudewijn pas met 16 maanden kon stappen. Die eerste stapjes gaven hem wel perspectief en hij maakte het zijn doel om zo snel mogelijk te leren rennen. De omheining had inmiddels geen nut meer en de kleine dreumes kon zich vrijelijk naar elke uitgang bewegen, waar hij zijn best deed de kwartslag-gedraaide deurklinken vast te grijpen. Hij had gehoopt dat zijn moeder de moed op een bepaald punt wel had opgegeven, maar het bleek dat volhardendheid een eigenschap was die vanaf haar kant aan hem door was gegeven.

Het eerste woord dat Boudewijntje uitsprak was uiteraard ‘nee’. Het duurde niet lang voor de ware kracht van dat woord hem duidelijk was. Hij leerde dat het best gepaard ging met strak op elkaar gedrukte lippen en een volledig uitgestrekt lijf. Eten, verschonen en in een zitje plaatsen maakte het zo goed als onmogelijk. De vader van Boudewijn was niet met hetzelfde geduld als zijn moeder gezegend en bleef steeds langer weg van huis, tot hij op een dag niet meer terugkeerde. Dit zou een wijs moment voor zijn moeder zijn geweest om het voorbeeld te volgen, maar ze bleef, weliswaar in ellendige staat. Het was niet dat haar leed Boudewijn onverschillig liet, maar empathie was iets dat hij vooral voor zichzelf voorbehield.

 

Lid sinds

2 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

KarmaPolice,

Ik vind het erg leuk om te lezen en ben wel benieuwd wat er van hem wordt. Ik verwacht wel een soort horrorverhaal.

Daarbij gezegd, dat ik pas op gang vind komen in de tweede paragraaf. Je neemt dan sterker het perspectief van Boudewijn. 

De eerste paragraaf is heel erg moeilijk, omdat je naar een perspectief moet gaan van een jongetje dat eigenlijk nog geen gedachtes heeft (wat het absurdistisch maakt), dus ik weet ook niet direct hoe het beter moet. "de verbrijzelde hand van zijn vader" dat komt verders nergens terug en wordt geen verklaring voor gegeven, dus dat vind ik niet kunnen. "was in de eerste instantie opgelucht" aangezien je hier een gevoel van de moeder beschrijft, leg je heel even het perspectief bij haar. "hij helemaal niet geboren wilde worden", wilde hij liever in de baarmoeder blijven of wil hij dood? Dat laatste vind ik niet helemaal matchen, want hij heeft op zijn manier wel plezier in het leven.

Over woorden. Als het woord duidelijk is voor de lezer, kun je het uitvinden. Dan voeg je iets toe aan de taal.

Succes ermee en ik lees graag een vervolg,

Lucas