Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

[Bundelverhaal] De uitvinder

"Bemin een vrouw, verwek een kind, schrijf een boek" - zo luidt een advies dat ik ooit tegenkwam. Het boek moet er nog komen, al is er wel een website vol korte verhaaltjes - het genre waar ik me het best bij thuis voel. Als solitair zonder netwerk zal ik het waarschijnlijk op eigen kracht uit moeten geven: vind ik prima, het gaat mij niet om poen of faam, maar om 's lezers leesplezier, de passieve tegenvoeter van 's schrijvers schrijfplezier.

Ik ben SOL dank verschuldigd dat ze mij met de "weekopdrachten" mijn eerste inspiratiebronnen hebben verschaft. Inmiddels haal ik mijn inspiratie vooral elders vandaan. Een beeld dat ik zie, een stuk prikkeldraad (wie heeft dat bedacht?), een naam die ik tegenkom. Ik blijf evenwel zitten met één cruciale vraag: zit hier ook voor anderen voldoende leesplezier in, zou een enkeling een dergelijk boekje zelfs wel willen bestellen, of is dit niet meer dan privegenoegen waar verder hooguit de kat z'n viool wat aan heeft? 

Een vollediger indruk van teksten, illustraties en het "boekconcept" (een bundel korte verhaaltjes met elk een plaatje) geeft mijn website "bobcomverhalen.nl", de digitale versie van wat het boek ongeveer zou moeten worden. 

Ik zie meningen, reacties en suggesties graag tegemoet

 

Fragment

​​​​​​De uitvinder

Niets, maar dan ook helemaal niets begreep Joseph ervan.  Hij herinnerde zich nog dat hij in zijn fauteuil in de woonkamer had gezeten. De Georgia Gazette van 5 october 1906 lag opengeslagen op zijn schoot, de kop “Glidden barbed wire orders soar as European tensions rise” stond hem nog helder voor de geest. De Ooostenrijkers hadden hun grenzen gesloten voor de import van Servische varkens of zoiets. Het was de “Pig War” gedoopt, en hij was een beetje verbaasd dat het prikkeldraad dat hij, Joseph Glidden, had uitgevonden om akkers te beschermen tegen rondgrazende dieren nu gebruikt werd om grenzen te sluiten voor varkensboeren.

Ineens was de kamer opgelost in een grijze mist, en nu stond hij hier op een verlaten vlakte. Naast hem stond een figuur in een donkergrijze monnikspij, over zijn hoofd een kap. Op de plaats waar een gezicht had moeten zitten kon Jopseph alleen een vage vlek ontwaren. Ze stonden bij een prikkeldraad afrastering, die zich in beide richtingen in de verte oploste.

“Wie bent u?” vroeg Joseph tenslotte. “En wat doe ik hier?”De gestalte strekte zijn arm, wees langs de afrastering naar de horizon. “Jouw werk?” klonk de fluisterende vraag. “Niet werkelijk” antwoordde Joseph naar waarheid. “Ik heb draad met stekels bedacht, omdat de boeren bij ons alleen maar houten latten met ijzeren pinnen hadden om hun oogst te beschermen. Tijdens de voorjaarsbeurs kwam ik op het idee om twee ijzerdraden te twijnen en daartussen dwarspunten te vlechten. Samen met mijn vrouw heb ik het procédé verfijnd en tenslotte ben ik van boer fabricant geworden”. “Ja, en rijk, en bankier, en sheriff in je negorij” klonk het fluisterend onder de kap vandaan. “Daar heb ik het niet voor gedaan”, zei Joseph, geraakt door de beschuldiging. “De boeren waren blij dat hun oogsten beschermd waren, en de veehouders hadden hun koeien ook liever binnen een hek dan overal waar ze maar wat te grazen vonden.”

“En hoeveel levende wezens denk je dat er hier gewond en bloedend zijn blijven liggen? Mensen en dieren die gewoon wilden weten of de natuur aan de andere kant net zo vriendelijk is als aan deze kant?” vroeg de figuur in pij, wijzend op het hek. “Ja, maar dat waren ongelukjes, of gewoon onoplettendheid,” verdedigde  Joseph zich. “Ik heb zelf ook wel eens een paar lelijke halen opgelopen door mijn eigen prikkeldraad. Als je oppast, kan je weinig gebeuren.”
”Weinig gebeuren”, siste de man in pij. “Weinig gebeuren? Kijk maar eens hoe weinig je gebeuren kan”, en op slag veranderde het landschap om hen heen. Waar onheilspellende stilte had geheerst klonken nu ontploffingen, geratel, schoten en gefluit, en waar even tevoren het hek had gestaan lagen nu rollen prikkeldraad tot aan de einder. “Mooi, hè”, fluisterde de gestalte. “Noemen ze concertina’s – harmonica’s, en niet omdat ze zo muzikaal klinken als er iemand in belandt. Heel effectief op het slagveld. En voor grenzen, concentratiekampen… Ben je  trots op wat je hebt uitgevonden, Joseph Farwell Glidden?”

“Maar het was alleen maar om de boeren in staat te stellen hun oogsten te beschermen”, huilde Joseph. “Dit kon ik toch niet weten?” “Nee, nee,” fluisterde de meedogenloze stem weer, “dat zei Berthold Schwartz ook toen ik hem Hiroshima liet zien. Hij geloofde dat buskruit de oorlog zou uitbannen, net zoals jij denkt dat je achter een gemenere omheining veiliger bent. Ga maar weer naar huis…”

De gestalte maakte een armgebaar en Joseph schrok wakker in zijn fauteuil. Berthold Schwartz, Hiroshima, wie waren dat? En was zijn prikkeldraad echt zo’n gemene omheining? Wat deden andere fabrikanten met zijn uitvinding? Met een onrustig gevoel vouwde Joseph de Georgia Gazette dicht. Hij zou deze dagdroom voor zichzelf houden, niet nodig om er Lucinda en hun dochter mee lastig te vallen. En wat de beschuldigingen van die figuur in monnikspij betreft… op je drieënnegentigste had je recht op een oude dag zonder schuldgevoelens. Wat je niet kon weten, kan je niet aangerekend worden. Morgen zou hij naar de bank gaan en nog een schenking doen – misschien wel aan een instelling die oorlogen wilde uitbannen.

 

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik vind het leuk geschreven en ook ga je netjes met de taal om.

Ik mis wel iets. De inhoud van het verhaal is voor mij te zeer 'on the nose'. Je maakt een heel duidelijk, moralistisch punt, dat geen ruimte overlaat voor interpretatie. Het is niet van een andere kant te bekijken, er zit geen diepere laag in en zet ook niet aan het denken over de tegenstrijdigheid van het leven. Je personage zet je eendimensionaal neer, hij komt niet tot diepere inzichten, impliciet noch expliciet.

Ik zou wel een verhaal van je willen lezen met een even duidelijke moralistische thematiek, maar dan een meer-dimensionale uitwerking. Iets dat de grijze gebieden van de menselijke moraliteit van verschillende kanten belicht. Kanten die met elkaar in wrijving zijn. Waarin je personages echte mensen zijn met meer complexe gedachten en gevoelens.

Ik hoop dat je iets aan mijn gedachten hebt :)

Klein ander puntje: wat heeft Berthold Schwartz met Hiroshima te maken? Kun je het dan niet beter over Paul Tibbets hebben, of Oppenheimer?

Lid sinds

1 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Mijn eerste gedachte is dat het een stuk was voor een schoolboek. Ik heb je website bekeken en paar verhalen gelezen. Je schrijft heel soepel en doordacht, maar ik vind je verhalen wat uitleggerig. Vandaar de associatie met een educatieve uitgave. Diane hierboven omschrijft het goed. Gooi er wat twijfel in, timmer het niet dicht en maak van de personages authentieke persoonlijkheden, dan heb je goud in handen. Want schrijven kun je wel!

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Diana Silver, MarianneO, 
Hartelijk dank voor jullie commentaren. Ik herken wat julle erin missen, maar denk ook dat ik dat gemis niet zal kunnen (of willen) aanvullen. Twijfels, afwegingen, conflicten, gelaagdheden zijn dingen waar ik weinig affiniteit mee heb. In de menselijke moraliteit heb ik weinig fiducie, diepere inzichten verwerf je niet maar denk je te verwerven. Ongeveer zoals je in lange gesprekken aan de bar, met hulp van de nodige vloeibare of vluchtige ondersteuning, op een bepaald moment doorziet hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. De ontnuchtering komt doorgaans daags daarna met de routine van alledag. Kortom: ik geloof dat de werkelijkheid eigenlijk behoorlijk eendimensionaal is. 

Mijn hoofdpersonen leven hun leven ongeveer zoals (mijn huis)dieren hun leven leven. Ze volgen hun impulsen en na verloop van tijd en inspanning hebben ze een bepaald resultaat bereikt of niet. De vis is verorberd, het gat in de tuin is gegraven, er is wellicht bevrediging, maar morele dilemma's staan daarbuiten. Ik kan de pest in hebben over mijn uitgegraven afrikaantjes of de restjes zalm op de keukenvloer, mijn hond of kat hebben daar geen boodschap aan. De dierenverhalen van Anton Koolhaas zijn mijn grote voorbeelden. Hij beschreef de werkelijkheid zoals die zich voordoet vanuit het perspectief van een ander wezen. Voor mij is het secundair of dat een dier of een mens is. Niet het personage maar het bestaan speelt de hoofdrol, en daarmee staan niet de twijfels en emoties van de personages centraal maar de resultaten van hun doen en laten. Het meisje is weer vis geworden, het prikkeldraad is uitgevonden, de tempel verwoest, het manuscript gecopieerd, het beeldje van/voor de beminde gesneden. 

Op de door Marianne genoemde uitleggerigheid zal ik extra alert moeten zijn. Educatieve teksten? Niks erg, niet voor niets leun ik graag op historisch materiaal. Daarin kun je personages verwikkelen in drama's en conflicten, maar je kunt je ook beperken tot het beschrijven van hun doen en laten en in tekst en toon daar je eigen licht op werpen of zelfs een eigen draai aan geven. Zo worden situaties en personages niet zozeer spiegels van zieleroerselen maar eerder een soort quasi-historische sprookjes en verhaaltjes: geschiedenis in de zin van "wat is geschied en is". Als dat geen literaire kwaliteit oplevert vind ik dat niet erg. Maar als het resultaat niet met plezier te lezen is vind ik dat wel erg.

Edit @ Diana: Oppenheimer of Tibbets  waren geen optie omdat ze in Gliddens toekomst lagen en dus niet in de parabel passen. Schwartz wou met zijn buskruit oorlog zo afschrikwekkend maken dat niemand er aan begon (apocrief). Gold ook voor Nobel, maar die was teveel tijdgenoot van Glidden.

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Goed, maar ongeacht de visie op de mensheid die je wilt vertolken, je verhaal moet toch een kop en een staart hebben, een opbouw en een climax. En die climax moet overtuigend op de opbouw aansluiten.

Als je dat niet doet voelt het verhaal als een verspilling van tijd om te lezen, en het einde als een teleurstelling - wat in deze versie, voor mij, inderdaad het geval is.

Ik denk dat een groot deel van het probleem erin ligt, dat je de belofte opwekt tot morele diepgang, tot twijfel en grijs gebied. Als je een personage in een pij opvoert die je hoofdpersonage komt vertellen dat zijn goedbedoelde uitvinding onvoorziene gevolgen heeft, dan beloof je de lezer, impliciet, een houtsnijdend commentaar op de ethiek van de uitvinder. Zulk commentaar blijft uit. Je personage haalt zijn schouders op en gaat over tot de orde van de dag. En nou ja, als een verhaal je hoofdpersonage al niet kan interesseren, welke hoop heb je dan dat het een lezer interesseert?

---

Diana: Oppenheimer of Tibbets  waren geen optie omdat ze in Glidden toekomst lagen en dus niet in de parabel passen.

Oké, maar de bom op Hiroshima viel 39 jaar na de dood van Joseph Glidden. Jouw pijdragende onheilsprofeet is dus toch al een tijdreizger. Anyway, mijn punt blijft vooral dat het heel vreemd voelt om Hiroshima aan buskruit te verbinden... Plus: ik ben ervan overtuigd dat er meer passende voorbeelden zijn. Richard Gatling en de Sommes?

die was teveel tijdgenoot van Glidden.

Waarom is dat een probleem? Past het daardoor niet júist goed in je setting?

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Diana, dank voor je reactie en jammer van de tijd die je verspild hebt. Mijn verhaaltjes (verkleinwoord is expres) hoeven voor mij niet per se aan de criteria te voldoen die jij aanlegt. Kop en staart, opbouw en climax kunnen soms hun functie hebben - maar ook een "stream of consciousnes", een situatieschets of een observatie kunnen een verhaaltje maken. Het gaat mij niet alleen om de plotontwikkeling, maar ook (misschien zelfs vooral) om de observaties en verwijzingen die je erin stopt.

Ik hecht daarbij niet zozeer aan grote gevoelens en ontwikkelingen zoals twijfels, morele diepgang, waarheid of een boodschap. Als mijn verhaaltjes al een motto hebben dan is dat "wie lacht niet die de mens beziet". Joseph Glidden was zo'n mens om om te lachen. Denkt de boeren in de buurt te helpen met een alternatief voor de spijkerlattenheining, en komt op de proppen met prikkeldraad dat het aanzien van de wereld heeft veranderd - maar niet verbeterd. Simpel verhaaltje, simpel moraaltje. Niet voor niets noem ik dit "Verhaaltjes voor de vaak". Ze zijn er om de zinnen te verzetten, de verveling te verdrijven, iets te lezen als je niks te doen hebt. 

In de middeleeuwen had je sproken, korte verhaaltjes, soms met moraaltjes. Mijn verhaaltjes zijn langer, maar pretenderen niet meer dan die van de "sprookspreker". Het gaat erom dat de lezers ze leuk vinden, en soms iets tegenkomen dat een lichte emotie oproept. Dat kan een gimlach zijn, een boosaardig grinnikje, of een lichte weerzin - of verveling en teleurstelling natuurlijk. Dat laatste zou ik jammer vinden voor mij en de lezer, maar je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Alleen als "iedereen" "niemand" wordt kan ik beter met mijn verhaaltjes stoppen.

Uiteraard moeten de elementen in de sproken aansluiten bij de inhoud en de bedoeling - zo die er al is. Het verhaaltje over Joseph Glidden gaat over goede bedoelingen en hun fatale effecten. In dat verband vind ik Berthold Schwartz beter passen dan de door jou gesuggereerde namen, omdat bij Schwartz de afstand tot (en de naiviteit van) de bedoeler groter is, en de fatale effecten meer het karakter hebben van "collateraalschade van een goede bedoeling".  Maar eigenlijk ligt de discussie of Oppenheimer, Tibbet, Gatling of Nobel dan niet eerder genoemd zouden moeten worden een beetje buiten de vraag of het verhaal erbij wint. Zoiets als discussieren over de vraag of een Max Tailleur-mop er beter van wordt als Sam en Moos vervangen worden door Jan en Piet. Voor iemand die niet van Max Tailleurmoppen houdt verandert er dan weinig. Des te meer waardeer ik de tijd die je in je replieken hebt gestoken.

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Als je je tegen elke onderbouwing van feedback verweert met "maar ik wil er niets aan verbeteren", vraag dan niet om feedback. Want dit is een beetje frustrerend...

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker


...vraag dan niet om feedback. Want dit is een beetje frustrerend..

Zal ik dus ook niet meer doen. TBNT.
 

Lid sinds

12 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Hoi Bobcom, je feedback vraag is niet erg specifiek:

Ik zie meningen, reacties en suggesties graag tegemoet

In de Regels voor Proeflezen staat o.a.:
Geef aan wat je van de proeflezers wilt weten. Ben je onzeker over spanning? humor? stijl? Hoe specifieker hoe beter. Wees dus eerst zelf kritisch voor je anderen kritisch laat zijn.

In welk opzicht wil je graag je tekst optimaliseren? 

Overigens bemerk ik in je antwoorden een discrepantie tussen hoe je tegen het leven aankijkt (Ik kan de pest in hebben over mijn uitgegraven afrikaantjes of de restjes zalm op de keukenvloer, mijn hond of kat hebben daar geen boodschap aan) en hoe je je personage in je verhaal vormgeeft (Naast hem stond een figuur in een donkergrijze monnikspij, over zijn hoofd een kap).

Wat doet die monnik daar? Wat is zijn rol? Want hij staat er natuurlijk niet echt. Hij is een alter ego, een geweten, een  zielsvraag - you name it. Jouw hond of kat zullen - vermoed ik sterk - geen mededier in geestelijke kledij naast zich vinden die hen confronteert met uitgegraven afrikaantjes of restjes zalm op de keukenvloer.

Daarom is je redenering:
Niet het personage maar het bestaan speelt de hoofdrol, en daarmee staan niet de twijfels en emoties van de personages centraal maar de resultaten van hun doen en laten.

niet compatible met de clou/moraal van je verhaal:
Morgen zou hij naar de bank gaan en nog een schenking doen – misschien wel aan een instelling die oorlogen wilde uitbannen.

Want dat doet de man echt wel vanuit emotie: hij was immers geraakt door de beschuldiging, hij verdedigde zich, hij huilde, schrok wakker en had een onrustig gevoel.

Dit zijn resultaten van het doen en laten van je personage, van zijn beleving, zijn perceptie. Een sterk verhaal verdient dan tóch wat meer contrast, diepgang en nuance. En dat zou ook leuk zijn. Je geeft je lezer nét dat ietsje meer (waar je zélf niet in gelooft, maar je personage wel - en díe is de drager van het verhaal, niet de schrijver).

Echter, zonder de uitleg over hoe je schrijven wilt leest je verhaal vlot en is het informatief. 

Lid sinds

2 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Thérèse, je hebt de vinger op de zere plek gelegd. Ik had er beter aan gedaan mijn verhaaltje niet voor te leggen, zeker gezien de "Regels voor het proeflezen" die je aanhaalt. Natuurlijk kan ik ingaan op je incompatibiliteitsstelling en mijn overtuiging lanceren dat emoties even oppervlakkig zijn als kleren, en dat Jospeh's storting aan de caritas zoiets is als een middeleeuwse aflaat. Maar dat klinkt a: gelijkhebberig, en b: doet niets af aan het feit dat mijn vraag en verhaaltje hier ongeveer even goed passen als een karbonade in een veganistische keuken.

Overigens: ik weet nog niet zo zeker of mijn huisdieren ook niet onder de supervisie van een Hogere Leidsman staan. Er worden hier verrassend weinig afrikaantjes uitgegegraven, en vaak blijft de zalm onverlet op het aanrecht liggen.

Lid sinds

12 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Bobcom, je verhaal past hier heel goed. Proeflezen dient ergens voor - om je tekst te optimaliseren aan de hand van reacties van forummers. Wat je ermee doet, is aan jou, natuurlijk. Hopelijk heb je er wel iets aan gehad.

Natuurlijk kan ik ingaan op je incompatibiliteitsstelling en mijn overtuiging lanceren dat emoties even oppervlakkig zijn als kleren, en dat Jospeh's storting aan de caritas zoiets is als een middeleeuwse aflaat.
 
Dat is een heel interessante benadering. Die zou je kunnen doorvoeren in het verhaal, want het is je overtuiging. Dan álle emoties eruit. Al was het maar één keertje bij wijze van experiment om te zien wat het oplevert. Of het resultaat ook voor de lezer - juist voor de lezer - te herleiden is naar je overtuiging. De lezer zou die moeten kunnen aanvoelen, proeven. Dan ontstaat er betrokkenheid op de tekst. Dan leeft de tekst.

Lid sinds

9 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Bobcom schreef; Wat je niet kon weten, kan je niet aangerekend worden.

De "Niet willen weten mensen" mag je alles aanrekenen.

De "Niet kunnen weten mensen" mag je iets aanreken. 

Iedereen, ook huisdieren, zijn iets aan te rekenen. 

Bobcom schreef; Ik herken wat julle erin missen, maar denk ook dat ik dat gemis niet zal kunnen (of willen) aanvullen.

 Hoe vaak is met u al afgerekend - over kunnen of willen - door een medemens of huisdier? 

Bobcom schreef; Als mijn verhaaltjes al een motto hebben dan is dat "wie lacht niet die de mens beziet".

Iets meer dan 6 miljard mensen. 

Ik vind het een goed fragment. 

Lid sinds

8 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Bovenstaande discussie prikkelt mij, en ondanks dat ik geloof dat ik inhoudelijk niet veel toe te voegen heb op de feedback die je al ontvangen hebt, wil ik toch nog in mijn eigen woorden mijn mening en suggesties aan je geven.

Ik vind dat je verhaal een interessante structuur heeft. Ik vind het alleen niet aannemelijk dat een persoon als Joseph Farwell Glidden zich laat aanleunen dat zijn uitvinding slecht is en dat hem dat aan te rekenen valt. Zijn verweer lijkt voor de vorm te zijn geschreven, gesouffleerd door de vent met de capuchon, of in ieder geval door iemand die het volledig eens is met diens commentaar. Persoonlijk denk ik dat die kapdrager uit zijn nek lult en ik had graag wat meer weerwoord gezien.