Lid sinds

2 maanden 3 weken

Rol

[fantasy/avontuur] Aarde

Hallo,

Ik ben 15. Dit is mijn eerste probeersel dus ik weet dat het geen topkwaliteit is. Ook heb ik dyslexie maar toch zou ik graag schrijver worden. Daarom wil ik graag jullie mening. Ik zou het willen gebruiken als proloog of eerste hoofdstuk van een boek dat ik aan het schrijven ben. Zit er genoeg spanning in? Zou je verder lezen? Wat kan ik nog verbeteren?

Er komen fictieve landen en steden in voor. Ik heb er een kaart bij gemaakt voor de duidelijkheid maar die toon ik hier niet. Ik heb nog geen titel voor mijn verhaal.

Alvast bedankt voor jullie tips

Chiara

Fragment

De hitte was verschroeiend, mijn kleren plakten aan mijn lichaam en de stank van ongewassen lichamen was niet te harden. Al vier dagen zat ik in deze wagon, al vier dagen tussen het raam en een vlezige man geperst. Ik had deze dagen nauwelijks geslapen door het gesnurk en de warmte in de trein. In het rijtuig zaten voornamelijk volwassen mannen waardoor ik me klein en machteloos voelde. Ik keek naar mijn met henna versierde hand. Het enige aandenken aan mijn leven vier dagen geleden. In de rugzak tussen mijn benen zaten ook nog een boek, wat kleren en een boterham. Meer had ik niet kunnen meebrengen. Als ik nog lang in deze trein bleef zou ik vergaan van honger en dorst. Of van de warmte.

Ik keek naar buiten. We waren nog steeds ergens in de Grote Zandvlakte van Alina, maar in de verte waren er al bergen te zien. Dat betekende dat we dichter bij de Sidustiaanse bergketen kwamen. 

Ergens in de wagon kuchte een man en toen ik opkeek knipoogde hij. Ik keek snel de andere kant uit. De man baande zich een weg tussen de andere passagiers en kwam op me af. Hij kwam op míj af. Al mijn spieren waren gespannen. De man vroeg de lijvige man aan de kant te gaan en nam zijn plaats in. Hij liet zijn blik langs me glijden. Na een lange stilte begon hij me uit te horen: “Wie ben je?”, ik schrok van de felheid in zijn stem maar herpakte me en beantwoorde vinnig zijn vraag: “Dat gaat je niets aan!” Nu was het mijn beurt om hem te bestuderen. Ik schatte hem niet ouder dan vijfentwintig, waar ik van schrok want het had eerst geleken dat hij in de veertig was. Maar ik had hem dan ook nog niet recht durven aankijken. Zijn huid was zongebruind, hij had donkere ogen en keurig geknipt kroeshaar. “En, bevalt het?”. Ik keek hem niet begrijpend aan. “Bevalt mijn uiterlijk je?”, preciseerde hij. Ik schonk hem een boze blik en keek uit het raam. Hij grinnikte maar liet me verder met rust.

 

Ik hief mijn hoofd en keek verdwaasd om me heen. Al snel herinnerde ik me waar ik was. “Eindelijk, je bent weer wakker”. Ik keek naar de klok die bij de deur van de wagon hing. “Ik heb maar een half uur geslapen!”, snauwde ik hem toe. “Hoe heet je?”, ging hij onverstoorbaar verder. Ik gromde. “Wie ben jíj en waarom val je mij lastig?”, was mijn wedervraag. “Ik heet Orion, zoon van vuur! En lastigvallen is een groot woord. Ik noem het liever ‘trachten een conversatie te starten met iemand van mijn leeftijd die toevallig een chagrijnig meisje is’”, hij grijnsde, duidelijk tevreden met zijn antwoord. “Hoe oud ben je? Ik ben negentien”.

“Zeventien”, mompelde ik. Buiten werd het al heuvelachtig, een voorbode van de bergen. Ook zag je al meer planten, voornamelijk duingrassen. Het was nog altijd warm maar het was dragelijk. De stank bleef echter. “Avani trouwens. Maar iedereen noemt me Ava”. Hij bleef even stil. “Aarde. Mooie naam”. 

“Aarde?”

“Avani is een Zoticaanse naam en betekend aarde. Kom je uit Zotica?”

“Nee, maar mijn grootmoeder wel. Jij?”

“Nee, ik heb er twee maand gewoond waardoor ik nu min of meer de taal beheers”.

 

Ik zat nog een dag en twee nachten in de trein en Orion bleef de hele verdere reis naast me zitten. Toen het licht werd zag ik in de verte de hoofdstad van Zuid-Alina. De vorige dag waren we door de bergen gereden en nu duurde het niet lang meer of we zouden uitstappen.

Ik keek naar de struiken en hutten die als schimmen langs mijn raam zoefden. Al snel verdwenen de struiken en werden de hutten huizen. De trein begon te vertragen en langzaam maar zeker kwam hij tot stilstand in het station van Ooda. Ik worstelde me tussen de mannen die allemaal zo snel mogelijk uit de trein wilden. Orion was ik uit het oog verloren en hopelijk hij mij ook. Ik klemde mijn rugzak stevig vast en toen ik buiten kwam zwierde ik hem over mijn schouder. Ik was helemaal omringt door mensen. Ik baande me een weg tussen het volk en bereikte de andere kant van het station. Ik zoog mijn longen vol met frisse lucht. Ik was in Ooda.

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik vind het beeldend en levendig.

Of het spannender kan en of er nog wat te verbeteren valt... vast wel. Maar dat komt later.

Geneuzel over zinsopbouw of spanningsbogen kunnen je ook in de weg gaan zitten, terwijl als je net begint het belangrijkste is om erachter te komen wat jíj wil schrijven en waar jíj blij van wordt. Schrijf wat je wil schrijven. Maak je nog even niet druk over wat andere mensen voor meningen over je tekst zouden hebben. Train eerst gewoon je hersenen om gedachten en beelden om te zetten in tekstvorm.

Als je een eind in je verhaal bent, vraag me dan nog eens naar tips over hoe je zinnen zo taak mogelijk kunt opbouwen of zo :)