Lid sinds

2 jaar 3 maanden

Rol

[Roman] De Zelfloze

Beste proeflezers,

Hierbij laat ik graag de eerste scène van mijn boek lezen. Het gaat over een jonge vrouw die in therapie gaat. Met de eerste scène wil ik een aantal dingen bereiken: ik wil duidelijk maken wat haar probleem is en  dat ze in therapie zit.

De flashback gaat nog veel verder, het gaat meer om de overgang dan om de herinnering.

Mijn vragen voor jullie:

  • Is het duidelijk genoeg geschreven? (Weten we ongeveer wat haar probleem is?)
  • Is het duidelijk dat de therapeut haar vraagt om terug te gaan naar het gevoel en de herinnering die ze hierbij krijgt? (Omdat ik natuurlijk geen aanhalingstekens gebruik. Dit is met een rede, maar ik wil wel weten of het lukt, zonder.)
  • Loopt het vloeiend? 
  • Ben je benieuwd hoe het verder gaat?

Alvast bedankt voor het lezen!

 

Fragment

 

Er leeft een ontluisterende angst in mij. De wereld heb ik uitgekleed, onttroont van haar illusies totdat zij als onvruchtbare, braakliggende grond ten tonele kwam. Haar lelijkheid deed mij walgen, hoe de uitgestrekte zinloosheid, die ons vroeg of laat aan haar onderwerpt, als een etterend gezwel in ons voortleeft, terwijl wij ons nietsvermoedend door láten leven, tot het moment dat wij geleefd zijn. Deze nietigheid onderschikt zich aan mijn gekrenktheid: ik heb mijzelf namelijk eveneens uitgekleed. Sterker nog, ik heb mijzelf ontmanteld, mijn excessieve razernij (lees: somberheid) heb ik in de kiem gesmoord en hierom blijft er niets anders over dan een teugelloze leegte, die door anderen kan worden ingevuld, inwisselbare karaktertrekken dus, het is als eendjes vissen op de kermis, en ik wil zelf gaan vissen; ik wil niet sterven zonder te weten wie ik ben. Ik laat mij meevoeren door een leven dat niet van mij is, ondertussen trekt dat leven aan mij – ik krijg er waanideeën van –, het vlakt mijn sporen uit en ik blijf zelfloos over, op een uitgestrekte woestijnvlakte waar alles hetzelfde is als voorheen, en toch voel ik me daar ontheemd. Enigszins zou je kunnen zeggen dat literatuur mijn essentie is, al zou het een essentie zijn die ik veracht, zoals ik alles veracht, omdat het bestaan buitengewoon nietsbetekenend is. Zelfs liefde komt voor uit een primitief soort eigenbelang. Zelfs hij, die verkondigt gesprekken te voeren uit een soort nobelheid, heeft het in wezen enkel over het helpen van zichzelf. Hij vraagt waar ik het gevoel van vervreemding beleef. Ik wijs naar mijn buik, een beetje hier, zeg ik. Of ik er naartoe wil ademen, niet wegstoppen, wel zien, erkennen en hérkennen. Komt dit gevoel je bekend voor? Ik sluit mijn ogen, onrust werpt zich op alsof het mij iets probeert te vertellen en hoe meer ik naar dit gevoel grijp hoe verder ik van de wereld verwijderd ben. Ik zie het kleine meisje voor me. De haartjes op mijn witte benen stonden stijf overeind, zoals bevroren grassprieten, en in mijn ogen prikte het schelle licht van de tl-lampen. Ik bekeek de meisjes om je heen; zij waren elkaars badpak aan het beoordelen. Ze gleden met hun plakkerige appelstroopvingers over de gladde, synthetische textielvezels die tegen hun lijven aandrukten. Neon-sterren, bloemetjesprint, felgekleurde strepen. Ik had effen zwart. De geur van chloor drong tot diep in mijn neus naar binnen, haastig reikte ik naar mijn gezicht. Waren chemicaliën in staat neushaar te verschroeien? Ik zag voor mij hoe het schroeien van mijn neusharen eraan toeging, er niets anders overbleef dan twee perfect geronde grotten bedolven onder het gemis van hun bewakers. Ik haalde diep adem, zover zou het vast niet komen. Mijn wijsvinger – met een ring van edel kroonjuweel eromheen, kwam uit de automaat van de supermarkt – daalde ik af naar mijn borst, waar ik aan het koortje van mijn vest friemelde. Mama had gezegd dat het wel goed zou komen vandaag. Zwemmen zou wel lukken. Komt goed. Ik had haar nier geloofd, vorig jaar op zwemles had je ook alleen de brei aan kinderen die door elkaar heen zwom en erbij gilde gezien. Het was een kudde groepsdieren, opzoek naar de alfa die hen zou begeleiden.

 

Lid sinds

4 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste Anna,

Aan mij heb je niet veel, ik moet zelf nog veel leren. Ik vind het mooi geschreven. Er is alleen een zin waar ik over struikel, dat moet echt anders, staan ook taalfouten in, enkelvoud moet meervoud zijn, en dat is: "...en erbij gilde gezien". o ja ik zie het, heb je er nou de brei aan of heb je ze gezien. Dat moet even hersteld worden.

Succes! Boyard

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Anna,

Dit schaar ik onder het hoofdstuk "mooischrijverij".  Niet mijn ding.  Tijdens lezen kom ik in  analytische modus en dat houdt me weg van de inhoud, van het gevoel wat ik wil ervaren als ik fictie lees. 

Inhoudelijk staan er ook woorden die voor mij eenvoudig onzin zijn. Neem de zin .[.., ], onttroond* van haar illusies [...]. Hoe kun je illusies onttronen?  Na een regel of 8 ben ik met lezen gestopt.  Sorry.

Lid sinds

11 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi,

Je eerste vraag: het probleem is denk ik dat de persoon het nut van het leven in het algemeen niet ziet en het nut van haar eigen leven. Of het duidelijk geschreven is? Het leest moeilijk voor mij. Abstract. Ik moet behoorlijk zoeken tussen de woorden om de woorden die ertoe doen en de kern vinden eruit te vissen, waarbij ik me vaker afvraag waar dit over gaat. 

2e vraag; na 3x lezen. Had het idee dat de vraag aan mij als lezer werd gesteld en dat vond ik best storend.

Misschien zou ik hier beginnen 'Zelfs hij, die verkondigt gesprekken te voeren' en al het voorgaande deleten. Vanaf daar leest het natuurlijker, vloeiender. 

Of ik verder zou willen lezen; vermoedelijk niet. Ben meer van direct in een conflict, volle actie. 
En ik heb geen clou waar het heen gaat. 

Dit:
'Enigszins zou je kunnen zeggen dat literatuur mijn essentie is, al zou het een essentie zijn die ik veracht, zoals ik alles veracht, omdat het bestaan buitengewoon nietsbetekenend is.' 
Gaat het over literatuur of iemand die zich ontwikkelt tot auteur?

Hoe oud is deze jonge vrouw? Het klinkt eerder als een jong kind?
'Mama had gezegd dat het wel goed zou komen vandaag. Zwemmen zou wel lukken. Komt goed. Ik had haar nier geloofd, vorig jaar op zwemles had je ook alleen de brei aan kinderen die door elkaar heen zwom en erbij gilde gezien.'

Dit staat in contrast met hoe je je tekst opent met grote, diepzinnige reflecties. Uit de tekst kan ik niet afleiden dat dit een flashback is, dus... loopt hier iets scheef is loopt dit goed? Het is mij niet duidelijk.

Groetjes!