Lid sinds

2 jaar 2 maanden

Rol

[Poezie] Lentedag

Hoi! Ik schrijf stukjes die in mij opkomen. Die zijn heel spontaan. Ik zie het als een combinatie van poëzie en korte tekst. Ik vraag mij af wat anderen ervan vinden. Hoe voel je je als je het leest? Welk gevoel geeft het af? Maakt het nieuwsgierig? Er zit niet een context omheen. Het is mijn gedachtegang die ik op papier zet. 

Ik ben ontzettend benieuwd wat jullie ervan vinden. Ik hoor het graag!

Fragment

 

Mijn raam staat open. De lentelucht blaast naar binnen en blaast zo de donkere winterdagen weg. Onder het dikke dons van de winter ligt een nieuw voorjaar. Mijn huid is als nieuw, schraal en rood. Nog een beetje te bang om mijn jas uit te doen. De zon is zacht genoeg voor het dunne doorzichtige vel. Onder het dunne laagje liggen mijn dromen, verlangens en duiveltjes die ik niet wil laten zien. Het vel is zo dun dat ze doorschemeren. Naar mijzelf en naar jou. De afgelopen jaren is er eelt gegroeid. Zo dik en stug dat ik en jij niet naar binnen konden kijken. Schilfers zijn sneeuw geworden en hier sta ik. Dit dunne vel is wennen. Mijn kleren omarmen een andere huid en mijn nieuwe huid oude kleren.

Mijn grootste geluk is mijn raam. Mijn raam die mij de blauwe lucht laat zien. Een schilderij gevuld met helderblauwe verf. Af en toe een witte streep en een vliegtuig die zoeft door het canvas. Ik weet dat jij naar hetzelfde doek kijkt, maar een ander schilderij ziet. Jij ziet nu de donkere nacht en sterren. Jij ruikt geuren van donker oerwoud en woeste natuur. Ik ruik de geuren van de stad. Ik ruik de auto die door mijn straat zoeven, de bloesem die op de bomen uitkomt en de resten van de vele levens die hier rondlopen. Mijn buurvrouw is haar balkon aan het opruimen. Ik heb haar de hele winter niet gezien. Haar haar is vochtig en opgerold in een clip. Ik ruik haar shampoo terwijl ik haar onderzoek. De geur van eucalyptus en reinheid komt mij tegengemoed. Ik houd van de geur en ik hou van haar. Hoe zij net als mij de nieuwe zonnestralen omarmt. Je kan veel zeggen over de mensheid maar zij is het mooiste op een zonnige dag in een veilig land.

Als ik aan jou denk knijpt mijn keel dicht. Jij bent vrij. Beweegt je als een zwerver over de wereld. Bij jou rook ik geen schone haren maar de grondige geur van jou. Elke keer als ik douche schaam ik mij een beetje. Schaam ik omdat ik vuil van mij moet afspoelen. Het vuil afkomstig van een leven dat ik niet wil lijden. Jouw geur is van een leven dat je wilt leven. De deeltjes van dingen waar jij gelukkig van wordt. Waarom zou je die afwassen?

Ik merk hoe de mensen hier hun onbehagen vullen met dingen. Met kleren uit winkels die kilo’s stoffen verkopen. Aan elkaar genaaid met valse beloften en tijdelijke trends.  Maar ik hou ook van de meiden die door de straat flaneren. Van de mogelijkheden die kleding biedt. De dunne vellen van de mens bekleden met glitter en heldere kleuren. Omarmen op een manier die veel mensen niet voor hen kunnen. Het is een contradictie, net zoals zoetzoute drop. De stroperige zoete smaak die je mond vult met het rauwe zout die je mond laat schrikken. Mijn favoriete dropje. Jij was ook mijn favoriet. Jouw ogen zijn mijn favoriete edelstenen en jouw armen de zachtste kussens. Jouw zinnen waren mijn favoriete muziek en jouw woorden mijn dierbaarste gedichten.
 

Ik was overwelmd om alles in één keer te krijgen. Jij was zoveel en ik verwachte zo weinig. Zonder een lot te kopen had ik de hoofdprijs gewonnen. Bang dat het niet echt was durfde ik de prijs niet op te halen. Ik heb jou laten staan. 

Ik mis je. Maar de zon is hier ook mooi. Dat zeg ik tegen mijzelf. De zon verzacht en laat verdragen. Ooit wil ik je het vragen. Of jij ook naar de lucht kijkt en vraagt hoe het canvas eruit had gezien als er twee penselen het doek hadden geverfd. Als mijn kwast met mijn rode lokken strepen op jouw doek had gemaakt. Welke kleuren waren er ontstaan als onze kleuren hadden gemengd? Het donkere groen en bruin van jou ogen met het blauw en rood van mij. Het was vast een mooi schilderij geweest. Ik had het graag opgehangen. 

Lid sinds

4 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Julia,

Ik vind je tekst prachtig. Niets meer aan doen. Misschien een element waar ik als lezer een beetje moeite mee heb:twee keer in het stukje komt 'schilderen' en een 'schilderij' voor verweven met je poetische tekst. Ik heb vrij snel moeite met verwijzingen in die richting omdat de perceptie van een schilderij als oogstrelend en zinnebeeldig wordt gebruikt een beetje clichématig is, naar mijn smaak. Dat heeft ALLES te maken met mijn achtergrond als beeldend kunstenaar, als schilder. Een schilderij is zoveel meer dan dat. Een schilderij wat aan die verwachting voldoet en je graag wilt ophangen vind ik dan niet zo sterk. Ik begrijp dat je dat gebruikt als symbool van jullie volmaakte samen zijn maar dat overtuigt mij niet. Maar dat kan aan mijn fixatie liggen. Anders zou het zijn als het schilderij juist lelijk is of problematisch, moeilijk om te begrijpen of omdat het staat voor diepere of donkerdere, verscholen emoties, thema's. Die je misschien liever ontwijkt. Je verloren kans op een gelukkige relatie zou je op die manier kunnen verwerken. Zou zo het een contrast kunnen vormen tegenover de mooie dromerige sfeer in de tekst. Ik weet niet of je er wat aan hebt. Het is natuurlijk een persoonlijk visie. Zie maar.

Groeten, Boyard

Lid sinds

2 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Boyard

Beste Bayard, heel erg bedankt voor je reactie! Het heeft mij bewust gemaakt dat inderdaad dat een schilderij niet perse mooi hoeft te zijn. Dat juist schilderij die niet standaard esthetisch zijn juist vaak de doeken zijn waar je oog langer op blijft hangen. Ik ga bedenken hoe ik dat in de proza kan verwerken. Dankjewel!

In dit stuk zie ik de verwijzing van het schilderij als je leven. Het raam verwijst naar het uitkijken op iets. Het doek is bij de hoofdpersoon nog vrij rustig; enkele blauwe lucht en af en toe een witte streep. Een abstract schilderij waar nog niet veel strepen op zijn gezet. Doelend op; nog jong, nog niet zoveel meegemaakt. Maar ook een doek waar nog zoveel op mogelijk is. Echter moderne kunst is soms ook een boek met helder felle kleuren die net zo prachtig zijn. Elk doek is mooi op zijn eigen manier maar de hoofdpersoon weet nog niet zo goed wat hij/zij wil schilderen. 

Het mengen van de verf met de persoon naar wie wordt verwezen is een vraag. Sommige kleuren mengen helemaal niet mooi met elkaar, het wordt grijs en bruin en het schilderij is niet meer mooi. Echter weet de hoofdpersoon niet welke kleuren waren ontstaan omdat zij eigenlijk te bang was om te mengen, te bang om samen te zijn. Het is de vraag van samen kunnen zijn, zouden wij samen een mooi doek kunnen maken (een mooi leven hebben) die door het gedicht zweeft. Echter weet je niet of het mooi of interessant zou worden. Ik denk dat ik daarom het einde nog aanpas. Heel erg bedankt voor de opmerking!

 

Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Julia

Genoten van je heerlijke zinnen en mooie metaforen. Klopt het dat de vertelster ondanks haar verloren liefde verliefd wordt op haar buurvrouw? Een sprankeltje optimisme? Of heb ik dat verkeerd begrepen?

Ik heb enkel wat problemen met het woord 'zoeven'. Ik zie vliegtuigen niet echt zoeven. Je gebruikt het woord zoeven ook twee keer vrij snel na elkaar. Dat is een muggenzifterij die ik mezelf opleg hoor. Daar ben ik voor mezelf streng in. Vandaar dat het me opviel. 

Groetjes Marleen