Lid sinds

3 maanden 4 weken

Rol

[Fictie] Vliegend naar de maan

 

Ik ben een beginnende schrijver die graag feedback krijgt over hoe ik mijn werk kan verbeteren.

Hierbij plaats ik een deel van het eerste hoofdstuk van een boek dat ik heb geschreven. Elk advies is welkom. Denk hierbij aan zinsopbouw, of het verhaal duidelijk is, grammatica, zijn de personages interessant om te volgen? Eigenlijk alles waar wat over te zeggen valt. Ook zou ik graag willen weten of dit deel van het eerste hoofdstuk uitnodigt de rest van het boek te lezen?

 

Fragment

Fleur Claudel is een simpel meisje van acht jaar oud. Ze woont bij haar ouders in een huis in Parijs. Daar woont ze samen met haar zus Valerie die tien is en haar jongere broer Thomas die zeven is. Fleur speelt dagelijks met haar poppen en knuffels. Vaak speelt ze samen met haar zus Valerie. Dan spelen ze moedertje en doen of ze beide moeder zijn van de poppen die ze bezitten. Voor Fleur zal haar leven echter voor eeuwig veranderen als ze twintig juli achttienhonderdnegenentachtig met haar ouders naar De Wereldtentoonstelling in Parijs gaat.

Het is een zaterdag en de eerste dag van een week durende vakantie van Fleur, Valerie en Thomas hun school. Fleur, Valeria, Thomas en hun ouders lopen al vroeg het huis uit naar de koets toe die Mason, de persoonlijke bediende van de familie, heeft voorgereden. 'Kom op. iedereen naar binnen,' spreekt Fleur haar vader tegen Fleur, Valerie en Thomas. Vol spanning voor wat vandaag gaat komen stapt Fleur samen met haar zus en broer de koets in. Ze nemen naast elkaar plaats en hun ouders gaan tegenover hen zitten. Fleur heeft een knuffel meegenomen van huis die ze dicht tegen zich aandrukt.

Na een rit van twintig minuten stopt de koets. Mason opent de koetsdeur en de familie Claudel stapt uit. 'Je kan ons ophalen, laten we zeggen...' Fleur haar vader kijkt op zijn zakhorloge, 'om drie uur.'

'Is goed meneer Claudel,' antwoord Mason en hij gaat weer voorop de koets zitten en rijdt weg. 'Goed dan,' spreekt Fleur haar vader, 'handen.' Altijd als hij dat spreekt bedoelt hij dat Fleur, Valerie en Thomas een van hun ouders bij de hand moet pakken, wat ze dan ook doen. Valerie en thomas pakken ieder een hand van hun vader vast en Fleur die van haar moeder. Met z'n vijven lopen ze naar de ingang van De Wereldtentoonstelling.

Na te hebben betaald en binnen te zijn gelaten vraagt Fleur direct, 'kunnen we daar heen gaan.' En ze wijst in de richting van de Eiffeltoren die speciaal is gebouwd voor deze tentoonstelling. 'Daar kijken we wel naar als we er langs lopen,' antwoord haar vader. Hij kijkt op een plattegrond die hij bij de ingang heeft gekocht. 'Ik stel voor dat we eerst naar de Galerie Van Machines gaan. Dat is hier vlakbij.'

De Galerie Van Machines klinkt Fleur saai in de oren. Het is ook saai concludeert ze als ze er is. Het gebouw is gemaakt van staal en glas en binnenin staat een hele verzameling aan machines die gebruikt worden in fabrieken en werkplaatsen. 'Kunnen we gaan?' vraagt Fleur meerdere keren, 'Ik wil de toren op.' Bij de derde keer vragen antwoord haar moeder, 'Fleur, we gaan eerst deze Galerie langs. Ik wil even niets meer van je horen.' Fleur moet op haar tong bijten om niet nogmaals te vragen of ze kunnen gaan. Als ze eindelijk de Galerie uitlopen durft Fleur te vragen. 'Gaan we dan nu naar de toren?'

'Geduld Fleur,' antwoord haar vader, Hij kijkt weer op de plattegrond. 'Laten we eerst naar het Paleis Van De Oorlog gaan. Dan lopen we langzaam in de richting van De Eiffeltoren.

Bij het Paleis Van De Oorlog aangekomen kijkt Fleur met meer interesse naar wat ze ziet. Er staan grote kanonnen die normaal op slagschepen worden gebruikt. Ook wandelt ze langs een heus machinegeweer. 'Ja,' spreekt haar vader als hij er naar kijkt. 'Je moet er niet aan denken een opmars te moeten doen terwijl de vijand met zo'n geweer op je schiet.' Na bij het Paleis Van Oorlog te zijn geweest loopt Fleur haar familie verder Champ de Mars af. Fleur ziet de Eiffeltoren in de verte en vraagt nogmaals: 'gaan we nu daar heen?'

'Fleur, nu moet je echt ophouden, 'spreekt haar moeder, 'anders loop ik met je terug naar de uitgang en gaan we helemaal nergens meer heen.'

'Ja Fleur, je moet even geduld hebben,' spreekt haar vader, 'eerst wil ik langsgaan bij de uitvindingen van Thomas Edison.' Fleur wordt door haar moeder meegetrokken naar een gebouw dat aan de buitenkant verlicht is door iets wat geen kaarsen zijn nog gaslicht. 'Papa, wat zijn dat?' vraagt Fleur. Haar vader geeft echter geen antwoord, dus vraagt Fleur opnieuw: 'papa papa, wat zijn dat?'

'Dat zijn nu gloeilampen schat,' antwoord haar vader. Die branden op iets dat elektriciteit heet. Daar gaan we in de toekomst nog wel meer van zien.

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Simon,

Dit fragment nodigt mij niet echt uit om het verder te lezen. Het kabbelt, er gebeurt weinig. Ik bekijk het even per alinea.

1e Fleur is een simpel meisje,  hoezo simpel? Waarom niet een meisje of is ze verstandelijk beperkt?

2e In deze alinea staat drie keer: Fleur, Valerie en Thomas. Dat leest niet lekker.

3e Overbodige alinea of is het om te laten zien dat ze welgesteld zijn of is de tijd van drie uur belangrijk? Maar verder..

4e Tja, hier gebeurt helemaal niets.

5e idem

6e idem, deze drie alinea's zou je ook vertellend kunnen behandelen: Fleur wil heel graag naar de Eiffeltoren, maar haar vader en moeder etc.

7e Weer een beschrijving van een onderdeel. Niet heel interessant.

8e Tja.

9e Ook tja

10e De laatste 7 alinea's kun je wel in een alinea stoppen. En dan iets meer het ongeduld van Fleur over dit gedoe. Gun ons een kijkje in haar hoofd. Laat zien wat ze denkt.

Succes

Chris