Lid sinds

10 maanden 3 weken

Rol

[Thriller] Oude liefde roest niet (of: de keuze)

Als jullie kritisch kijken naar de zinsopbouw, grammatica en duidelijkheid van het verhaal: 
Wat kan beter? Wat is goed? Zou je het vervolg willen weten? Gebeurt er niet te veel?
Thanks alvast voor jullie feedback. Wat vinden jullie van de personages? Zijn ze duidelijk? Is het verhaal beeldend of meer vertellend? Wat zouden jullie er nog bij willen lezen/zien? (Meer show (don't tell) of meer tell?)

Fragment

rH1 Welkom in je nieuwe huis.

Acht jaar geleden woonde ik samen met jou, de liefde van mijn leven, we zouden kijken naar een grotere woning in Amsterdam, een hond nemen en voorzichtig begon ik over kinderen. Maar nu... Waar ben je? Ik mis je zo...

Nee Eef, kappen met zeuren. Recht vooruit, focus op je ademhaling.

De lucht is blauw. Een paar witte wolkjes staan aan de hemel. Eva loopt hard over de dijk en kijkt uit op uitgestrekte weilanden, met op grote afstanden verschillende boerderijen. Haar bruine haren waaien naar achteren door de wind. Ze snuift de lucht op van koeienvlaai en mest. Haar armen bewegen ritmisch langs haar ribben. Ze heeft haar muziek aan in haar oortjes. Wielrenners scheuren haar voorbij en wat oudere mensen naderen haar langzaam op hun elektrische fiets. Grote paarden lopen haar stapvoets voorbij en de jonge ruiters groeten haar vriendelijk. Ze glimlacht naar de jonge meisjes met zwarte helmen die zich vast groot en sterk voelen als ze op zo´n krachtig beest zitten.

Eva woont net een week in Friesland, in het kleine dorpje Wierum, herkenbaar aan de vele kerken in het dorp en de boerderijlucht, waar Eva nog aan moet wennen. Als ze de dijk afrent, komt ze langs een boerderij.

‘Hé Eva, alles goed meisje?’ voor haar staat een dame met grijze krullen. Het is mevrouw Hoekstra, die gemixt Nederlands en Fries spreekt. Ze woont schuin tegenover Eva. De man van mevrouw Hoekstra was een aantal dagen eerder overleden.

Op de dag dat Eva naar het dorp verhuisde, werd de man van mevrouw Hoekstra begraven. Mevrouw Hoekstra is een kletsmajoor en vindt de stilte in huis maar niks. Ze is graag onder de mensen, zo heeft ze Eva verteld. Eva doet haar oortjes uit en draait de draad om haar telefoon. Ze blaast stevig uit, nog na puffend van het rennen.

‘Dag, mevrouw Hoekstra. Met mij gaat alles goed? Met u ook?’ zegt ze met een versnelde ademhaling.

‘Ach meisje, noem me toch Ada. Het gaat goed met mij.’ Ze legt haar hand op Eva’s schouder. Ze draagt leren handschoenen en een handtas over haar schouder. Haar lippen zijn vuurrood gestift en ze ruikt naar een vanille aangename geur.
'Ach natuurlijk’, lacht Eva.
‘Ik zal het onthouden. Gaat u mee? Ik heb heerlijke thee gekocht.’ Eva knipoogt.

Ada draait zich om en haakt haar arm in die van Eva.

Bij thuiskomst pakt Eva de jas van Ada aan.
'Gaat u maar zitten. De woning is nog niet helemaal af, maar ik heb wel een bank en een salontafel in de woonkamer staan.’

Eva loopt achter Ada aan via de hal naar de woonkamer. Mevrouw Hoekstra gaat op de bank zitten en Eva loopt door naar de keuken. Even later komt Eva terug met een dienblad waar een theekan, en twee kopjes op staan met roze blaadjes afgebeeld. Mevrouw Hoekstra kijkt de kamer rond. Het is een lichte kamer met een houten vloer. De bank is lichtbruin evenals de lange gordijnen voor de ramen. In de vensterbank staan een paar vaasjes met bloemen.
‘Weet je wat me opvalt meisje?’

‘Nee.’
‘De muren zijn zo kaal. Mooi wit, maar kaal. Heb je geen foto’s van je familie of vriendinnen?’
Eva verslikt zich in de hete thee. Ze zet haar kopje op de salontafel en begint te hoesten.
‘Och meisje, gaat het?’
Eva lacht onder het hoesten en knikt. Niet veel later stopt ze met hoesten.
‘Sorry, ik verslikte me in de thee. Waar hadden we het over?’

‘Wat is jouw thee lekker. Wat voor thee is het?’
‘Aardbeien thee.’
‘Heerlijk! Maar ik vroeg me af waarom er geen foto’s hangen, meisje.’

Eva slaat haar ogen neer. ‘Die heb ik niet meer.’

‘Ach meisje toch. Maar hoe kom je dan helemaal in dit dorp terecht? Het “einde van Nederland”, zoals mensen dat altijd zeggen. Je verstaat niet eens Fries. Waar kom je eigenlijk vandaan? Uit de stad? Zo klink je wel. Stads.’

‘Dat leg ik u nog wel uit.’
Ze pakt haar kopje thee weer en omklemt haar handen. Ze blaast het witte wolkje weg die boven haar kopje kringelt. 'Mijn huis was verwoest door brand,' mompelt Eva.

‘Ik heb nog wel wat houten meubels die je kan krijgen. Nu mijn lieve Siebe overleden is, hoef ik die spullen niet meer. Wil je dat, meisje?’

‘U bent zo ongelooflijk aardig. Dank u wel!’ Ada knipoogt en drinkt haar thee op.
‘Wilt u nog een beetje, Ada?’ Vraagt Eva als Ada haar thee weer neerzet. ‘Nee dankjewel, meis. Ik ga naar huis. Moet nog stofzuigen en zo. Spreek je snel weer hoor. Ik weet de uitgang vinden.’ Ada staat op en loopt richting de haldeur. ‘Oh en meisje’, ze draait zich om. ‘Als je je eenzaam voelt, je weet me te vinden hé?’ Eva glimlacht
en neemt een slok van haar thee.

Lid sinds

3 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik vind dat je het verhaal heel beelden hebt geschreven wat het leuk maakt om te lezen. Het verhaal is goed te volgen. Zinsopbouw en grammatica ben ik zelf geen koning in dus daar durf ik niet over te antwoorden. De personages heb je ieder een eigen stijl gegeven qua praten, wat realistisch overkomt en waarmee je ieder personage een eigen stem geeft. Ik vind de tekst prettig lezen en ik ben geïnteresseerd in de rest van het verhaal.

Lid sinds

12 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Korte reactie:

Eva woont net een week in Friesland, in het kleine dorpje Wierum, herkenbaar aan de vele kerken in het dorp en de boerderijlucht, waar Eva nog aan moet wennen.

Wierum heeft één kerk, en een museumkerk - dat kun je niet vele kerken noemen.
(...) ze ruikt naar een vanille aangename geur.

Hoe bedoel je dit?
Ze blaast het witte wolkje weg die boven haar kopje kringelt.

Het witte wolkje dat ...
Ik weet de uitgang te vinden.’ Ada staat op en loopt richting de haldeur. ‘Oh en meisje’, ze draait zich om. ‘Als je je eenzaam voelt, je weet me te vinden hé?’

Probeer te variëren met de woordkeus.