Lid sinds

6 maanden 2 weken

Rol

[Young Adult / Coming of Age] Anzac heuvel

Beste lezers,

Naar aanleiding van eerder ontvangen feedback wil ik graag het volgende aan jullie voorleggen. Dit is een scène uit een Coming of Age verhaal dat zich afspeelt in Australië en gaat over de zoektocht van een jonge vrouw.

Vorige keer kreeg ik goede feedback dat een scène altijd bestaat uit een drieledige eenheid van tijd, plaats en handeling. Anders gezegd, er moet in elke scène iets gebeuren dat het verhaal vooruit helpt, er moet spanning zijn.

Mijn vraag is:

- Zijn de elementen van een scène voldoende aanwezig? Oftewel, kan dit een scène genoemd worden of ontbreekt er nog iets?

- Roept de scène spanning op?

Alvast bedankt ! 

Vriendelijke groet,

Eva

Fragment

 

Het is wonderbaarlijk dat de Anzac heuvel me niet eerder is opgevallen, want hij ligt pal naast het sportveld en de straat met de witte kerk staat er haaks op. Het is in ieder geval niet het soort heuvel dat ik had verwacht. In plaats van een glooiing in het landschap lijkt dit eerder een rommelige opeenstapeling van rotsen en puin uit de woestijn. Vanaf het kruispunt ziet hij er vrij laag uit, niet meer dan honderd meter. We steken over en lopen richting de voet. Ik heb Ben verteld over het voorval in de galerij. Hij reageerde begripvol en maakte me daarna aan het lachen door zich op te werpen als bodyguard voor vanavond. Toch kan ik het ongeruste gevoel niet helemaal van me afzetten en kijk voortdurend om me heen.
“Hoe gaan we eigenlijk naar boven?” Met mijn ogen speur ik de voet van de heuvel af, maar ik kan geen pad ontdekken tussen het grillige gesteente en de lage begroeiing die er hier en daar tussenuit steekt.
“Er is een trap gemaakt, daar onder het bord.”
Aan de rechterkant zie ik nu een klein bordje op twee houten palen, dat het begin van de route aangeeft.
Er staat een naam op die ik onmogelijk kan uitspreken, Untetyeyetwelye.
“Wat betekent dat?”
“Het is de Arrernte naam voor deze plek. De Arrernte zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Ze hebben hun eigen taal.”
Ik neem aan dat dit de taal is die ik eerder al op straat hoorde spreken.
“Spreek jij de taal?”
Ben moet lachen. “Nee, ik kan een paar woorden begrijpen, maar daar houdt het bij op.”
“Dus dit heet helemaal niet de Anzac heuvel zoals jij zei?”
“Deze plek heeft een dubbele lading. Op de top is een gedenksteen geplaatst om de soldaten van de Australia New Zealand Army Corps te gedenken, die tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben gevochten. Daarom is het de Anzac heuvel gedoopt. Maar vele eeuwen eerder was het al een belangrijke plaats voor de inheemse bevolking, die het deze naam gaven,” legt hij uit. We staan inmiddels onder het bord waar de stenen het begin van een geïmproviseerde trap vormen. De laagstaande zon schijnt recht in mijn gezicht en ik strijk een lok haar achter mijn oor.
“Ben je er klaar voor? Ik heb zelf een beetje spierpijn van de wedstrijd vanmiddag dus ik doe het rustig aan. Maar loop vooral in je eigen tempo.”
Daarmee begint hij aan de beklimming. Het pad is net breed genoeg voor één persoon, dus lopen we achter elkaar de trap op. De treden zijn ongelijk en overal liggen kiezels, grind en grotere stenen. Mijn slippers bieden totaal geen steun en ik concentreer me volledig op waar ik mijn voeten plaats. Het pad kronkelt in grote lussen omhoog. Als we ongeveer halverwege zijn, kijk ik omhoog. Ik adem zwaar en voel de eerste zweetdruppels op mijn bovenlip. De heuvel is toch iets hoger dan ik vanaf de weg had ingeschat. Ben is inmiddels vijf treden verder en kijkt naar beneden.
“Alles goed?”
Ik forceer een glimlach en steek mijn duim op. Ik wil me niet laten kennen en klim stug door. Maar als ik me even later afzet, glijdt mijn slipper weg en stoot ik mijn linkervoet tegen een rots. Direct voel ik een scheut van pijn aan de zijkant. Twee tenen zijn geschaafd en dikke bloeddruppels wellen op in de wondjes. Mijn voeten zitten onder het stof. Ik kijk omhoog. Ben heeft niets gemerkt en is al bijna bij de top. Nog even doorzetten. Ik klem mijn kaken op elkaar en vijf minuten later bereik ik eindelijk de top van de heuvel. Ik klop het zand van mijn sarong en inspecteer mijn tenen, die inmiddels rood zien van het bloed en plakkerig aanvoelen.
“Kijk, Anna.” Ben staat achter me en fluistert bijna in mijn oor. Ik richt me op. Pas dan dringt het adembenemende uitzicht tot me door. Ik was zo druk met klimmen en mijn ongemakken, dat ik geen moment op de omgeving heb gelet. We staan op een groot, rond platform met in het midden een gedenkteken voor soldaten. Drie vlaggen wapperen in de wind, de Australische, de Aboriginal vlag en één die ik niet herken. We kunnen oneindig ver over het lage landschap uitkijken, in alle richtingen. De zon hangt als een oranje bol boven de horizon en de woestijn siddert in haar laatste stralen. Ik houd mijn adem in en kijk naar de stad die aan onze voeten ligt.
“Wat vind je ervan?” vraagt hij.
“Het is prachtig," zucht ik.
“Zo mooi kan Alice Springs zijn.”

 

Lid sinds

1 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Waarom wil je in deze tekst spanning? 

Ik vind het zelf een aangename tekst om te lezen en het maakt me nieuwsgierig naar de rest. Als dat ook een geldig antwoord is. :-)