Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

[Fantasie] Het Kleinere Volkje versus Jack Russel

Beste

Eerst en vooral: bedankt om dit te lezen en er iets waardevols aan toe te voegen. Ik heb intussen geleerd dat het geven van opbouwende kritiek en het aanwijzen van pijnpunten in een verhaal moeilijker zijn dan het verzinnen van een verhaal.

Wat ik graag wil weten.

Is het 'beeldend' genoeg zonder te gedetailleerd te zijn?

Stoort het niet dat je niet onmiddellijk een correct beeld hebt van waar het zich afspeelt? Ik heb de vorige maal geleerd om met de deur in huis te vallen en geen kader te geven maar ik blijf dat moeilijk vinden.

Zou u, als lezer, verder willen lezen of is het niet boeiend genoeg om als inleiding te dienen?

Alvast bedankt,

Kat

 

 

 

Fragment

Felix rechtte met een grom zijn rug en masseerde de pijnlijke spieren. Zijn vingers protesteerden tegen deze nieuwe beweging en hij blies zachtjes op zijn handpalmen, waar open blaren schrijnden als beloning voor zijn harde werk. Hij kreeg het idee dat het maaien hem ieder jaar meer ongemak bezorgde. De korenvelden strekten zich ver uit, bruingeel in de zomerzon. Boven de velden dansten vlinders en de paarse korenbloemen zorgden voor een gepaste onderbreking van al die geeltinten. De zomer liep op zijn eind en de hele wereld trilde van een maandenlange hitte. Het zweet drupte van zijn gezicht en droogde op nog voor het zijn hals bereikte.De smaak van zout en stof zat al dagen in zijn mond. Steeds meer mannen volgden zijn voorbeeld en deden strek- en blaasoefeningen. Ze wisselden hoopvolle blikken bij het tikken van de granen.  De warme bries was nieuw : ze kregen onweer nog voor de avond viel.

Felix zette de zeis terug tegen zijn heup en de mannen werkten zwijgend verder tot de eerste diepe donderslag te horen was. Het was een vriendelijk en welkom geluid en het werd onmiddellijk gevolgd door een vermoeid gejuich. Het zat er op voor vandaag. Ze bundelden het koren en vulden de karren. Twaalf dagen en evenveel nachten hadden de mannen doorgebracht op de velden en Felix snakte naar een bad en een degelijk bed. Hij had stof tot in zijn neusgaten en zijn huidskleur was intussen identiek als die van het land.

Hij woonde in een kleine, bescheiden woning met slechts één leefruimte in een al even bescheiden dorpje. Het telde dertien gelijkaardige huisjes, twee waterputten en één klein pleintje. Het dorpje was behoorlijk welvarend dankzij de enorme korenvelden. Ze leverden aan het hele land en ze leverden de beste koren, waar iedereen bijzonder trots op was. Felix wenste de andere mannen een goede nacht en sloeg het pad af dat rechtstreeks naar zijn voordeur leidde. Het huisje bood een welkome blik. De ramen en deur stonden open en Moone zat op de bank tegen de gevel naar de naderende storm te kijken. Felix plofte naast zijn vrouw neer en bleef uitgeteld zitten, niet van plan om nog overeind te komen.

'Ik word te oud voor die uitjes.' Verkondigde hij tussen het leegdrinken van enkele glazen water door.

'Dertig jaar is niet het eind van de wereld. Laat mij eens kijken.' Zijn vrouw  nam zijn handen in de hare, maakte een doek nat in de emmer die naast haar stond en bette zijn rauwe handpalmen.

'Arme jongen.' Haar medeleven namen de meeste pijn al weg. Felix liet zich ongegeneerd vertroetelen.

'Felix, er is een brief gekomen.' Moone had een diepe, zachte stem voor zo'n kleine vrouw en de ernst gaf er nog een extra timbre aan. Ze verschoof haar aandacht van zijn handen naar zijn gezicht en spoelde het stof uit zijn baardstoppels en ooghoeken.

'Kan het wachten?' Hij had geen zin in ernstige zaken.  Het kon niet wachten.

'Hij zat deze morgen onder de deur en is ruim drie weken onderweg geweest. Hij komt van de Grenswacht.' Ze wisten allebei wat het onderwerp zou zijn. Het aangrenzende huisje stond al twee jaar leeg. Felix' broer zat zijn legerdienst uit aan de Zilverbeek, de grens met het buitenland.

'Is hij dood?'

'Nee, dat niet.' Felix verlegde zijn blik van het huisje naar zijn vrouw. ' Maar Elion is veroordeeld voor moord. Dat is niet beter.' Voegde ze er voorzichtig aan toe.

Felix liet het even bezinken, moord was een term uit de oude verhalen.

'Ik dacht dat jullie niet in staat waren tot moord,' mompelde Felix, terwijl Moone de brief voor hem uitrolde.

'Toch wel.' Ze nam niet de moeite op te kijken. 'Dertien generaties terug werd hier iemand vermoord.'

'Het was een ongeval met een zeis, dat is een andere categorie.' Felix wreef vermoeid in zijn ogen. ' Het is een misverstand, kan niet anders.'

'Hier staat het, Elion wordt beschuldigd van moord op ene Jack Russel. Het Hoofd van de Wacht heeft zijn stempel gezet, het is officieel, Felix.'

Moord op wie?'

'Jack Russel.' Moone rolde de brief weer op. ' Elion heeft een mens vermoord, Felix. Aan hun kan van de grens. De beschrijving is nogal vaag maar jouw broer liet Jack Russel exploderen en hij ' zal op gepaste wijze gestraft worden' door beide kanten.'

'Jack Russel'. De naam bezorgde hem kippenvel.

 

 

 

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hey Kat

Het verhaal inspireert mij nog niet meteen tot doorlezen. Je beschrijving van het graanveld is mooi. Ik zie het voor mij. 

Ik vind de reactie van Felix op het nieuws dat zijn broer iemand heeft vermoord erg lauw. Daar zou wel wat meer emotie in kunnen. Meer verbazing en ongeloof. Felix weet dat Elion iemand is die geen vlieg kwaad doet. Die vrolijk is en de goedheid zelve. Die hij absoluut niet in staat acht om iemand te vermoorden.

Moord is een term uit oude verhalen? vreemde zin. Het hele stukje van dertien generaties geleden vind ik vreemd.

Ik dacht dat jullie niet in staat waren tot moord',' mompelde Felix. Deze zin is voor mijn gevoel niet logisch. Wie zijn die jullie?  Het is niet jullie die iemand vermoord hebben, het is zijn eigen broer. Felix spreekt mij, mede door zijn lauwe reactie nog niet aan.

De naam Jack Russel vind ik wel grappig, maar de associatie met een hond leidt wel de aandacht af. De hoofdpersoon heet ook al Felix.

En nog een dingetje een pleintje is al klein, dat hoeft er niet meer extra voor.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt.

Succes

Chris

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste

Bedankt om mijn kritisch oog te zijn en ik snap helemaal wat u bedoelt.

Vandaar de vraag of ik alle voorkennis in een intro moest schrijven. Het Kleinere volkje uit mijn titel is uiteraard een deel van 'het Kleine Volkje', naast de elfen en de dwergen en al die andere min of meer menselijke wezens die een fantasiewereld bevolken. De 'jullie', want Felix maakt er geen deel van uit.

Ik heb mijn 'intro', hier op mijn laptop.

Ik wist alleen niet of het nuttig was om alles netjes kant en klaar aan te bieden. Waar Felix zit, hoe hij daar geraakt is en zijn hele voorgeschiedenis of dat ik die dingen gewoon duidelijk moest zien te maken doorheen het verhaal.

U gaf mij bij deze het antwoord... Met de deur in huis vallen en erop vertrouwen dat de dingen op zijn plaats vallen, werkt in mijn hoofd maar komt niet duidelijk over.

Hartelijk bedankt!

Met vriendelijke groeten,

Kat.

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ps : het verhaaltje is uiteraard af en daarin leert de onbestaande lezer dat Elion geen al te brave ziel is en volledig capabel is om eens 'over de grens te gaan.' 

Vandaar Felix zijn lauwe, voorzichtige reactie. Hij kent Elion en het Hoofd van de Wacht natuurlijk al langer dan vandaag...

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Nieuwe versie, met intro, zodat u weet waar u zich bevindt...Ik hou van herschrijven.

I.

De dag waarop moederliefde werd uitgedeeld aan de mensheid stond Felix' moeder helemaal achteraan de rij. Door al dat wachten moest ze even naar het toilet en bij haar terugkomst was het loket helaas gesloten. Ze was jong en leuk om te zien en in volle overtuiging dat het moederschap voor 'later' was. Ze wilde genieten voordat ze de kaap van 20 bereikte. Dansen, uitgaan en stralen waren de drie belangrijkste bezigheden in haar leven. Ze had een zwak voor knappe jonge mannen en shotjes sterke drank en ze vond beide op een festivalweide in de vroege uurtjes van een hete zomerdag.

De jongeman was betoverend en danste alleen, helemaal in de ban van de muziek. Ze versierde hem onder het toeziend oog van haar vriendinnen en beide jongeren waren dronken genoeg om het flirten over te slaan. De nacht eindigde passioneel doch een beetje klungelig in een veel te klein tentje.

Het stonk naar sigaretten en vochtige kleren en het gezang van voorbijgangers overstemde het gegniffel en de verraste lachjes. Felix' bestaan was luttele minuten later een feit. De jongeman trok nadien zijn shirt weer aan en gespte zijn broeksriem dicht. Zij herschikte haar jurkje en haren. Het tentje leek ineens wel heel erg benauwd en vuil.

Hij tikte zijn nummer in haar gsm en ze liet hem alleen toen hij lijkbleek uit de tent stommelde en overgaf in het dorre gras. Ze was te jong om het zelfverwijt in zijn ogen te herkennen.

Ze was absoluut geen slechte meid. Maar baby's en peuters waren gewoon niet aan haar besteed. Kinderen nog minder, die renden rond en wilden spelen. Zij wilde opnieuw dingen doen en daarin was geen plaats voor een kind. Ze had geen tijd om huiswerkjes te lezen en knutselwerkjes te bewonderen. Haar zoon had een vader, bedacht ze. Het nummer stond nog steeds in haar lijst.

Hij viel stil toen ze hem vertelde dat hij een kind had. De jongeman vroeg wat bedenktijd, haakte in en belde tien minuten later terug met een wel heel bijzonder voorstel: zijn zoon in ruil voor de winnende lottocijfers. Zes jaar na zijn avontuurtje haalde de jongeman zijn kind van school en de juichkreten van Felix' moeder waren drie straten verderop nog te horen, hij hield altijd zijn woord.

'Geloof je in feeën, Felix?', vroeg de jongeman en zijn ogen kleurden zilver en regenboog. 'Vele kinderen wonen eerst bij het feeënvolk. Ik ook, toen ik klein was. Het was leuk. Het is een traditie bij bepaalde families. Mijn over overgrootvader, mijn grootvader, mijn vader, ik … en nu jij. Iedere eerstgeboren zoon gaat er logeren. Het is maar voor zes jaar, jongen. Je zult fantastische dingen leren.' Het kind keek hem aandachtig aan en begreep er niks van.

'Je gaat bij het Hoofd van de Grenswacht wonen, net zoals ik. Hij ziet er een beetje vreemd uit maar dat went wel. Je hoeft niet bang te zijn, alleen braaf zijn. Iemand komt je zo halen en over zes jaar spreken we hier weer af, beloofd. Dan kom ik je halen. Precies hier, als je twaalf  bent.' Het kind knikte, twaalf jaar was nog ver weg. Zijn vader liet de kleine jongen achter in het stadspark, bij de picknicktafel vlakbij een verlaten fietspad. De takken van de dode bomen naast het pad tikten in een onverwachte bries. De jongeman hoorde het stromen van de Grens en begon te rennen.

II

Felix rechtte met een grom zijn rug en masseerde de pijnlijke spieren. Zijn vingers protesteerden tegen deze nieuwe beweging en hij blies zachtjes op zijn handpalmen, waar open blaren schrijnden als beloning voor zijn harde werk. Hij kreeg het idee dat het maaien hem ieder jaar meer ongemak bezorgde. De korenvelden strekten zich ver uit, bruingeel in de zomerzon. Boven de velden dansten vlinders en de paarse korenbloemen zorgden voor een gepaste onderbreking van al die geeltinten. De zomer liep op zijn eind en de hele wereld trilde van een maandenlange hitte. Het zweet drupte van zijn gezicht en droogde op nog voor het zijn hals bereikte.De smaak van zout en stof zat al dagen in zijn mond. Steeds meer mannen volgden zijn voorbeeld en deden strek- en blaasoefeningen. Ze wisselden hoopvolle blikken bij het tikken van de granen.  De warme bries was nieuw : ze kregen onweer nog voor de avond viel.

Felix zette de zeis terug tegen zijn heup en de mannen werkten zwijgend verder tot de eerste diepe donderslag te horen was. Het was een vriendelijk en welkom geluid en het werd onmiddellijk gevolgd door een vermoeid gejuich. Het zat er op voor vandaag. Ze bundelden het koren en vulden de karren. Twaalf dagen en evenveel nachten hadden de mannen doorgebracht op de velden en Felix snakte naar een bad en een degelijk bed. Hij had stof tot in zijn neusgaten en zijn huidskleur was intussen identiek als die van het land.

Hij woonde in een kleine, bescheiden woning met slechts één leefruimte in een al even bescheiden dorpje. Het telde dertien gelijkaardige huisjes, twee waterputten en één pleintje. Het dorpje was behoorlijk welvarend dankzij de enorme korenvelden. Ze leverden aan het hele land en ze leverden de beste koren, waar iedereen bijzonder trots op was. Felix wenste de andere mannen een goede nacht en sloeg het pad af dat rechtstreeks naar zijn voordeur leidde. Het huisje bood een welkome blik. De ramen en deur stonden open en Moone zat op de bank tegen de gevel naar de naderende storm te kijken. Felix plofte naast zijn vrouw neer en bleef uitgeteld zitten, niet van plan om nog overeind te komen.

'Ik word te oud voor die uitjes.' Verkondigde hij tussen het leegdrinken van enkele glazen water door.

'Dertig jaar is niet het eind van de wereld. Laat mij eens kijken.' Zijn vrouw  nam zijn handen in de hare, maakte een doek nat in de emmer die naast haar stond en bette zijn rauwe handpalmen.

'Arme jongen.' Haar medeleven namen de meeste pijn al weg.

'Felix, er is een brief gekomen.' Moone had een diepe, zachte stem voor zo'n kleine vrouw en de ernst gaf er nog een extra timbre aan. Ze verschoof haar aandacht van zijn handen naar zijn gezicht en spoelde het stof uit zijn baardstoppels en ooghoeken.

'Kan het wachten?' Hij had geen zin in ernstige zaken.  Het kon niet wachten.

'Hij zat deze morgen onder de deur en is ruim drie weken onderweg geweest. Hij komt van de Grenswacht.' Ze wisten allebei wat het onderwerp zou zijn. Het aangrenzende huisje stond al twee jaar leeg. Felix' broer zat zijn legerdienst uit aan de Zilverbeek, de grens met het buitenland.

'Is hij dood?'

'Nee, dat niet.' Felix verlegde zijn blik van het huisje naar zijn vrouw. ' Maar Elion is veroordeeld voor moord. Dat is niet beter.' Voegde ze er voorzichtig aan toe.

Felix liet het even bezinken. Hij had het woord in geen 24 jaar meer gehoord. Moord was een term die hoorde bij de Andere Kant van de Grens.

'Ik dacht dat jouw volk niet in staat was tot moord,' mompelde Felix, terwijl Moone de brief voor hem uitrolde.

'Toch wel.' Ze nam niet de moeite op te kijken. 'Vele generaties terug werd hier in het dorp iemand vermoord, dat moet je toch gehoord hebben?'

'Het was een ongeval met een zeis, dat is een andere categorie. Moord is doden met opzet, denk ik. ' Felix wreef vermoeid in zijn ogen. ' Het is een misverstand, kan niet anders. Of een ongeval, dat is heus niet hetzelfde als moord. Ik praat morgen wel met het Hoofd. Hij kent Elion.'

'Elion wordt beschuldigd van moord op ene Jack Russel. Het Hoofd van de Wacht heeft zijn stempel gezet, het is officieel, Felix.'

Moord op wie?'

'Jack Russel.' Moone rolde de brief weer op. ' Elion heeft een mens vermoord. Aan hun kan van de grens. De beschrijving is nogal vaag maar jouw broer liet Jack Russel exploderen en hij ' zal op gepaste wijze gestraft worden' door beide kanten.'

De naam bezorgde hem kippenvel maar hij kon er geen gezicht bij verzinnen.

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hey Kat,

Volgens mij kun je wel met deel II beginnen. De lezer hoeft niet meteen alles te weten. Maar hetgeen wat je schrijft moet voor de lezer wel te volgen zijn. Zelfs met intro zijn er nog veel raadsels.

Ik schrijf wat dingen op die voor mijn gevoel niet logisch zijn.

De moeder van Felix is niet van de kinderen. Dan wacht ze wel behoorlijk lang voor ze de vader belt. Felix gaat al naar school.

Die vader is zonder meer een eikel, hij neemt zijn zoon mee, in ruil voor winnende lottocijfers? (Waar komen die vandaan?) En laat hem meteen weer achter.

Ik denk dat Elion een soort halfbroer van Felix is, want ik neem niet aan dat zijn ouders samen nog een kind op de wereld hebben gezet.

Als je iemand nieuwsgierig wilt maken naar het verloop van het verhaal is het goed dat de lezer enige sympathie heeft voor de hoofdpersoon. Maar Felix is nietszeggend. Gun ons een kijkje in zijn hoofd. Laat hem van zijn vrouw houden, geef wat informatie hoe hij over zijn broer denkt. Geef hem emoties. Leg uit waarom hij jouw volk zegt als het over zijn eigen broer gaat. Maak de wereld die jij in je hoofd hebt, en volgens mij zit er heel wat in, duidelijk voor de lezer. En die hoeft niet meteen alles te weten, je kunt hem ook brokjes voeren om het interessant te houden. Maar probeer wel zijn/haar belangstelling en nieuwsgierigheid op te wekken en maak het niet te ingewikkeld.

En dan nog dit.

De dag waarop moederliefde werd uitgedeeld aan de mensheid stond Felix' moeder helemaal achteraan de rij. Door al dat wachten moest ze even naar het toilet en bij haar terugkomst was het loket helaas gesloten

De eerste zijn is voor mijn gevoel duidelijk genoeg, het schuingedrukte komt op mij overbodig over.

Succes

Chris

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Nog even dit, ik ben best wel kritisch, maar er zitten ook prima stukken in je verhaal.

De korenvelden strekten zich ver uit, bruingeel in de zomerzon. Boven de velden dansten vlinders en de paarse korenbloemen zorgden voor een gepaste onderbreking van al die geeltinten. De zomer liep op zijn eind en de hele wereld trilde van een maandenlange hitte. Het zweet drupte van zijn gezicht en droogde op nog voor het zijn hals bereikte. De smaak van zout en stof zat al dagen in zijn mond. 

Prachtig stukje. Je proeft het bijna zelf.

Chris

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste

U mag mega kritisch zijn, ik hou van verhalen schrijven ( zoals iedereen hier, denk ik) maar ik hou er nog meer van om ze tot de beste versie van dat verhaaltje te maken. En dat  kan ik niet alleen ( en mijn vrienden zijn het beu om mijn uitbarstingen te lezen) dus ik hou nog meer van herschrijven. Het is een soort puzzel dat u me geeft, iets waar ik over kan nadenken, op mag piekeren, vloeken schrappen, opnieuw beginnen, overwegen...zalig toch!

Ik maak er werk van want zoals u zegt: wat voor mijn helemaal vanzelfsprekend is, is dat niet voor u.

Hartelijk bedankt voor de moeite en uw tijd.

Kat

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Bij deze, de derde poging, met deeltje 1 in deeltje 2 en hopelijk een iets meer 'vollere' Felix.

Felix rechtte met een grom zijn rug en masseerde de pijnlijke spieren, waarbij zijn vingers protesteerden tegen deze nieuwe beweging. Hij blies zachtjes op zijn handpalmen, open blaren schrijnden als beloning voor zijn harde werk. Felix kreeg het idee dat het maaien hem ieder jaar meer ongemak bezorgde. Rondom hem strekten de korenvelden zich ver uit, bruingeel in de zomerzon. Boven de velden dansten vlinders en de paarse korenbloemen zorgden voor een gepaste onderbreking van al die geeltinten. De zomer liep op zijn eind en de hele wereld trilde van een maandenlange hitte. Het zweet drupte van zijn gezicht en droogde op nog voor het zijn hals bereikte. De smaak van zout en stof zat al dagen in zijn mond. Steeds meer mannen volgden zijn voorbeeld en deden strek- en blaasoefeningen. Ze wisselden hoopvolle blikken bij het tikken van de granen.

'Hé Felix, zie je al iets?' Felix was met voorsprong de grootste man in de wijde omtrek en kon als enige boven het koren kijken. Hij draaide langzaam rond zijn as en het stof wervelde tussen zijn voeten. In het westen hing een vage grijze schemer.

'Daar!' Hij schreeuwde naar de anderen en lachte opgelucht. ' Wolken. Eindelijk, wolken. We krijgen onweer deze avond!' Het maaien stompte zijn brein af en hij verheugde zich op de komende afwisseling. Felix floot een deuntje van lang geleden, zette de zeis tegen zijn heup en ging enthousiast aan het werk. De laatste rij, dan was het voorbij. De andere mannen werkten zwijgend verder tot de eerste diepe donderslag te horen was. Het was een vriendelijk en welkom geluid en het werd onmiddellijk gevolgd door een vermoeid gejuich.

'Zijn mensen altijd zo vrolijk als de werkdag erop zit?' Cal, zijn schoonbroer, porde hem tussen zijn ribben. Het klonk vriendelijk maar Felix herkende de lichte toon van afkeer. Hij haalde zijn schouders op, openlijke vrolijkheid was hier zelden aan de orde.

'Wat is er nu niet om vrolijk van te worden? Het zal regenen, de lucht ruikt zalig, ik slaap in mijn bed vannacht, met mijn vrouwtje aan mijn zijde...kijk, dat maakt een man toch gelukkig?' Zijn vrienden knepen hun grote ogen tot kiertjes, zoals ze wel vaker deden als hij iets ongepast zei.

'Als jij het zegt. Het werk is niet af, Felix.' Felix was niet van plan zijn goede humeur te verpesten en schikte zwijgend de laatste bundels op de kar. Het werk was nooit af.

'Wisselkinderen zijn rare beestjes,' bromde Cal, die op de bundels klom en er een zeil over trok. Felix gooide hem de touwen toe. Hij en zijn schoonbroer waren een goed team.

'Ik ben de enige volwassen mens in jullie landje, je zou trots op me moeten zijn.'

'Ja, je verdient een standbeeld.' Nu lachte zijn eeuwige knorrige vriend. 'Jouw houdbaarheidsdatum is al jaren vervallen.' Twaalf dagen en evenveel nachten hadden de mannen doorgebracht op de velden. Felix snakte naar een bad, een degelijk bed en Moone. Vrouwen waren niet welkom op de velden tijdens het maaiseizoen : het zou de mannen alleen maar afleiden. Felix dacht daar het zijne over, hij presteerde beter op het veld na een nachtje met zijn vrouw, vond hij. Ze woonden in een kleine, bescheiden woning met slechts één leefruimte in een al even bescheiden dorpje. Het telde dertien gelijkaardige huisjes, twee waterputten en één klein pleintje. Het dorpje was behoorlijk welvarend dankzij de enorme korenvelden. Ze leverden aan het hele land en ze leverden de beste koren, waar iedereen bijzonder trots op was. Felix wenste de andere mannen een goede nacht en sloeg het pad af dat rechtstreeks naar zijn voordeur leidde. Het huisje bood een welkome blik. De ramen en deur stonden open en Moone zat op de bank tegen de gevel naar de naderende storm te kijken. Ze zag er heerlijk uit in een wit, net iets te kort jurkje en Felix voelde zijn wangen branden toen Cal naar hem staarde.

'Ongepast. Jij leert ons volk slechte manieren, Felix,' mopperde zijn vriend terwijl Moone in een werveling van stof, lange haren en koele huid in zijn armen sprong. Felix tilde haar moeiteloos op en kuste haar tot hij geen adem meer had.

'Welkom thuis,' fluisterde Moone in zijn oor en er trok een heerlijke rilling doorheen zijn lijf.

'De buren kijken,' kraste Felix ademloos, terwijl hij zijn hemd herschikte en haar volgde naar het bankje. Hij vleide zich behaaglijk neer, met zijn hoofd in haar schoot en sloot doezelig zijn ogen.

Dit was af, meer vroeg hij niet van het leven, bedacht hij.

'Ik word te oud voor die uitjes. Kamperen in de velden is niets voor mij.' Hij opende zijn ogen en nam zijn vrouw aandachtig op. Felix woonde al zo lang tussen het Kleine Volkje dat hij soms vergat dat ze anders in elkaar staken. Haar ogen, groot en grijs, hadden een oranje randje en hij had in de loop der jaren geleerd dat oranje randjes meestal een teken waren van zorgen.

'Moone, wat is er gebeurd?' Zijn vrouw  nam zijn handen in de hare, maakte een doek nat in de emmer die naast haar stond en bette zijn rauwe handpalmen.

'Er is een brief gekomen.' Moone had een diepe, zachte stem voor zo'n kleine vrouw en de ernst gaf er nog een extra timbre aan. Ze verschoof haar aandacht van zijn handen naar zijn gezicht en spoelde het stof uit zijn baardstoppels en ooghoeken. 'Hij zat deze morgen onder de deur en is ruim drie weken onderweg geweest. Hij komt van de Grenswacht.' Felix wist wat het onderwerp zou zijn. Het aangrenzende huisje stond al twee jaar leeg. Felix' broer zat zijn legerdienst uit aan de Zilverbeek, de grens met het buitenland. De praktijk van wisselkinderen was intussen bij wet verboden maar zo nu en dan probeerden mensen hun kind nog steeds te verpanden aan het Kleine volkje. Ooit was het bijzonder populair: mensen deden een wens, meestal geldzaken, en het Kleine Volkje regelde het. De betaling was altijd zes levensjaren van de eerstgeboren zoon.  Er gebeurde nooit iets aan de grens, mensen geloofden al jaren niet meer in het Kleine volkje en de rust werd hier gewaardeerd. De Wacht houden was vooral een saaie onderneming, een soort verplichting voordat de jongeren het echte leven mochten verkennen.

Zijn eigen transfer, van de mensenwereld naar dit magische landje vol korenvelden dateerde al van ruim twee decennia terug en dat was bijzonder vlot verlopen. Hij had bitter weinig geloofwaardige herinneringen aan de mensenwereld. Zijn moeder herinnerde hij zich als een meisje die geen zin had in kinderen, zijn vader was niets meer dan een warme stem die hem vertelde dat hij 'ergens anders zou wonen omdat mama geld nodig had. En ik heb een schuld openstaan,' had zijn vader hem verteld. Felix was zes, hij wist niet eens wat het woord schuld inhield. ' Je mag voor zes jaar bij een vriend van mij gaan wonen, hij ziet er een beetje vreemd uit maar dat went wel.' En dat was het, met de belofte dat zijn vader hem over zes jaar opnieuw zou ophalen in het park, werd Felix geruild voor de winnende cijfers van de lotto en het kwijtschelden van de schuld. Hij was vijf of zes, ook dat wist hij niet zeker. Drie jaar na zijn aankomst liep hij weg bij zijn voogd om te gaan zwerven met een jonge boef. Elion was vijf jaar ouder, nam hem op sleeptouw naar alle duistere en lichte uithoeken van het land en de wereld ging voor hem open. Jarenlang was Elion de enige die er toe deed. Felix miste zijn grote broer enorm en verlegde zijn blik van het lege huisje naar zijn vrouw. Een officiële brief betekende dat Elion in de problemen zat, alweer.

'Moone, ik praat wel met het Hoofd van de Wacht. We kunnen Elion zijn borg betalen. Wat heeft hij misdaan?'

Ze klemde de brief in haar handen en liet die in haar schoot rusten.

'Deze keer zal het niet lukken, denk ik. De Wacht...' Ze legde haar hand op Felix arm voordat ze verderging.

'Elion is veroordeeld voor moord,' gooide ze eruit. 'Het is allemaal nogal vaag beschreven en ik snap het niet zo goed maar de boodschap is duidelijk. Hij heeft een moord gepleegd, aan de mensenkant van de grens. Er waren getuigen van, zo staat er.'

Felix liet het even bezinken, moord was een term uit oude verhalen vol ridders en draken, de betekenis ervan was hem niet meer helemaal duidelijk. De straf kende hij maar al te goed. Hij haalde diep adem en onderdrukte met moeite de rilling die traag over zijn ruggengraat en zich vol leedvermaak verspreidde over zijn hele lichaam.

'Het is een misverstand, kan niet anders. Elion zal heus niet zomaar mensen laten ontploffen, Moone, hij let wel op. De beschuldiging is absurd.' Maar Felix maakte zich grote zorgen. Het Hoofd van de Wacht had niet de moeite genomen een bode te sturen. De brief, zo herhaalde Moone, is drie weken onderweg geweest. Er kon intussen veel gebeurd zijn. Felix ging overeind zitten en herkauwde haar woorden. Drie weken al. Het luidop zeggen bezorgde hem een ongemakkelijk gevoel. Hij vertrouwde het Hoofd.

'Maar hij kent Elion van toen hij een kind was. Wie is er dan dood dat wij het niet mochten weten?'

'Ene Jack Russel. Het Hoofd van de Wacht heeft zijn stempel gezet, het is officieel, Felix.' Moone klom op zijn schoot en keek hem recht in de ogen. Haar ogen waren diep oranje en dat bracht Felix in de war.

'Jack wie?'

'Jack Russel. Elion heeft een mens vermoord. Aan hun kan van de grens en Elion ' zal op gepaste wijze gestraft worden' door beide kanten.'

'Jack Russel.' Felix prevelde de naam en de haartjes op zijn armen stonden overeind. Boven hen kleurden de wolken onheilspellend groen met diepgrijze randen. De donder had het dorp bereikt en de huisjes trilden collectief in het onaarde, luide gedreun. Felix stroopte zijn vuile kleren van zijn lijf en spreidde zijn armen. De eerste druppels waren zwaar en heet. Ze bleven één tel als volmaakte druppel op de kurkdroge bodem liggen, voordat ze ineen zakten en plasjes vormden. Felix liet het stof van zijn lijf spoelen en sloot zijn ogen. Het roffelen van de regen maakte hem moe.

'Ik hou ervan als je zonder hemd werkt,' fluisterde Moone en volgde met haar vinger de rand van zijn broek. ' Je hebt de kleur van rijp koren.' Felix glimlachte vermoeid: hij was de enige in het land die wisselde van kleur, mee met de seizoenen.

'Ik moet weten wat er gebeurd is. Oh, niet ophouden.' Moone stond op het bankje en masseerde zijn pijnlijke schouders. De vermoeidheid velde hem ter plekke.

'Morgen. Nu ben je helemaal niet helder en dan moet jij niet eens in de buurt van de grens komen.' Moone wees vaag over haar schouder, richting noorden, waar de lucht altijd somber was.

'Ik keer heus niet vrijwillig terug. En dat is de enige manier. Morgenvroeg dan.' Felix wreef in zijn ogen om ze open te houden. 'Ik praat wel met het Hoofd, luisteren wat hij er aan zal doen.' Hij strompelde naar het bed en sliep al zonder zich te bekommeren om het natte beddengoed.

 

 

 

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hey Kat,

Mijn complimenten, dit is een heel stuk beter en logischer. En Felix leeft ook veel meer. Toch heb ik nog een paar puntjes.

- Hoe oud is Felix? Het maaien bezorgt hem ieder jaar meer ongemak, dan denk ik aan achter in de vijftig. Maar hij woont er al twintig jaar en is daar gekomen toen hij zes was, dus dan denk ik zesentwintig.

-Zijn moeder herinnerde hij zich als een meisje die geen zin had in kinderen. Een kind herinnert zich zijn moeder niet als een meisje, voor een zesjarige is ze een vrouw. Bijv,. Zijn moeder had geen aandacht voor hem. Je kunt daar nog meer in detail treden, zie maar.

- Is Elion een echte broer of een soort van broer, dat hoef je nu niet op te lossen dat kan ook in de rest van het verhaal.

- Het is allemaal nogal vaag beschreven en ik snap het niet zo goed maar de boodschap is duidelijk. Deze zin is in tegenspraak met zichzelf.

-onaarde onaardse?

- De scene met de regen en het afstropen van zijn kleren, zou je wel wat sappiger kunnen maken. Moone gaat met haar vinger langs zijn rand van de broek. En dan gaat hij naar binnen en valt hij in slaap op zijn bed, terwijl hij haar in geen twaalf nachten heeft gezien. Tenzij hij heel oud is, is dit niet geloofwaardig. Niet dat je daar een uitgebreide seks scene van hoeft te maken als je dat niet vindt passen in het verhaal, maar er kan wel iets meer gebeuren zonder dat je in details treedt.

Beschouw deze opmerkingen als de puntjes op de i, want het is al veel beter dan de eerste twee versies..

Succes,

Chris

 

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste, u hebt geen idee hoe dankbaar ik u ben :) Ik hou van schrijven, ik weet dat ik niet bijster goed ben en het nooit zal zijn maar het is altijd leuk om datgene wat er is gewoon bij te schaven tot het stukje af is ( of zo af als ik met tenminste kan krijgen).

Omdat de regels van de site duidelijk zijn en ik geen nieuw deeltje mag posten zonder het voorgaande te verbeteren, ging ik met uw tips aan de slag.

Met vriendelijke groeten,

Kat.

Felix rechtte met een grom zijn rug en masseerde de pijnlijke spieren, waarbij zijn vingers protesteerden tegen deze nieuwe beweging. Hij blies zachtjes op zijn handpalmen, open blaren schrijnden als beloning voor zijn harde werk. Felix kreeg het idee dat het maaien hem ieder jaar meer ongemak bezorgde, er waren meer pijntjes dan tien jaar geleden. Toen was het maaiseizoen een spannende periode, nu stompte het zijn brein af. Rondom hem strekten de korenvelden zich ver uit, bruingeel in de zomerzon. Boven de velden dansten vlinders en de paarse korenbloemen zorgden voor een gepaste onderbreking van al die geeltinten. De zomer liep op zijn eind en de hele wereld trilde van een maandenlange hitte. Het zweet drupte van zijn gezicht en droogde op nog voor het zijn hals bereikte. De smaak van zout en stof zat al dagen in zijn mond. Steeds meer mannen volgden zijn voorbeeld en deden strek- en blaasoefeningen. Ze wisselden hoopvolle blikken bij het tikken van de granen.

'Hé Felix, zie je al iets?' Felix was met voorsprong de grootste man in de wijde omtrek en kon als enige boven het koren kijken. Hij draaide langzaam rond zijn as en het stof wervelde tussen zijn voeten. In het westen hing een vage grijze schemer.

'Daar!' Hij lachte opgelucht. ' Wolken. Eindelijk, wolken. We krijgen onweer deze avond!' Hij verheugde zich op de komende afwisseling. Felix zette de zeis opnieuw tegen zijn heup en ging enthousiast aan het werk. Hij humde een vrolijk deuntje. De laatste rij, dan was het voorbij. De andere mannen werkten zwijgend verder tot de eerste diepe donderslag te horen was. Het was een vriendelijk en welkom geluid en het werd onmiddellijk gevolgd door een vermoeid gejuich.

'Zijn mensen altijd zo vrolijk als de werkdag erop zit?' Cal, zijn schoonbroer, porde hem tussen zijn ribben. Het klonk vriendelijk maar Felix herkende de lichte toon van afkeer. Hij haalde zijn schouders op, openlijke vrolijkheid was hier zelden aan de orde.

'Wat is er nu niet om vrolijk van te worden? Het zal regenen, de lucht ruikt zalig, ik slaap in mijn bed vannacht, met mijn vrouwtje aan mijn zijde...kijk, dat maakt een man toch gelukkig?' Zijn vrienden knepen hun grote ogen tot kiertjes, zoals ze wel vaker deden als hij iets ongepast zei.

'Als jij het zegt. Het werk is niet af, Felix.' Felix was niet van plan zijn goede humeur te verpesten en schikte zwijgend de laatste bundels op de kar. Het werk was nooit af.

'Wisselkinderen zijn rare beestjes,' bromde Cal, die op de bundels klom en er een zeil over trok. Felix gooide hem de touwen toe. Hij en zijn schoonbroer waren een goed team.

'Ik ben de enige volwassen mens in jullie landje, je zou trots op me moeten zijn.'

'Ja, je verdient een standbeeld.' Nu lachte zijn eeuwige knorrige vriend. 'Jouw houdbaarheidsdatum is al jaren vervallen.'

Twaalf dagen en evenveel nachten hadden de mannen doorgebracht op de velden. Felix snakte naar een bad, een degelijk bed en Moone. Vrouwen waren niet welkom op de velden tijdens het maaiseizoen : het zou de mannen alleen maar afleiden. Felix dacht daar het zijne over, hij presteerde beter op het veld na een nachtje met zijn vrouw, vond hij. Cal klakte met zijn tong en Felix greep, uit zijn dagromerij gehaald door de mannen die zich rond de karren verzamelden, één van de handvaten.

'En ho...' Ze trokken de karren in beweging en Felix concentreerden zich op het ritme en de veldweg richting huis. Moone en hij woonden in een kleine, bescheiden woning met slechts één leefruimte in een al even bescheiden dorpje. Het telde dertien gelijkaardige huisjes, twee waterputten en één klein pleintje. Het dorpje was behoorlijk welvarend dankzij de enorme korenvelden. Ze leverden aan het hele land en ze leverden de beste koren, waar iedereen bijzonder trots op was. Felix wenste de andere mannen een goede nacht en sloeg het pad af dat rechtstreeks naar zijn voordeur leidde. Het huisje bood een welkome blik. De ramen en deur stonden open en Moone zat op de bank tegen de gevel naar de naderende storm te kijken. Ze zag er heerlijk uit in een wit, net iets te kort jurkje en Felix voelde zijn wangen branden toen Cal naar hem staarde.

'Dat is ongepast voor een getrouwde vrouw. Jij leert ons volk slechte manieren, Felix,' mopperde zijn vriend terwijl Moone in een werveling van stof, lange haren en koele huid in zijn armen sprong. Felix tilde haar moeiteloos op en kuste haar tot hij geen adem meer had.

'Welkom thuis,' fluisterde Moone in zijn oor en er trok een heerlijke rilling doorheen zijn lijf.

'De buren kijken,' kraste Felix ademloos, terwijl hij zijn hemd herschikte en haar volgde naar het bankje. Hij vleide zich behaaglijk neer, met zijn hoofd in haar schoot en sloot doezelig zijn ogen. Dit was af, meer vroeg hij niet van het leven, bedacht hij.

'Ik word te oud voor die uitjes. Kamperen in de velden is niets voor mij. ' Hij opende zijn ogen en nam zijn vrouw aandachtig op. Felix woonde al zo lang tussen het Kleine Volkje dat hij soms vergat dat ze anders in elkaar staken.

'Dertig jaar is niet het einde van de wereld, Felix. En je kampeert graag, je houdt gewoon niet van werken.' Moone glimlachte warm. Haar ogen, groot en grijs, hadden een oranje randje en hij had in de loop der jaren geleerd dat oranje randjes meestal een teken waren van zorgen. Zijn vrouw  nam zijn handen in de hare, maakte een doek nat in de emmer die naast haar stond en bette zijn rauwe handpalmen.

'Er is een brief gekomen.' Moone had een diepe, zachte stem voor zo'n kleine vrouw en de ernst gaf er nog een extra timbre aan. Ze verschoof haar aandacht van zijn handen naar zijn gezicht en spoelde het stof uit zijn baardstoppels en ooghoeken. 'Hij zat deze morgen onder de deur en is ruim drie weken onderweg geweest. Hij komt van de Grenswacht.'

Het aangrenzende huisje stond al twee jaar leeg. Felix' broer zat zijn legerdienst uit aan de Zilverbeek, de grens met het buitenland. De praktijk van Wisselkinderen was intussen aan beide grenskanten ilegaal maar zo nu en dan probeerden mensen hun kind nog steeds te verpanden aan het Kleine volkje. Ooit was het bijzonder populaire oplossing: mensen deden een wens, meestal geldzaken, en het Kleine Volkje regelde het. De betaling was altijd zes levensjaren van de eerstgeboren zoon. Tegenwoordig gebeurde er zelden iets aan de grens, mensen geloofden al jaren niet meer in het Kleine volkje en de rust werd hier gewaardeerd. De Wacht houden was vooral een saaie onderneming, een soort verplichting voordat de jongeren het echte leven mochten verkennen. Zijn eigen transfer, van de mensenwereld naar dit magische landje vol korenvelden dateerde al van ruim twee decennia terug en dat was bijzonder vlot verlopen. Hij had bitter weinig geloofwaardige herinneringen aan de mensenwereld. Zijn moeder herinnerde hij zich als een vrouw die geen zin had in kinderen en altijd grote, kleurrijke oorringen droeg, zijn vader was niets meer dan een warme stem die hem vertelde dat Felix ergens anders zou wonen 'omdat mama geld nodig had en papa een schuld had openstaan.'

Felix was zes, hij wist niet eens wat het woord schuld inhield.

'Je mag voor zes jaar bij een vriend van mij gaan wonen, hij ziet er een beetje vreemd uit maar dat went wel. Ik heb ook bij hem gewoond toen ik zo oud was als jij.' En dat was het, met de belofte dat zijn vader hem over zes jaar opnieuw zou ophalen in het park, werd Felix geruild voor de winnende cijfers van de lotto en het kwijtschelden van de schuld. Hij was vijf of zes, ook dat wist hij niet zeker. Drie jaar na zijn aankomst liep hij weg bij zijn voogd om te gaan zwerven met een jonge boef. Elion was vijf jaar ouder, nam hem op sleeptouw naar alle duistere en lichte uithoeken van het land en de wereld ging voor hem open. Felix miste zijn grote broer enorm en verlegde zijn blik van het lege huisje naar zijn vrouw. Een officiële brief betekende dat Elion in de problemen zat, alweer.

'Ik praat wel met het Hoofd van de Wacht. We kunnen Elion zijn borg wel betalen. Wat heeft hij misdaan?'

Moone kamde met haar vingers door zijn haren en haalde haar schouders op in een bijzonder machteloos gebaar. Felix ging overeind zitten, de knoop in zijn buik, voorzichtig gelegd bij de onrust in haar ogen, werd een beetje aangespannen.

'Deze keer zal het niet lukken, denk ik. Elion is veroordeeld voor moord. De brief is bijzonder spaarzaam met details.  Hij heeft een moord gepleegd, aan de mensenkant van de grens. Er zijn getuigen van.' Felix liet het even bezinken, moord was een term uit oude verhalen vol ridders en draken. Niemand deed nog aan moorden, deze dagen. Hij haalde diep adem en onderdrukte met moeite de rilling die zich rond zijn ruggengraat vleide. Hij was één tel misselijk.

'Ademen, Felix.' Moones hand streelde zijn nek en rug tot zijn hartslag weer een gelijkmatig ritme vond.

'Het is een misverstand, kan niet anders. Elion zal heus niet zomaar mensen laten ontploffen, Moone, hij let wel op. De beschuldiging is absurd. Hij heeft nog drie weken dienst, dat zet hij echt niet op het spel. Het Hoofd had een bode moeten sturen.' Dat was het onrustwekkende van allemaal: de boodschap bereikte hen weken na de feiten. Er kon intussen vanalles gebeurd zijn.

Felix had zijn eerste drie jaren bij het Hoofd doorgebracht en vertrouwde de man zonder meer.

'Wie is er dan dood dat wij het niet mochten weten?'

'Ene Jack Russel. Het Hoofd van de Wacht heeft zijn stempel gezet, het is officieel, Felix.' Moone klom op zijn schoot en keek hem recht in de ogen. Haar ogen waren diep oranje en dat bracht Felix nog meer in de war.

'Jack wie?'

'Jack Russel. Elion vermoordde een man, een mens. Aan hun kan van de grens en ' zal op gepaste wijze gestraft worden' door beide kanten.'

'Jack Russel.' Felix prevelde de naam en de haartjes op zijn armen stonden overeind. Hij sloeg zijn armen rond zijn vrouw en ze keken zwijgend naar het naderende onweer. Boven hen kleurden de wolken onheilspellend groen met diep grijze randen. De donder had het dorp bereikt en de huisjes trilden collectief in het onaardse, luide gedreun. Het kwam uit alle windrichtingen.

'Je stinkt.' Moone glimlachte voor het eerst en Felix hart maakte een vrolijk roffeltje en maakte zo een einde aan de kilte in zijn lichaam. Ook de anderen hadden de regen gehoord en kwamen massaal naar buiten om het stof uit hun poriën te spoelen. Felix stroopte zijn vuile kleren van zijn lijf en spreidde zijn armen. De eerste druppels waren zwaar en heet. Ze bleven één tel als volmaakte druppel op de kurkdroge bodem liggen, voordat ze ineen zakten en plasjes vormden. Zijn buren gluurden naar hem, met fijne glimlachjes en warme blikken. Hij was hun mens en het contrast kon niet groter zijn nu ze allemaal naakt in de warme regen stonden.

'Ik hou ervan als je zonder hemd werkt,' fluisterde Moone en ze volgde met haar vinger de rand in zijn huid waar zijn shirt ophield en zijn broek begon. Zijn bovenlijf was intens gebruind. 'Je hebt de kleur van rijp koren.'

Felix grinnikte, draaide zich om en tilde zijn vrouw moeiteloos van de bank. Ze sloeg haar benen rond zijn middel en hij droeg haar naar de achterkant van het huis, weg van de nieuwsgierige blikken.

'Ik dacht dat jij te moe was,' giechelde Moone.

'Het lukt nog wel.' Vrijen onder een groots onweer stond in zijn top vijf van meest favoriete bezigheden. Felix gaf zich met veel plezier over aan zijn vrouw en vergat de rest van de wereld toen ze zijn naam fluisterde op die manier waar hij het intens warm van kreeg. Het onweer bereikte gelijktijdig met hen het hoogtepunt en de bliksems volgen elkaar zo snel op dat de wereld baadde in een fel licht en een onophoudelijk dreunen. De grond trilde van het natuurgeweld en Felix lag met bonkend hart naar de hemel te staren. Hij had even tijd nodig om zichzelf helemaal terug te vinden. Zijn hele lijf tintelde alsof het onder spanning stond en hij hapte naar adem toen Moone haar hand op zijn buik legde.

Ze glimlachte loom naar hem.

'Leef je nog?' Haar stem klonk voller dan anders. Felix nam zijn vrouw ademloos op, onder de indruk van haar schoonheid. Zo vol modder, regen en voldaan van het vrijen, glansde ze van iets waar hij niet bij kon.

'Een beetje. Jij?' Hij sloot zijn ogen en probeerde het moment stil te zetten.

'Meer dan anders.' Felix grinnikte vrolijk toen haar vingers een gevoelig plekje vonden en zijn spieren zich gehoorzaam opspanden.

'Je kietelt, hou op.'

'Zal je voorzichtig zijn morgen?' Haar gezicht was op nog geen neuslengte van het zijne en haar ogen pulseerden oranje en duizenden zilveren sterretjes. Hij knikte, zijn stem vertrouwde hij niet echt. Moone gaf hem een kusje op zijn wang en vleide zich tegen hem aan. Ze bleven liggen tot het onweer afzwakte en de donder niets meer dan een knorrig rommelen was, ver boven de velden.

'Straks komen er hordes muggen en die zijn tuk op mensenbloed. Jij moet naar je bed zodat je morgen fris bent. Het Hoofd heeft tegen je gelogen en dat zal een reden hebben.'

'Eigenlijk zou ik moeten vertrekken,' zuchtte Felix, zich bewust van het kleine beetje schuldgevoel in zijn middenrif.

'Morgen, Felix, doe niets ondoordacht. De Zilverbeek is verboden terrein voor jou, je kunt daar niet 's nachts naartoe.'

'Ik keer heus niet vrijwillig terug. En dat is de enige manier.' Suste Felix haar, blij met de tegenstand. Hoe graag hij Elion ook zag, hij had niet veel zin om nu nog te vertrekken. 'Ik praat morgen wel met het Hoofd. Eens gaan luisteren wat de sancties zijn.' Hij liet zich overeind helpen door zijn vrouw en strompelde naar bed. Moone kwam hem niet achterna. Ze nam plaats op de bank en staarde naar de wolken. Haar ogen waren vurig oranje en dat hield Felix nog lang wakker.

 

Lid sinds

5 maanden 4 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Kat

Ik heb je verhaal gelezen, het wordt steeds beter. Nog een op paar dingetjes.

Elion zal heus niet zomaar mensen laten ontploffen, Moone, hij let wel op. Hoezo ontploffen? Waarom niet doden of leg je dat later nog uit? Dan kun je het staan laten.

'Je stinkt.' Moone glimlachte voor het eerst en Felix hart maakte een vrolijk roffeltje en maakte zo een einde aan de kilte in zijn lichaam. Ook de anderen hadden de regen gehoord en kwamen massaal naar buiten om het stof uit hun poriën te spoelen. Felix stroopte zijn vuile kleren van zijn lijf en spreidde zijn armen. De eerste druppels waren zwaar en heet. Ze bleven één tel als volmaakte druppel op de kurkdroge bodem liggen, voordat ze ineen zakten en plasjes vormden. Zijn buren gluurden naar hem, met fijne glimlachjes en warme blikken. Hij was hun mens en het contrast kon niet groter zijn nu ze allemaal naakt in de warme regen stonden. Ik zou zeggen laat eerst de eerste druppels vallen en dat hij dan zijn kleren uittrekt. Moeten de anderen in het dorp het ook doen, of is het intiemer en gewaagder als hij alleen zijn kleren uittrekt. 

'Ik hou ervan als je zonder hemd werkt,' fluisterde Moone en ze volgde met haar vinger de rand in zijn huid waar zijn shirt ophield en zijn broek begon. Zijn bovenlijf was intens gebruind. 'Je hebt de kleur van rijp koren.' Heel mooi stukje.

In het algemeen heb ik het gevoel dat je probeert 'mooi' te schrijven, soms misschien iets te mooi, bij sommige stukjes past het goed, bij andere stukken vind ik het soms wat overdone.

Waarom jij geen goede schrijver kunt worden, ik heb geen idee. Een aantal passages in het verhaal vind ik heel goed. Als je je goed inleeft en steeds afvraagt waarom iemand dit zou willen lezen en probeert zodanig te schrijven dat het logisch is en voor een ander te volgen dan kan je een heel eind komen. Zolang je het leuk vindt gewoon doorgaan en je wordt al doende steeds beter.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Denk niet dat ik alles weet, dit is gewoon mijn mening iemand anders denkt er misschien  heel anders over.

Succes,

Chris

Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste

Bedankt voor de hulp ( ik ga op zoek naar de te uitgebreide beschrijvingen en probeer er iets meer soberheid in te krijgen. Trop is te veel en te veel is trop.) Ik sleutel er met veel plezier aan en ik waardeer uw mening enorm. Geen kans dat iemand anders het onder ogen krijgt. Het op deze site zetten bezorgde me al hartkloppingen.

De meeste schrijvers posten hier beleefd één deeltje of twee deeltjes van hun boek in wording en daarna klaren ze de klus op hun eentje, iets waar ik heel veel bewondering voor heb, want ik kan dat niet. Dus ik schrijf uitsluitend voor mezelf en werk zelden iets af omdat ik nooit tevreden ben en daarna druk ik op clt alt del...ook al klinkt dat nu heel ondankbaar naar u toe, ik weet het.

Felix zal nooit verder raken dan mijn eigen laptop maar ik heb me kostelijk geamuseerd met het herwerken en puzzelen, het is zoveel leuker dan de eerste, ruwe versie bij elkaar typen. Ik kan nu met zekerheid zeggen dat deeltje 1 veel beter is dan de rest van het verhaaltje, dankzij een kritisch oog.

Bedankt dus.

Kat