Lid sinds

8 jaar 10 maanden

Rol

[roman] Liselotte, Nathalie of Yesmine?

Beste allemaal,

Dit is het begin van mijn Franse roman dat ik heb herschreven in het Nederlands. Het is geschreven vanuit het perspectief van een meisje van dertien en vind plaats in Tunesië waar ze als Nederlands meisje opgroeid. Graag wil ik het volgende van jullie weten:

Is het een goed begin? Hebben jullie suggesties om het te verbeteren?

Zien jullie de situatie voor jullie?

Leven jullie mee met het personnage?

Spreekt de stijl jullie aan of juist niet? Zijn de details sprekend?

Hebben jullie nog andere tips? 

Dank jullie wel!

Fragment

 

Liselotte, Nathalie of Yesmine?

Mama en ik zijn in de grote boekenwinkel van S. om papa’s kranten te kopen: de Telegraaf in het Nederlands en Le Temps in het Frans waarvan papa alleen de titels kan lezen. Papa en mama’s Frans is niet zo goed als die van Tessa en mij. Tot mijn verbazing staat mama te draaien rondom een tafel waarop blauwe, onranje, gele schriften liggen en schoolboeken met kaften van allerlei kleuren. Ik snap niet wat ze daar zoekt. Mama heeft een lichtblauwe jurk aan en ruikt naar appel als ze wat voorover buigt. Ze heeft pas een nieuw badschuim van Tessa en mij gekregen. Mama lijkt nog steeds groter dan ik maar dat komt door haar hoge hakken. Ze zijn zo hoog dat haar voeten zelfs een beetje vervormd zijn. Hoe ze het doet, weet ik niet, maar ze kan er zelfs mee rennen! Zelf draag ik platte schoenen want ik voel me zo al lang genoeg. Vergeleken met mijn Franse vriendinnen van school en Tunesische vriendinnen van het paardrijden ben ik heel groot, heel mager en heel wit. Ze zijn ook ronder en hebben een mooi bruin huid. Bovendien hebben ze mooie zwarte haren en ogen.

Mama pakt een lichtblauw schriftje en reikt het naar mij met pretoogjes. Ik houd van blauw zoals papa en dat weet ze:  

  • Vind je dit een leuk schriftje voor een dagboek? Ze hebben hier geen echte dagboeken maar het gaat om de inhoud he?!    

Mijn hart maakt een sprongetje. Heeft mama mijn geheim geraden? Sinds ik Pinkeltje heb gelezen na onze aankomst in Tunesië, wil ik schrijven maar dat durf ik niemand te vertellen. Het is maar een raar idee. Toch zou ik niets liever willen dan schrijven over mijn aankomst in Tunesië. Ik pak het schriftje van mama aan. Het is een beetje ruw. De Franse kaften zijn altijd glad maar dat is bij dit papier niet het geval. Vanbinnen is het geruit. Ik voel mijn hart razend snel kloppen alsof ik met een sprint bezig ben. Om ons heen praten mensen in het arabisch. Daar snap ik niets van en dat vind ik jammer:  

  • Ik weet het niet, zeg ik.

Mama fronst haar wenkbrauwen.

  • Als je een dagboek bijhoud in het Frans ga je misschien vooruit op school!

Dat vind ik een domme opmerking van mama. Ik spreek nu vloeiend Frans en ik denk zelfs in die taal. Dat kan dan toch niet nog beter? Nee, dat ik niet zo’n goede punten heb komt omdat ik een beetje dom ben.

Plotseling, wil ik iets:  

  • Mag ik er ook een rode pen bij hebben? Voor als ik misschien ga schrijven...

Ik wil dat mijn woorden de kleur van mijn bloed hebben maar dat zeg ik niet tegen mama. Want ook dat is maar een stom idee. Mama kijkt mij vragend aan. Ik voel de woorden van mijn Geheim op mijn lippen komen. Zal ik haar vertellen dat ik graag mijn verhaal wil schrijven? Maar dan veranderd haar blik:

  • We moeten opschieten! Ik heb nog van alles te doen. Pak maar een rode pen.

Op dat moment begint de oproep van het gebed. Mama praat er door heen terwijl we naar de kassa lopen:

  • Ik moet nog bananen gaan halen bij Mourad. Misschien kun je je dagboek een naam geven?

Even later lopen we samen op de Boulevard Bourguiba. Mama rent meer dan ze loopt. Ik heb een papieren tasje in mijn handen met mijn dagboek en mijn bolpoint erin. Ik ruik de kruiden van de kruidenier, het gas van de auto’s en de geur van de ezels die voorbijlopen met mannen erop. RRR roepen ze. Er komt ook een mengel aan muziek uit de winkeltjes die allemaal hun deuren open hebben. Mijn hart klopt nog steeds driftig alsof hij iets heel moeilijks in het verschiet heeft. De vraag van mama heeft een kortsluiting in mijn hersenen veroorzaakt. Het is net alsof er allemaal kauwgom in mijn hersenen zit. Ik vraag me af:  moet ik mijn dagboek Liselotte noemen? Dat is een prachtig mooie Nederlandse naam. Maar waarom niet Yesmine of Nathalie? Wie is de persoon aan wie ik ga schrijven? Een meisje, ja dat is zeker. Van dertien zoals ik. Maar is ze een Nederlandse, Tunesische of Française? Ik kom er niet uit. Uiteindelijk denk ik:  ik noem hem dan maar “mijn vriendin”. Want ze wordt mijn beste vriendin! Dat is zeker!

Lid sinds

11 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik mis focus in de opening. Er komt van alles voorbij. Ik lees over kranten, talen, ouders, schriften, jurken, hakken, vriendinnen, paardrijden - en nog altijd heb ik geen idee waarom dit moment zo belangrijk is dat het het begin van een verhaal moet zijn.

Dus... nee, dit fragment spreekt niet echt tot me. De details voelen erg kaal; niet verbonden aan een gevoel. Het hele stuk brengt eigenlijk geen heldere emotie over.

Op het eind vind ik iets interessants: Wie is de persoon aan wie ik ga schrijven? (...) is ze een Nederlandse, Tunesische of Française?

Hier zou je meer van kunnen maken, denk ik. De spil van de opening - als je het verder uitwerkt. Wat betekenen de verschillende keuzes voor de hoofdpersoon? Hoe zou het voelen om aan een Française te schrijven (ver weg, nostalgisch, heimwee, zacht schrijnen verlies?) of een Nederlandse (ver weg maar vertrouwd, een anker, een link naar familie, geborgenheid?) of Tunesisch (alledaags, warm, ongecompliceerd, een ontkenning van alle verlangens naar onbereikbaar verre plekken...?)
Ik zuig van alles uit mijn duim. Ik probeer te zeggen: geef betekenis aan details. Zorg dat je personage emotioneel invested in is de dingen die er op deze bladzijde langskomen. Dat is denk ik wat ik mis.

PS: bulletpoints in plaats van aanhalingstekens; waarom?

Lid sinds

2 jaar 8 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik heb een beetje problemen mee dat het in de 'ik'-vorm is en in de tegenwoordige tijd. In die vorm kun je naar mijn mening alleen schrijven, wat je op dat moment echt doet en denkt. Een aantal van de beschrijvende zinnen vind ik niet in die vorm passen, bijvoorbeeld: 'Ze heeft pas een nieuw badschuim van Tessa en mij gekregen.', maar er zijn meer voorbeelden.

Als je het in de verleden tijd zet, dan kun je dat wel zeggen, want dan geef je die informatie vanuit de 'schrijver'-ik. Ik zeg niet dat je dat moet doen, maar ik vind dat je daar een keuze moet maken. Of dat soort zinnen anders gaan doen (dat het echt wordt zoals een kind denkt), of in de verleden tijd zetten.

Verder zou ik Tessa in eerste instantie nog weglaten.

Succes,

Lucas

Lid sinds

8 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Beste Diana en Lucas,

Hartelijk dank voor jullie uitgebreide commentaar! Ik heb het aandachtig gelezen.

Diana, ik ga het begin van mijn roman met jouw commentaar nog eens kritisch bekijken. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de lezer niet weet waar hij aan toe. Dank ook dat je me vertelt wat je wel interessant vindt. Over die bulletpoints: ik had wat moeite met de opmaak van de tekst. Mijn excuses.

Lucas, deze tekst was een oefening. Ik ga er over nadenken. Het helpt mij ook tevreden te zijn met de keuze die ik heb gemaakt voor mijn manuscript die gewoon in dagboek vorm is. 

Lid sinds

5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Hanek, bedankt dat je me attent hebt gemaakt op schrijvenonline!

Ik heb de vorige reacties gelezen. Ik denk ook dat de verleden tijd beter zou passen bij een dagboek. De ik-vorm past daar juist wel goed bij vind ik. Ik neem aan dat dit de eerste keer is dat de hoofdpersoon in haar dagboek schrijft. Ik kan me voorstellen dat een meisje van 13 daar dan ook mee begint: Hoe het voor haar is om een dagboek te beginnen. Ze heeft blijkbaar nog niet kunnen kiezen aan wie ze schrijft. Misschien wordt het krachtiger als je aan het begin toelicht waarom ze voor deze drie namen kiest. Je pakt die toelichting nu aan het eind. Je hebt het verhaal chronologisch opgebouwd. Je zou er ook voor kunnen kiezen om te beginnen met het nu, hoe ze het ervaart om voor het eerst in het dagboek te schrijven. Hier zou je ook al het stukje "....Heeft mama mijn geheim geraden? Sinds ik Pinkeltje heb gelezen na onze aankomst in Tunesië, wil ik schrijven maar dat durf ik niemand te vertellen. Het is maar een raar idee. Toch zou ik niets liever willen dan schrijven over mijn aankomst in Tunesië...." kunnen opnemen. Dan creëer je volgens mij meer een spanningsboog.  Dan overgaan naar de scene waarin het dagboek gekocht wordt. Zo kun je ook tegenwoordige tijd en verleden tijd met elkaar afwisselen. 

Dit waren mijn gedachtes bij je stukje. Ik hoop dat je er iets aan hebt.

Groeten,

Melanie