Lid sinds

1 jaar 7 maanden

Rol

[Column ] Over de tijd en de droom die niet zal uitkomen

In het nawoord van Silvio Blanco in het boek de bekentenissen van Zeno schreef hij over de auteur Italo Svevo: ‘[…] omdat hij beschikte over drie belangrijke kwaliteiten: ervaring van de realiteit, een intellectuele visie op de realiteit en het vermogen deze door zijn fantasie te verrijken.’ Dit zette mij terstond aan het denken: zijn dit niet de drie heilige voorwaarden voor een goed schrijverschap? Hoe zit het dan met mij en mijn droom? Ik zou niets liever willen dan doorbreken met een literair meesterwerk, maar ik moet bekennen dat ik nauwelijks droog achter de oren ben met als gevolg dat ik over weinig ervaring van de realiteit beschik. En de vraag blijft of dat wel zal komen, in deze tijd, onder deze omstandigheden.

Dat ouderdom niet noodzakelijk hoeft te zijn om door te breken, heeft de toen achttienjarige Françoise Sagan bewezen met haar succesvolle debuutroman Bonjour Tristesse. Ernst Hemingway was nog maar zesentwintig toen zijn geweldige The Sun Also Rises werd gepubliceerd, net zo oud was Mann toen Buddenbrooks verscheen. Dostojevski leverde op zijn vijfentwintigste het boek Arme mensen. Allemaal knappe prestaties. En ik ben ongetwijfeld heel veel namen van jonge debutanten vergeten.

Wat het meest aan mij knaagt is de zegen voor de mens maar tegelijkertijd de vloek voor elke schrijver van het leven in een zorgeloze tijd, die gekenmerkt wordt door vrede, een stabiel land, een niet aflatende economie en democratie – geen ervaringen van gruwelijke honger, een lugubere dictatuur of de verschrikkingen van een oorlog dus. Het enige wat men heeft in deze tijd, wat men vroeger ook had, is ieder zijn eigen persoonlijke misère.

Niet dat ik het allemaal erg betreur, maar het is niet onwaar, denk ik, om te constateren dat ellende de grootste drijfveer is van een schrijver. In deze tijd beperkt het schrijven over ellende zich tot seksualiteit die niet binnen de norm past, het afkeren van een geloof, of maatschappelijke kwesties als discriminatie en immigratie. Misschien dat dat de reden is dat ik zo houd van klassieke literaire werken; deze hebben meer te bieden.

Nog over de persoonlijke misère: vroeger hadden de levensgevallen scherpere uiterlijke vormen. Tussen leed en vreugde, rampspoed en geluk, scheen de afstand groter dan voor ons. Als je nog geen kwart eeuw oud bent, en nu al op deze manier denkt over het verleden, eigenlijk samenvattend zou kunnen stellen: ‘vroeger was alles slechter, behalve de literatuur, en ik wil literatuur schrijven als toen’ kun je  bijna niet anders concluderen dan dat ik een oude ziel ben – tenminste, tot die conclusie ben ik gekomen.

Voor mij betekent het schrijven van de doden meer dan het schrijven van de levenden. Dit is waarom ik nergens thuis hoor in de tijd, niet in het heden, niet in de toekomst, en allerminst in het verleden omdat, hoezeer ik daar ook zou willen leven, het verleden het verst weg ligt van de mens doordat we nog steeds te maken hebben met de beperkingen van ruimte en tijd; het heden is ons leven, de toekomst stroomt als een kolkende rivier op ons af en wordt ons leven, het verleden was ons leven of het leven van een ander, maar raakt uit zicht om vervolgens helemaal te verdwijnen, aangezien alles stroomt en niets blijft.

Als ik de moed zou kunnen opbrengen daadwerkelijk mijn gedachten in een mal te gieten van de letteren, als ik niet altijd te prooi zou vallen aan alle heerlijke technische middelen met daaraan onlosmakelijk verbonden de afstomping en veronachtzaming van mijn bestaan, zou mijn eerste roman hoogstwaarschijnlijk een psychologische roman zijn. Daar liggen mijn kwaliteiten; het beschrijven van een zonderlinge personage, zijn reizen door de krochten van de geest, de zoektocht naar de diepste verlangens, grootste angsten en kwellingen, en de verborgen liefde voor de dood en het leven, het laatste opgesloten in de ommuurde gouden kern van het wezen, de ziel; samengevat: het ter hand nemen van een spiegel, en met de onwetende blik van een kind het mismaakte portret bewonderen dat zich daarin bevindt. Geen één contour mag de lijst raken of er buiten vallen! Niets mag ongezien blijven, alles moet beschreven worden, zodat er een definitief, maar tegelijkertijd nietszeggend beeld geschetst kan worden van de menselijke psyche.

Of mijn debuutroman wordt een in melancholie gedrenkt verhaal. Waar het bij een psychologische roman de diepte ingaat, kan het dan verbreden, de gehele horizon verkennen, wellicht deze tijd bekritiseren met een dosis fantasie. Niets heel houden, vooral alles slopen! 

Fragment

- Hoe leest dit?

- Tips, advies en suggesties? 

- Kunt u zichzelf herkennen in hetgeen ik schrijf?

- Persoonlijke mening? 

- Kloppen er dingen niet dan hoor ik het graag.

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Even:

Daar liggen mijn kwaliteiten; het beschrijven van zonderlinge personages, hun reizen door de krochten van de geest, de zoektochten naar de diepste verlangens, grootste angsten en kwellingen, en de verborgen liefde voor de dood en het leven, het laatste opgesloten in de ommuurde gouden kern van het wezen, de ziel; samengevat: het bij de hand nemen van een spiegel, en met de onwetende blik van een kind het mismaakte schilderij bewonderen die zich daarin bevindt.

Wie zal dit ontkennen? Afgezien van het raadsel wie of wat zich in de spiegel bevindt, zijn het wel 75 woorden - hoe zou je met zo'n fiks aantal nu eens concreet een personage kunnen neerzetten dat in het geheel van je column past, en hem draagt, óók?

Met andere woorden: hoe zou je je column aan de hand van een personage scherpte, diepte, nuance, contour, bloed, botten en adem kunnen geven, waardoor je column gaat leven, en vurige pijlen afschiet op de lezer?

Lid sinds

4 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Als column vind ik het stuk niet heel erg geslaagd; het is me te barok en te omslachtig en die lange zinnen lezen niet lekker. Van een column verwacht ik eerder dat hij spits is, en prikkelend.

Wat de inhoud betreft: dit lijkt een opsomming van uitvluchten waarom je dat gedroomde literaire meesterwerk nog niet geschreven hebt. Die uitvluchten snijden geen hout, dat weet je zelf ook wel. Hier en daar zijn ze zelfs ( ... 'dat is waarom ik nergens thuishoor in de tijd' ... ) ergerlijk koket. 

Iedereen die ooit zijn ogen heeft geopend, heeft stof voor een roman. Of die roman een meesterwerk wordt ligt aan heel andere dingen. Je kunt het, je kunt het niet, of je kunt het nog niet, in welk geval je zou kunnen proberen het te leren. 

Ik zou zeggen, aan het werk dan maar. 

Lid sinds

1 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Bedankt voor de feedback! Ik begrijp dat het niet zo geslaagd is als ik hoopte. Om er iets goeds van te maken zal ik het over een totaal andere boeg moeten gooien, denk ik? Want zowel de vorm als de inhoud is niet degelijk. 

@Thérèse Ik ben het, in de spiegel.

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Ik ben het, in de spiegel.

Ben je dan dit - wat voorafgaat aan het bij de hand nemen van een spiegel:
(...) zonderlinge personages, hun reizen door de krochten van de geest, de zoektochten naar de diepste verlangens, grootste angsten en kwellingen, en de verborgen liefde voor de dood en het leven, het laatste opgesloten in de ommuurde gouden kern van het wezen, de ziel (...)

Lid sinds

1 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Over hen schrijf ik, ja. Is het minder verwarrend als ik het in enkelvoud zet? 

(...) het beschrijven van een zonderlinge personage, zijn reis door de krochten van de geest, de zoektocht naar de diepste verlangens, grootste angsten en kwellingen, en de verborgen liefde voor de dood en het leven, het laatste opgesloten in de ommuurde gouden kern van het wezen, de ziel (...)

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Ja, dat is minder verwarrend. En dan zou je denk ik bij de hand nemen moeten vervangen door ter hand nemen, want een spiegel neem je niet bij de hand (hij heeft geen hand). Dat maakt het ook wel duidelijker. En als je die vervangt door dat (het schilderij dat zich daarin bevindt) wordt het nog duidelijker.

Lid sinds

8 jaar 11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Het gekke is: ik herken me wel in dit verhaal maar denk heel anders. Op een of andere manier raak je me met je verhaal. Ik vind dat je eerlijk bent en jezelf. Ik ben het er niet altijd mee eens maar ik vind het interessant me te verdiepen in je mening en ga ook over mezelf nadenken. Hoe was dat vroeger bij mij? En nu? Maar ik dacht ook: verheug je op een leven zonder gedoe. Maar ja, waar schrijf je dan over als schrijver? Zomaar een idee: schrijf over wat je voelt, denk niet te veel na over publiceren. Ik denk eigenlijk dat een thema jou kiest en niet jij jouw thema. Succes!