Lid sinds

8 jaar

Rol

[Proza] Moedermoe

Ik ben een tijdje minder actief geweest met schrijven en probeer de draad nu weer op te pakken, maar vind het moeilijk mijn eigen werk te beoordelen, aangezien ik nog wat aan het experimenteren ben. Mijn vraag aan jullie:

- Boeit dit? Is de ontwikkeling in het verhaal duidelijk?

- Zijn er te veel lange zinnen/komma-zinnen of is kort en lang voldoende afgewisseld?

- Wat leest het fijnst voor dialoog: nieuwe alinea bij elke spreker of vaker 'zei hij' 'zei ik' erachter?

- Persoonlijke mening stijl/verhaal?

- Zit de verteller niet teveel in het hoofd/is er nood aan meer beschrijving van de omgeving?

Fragment

Ik had gedacht dat met de lange tijd dat het aan mij vast had gezeten een gevoel van verbondenheid een belofte was, maar het enige dat door mijn hoofd ging toen ik voor het eerst naar het verkreukelde wezentje op mijn blote borst keek was dat het nogal op een alien leek en ik het beter terug aan de rechtmatige maker gaf. Mij leek het al helemaal niet kennen, hoe het schel krijste in mijn armen. Er moest een vergissing gemaakt zijn. Ik keek op naar Rob en zijn glunderende blik zei me dat hij duidelijk niet op de hoogte was van deze verwarring.

Rosalie.” Zei hij trots, en de rest van de getuigen van het scheuren van mijn vrouwravijn betoogden hun goedkeuring. Wat deed hij nu. Rosalie was de naam die wij hadden uitgekozen voor ons kindje, ons wondertje, en nu gaf hij het zo weg. De afgelopen uren had ik in een soort trance doorgebracht en er was geen manier om met duidelijkheid te zeggen dat dit kind zich echt uit mijn lichaam had geworsteld. Misschien hallucineerde ik, was ik veel bloed verloren? Ik voelde het licht in mijn hoofd worden.

-------

De rustkamer kwam steeds voller met bloemen en kaartjes te staan en bezoek na bezoek had mij erop gewezen dat ze mijn neusje had. Dit neusje wipte echter enthousiast naar boven en van een brug was geen sprake, laat staan van een met een bobbeltje, zoals het mijne. Zo kalm dat ze in de armen van Rob lag, zo woest protesteerde ze wanneer ze bij mij gedwongen werd. Een verpleegster hielp me haar stabiel te positioneren en het mondje naar mijn borst te laten happen. “Auw!” Het tandloze vlees voelde als een wasknijper op mijn al maanden gevoelige tepels, die intussen wat weg hadden van droge kleivlaktes. “Dit is niet goed, het past niet.” Ik wierp een bezorgde blik naar mijn verzorgster, maar mijn roep om hulp werd beantwoord met een lachje.

“Natuurlijk wel, het is normaal dat het de eerste keer wat vreemd voelt”. Vreemd was niet de goede omschrijving voor het gevoel dat de hongerige boreling teweegbracht. Het leek een bloedlust te hebben, zo agressief het voeding uit mijn lichaam probeerde te zuigen. Terwijl ik mijn best deed door de pijn heen te bijten, zag ik hoe Rob zijn spullen verzamelde en zijn jas aantrok.

“Wat ga je doen?” De wanhoop in mijn stem leek hij niet op te merken.

“Ik ga thuis Maxje even eten geven, dan kan ik gelijk nog wat extra spulletjes halen. Ik ben niet lang weg, maximaal een uurtje.” Hij kon me niet achterlaten, ik had geen idee wat ik moest doen, het kind zou het uur misschien niet overleven.

“Wacht!” Zei ik, maar hij gaf me een kus op mijn voorhoofd en streelde nog eens over de handvol donsharen die uit het kale babyhoofdje piekten.

“Ik ben echt zo terug.” En hij liep de kamer uit, waarop al snel opnieuw gekrijs volgde. Na een paar minuten begon het bedwelmende effect van de zware lading melk zijn grip te krijgen en vielen langzaam de oogjes dicht. Ik pakte haar in op de manier die de verpleegster had laten zien, maar mijn vouwwerkje vertoonde allerlei vreemde puntjes en losse eindjes. Voorzichtig legde ik het kindje in de doorzichtige plastic bak naast mijn bed, waar het tevreden doorsliep. Ik kon moeilijk bevatten dat iedereen mij vol vertrouwen de verantwoordelijkheid over het meisje gaf. De druk op mijn blaas begon toe te nemen, maar ik bleef nerveus naast de plastic bak zitten. Misschien kon ik mijn ogen ook even dicht laten vallen, dan zou Rob weer naast me staan zodra ik wakker werd. Hetgeen mij zorgen baarde was dat er dan niemand zou zijn om te controleren of de baby nog ademde, een taak waarvan vanuit werd gegaan dat die op mijn schouders lag. Ik vocht tegen de volle blaas en zware oogleden.

-------

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

om de een of andere reden kan ik maar tot 800 woorden invoegen

Er is een limiet aan het woordenaantal dat je kan plaatsen als Proefleestekst. Zie de proefleesregels:

Plaats een fragment van maximaal 4500 tekens (ongeveer 750 woorden). Wil je een langer stuk plaatsen, deel het op in twee stukken en plaats de rest later. Verwerk eerst de reacties op het eerste stuk voor je het tweede plaatst.

 

Lid sinds

4 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik zie wat je probeert te zeggen. Deze pas bevallen mevrouw is verward en wanhopig maar niemand begrijpt of ziet het, ook haar man niet.

Je schrijft in de eerste persoon, dus de verteller en de vrouw zijn dezelfde. Je kunt vanuit haar perspectief ook prima de omgeving beschrijven, details maken het verhaal levendig. In dat geval: laat alles wat ze ziet en hoort (en ruikt) bijdragen aan haar gevoel van vervreemding en paniek. 

Je nodeloos lange zinnen en het feit dat je het allemaal mooi wilt opschrijven, ondermijnen de emotie die je probeert over te brengen. Je taal is verstandelijk en omslachtig. We zitten niet in het hoofd van de vrouw (ondanks het perspectief), we horen hoe iemand vertelt wat zich in haar hoofd afspeelt, en die iemand probeert dat zo bloemrijk mogelijk te doen. 

Ik doe een suggestie:

Negen maanden had ik haar onder mijn hart gedragen. Nu was ze er. Ze lag op mijn blote borst. Verkreukt, onherkenbaar. Niet van mij, niets van mij. Zij kende mij al evenmin, ze krijste in mijn armen. Ik keek naar Rob en begreep zijn blik niet. Hoe kon het dat hij glunderde? Hoe kon hij het niet zien, niet weten?  

In de laatste alinea vind ik dat je goed op weg bent. Daar lijk je meer tot de kern te komen.