Lid sinds

1 jaar 3 maanden

Rol

[Poëzie] Cyclusgedicht

Beste medeschrijvers,

Ik heb volgend cyclusgedicht geschreven bestaande uit 3 delen. Ik kreeg volgende algemene feedback die ik heel graag met jullie wilde afstemmen:
- ik gebruik te grote woorden (focus op kleinere dingen) zoals toekomst, bestaansrecht, etc.
- taalkundig lopen zinnen wat spaak soms

Wat ik heel graag van jullie wilde weten is op welke plekken de grote woorden storen, en waar het taalkundig knelt en vooral stoort.

Ik hoop dat ik het zo duidelijk omschreven heb. Ik hoor heel graag van jullie!

Fragment

 

Verrader
je bent het soort mens dat in herinneringen denkt
ik zie het wanneer je naar hen kijkt
die zonnebadende hagedissen
vier op een rij op de betonnen vloer van de vierde verdieping
je kijkt hoe ze verdrinken in het zonlicht alsof het van hen is
ik zie je denken
de hunkering naar meer verraadt je toekomst

dit moment heeft alleen bestaansrecht als voorloper op
vanuit de hoeken van je groene ogen zie ik alle momenten dat de kou het eindpunt was
ik ruik je herinneringen aan dingen van vroeger belangrijke dingen
als de geur van twee dagen oud brood
zoete gist en dauw op elkaar in zijn plastic verpakking
het blijft overal om je heen hangen
ik kan het bijna aanraken, als je nu eens stil zou blijven staan

het verleden heeft je uit steen gehouwen
warm zal het nooit helemaal zijn

Zee
als klein meisje, spelend in oma's zwarte laarzen, je lippen babyroze, oogleden oceaanblauw, je favoriet
mama zegt dat het niet oké is om te pronken
je kon niet wachten om groot te worden
altijd op zoek om jeugd te ruilen voor wijsheid
altijd druk bezig je het leven voor te stellen

hoe je verlangde naar een toekomst van goud
haar geluid dreunde door je gedachtegangen
je luisterde gretig naar haar lage klanken
zoals die keer op het strand toen oma je die grote schelp toestopte
‘je kunt de zee horen, als je heel goed luistert’
Op dat moment zag je hoe het leven voor je was uitgelegd
welk pad je zou nemen, wat je zou doen, wie je moest zijn
als je maar goed luisterde

Nulpunt
avonden van ‘nooit genoeg’ zijn er in overvloed
tijd als schaars goed, niet te verkwisten
en jij, gokker, hoe besteed je hem? je verdroomt hem
wachtend tot je geluk zal veranderen
de tijd als een spiegel voor alles wat leeft in jou

en wat als ik zeg dat tijd niet bestaat?
dan zeg je dat je dat al wist
je leeft voor deze tegenstrijdigheid
het houdt je weg van dit moment
omdat je weet: er is alleen jij en nu
dit is het nulpunt
en jij bent exact waar je moet zijn