Lid sinds

8 maanden 2 weken

Rol

[Roman] e-Kelner

Dit is geen vraag over grammaticale verbeterpunten, maar simpelweg: zou een gemiddelde lezer willen doorlezen op basis van dit openingsfragment?

Fragment

 

-1-

Zelf zag Samuel Deloin er de humor wel van in, die vulling van witte marsepein in een huls van donkere chocolade, zeker als hij de foto’s en schaarse filmpjes terugzag van zijn prille levensjaren, toen hij van arm naar arm verhuisde en zijn bolle kleuterwangen tot spijs werden geknepen door tantes en nichtjes die maar bleven kirren hoe schattig dat ebbenhouten mannetje er wel niet uitzag.

Het ebbenhouten mannetje Samuel Deloin werd geboren in 1994 in oproer en gruwel, in de barensweeën van een etnisch conflict. En nog opmerkelijker: hij werd geboren uit twee vrouwen die elkaars bestaan niet langer dan een uur kruisten.

Zijn biologische moeder kwam een zanderige weg af gewankeld te midden van een haveloze zwerm vluchtelingen. Ze zakte definitief in elkaar aan een hulppost ergens diep in de ingewanden van het Afrikaanse continent en stierf zonder verdere omhaal of uitleg in een hospitaaltent terwijl ze aan het bevallen was van een gezonde baby van 4,1 kilogram.

In diezelfde tent keek de adoptiemoeder van Samuel Deloin in dienst van Artsen Zonder Grenzen hulpeloos toe hoe het leven wegvloeide uit de starre ogen van het meisje. Ze was niet bij machte om de bres te dichten waarlangs de jonge moeder ontsnapte naar de eeuwigheid - ze kon nog slechts het kind uit het stervende lichaam trekken en met een tik tot het leven bekeren. Zo stond het ene leven zijn plaats in de wereld af aan het volgende, alles in volstrekte anonimiteit, want er was geen echtgenoot om de eerstgeborene een naam te geven of een vrouw te begraven, en geen moeder of vader om een peilloos verdriet uit te schreeuwen. Helaas was er ook geen verdere verwant of kennis onder de purperen Afrikaanse hemel om het vers geboren wurm op te nemen in een nieuwe familiekring.

Het zwangere meisje was jong geweest, bloedjong - nog geen vijftien schatte Sandra Deloin haar toen ze haar de ogen sloot en een kruisteken sloeg. Het verhaal van deze jonge moeder was uitverteld nog voor het goed en wel begonnen was, maar Sandra Deloin borg het zoontje dat ze had gebaard nog diezelfde avond definitief in haar eigen hart.

Want van bij de eerste aanblik raakte het kereltje een snaar in haar. En het was een beroering die oneindig veel verder ging dan de vertedering van een willekeurige boreling die zich nestelt in de armen van een willekeurige vrouw. Er was iets in die eerste uitwisseling van blikken, een openbaring, een chemische reactie of zowat, al was dat onzinnig zo op de keper beschouwd, want een zuigeling van nog geen uur oud is zo blind als een mol en heeft dus nog niks van blikken uit te wisselen met wie of wat dan ook - hooguit kan hij zich laten gelden met een eerste iele schreeuw of een dunne piep.

Maar om de een of andere halfgare reden wist Sandra Deloin meteen dat dit háár zoon was, dat hier een taak voor háár en voor niemand anders was weggelegd, dat dit schepseltje haar en háár alleen toebehoorde, dat zij dit ventje onder haar hoede moest nemen en dat ze het zou opvoeden tot de best mogelijke mens, tot een flinke, fatsoenlijke kerel - tot iemand die de kans zou krijgen om te doen wat zijn piepjonge moeder zo koudweg was onthouden: een verhaal van zichzelf schrijven, een volwaardig leven lang.

 

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Het is een degelijke tekst. Ik zie de taalkunst er ook van in, maar waarom die taal uit een ander tijdperk? Het voelt alsof het geschreven is vóór 1980; thema, taalgebruik, perspectief, all.  Om die reden word ik niet echt meegesleept of verleid om door te lezen.

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

zou een gemiddelde lezer willen doorlezen op basis van dit openingsfragment?

Zolang we niet weten wat jij onder een gemiddelde lezer verstaat, is het voor ons lastig om je vraag te beantwoorden.

Wel is er iets met de tekst aan de hand: het perspectief/de focalisatie is niet hecht.
Vanuit wie vertel je het verhaal? In de eerste alinea vanuit Samuel Deloin.
Daarna zwenkt de focus even naar de stervende moeder.
Dan naar de beleving/belevenis van Sandra Deloin.

Je kan zeggen: dat is meanderend schrijven - en dan klinkt het leuk.
Maar meanderen betekent: allerlei kanten op bewegend, en dan is het zwalken - en dat klinkt binnen tekstverband minder goed.
Met andere woorden: bepaal de positie van de verteller (dat ben jij niet, jij bent de schrijver die een personage een stem geeft). Zet dus de verteller scherp(er) neer. 

Op microniveau vallen me de woorden want en maar op, en nog wat vulwoordjes. Die zou je best kunnen weglaten. De lezer vult die woorden - als hij het nodig vindt - onbewust zelf aan. Een voorbeeld:
Er was iets in die eerste uitwisseling van blikken, een openbaring, een chemische reactie of zowat, al was dat onzinnig zo op de keper beschouwd, want een zuigeling van nog geen uur oud is zo blind als een mol en heeft dus nog niks van blikken uit te wisselen met wie of wat dan ook

kan ook gerust zo:

Er was iets in die eerste uitwisseling van blikken, een openbaring, een chemische reactie of zowat, al was dat onzinnig op de keper beschouwd; een zuigeling van nog geen uur oud is blind als een mol en heeft nog niks van blikken uit te wisselen met wie of wat dan ook ...

Al is het niet waar dat een pasgeboren kind blind als een mol is; hij heeft alleen nog geen focus.

Tot slot:

Ze zakte definitief in elkaar (...) en stierf zonder verdere omhaal of uitleg ...

Wie kan actief sterven met uitleg?

Voor het overige en in het algemeen spreekt de tekst mij wel aan. Setting, gebeurtenis, gevolg, sfeer die de woorden uitstralen. Maar ik weet niet of ik een gemiddelde lezer ben ... ;-)

Lid sinds

9 jaar 6 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Tja, wie is de gemiddelde lezer inderdaad? De taal doet ook mij wat archaïsch aan, maar dat komt mogelijk omdat je Vlaams bent (gok ik)? Ik denk niet dat ik tot je doelgroep behoor, ik vind je taal ietwat barok, iets te veel mooi-schrijverij, maar met dat al vind ik het toch een geslaagd stuk tekst. Die vulwoordjes, ja kijk daar mee uit. Net als drie keer háár in de laatste alinea. 

Ik ben het niet eens met Thérèses kritiek op het meanderende perspectief, ik denk dat het mooi verloopt van Samuel via zijn onbekende moeder naar Sandra - hoewel de eerste alinea wat al te kort is en de subtiele suggestie van racisme jegens Samuel volledig verdwijnt in het vervolg (er moet een groot contrast tussen de tantes en Sandra zijn). Ik kan de verwijzing met de marsepein en chocola niet volgen. Het is trouwens wel belangrijk dat je nadenkt hoe je verder gaat met het perspectief. Je kunt niet zo beginnen zonder uiteindelijk terug te komen bij Samuel.

Ik ben ook wel benieuwd hoe je schrijft als je inzoomt op een gebeurtenis. Dit is allemaal nog een beetje op afstand. Hoe ga je om met dialogen en directe actie?

Hoe dan ook. Ik denk dat je door moet gaan.

Lid sinds

7 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Je taalgebruik is erg indrukwekkend, maar ik heb het idee dat je elke zin zo mooi mogelijk probeert te maken, hetgeen naar mijn mening zorgt voor een vermoeiende leeservaring. Persoonlijk hou ik meer van simpeler taalgebruik, wat overigens niet per se minder mooi hoeft te zijn. 

Lid sinds

8 maanden 2 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Mag ik iedereen bedanken voor de reacties? Met de praktische tips weet ik raad, maar de opmerkingen over de stijl plaatsen me voor een dilemma. Ik had namelijk een epische introductie in gedachten, niet episch in de zin van een soort van donderende paukenslag over een strijd tussen goed en kwaad, maar episch voor drie mensenlevens: één jong, anoniem leven gaat voorgoed verloren, één nieuw leven neemt diens plaats in en de levensloop van een derde wordt daardoor beslissend veranderd.

De stijl moest hier het ingrijpende karakter van de samenloop van die drie gebeurtenissen benadrukken. Maar ik heb iets niet goed gedaan, want jullie beoordelen het geheel eensgezind als te gezwollen of pompeus. Daar moet ik dus nog eens ernstig over nadenken.

Lid sinds

6 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik denk dat de hoeveelheid reacties al duidelijk maakt: je tekst heeft 'iets'. Dat is heel positief! De inhoud van de reacties geeft aan dat er aan dat 'iets' nog wat mankeert, er is iets dat nog wringt. Dat is niet negatief, maar biedt ruimte voor verbetering ;)

Persoonlijk denk ik dat je in je laatste reactie zelf al aangeeft wat het 'wringen' veroorzaakt: je probeert adhv een bepaalde schrijfstijl een bepaalde inhoud weer te geven. Ik denk dat dat maakt dat het geheel onnatuurlijk, wat gemaakt voelt. Geforceerd. Terwijl de échte inhoud van je fragment de beoogde emotie al in zich draagt, dat heeft helemaal geen grootse woorden en pompeuze zinsconstructies nodig.

Mijn tip zou zijn om je eigen, natuurlijke schrijfstijl te gebruiken, die je ook voor de rest van het verhaal zal gebruiken. En gebruik de betekenis van die woorden om de zwaarte ervan over te brengen, ipv de stijl. Bij het bovenstaande fragment heb je de inhoud aangekleed, je hebt het ingepakt in dikke lagen 'mooischrijverij', wat uiteindelijk juist het tegenovergestelde doet van wat je beoogde te doen. Het leidt namelijk af van de kern van je verhaal (dat zie je in bovenstaande reacties ook duidelijk gebeuren, alle reacties gaan over de vorm, geen een over de inhoud). Dus probeer je fragment eens geheel uit te kleden, en laat de gebeurtenissen voor zichzelf spreken. Kies niet de woorden die het meest episch overkomen, maar de woorden die het beste uitdrukken wat er gebeurde. 'Naakte' woorden die raken, brengen vaak veel meer emotie over dan de ingepakte versies.

Nou is dit natuurlijk ook maar mijn gedachte erbij, aan het eind van het verhaal is en blijft natuurlijk het belangrijkste dat het voor jou goed voelt. Misschien is bovenstaande fragment wel jouw eigen natuurlijke schrijfstijl. Staar je dan ook niet blind op de gegeven feedback, maar kijk gewoon of je er wel of niet wat mee kan. Zo ja: mooi, zo nee: ook prima.

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Nou, ik denk dat je in de val van melodrama gevallen bent: met groots taalgebruik pogen om de handelingen groots neer te zetten. Daar trappen lezers niet in.

Wat maakt een scène wel episch, is denk ik de vraag.

Ik zou zeggen: persoonlijke emotie bij de confrontatie van je personages met de hindernissen op hun weg.

Zomaar een gedachte over een mogelijke opbouw: een eerste alinea in een perspectief van de jonge moeder, die klein, verlaten, als anoniem deel van een menigte eindelijk een nederzetting bereikt. Niemand in het dorp verwelkomt de mensenmeute, maar zij moet iemand vinden, moet iemand aanklampen... Ze klopt op een deur, trillend op haar benen met het vruchtwater dat langs haar lies loopt, en stort ineen van de pijn. De deur gaat open op een kier.
Dan misschien het perspectief van de witte vrouw, die na een zware dag een kopje oploskoffie drinkt in het aftandse veldhospitaaltje waar ze de boekhouding kloppend probeert te maken. De bevoorrading is laat, de penicillinevoorraad op, hoe gaan ze dat de komende week opvangen. Dan wordt er op de deur geklopt...

Maak het intiem, nabij. Dán sleep je een lezer mee, en in die setting kun je op zoek naar grootse thema's van lotsbestemming en menselijke ruimhartigheid. Maar éérst moeten we onszelf en onze angsten in je personages herkennen.

Aangeraden leesvoer: de openingsalinea's van
- L'étranger, Albert Camus
- The ministry of utmost happiness, Arundhati Roy
- The name of the wind, Patrick Rothfuss
- Moby Dick, Melville
allen zijn ook wel in het Nederlands vertaald, vermoed ik.

Los daarvan, vraag ik me af of je deze opening kunt neerzetten op een manier die het cliché van de white-savior vermijdt. Als je de term niet kent, is het misschien iets om op te zoeken. Ik knapte er een beetje op af. Nee, om het anders te zeggen: ik zou het heel interessant vinden als de schrijver - zich bewust van het cliché dat hij bewandelt - iets vernieuwends of verrassends toevoegt dat het cliché ondermijnt en juist in een nieuw licht zet.

In ieder geval succes!

Lid sinds

8 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik ben fan. Less is more geldt niet altijd. Ik zou je volle, kleurrijke stijl aanhouden. Wat wel helpt om de lezer te blijven boeien is variëren in de lengte van je zinnen. Korte, krachtige zinnen geven lucht en laten de lezer even landen.

Wel vergt deze stijl heel veel werken en herwerken (ik spreek uit ervaring) en dat moet je blijven doen. Luidop voorlezen vind ik cruciaal. Zo merk je of die mondvol sappige zinnen lekker bekt, of alles vloeit, of de lezer wordt meegenomen in je maalstroom.

Doorgaan zou ik zeggen!