Lid sinds

2 jaar 5 maanden

Rol

[Roman] Eerste hoofdstuk

Hi lezers,

Een tijd geleden heb ik een soortgelijk fragment geplaatst, ook in de tweede persoon, met de vraag of dit aantrekkelijk was om te lezen. Jullie gaven me terug dat er wat herschrijfwerk nodig was op zinsniveau, en dat er een interessante verteller 'moest' zijn. Dit heb ik beide geprobeerd te doen. In dit stuk gaat het niet om de verteller, maar om het stukje tekst. 

Wat ik graag zou willen weten: 

  • Leest het vloeiend? (De tweede persoon is niet erg gemakkelijk om te lezen, maar ik wil graag weten of het in verhouding goed is uitgevoerd) 
  • Is de tekst erg onpersoonlijk en gevoelloos?  
  • Is het een overschot aan 'je'? (of jij, of jouw) 

Bij voorbaat dank voor het lezen en reageren. 

Groetjes,

Anna

Fragment

 

1

 

Je hoopte dat er iets verschrikkelijks met je zou gebeuren.

Ook op deze avond had je naar de hardhouten plafondbalken boven het bed gekeken, met je lichtroze K3 dekbed tot net onder de kin opgetrokken. In het geniep fantaseerde je: morgen zou jouw arm met een staalspijker doorboord worden. Er had een stom ongeluk plaatsgevonden. Tussen de grote populieren door zou je het schoolplein op rennen, tot je jezelf, te midden van al jouw klasgenoten, zou afvragen of jij de enige was die in huilen uit zou barsten. Zouden mensen zich om je bekommeren? Of was jij echt een eenling die moest leven met het idee dat je voor de meeste mensen onzichtbaar was? Bij deze gedachten trok je het dekbed nog verder omhoog, zo ver dat alleen jouw ogen er nog bovenuit staken. Je dwong jezelf om de handen die om de lakens klemde te ontspannen.

De juf zou naar je toesnellen. ‘Wat heb je nu gedaan?’ zou zij vragen. Ze zou de arm met haar opgedroogde, met handcrème ingesmeerde handen vastpakken, getemperd en rustig. Het koude metaal van haar trouwring zou je tegen de opengereten huid aanvoelen. Nee, de juf wilde je geen pijn doen, dat zei je tegen jezelf, ze moest er alleen even goed naar kijken.

Zo lag je in bed. Jouw naam was Solange. Je werd ook wel Sol genoemd, en je wist dat je bijnaam eindeloos veel betekenissen kende: de zon, een muzieknoot, een dag op Mars. Je was een Franse munt en een biermerk uit Monterrey. Sol, je was verspreid over heel de wereld – je reikte zelfs tot aan het universum – maar je bleek nietig en eenzaam zoals iedereen dat nou eenmaal was. Je was het uitschot, overschot, het wildvlees op het lichaam dat weggebrand moest worden.

In bed stelde je je voor dat je wél zichtbaar was, hoewel je er ook aan dacht dat je op deze manier misschien dingen over je af zou kunnen roepen die je achteraf niet had willen wensen. En toch bleef je eraan denken, alsof het een verboden vrucht was waar je van proefde.

 

Lid sinds

11 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Wauw Anna, ik vind het echt mooi. Op een bepaalde manier ook wel herkenbaar. Een inwendige schreeuw om aandacht. Ik vind het geen overschot aan je. Ik ben geen taalkundige, dus ik kan er niets zinnigs over zeggen, maar daar waar je 'jouw' gebruikt in plaats van 'je' komt er voor mij een nadruk op dat woord te liggen die niet altijd nodig is. 

Ik wil graag verder lezen!

Lid sinds

9 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Leest het vloeiend?

Op een paar zinnen na, leest het voor mij vloeiend genoeg. Al zou ik het eerder boeiend noemen, wat misschien nog belangrijker is.

Is de tekst erg onpersoonlijk en gevoelloos?  

Nee, integendeel.

Is het een overschot aan 'je'? (of jij, of jouw) 

Nee. De voornaamwoorden zijn inherent aan de tweede persoon. Hier en daar zijn de bezittelijke voornaamwoorden je en jouw verwisselbaar, en zou ik misschien iets minder jouwen. Storend vond ik het niet.

Tussen de grote populieren door zou je het schoolplein op rennen, tot je jezelf, te midden van al jouw klasgenoten, zou afvragen of jij de enige was die in huilen uit zou barsten. 

Deze zijn vond ik minder geslaagd. Ik zou de zin opknippen, ook omdat ik ‘tot’ als overbodig ervaar. Het eerste gedeelte kan een zelfstandige zin zijn: Tussen de grote populieren door zou je het schoolplein op rennen.

Het tweede gedeelte kan op vele manieren herschreven worden. Ik zou de vraag naar het verhaal heden halen. Bijvoorbeeld: Zou jij de enige zijn die te midden van alle klasgenoten, in huilen uit zou barsten?

Je bent dan meteen verlost van ‘je jezelf afvragen’ en je hebt een ‘jouw’ minder‘

Bij deze gedachten trok je het dekbed nog verder omhoog …

De aanhef van de zin lijkt mij overbodig. als de zin begint met: Je trok het dekbed nog verder omhoog …, Dan leg ik het verband met de voorgaande gedachten vanzelf.

Ze zou de arm met haar opgedroogde, met handcrème ingesmeerde handen vastpakken, getemperd en rustig.

Ik zou het bijvoeglijk gebruikte ‘opgedroogde’ weglaten. De meerwaarde ervan zie ik niet. Ook hik ik een beetje aan tegen ‘getemperd en rustig’. Ik zou eerder een bijzin verwachten waarin de juf haar tot rust maant. En als de juf haar armen met kracht in bedwang zou houden, als ze zou knijpen bijvoorbeeld, dan zou ik dat beter kunnen rijmen met de gedachte: ‘Nee, de juf wilde je geen pijn doen.’

Zo lag je in bed. Jouw naam was Solange. Je werd ook wel Sol genoemd …

Dat eerste zinnetje voert de lezer terug naar haar slaapkamer. Maar ik vind het geen mooi bruggetje. Ik zou iets anders verzinnen. Met enige aarzeling geef ik een voorbeeld. Maar ik schrijf het niet uit in volzinnen. Het probleem is dat ik dan meteen mijn verhaal aan het schrijven ben, voorzien van mijn eigen onvolkomenheden.

De juf zou haar Sol kunnen noemen. Zij denkt dan: je heet Solange, gevolgd door een riedel over het gebruik en de betekenis van Sol. Je bent dan naadloos overgegaan van de ene oprisping naar de andere. De aanhef van de volgende alinea leidt de lezer immers ook al terug naar haar bed: In bed stelde je je voor…

 

Toevoeging achteraf:

Vergeten te vermelden: Je dwong jezelf om de handen die om de lakens klemde te ontspannen.

'Klemde' moet 'klemden' zijn. Los daarvan zou ik deze zin nog eens overwegen. Misschien beginnen met: Je handen klemden zich om de lakens...

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

@Anna

De tweede persoon is erg moeilijk en ik vind dat je dat heel goed hebt gedaan. @Uruguru geeft je al goede handreikingen. 

Over je en jouw: jouw geeft meer nadruk en maakt het subtiel intiemer. Bijv temidden van je klasgenoten drukt haast een willekeurige groep uit, terwijl temidden van jouw klasgenoren de groep enger maakt, een groep waar je bijhoort. Ik denk dat je met deze leidraad je je/jouw-zinnen kan aanpassen waar nodig.

Taalzeurtje: Hier en daar scheid je voorzetsels van werkwoorden waar die bij het werkwoord horen. Bijv "er nog bovenuit staken" >> er nog boven uitsteken". Ook is het vaak krachtiger taalgebruik om er+voorzetsle aan elkaar te knopen (althans waar het voorzetsel niet bij het werkwaard hoort). Kijk eens hier: https://onzetaal.nl/taaladvies/er-voorzetsel-werk… en raadpleeg de lijst als je twijfelt.

Succes met schrijven.