Lid sinds

1 jaar 6 maanden

Rol

[Fantasy] Koningin (deel 1 eerste hoofdstuk)

Dit zou het begin van het allereerste hoofdstuk worden. Het personage dat zichzelf de koningin noemt is inderdaad de rechtmatige koningin van het land. Toen zij nog een peuter was was er echter een revolutie waarbij haar ouders, broer en zus zijn vermoord. Haar voedster is erin geslaagd met haar te vluchten, maar na een aantal jaren is die ook verdwenen zodat ze helemaal op zichzelf aangewezen was, af en toe geholpen door de leden van het steeds slinkende verzet. Tot dan bleef de voedster haar hoofd wel volstoppen met verhalen over haar troon, haar geboorterecht, haar plicht tegenover de familie... Ze is dus vastbesloten om haar troon weer op te eisen. Haar jaren op de vlucht hebben haar zwaar beschadigd en ze is geestelijk niet helemaal stabiel, maar als het verhaal begint heeft ze genoeg medestanders verzameld om een serieus begin te maken om haar troon terug te veroveren. Als de lezer begint te lezen zal die al die dingen natuurlijk nog niet weten, dus mijn vragen zijn:

- Is dit begin duidelijk genoeg, roept het genoeg nieuwsgierigheid/vragen op zonder verwarrend of frustrerend te zijn?

- Is het feit dat het personage zichzelf de koningin noemt niet te raar, storend of irritant?

- Ik wil haar eigenlijk neerzetten als een "slechterik", die ontegensprekelijk slechte dingen doet, maar die er zelf rotsvast van overtuigd is dat ze geleid wordt door de goden en hun wil uitvoert. Is dit begin daar een goede aanzet voor, of komt dat nog niet duidelijk naar voren?

- Is de beschrijving van haar magie niet te "beschrijvend", en komt dit natuurlijk genoeg over?

- Leest de dialoog tussen de twee gemakkelijk weg, of komt dit nog stroef over?

Alvast bedankt! 

 

Fragment

De koningin keek hoe de vlammen rond haar vingers dansten. Hun gloed gaf de illusie van warmte, maar natuurlijk voelde ze niks. Achter haar piepte de deur. In plaats van om te kijken stuurde ze meer energie naar de vlammen waardoor die hoger oplaaiden en over haar armen kropen. Ze genoot van het ongemak van haar gast, die geknield moest wachten tot zij hem aansprak. Om hem nog nerveuzer te maken suggereerde ze de vlammen om vonkjes te spuwen. ‘Ja?’

‘Ik heb nieuws, Uwe Majesteit. Het gaat over de zaak die we eerder bespraken.’

Ze herkende de raspende stem van commandant Setok. Hij was één van haar oudste en meest irritante raadgevers, maar helaas bestond de kans dat hij inderdaad nuttige informatie voor haar had.

‘Dat werd tijd.’ Ze draaide zich langzaam om zodat ze op de commandant neer kon kijken. Hij beantwoorde haar blik met gepast respect, maar zonder zichtbare angst. Dat was het nadeel aan oude mensen. Ze wisten dat hun leven ten einde liep, en dat maakte hen bijna roekeloos. Bijna. De angst voor vuur zat geworteld in de diepste overlevingsinstincten van elke mens. Met een serene glimlach joeg ze de vlammen naar haar schouders, zodat ze hen droeg als een stralende ketting. ‘Is het goed nieuws?’

‘Dat hangt ervan af hoe u het bekijkt, Uwe Majesteit.’

‘Dat lijkt me niet. Er zijn twee mogelijkheden: alles verloopt zoals we hebben besproken, of u heeft een fout gemaakt.’ Ze hield haar hoofd schuin. ‘Hééft u een fout gemaakt, commandant?’ 

‘Nee, Uwe Majesteit.’ Setok perste zijn lippen op elkaar. Was hij kwaad? Had ze zijn trots gekwetst? Uit zijn stem kon ze het niet afleiden. ‘Mijn mensen verspreiden de assen overal. De eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat is niet wat ik met u wilde bespreken.’ 

‘Niet?’ Ze trok energie terug. De vlammen reageerden met een dreigende rook. Die kolkte om het armoedige meubilair en stond haar toe zich te verbeelden dat ze in een waardige ontvangstkamer stond in plaats van deze armoedige herberg. Het Ralaighhout waaruit de balken, vloer en wandpanelen waren opgetrokken was waarschijnlijk uitgebreid bewerkt om brandgevaar te voorkomen, maar in een krot als dit kon je daar niet zeker van zijn. Setok  hoestte nerveus. ‘Uw plannen werken. De bevolking is ontevreden over het beleid van koning Ambros . Die doet wat hij kan om een nieuwe hongerwinter te voorkomen, maar met elke nieuwe verordening jaagt hij zijn mensen verder tegen zich in het harnas. Bovendien is het mijn persoonlijke mening dat hij vecht voor een verloren zaak. De dorpelingen zullen het wel overleven, maar de boeren waren al verloren na de dramatische lente.’

‘Jouw persoonlijke mening laat mij koud. Bovendien zijn het mijn mensen. Mijn boeren. Mijn dorpelingen.’

‘Uiteraard, Uwe Majesteit. Ik bedoelde alleen…’

‘Jouw bedoelingen doen er niet toe!’ Ze concentreerde al haar energie op het centrum van de vlammen en creëerde zo een steekvlam die brullend boven haar hoofd opsteeg. Blijkbaar was het hout toch voldoende bewerkt. ‘Je spreekt over “zijn” dorpelingen, maar ze zijn van mij. Alles in dit land is van mij! Elke grasspriet, elke steen is mijn eigendom. Ambros O’Fidel, die vuile usurpator, heeft ze van mij gestolen. Daarvoor zal hij boeten!’

‘Vanzelfsprekend, Uwe Majesteit! Natuurlijk! Vergeef mij, Uwe Majesteit!’ Zijn woorden versmolten tot onsamenhangende klanken, maar nu de oude man eindelijk angst toonde voelde de koningin haar eigen woede wegvloeien.

‘Ik ben de rechtmatig heerser van Alban. Ik vergeef niet. Nooit. Ik kan je wel een kans geven om je fout te herstellen, als je dat wenst.’

‘Danku, Uwe Majesteit! U bent genadig.’ Setok hief zijn trillende handen boven zijn hoofd, en onthulde zo de zweetvlekken onder zijn oksels. 

De koningin grinnikte diep in haar keel. ‘O, nee. Ik ben veel dingen, maar genadig ben ik niet. Voor we het hebben over je kinderlijke verspreking moet je mij vertellen welk nieuws dringend genoeg was om mij te storen. Tot dusver heb je me niets verteld dat ik niet al wist.’

‘Uiteraard, Uwe Majesteit. Zoals ik al zei werken uw plannen perfect. Alles verloopt zoals verwacht. En er zijn verwikkelingen waarmee we ons voordeel kunnen doen.’

De oude man struikelde bijna over zijn woorden in zijn haast haar gunstig te stemmen, en de koningin bedwong een glimlach. ‘Wat voor verwikkelingen?’

‘Eén van de soldaten, éne Baros, is recent gepromoveerd tot luitenant.’ Ze trok een fijne wenkbrauw op. ‘Goed voor hem. Moet ik hem bloemen sturen?’ 

Lid sinds

18 jaar 1 maand

Rol

  • Gewone gebruiker

Heel mooi geschreven/beschreven, vooral die allereerste zinnen!


Voor twee dingen zou ik oppassen:

1. Hij was één van haar oudste en meest irritante raadgevers, maar helaas bestond de kans dat hij inderdaad nuttige informatie voor haar had.

Het is een valkuil om in je verhaalbegin meteen veel informatie te willen stoppen. Zo'n droge info-zin tussendoor maakt dat mooie begin gelijk een beetje teniet en dat is jammer. Een pasklare oplossing heb ik niet, behalve dat je dit soort uitleg naar de lezer toe heel goed moet doseren en vooral niet overdrijven.

2, Met een serene glimlach joeg ze de vlammen naar haar schouders, zodat ze hen droeg als een stralende ketting.

Met bijvoeglijke naamwoorden zou ik zuiniger zijn. Bijna iedereen gebruikt die te veel. Het is beter om te suggereren dat die glimlach sereen is en die ketting stralend. Misschien klinkt dat wat vaag, maar duidelijker kan ik het niet zeggen.

Succes! Een begin met veel potentie...

 

Lid sinds

10 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik sluit me aan bij de woorden van Hay, maar heb nog een kleine - persoonlijke - toevoeging;

De koningin in ballingschap wordt geloofwaardig neergezet, maar totaal niet sympathiek:

In plaats van om te kijken stuurde ze meer energie naar de vlammen waardoor die hoger oplaaiden en over haar armen kropen. Ze genoot van het ongemak van haar gast, die geknield moest wachten tot zij hem aansprak. Om hem nog nerveuzer te maken suggereerde ze de vlammen om vonkjes te spuwen.
(...)
Hij was één van haar oudste en meest irritante raadgevers, maar helaas
(...)
zonder zichtbare angst. Dat was het nadeel aan oude mensen
(...)
nu de oude man eindelijk angst toonde voelde de koningin haar eigen woede wegvloeien
(...)
De oude man struikelde bijna over zijn woorden in zijn haast haar gunstig te stemmen, en de koningin bedwong een glimlach

Ze is in woord, daad en gedachten wreed, onsympathiek, bijna kwaadaardig. Dat leest niet prettig als eerste kennismaking. Ik heb recent gelezen over de 'Save the Cat!' methode. Dit is (in het Engels) even kort waar de titel vandaan komt:

The title Save the Cat! was coined by Snyder to describe a decisive moment when the protagonist demonstrates that they are worth rooting for. Snyder writes, "It's the scene where we [first] meet the hero", in order to gain audience favor and support for the main character right from the start. 

Kort gezegd, het is prima om te lezen over iemand die onsympathiek en zelfs wreed is, maar ik zou het prettig vinden als er iets is waarom ik zou moeten hopen dat deze koningin haar koninkrijk terug krijgt. Op dit moment denk ik alleen maar: ik snap wel dat ze van de troon gestoten is :-) Je zou kunnen kijken naar contrast tussen wat ze zegt en haar gedachtewereld. 
Het is belangrijk voor haar om gevreesd te worden, maar vindt ze dat wel prettig?

Overigens kan het ook werken als er een andere, wel sympathieke protagonist is natuurlijk en bovenal is dit slechts mijn visie hierop, waar er honderdduizend-en-één bestaan.

Succes, de sfeer werkt in ieder geval.

 

Lid sinds

6 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Eigenlijk kan ik al je vragen positief beantwoorden. Je fragment leest makkelijk weg, je beschrijvingen zijn helder en levendig, en ik ben benieuwd hoe je verhaal verder gaat, al mis ik wellicht nog iets dat me echt prikkelt om verder te lezen.

Wel vroeg ik me tijdens het lezen af waarom de koningin zoveel moeite stak in/aandacht besteedde aan de vlammen. Is haar magie nieuw voor haar? Als dat niet zo is lijkt mij dat het voor haar iets gewoons is, haast vanzelfsprekend. Ik betwijfel of ze er dan zo bewust mee bezig zou zijn, zeker voor iemand die ze totaal niet belangrijk vindt (ik kreeg niet echt het idee dat ze indruk wou maken op Setok). Hiermee wil ik niet zeggen dat wat ze doet met het vuur anders zou moeten zijn, maar meer haar houding tegenover de vlammen. Nu ligt de nadruk op de actieve inbreng van de koningin op het vuur, alsof ze constant met haar volle aandacht de vlammen aan het sturen is. Wellicht zou het passender zijn om de nadruk op het schouwspel zelf te leggen, alsof het de koningin even weinig moeite kost als ademen en lopen. Als de koningin naar voren loopt zeg je ook niet 'Ze stuurde al haar energie naar haar benen, zodat ze haar voet iets van de grond kon tillen en naar voren kon bewegen' maar 'de koningin zette een stap naar voren'.
Als de magie echter wél nieuw is voor de koningin zou ik dat zeker benoemen, dat lijkt me namelijk relevant en tegelijkertijd zou het de nieuwsgierigheid prikkelen (waarom is het nieuw, hoe heeft ze de magie verworven, waarom had ze eerst geen magie?).

Verder vraag ik me af, aangezien de koningin niet écht de koningin is maar slechts zichzelf zo beschouwt en benoemt, zou 'de Koningin' dan niet passender zijn?

Bovenstaande punten zijn overigens geen kritiek, meer een soort 'hardop nadenken' van mijn kant.