Lid sinds

5 jaar 1 maand

Rol

[Kort verhaal] De Apollofontein

 

Ik heb al post geplaatst in het forum, getiteld 'Falende personages'. Ik heb overwogen om toch een kort kort verhaal te plaatsen in het proeflezen geschreven tijdens mijn opleiding. Het probleem waar ik mee zit, is dat de mensen die mijn kortverhalen lezen dezelfde opmerkingen geven. Ik heb het blijkbaar moeilijk met het neerzetten van geloofwaardige personages. Mijn verhalen voelen geconstrueerd aan en de langzame evolutie van de personages ontbreekt. Mijn personages handelen in functie van mijn plot, los van hun psychologie.

Nu is mijn vraag hoe ik dit het beste aanpak?

Dit voelt als een ernstig probleem en ik zit met de handen in de haren, want ik heb geen idee hoe ik dit moet aanpakken. Heeft iemand nog tips over het ontwikkelen van personages?

Ik moet er wel bij vermelden dat het thema homoseksualiteit hier aan bod komt, voor het geval sommige mensen hier een probleem mee hebben.

 

Fragment

 

De Apollofontein

 

Ik spurt de longen uit mijn lijf. Het is jaren geleden dat ik nog zo hard heb gerend. Ik kan het me zelfs niet meer herinneren. Voor de unief in ieder geval. Waarom moest de les van de docent juist vandaag meer dan een half uur uitlopen. Ik heb me zo goed mogelijk voorbereid. Het gaat moeilijk zijn om het te vertellen, want David is al mijn beste vriend sinds de lagere school.

Hij zit op een bankje voor de Apollofontein te prullen met zijn smartphone. Hij wuift als hij me ziet. Ik stop bruusk en struikel bijna. Hij houdt me tegen, anders had ik de vissen gezelschap kunnen houden.

‘Waarom ben je zo haastig, Wim?’ vraagt hij.

‘Ik… ik… wilde… niet te laat… zijn.’

‘De fitness gaat niet lopen. Het is geen probleem als ik vijf minuten te laat ben.’

De fitness. Sinds het laatste middelbaar gaat Wim bijna dagelijks naar de fitness. Waarom? Ik heb geen idee. Hij was een nachtje blijven overnachten en na een avondje gamen zei hij dat hij zo wilde zijn. Hij wees naar de gespierde gast die ik als personage had genomen. Toen al had ik neigingen om op gespierde lijven te vallen, ik koos altijd voor dat type als personage. Ik weet het nog goed, want rond die periode had ik mijn eerste pornomagazine gekocht. Het was als een Utopia met allemaal knappe en gespierde mannen. Ik ben het magazine kwijtgeraakt, jammer genoeg. Waarschijnlijk heeft mijn moeder het gevonden bij het poetsen. Ik kom terug tot de realiteit: hier sta ik nu voor hem. Een grote knappe man die er inderdaad in geslaagd is om zo gespierd te zijn als zijn ideaalbeeld.

‘Wat is er? Waarom ben je ineens zo stil?’ vraagt David.

‘Ik... dacht... even aan het... vroeger, sorry.’

‘Je hebt astma, toch? Je kan beter niet te hard rennen.’

Ik heb mijn inhalator al in mijn mond. Ik besef dat ik het tegengestelde ben van David: klein, mager, niet sportief, een typische gamer met een brilletje en bovendien homo. Het is een wonder dat we nog steeds beste vrienden zijn, maar nu gaat er een einde aan komen, vrees ik.

‘Waarom heb je me gevraagd om hier even af te spreken?’ vraagt David.

‘Ik wil iets belangrijks vertellen.’

‘Ik voel me ongemakkelijk met al die koppeltjes rond ons,’ lacht David. Uitgerekend hij die honderden aanzoeken heeft geweigerd, inclusief dat van de prinses van de campus. Mijn moed crasht gelijk een brandend vliegtuig.

‘Ik had een reden om deze plaats uit te kiezen.’

‘Ga je me jouw vriendin voorstellen?’

Het vliegtuig crasht in een zee van olie.

‘Vriendin? Ik ben verdorie homo!’ Voor ik het besef, heb ik het eruit gegooid. Gaat onze vriendschap zo eindigen? Wacht even, waarom lacht David nog altijd?

‘Dat heeft lang geduurd voor je het durfde te vertellen.’

‘Je wist het al?’ Ik kan het niet geloven.

‘Onderschat een vriendschap van meer dan twaalf jaar niet.’

‘Sinds wanneer?’

‘Sinds… ik iets van je leende dat ik je nooit heb teruggegeven.’

Ik kan me niets herinneren.

‘Ik ben niet zo moedig als jij, Wim. Ik durfde het je nooit terug te geven. Ik schaam me er nog steeds over dat ik het heb gepakt zonder het te vragen.’

Ik breek mijn hoofd over wat het zou kunnen zijn, maar ik tast in het duister. Ik wil het vragen, maar David is me voor.

‘Wat voor mannen zie je graag?’

Ik ben van mijn sokken geblazen. Hoe moet ik dit vertellen. Hij is mijn ideaalbeeld. Niet alleen uiterlijk, zijn karakter en sommige interesses sluiten ook aan. Ik kan het niet ontkennen, ik ben verliefd op hem. Een liefde die ik al jarenlang ergens in een lade, diep in mijn hart verborgen hou. Ik adem diep in.

‘Ik val op mannen zoals jij.’

Ik durf niet te kijken. Gaat hij lachen en het als een grap beschouwen? Of gaat hij me haten? Ik open langzaam mijn ogen. Zijn tranen verwarren me. Hij heft zijn arm op en spant zijn biceps op. Met bibberende stem zegt hij: ‘Waarom denk je dat ik al die jaren heb getraind?

Ik ben verrast, hoe weet hij wat mijn type is?

Hij neemt zijn boekentas en vist er een magazine uit.

‘Sorry, ik loop er al jaren mee rond zonder dat ik het durfde terug te geven.’

David reikt me het magazine aan. In mijn handen rust een pornomagazine met twee naakte gespierde mannen op de voorpagina. Mijn eerste pornomagazine.

 

Lid sinds

7 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ha Darkbirt,

Nu is mijn vraag hoe ik dit het beste aanpak?

Bij het lezen, merkte ik dat ik snel verzandde / interesse verloor in de hoeveelheid uitleg (show dont tell). 

Bijvoorbeeld de intro:

 

Ik spurt de longen uit mijn lijf. Het is jaren geleden dat ik nog zo hard heb gerend. Ik kan het me zelfs niet meer herinneren. Voor de unief in ieder geval. Waarom moest de les van de docent juist vandaag meer dan een half uur uitlopen. Ik heb me zo goed mogelijk voorbereid. Het gaat moeilijk zijn om het te vertellen, want David is al mijn beste vriend sinds de lagere school.

Hij zit op een bankje voor de Apollofontein te prullen met zijn smartphone. Hij wuift als hij me ziet. Ik stop bruusk en struikel bijna. Hij houdt me tegen, anders had ik de vissen gezelschap kunnen houden.

 

Je zou dit kunnen inkorten naar:

Buiten adem val ik op de bank bij David die opschrikt van zijn telefoon.

"Hoi." Weet ik net uit te brengen.

"Je weet toch dat ik het niet erg vind als je te laat komt?" zegt David met zijn betoverende grijns.

"Ja, maar je weet hoe ik ben als ik nerveus ben." zeg ik terwijl ik mijn inhaler uit mijn zak haal.

.... Impliciet geef je dan heel veel informatie. De lezer hoort de karakters met elkaar praten in een vorm die past bij jaren vrienden zijn. Je geeft aan dat de ene wat vind van de ander en dat ze meer geschiedenis met elkaar hebben. 

 

Wellicht dat dit helpt.

 

Lid sinds

6 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo Darkbirt,

Leuk dat je je korte verhaal hier op proeflezen hebt geplaatst, ik heb het met plezier gelezen.

Er zijn een aantal dingen die me opvallen. De eerste is het Belgische woordgebruik. Dit is geen kritiek, het is meer de keuze van de schrijver.

Iets anders dat me opvalt is het volgende: 
-  ‘Je hebt astma, toch? Je kan beter niet te hard rennen.’

Deze mannen hebben een vriendschap van meer dan 12 jaar en David is al jarenlang verliefd op Wim. Zo erg zelfs dat hij er voor naar de sportschool is gegaan. David weet dus dat Wim astma heeft, en gaat niet vragen; 'Je hebt astma toch?. Dat is niet logisch. Het is wel logisch als hij daar iets over zegt, bijvoorbeeld:
' Je hebt astma, je weet toch dat hard rennen een aanval kan uitlokken? '

In het eerste deel van dit korte verhaal heb je het uiterlijk van David beschreven. In dit stukje doe je hetzelfde, maar dan voor het personage Wim.

-  Ik heb mijn inhalator al in mijn mond. Ik besef dat ik het tegengestelde ben van David: klein, mager, niet sportief, een typische gamer met een brilletje en bovendien homo. Het is een wonder dat we nog steeds beste vrienden zijn, maar nu gaat er een einde aan komen, vrees ik.

Dit kan anders, bijvoorbeeld;
David heeft gelijk, natuurlijk voel ik mijn longen tegenstribbelen en verkrampen na deze plotselinge renspurt. Maar na een flinke ademteug door mijn inhalator voel ik dat de rust in mijn lijf terugkeert. Trillend pak ik de bril van mijn hoofd zodat ik het klamme zweet met de mouw van mijn sweatshirt kan wegvegen. Het is ook een beetje mijn eigen schuld, ik zou meer aandacht aan mijn conditie moeten besteden in plaats van dagenlang achter de computer te gamen.

Als je het op deze manier beschrijft hoef je niet uit te leggen dat Wim het tegenovergestelde is van David.

In dit geval vind ik niet dat je personages echt falen. Je hebt het verhaal goed uitgedacht. Wat je kan doen is jezelf steeds afvragen; is het logisch dat mijn personage..? Of... past dit bij mijn personage?

Verder vind ik het een mooi afgerond verhaal over de liefde. De humor over het vliegtuig kon ik wel waarderen :)

Succes, en heel veel schrijfplezier!

Lid sinds

13 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Als je psychologie in je verhaal wilt verwerken, kun je je - in dit geval van De Apollofontein - verdiepen in de psychologie van iemand met astma. Misschien denkt en voelt iemand met astma in principe niet anders dan iemand zonder astma, maar wél als hij gaat rennen. Want dan reageert zijn lichaam - en als een lichaam reageert, reageren het brein en de emoties mee.

Je zou daarom direct aan het begin van het verhaal de lezer kunnen laten weten dat Wim astmatisch is, niet pas als hij bij David is en ze al een gesprek voeren.

De kracht daarvan is dat Wim niet alleen een beetje benauwd is vanwege zijn ademhaling, maar vooral vanwege zijn angst om David te verliezen, wanneer David weet dat hij - Wim - verliefd op hem is. Daarmee creëer je ook gelaagdheid in het verhaal (een dubbele aanleiding tot benauwdheid).

Misschien dat je dat eens proberen kunt. Laat Wim moeizaam rennen, hijgen, zuchten, misschien even stilstaan om op adem te komen, terwijl hij toch juist zo'n haast heeft. Laat kort iets van de omgeving zien, misschien de tegels onder zijn voeten, waarmee je ook de weg naar David kan beschrijven. Niet uitgebreid, maar kort, specifiek en concreet.

Je schildert daarmee het verschrikkelijke proces van iemand die meent naar de slachtbank te rennen en door eigen toedoen al halfdood aankomt. Een paar zinnen maar, en de lezer rent buiten adem mee.

Lid sinds

11 maanden 3 weken

Rol

  • Gewone gebruiker

Hey Darkbit,

Wat mij opvalt is dat je veel ik's gebruikt, maar kan niet beoordelen of het goed of slecht is. (Ik) Probeer wel altijd niet twee zinnen achter elkaar te laten beginnen met hetzelfde woord, maar kan ook een tick zijn.....;-)

Verder valt het mij op dat het aantal woorden per zin laag is? Als dit je bedoeling is, helemaal goed natuurlijk, maar met de punt waar je moet pauzeren met lezen, leest het minder "lekker" weg....

Groet Jack