Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

[Satirische roman] Bodistan

Dit fragment is het begin van het verhaal.

Leest het lekker?

Welke verhouding tussen Roos en Bodi maak je op?

Creëert het verlangen dat Bodi en Roos samenkomen?

Maakt het nieuwsgierig naar Bodi's leven?

Klopt alles grammaticaal?

Fragment

Met mijn yogamatje tussen mijn benen sta ik verlekkerd te wachten bij de deur naar de zaal waar een meute zwetende vrouwen in strakke sportkleren danst. De zumbales is bijna voorbij. Steeds meer vrouwen met yogamatjes verzamelen zich om me heen. De deur gaat open. Afgemat, dampend en uitgelaten verlaten de zumbavrouwen de zaal. Terwijl ze langs me defileren, voel ik hun warmte en ruik ik hun zoete zweet. Met allemaal tracht ik oogcontact te maken. Ik ken alle hoofdsteden, noem maar een land breng ik telepathisch over, maar slechts onverschillige blikken vallen me ten deel. Stomme wijven! Ik zucht en denk aan Roos. Al twintig jaar lang denk ik aan niets anders. Als ik wakker lig, val ik in slaap, als ik eenzaam ben, is zij er altijd, en als mijn mislukte leven zich genadeloos aan me opdringt, is er ineens een leven met haar. Dan ruik ik haar heerlijke geur, voel ik haar hand in de mijne op een tropisch strand, zie ik haar naast me liggen in mijn bed en hoor ik haar zingen, alleen voor mij. Maar ze drijft aldoor verder van me af. Kon ik maar terug naar het begin. Wat ik zou doen, weet ik nog steeds niet, in ieder geval iets anders. 

Het was open podium voor singer songwriters. Alle tafeltjes in de kroeg waren bezet. Ik zat alleen aan een tafeltje. Drie vrouwen kwamen binnen. De eerste was klein en vlezig, maar niet dik en haar bruine haar raakte haar schouders net. De tweede was lang, slank met lang blond haar. De derde zat er qua lengte tussenin, slank met lang donkerbruin haar, bijna zwart. Alledrie waren ze op hun eigen manier aantrekkelijk. Een moment bleven ze staan en keken rond. Mijn blik bleef hangen op de derde, Roos. Ze keek me aan en glimlachte. Ik raakte in paniek, maar wegkijken lukte niet. Ze liep recht op me af terwijl ze me aan bleef kijken. De tijd stond stil. Ik gaapte haar aan. Niemand zal me geloven, maar het waren niet haar blauwe ogen, haar slanke benen, haar ronde borsten, noch haar hoge hakken, het was de schicht die haar ziel verbond met de mijne. In een fractie wisselden we het verleden, het heden en de toekomst uit. Als een engel die me kwam halen smolt ik met haar samen en als één hemellichaam ontstegen we het aardse en zwierven oneindig langs alle sterrenstelsels. Woorden, tijd, relatie, alles was overbodig. Aldoor kwam ze dichterbij, onbewogen door mijn schaamteloze gestaar, alsof starende mannen voor haar vanzelfsprekend waren. Onze blikken waren vergrendeld. Ze boog naar me toe en begon tegen me te praten. Tegen mij! Alle andere mannen in de kroeg hadden het nakijken. 

‘Zijn die stoelen vrij?’ vroeg ze.

Zonder mijn antwoord af te wachten, gingen ze alledrie zitten. Ik luisterde naar de muziek. Zij ouwehoerden erdoorheen. ‘Mijn vent heeft bindingsangst,’ hoorde ik Eveline mekkeren. De blonde, ik weet haar naam niet meer, kakelde over haar gespierde Australische vriend. Mijn oren spitste toen Roos ineens vroeg, ‘Wat is ook al weer de hoofdstad van Australië?’

‘Sydney,’ zei de blonde.

Toen begon hun domme gekakel me pas echt te irriteren. ‘Canberra!’ zei ik.

Alledrie draaiden verbaasd hun hoofden, alsof ik toen pas werd opgemerkt.

‘Hoe weet jíj dat?’ zei de blonde geïrriteerd terwijl ze haar hoofd schudde, alsof alleen vriendjes die kennis verschaffen.

‘Ik ken alle hoofdsteden van de wereld,’ zei ik. Roos en Eveline moesten lachen en keken me nieuwsgierig aan. De blonde zuchtte afkeurend en draaide met haar ogen.

‘Wat is dan de hoofdstad van…Mongolië?’ vroeg Eveline.

‘Ulan Bator,’ zei ik trots.

‘En wat is dan de hoofdstad van...Honduras?’ vroeg Roos.

‘Tegucigalpa,’ zei ik terwijl ik me almaar onweerstaanbaarder voelde worden.

‘Hoe weet je dat allemaal joh?’ zei Eveline.

‘Vroeger zat ik altijd dierenencyclopedieën te bestuderen, en dan keek ik vooral naar de verspreidingskaartjes. Daarna ging ik de atlas uit mijn hoofd leren en fantaseerde ik over een route om al die dieren en natuurgebieden te gaan zien.’

Roos en Eveline lachten vertederd. Die blonde keek naar me alsof ik niet spoorde en ging aan de bar staan bij een man in pak.

Roos keek me aan. Onze blikken waren weer even vergrendeld en ik raakte weer in paniek. Ze glimlachte en onbeheersbaar glimlachte ik terug. ‘Hoe heet je eigenlijk?’ vroeg ze.

‘Bodi,’ zei ik als een robot. Tot in het oneindige had ik in haar ogen kunnen blijven kijken en zwelgen in wat het ook was dat ik zag.

‘Ik weet een leuk spelletje!’ zei Eveline, ‘Wat is je top drie van favoriete dieren en waarom? Schrijf bij elk drie trefwoorden.

Lid sinds

11 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dag Rajadangdut,

- Leest het lekker?

Nou ik stoor me een beetje aan de regiewoorden die je erin stopt.
de blonde
Zij ouwehoerden
hoorde ik Eveline mekkeren
hun domme gekakel
De blonde zuchtte afkeurend
zei ik trots
lachten vertederd

> Dit ligt er naar mijn smaak veel te dik bovenop.

- Welke verhouding tussen Roos en Bodi maak je op?

Roos: een meisje dat hij een aantal jaar geleden eenmalig in een kroeg heeft gezien. Misschien een one night stand mee heeft gehad.
De indruk die ik krijg is dat het de enige one night stand is die hij ooit geregeld heeft, dat verklaart waarom hij er tien jaar later nog aan terugdenkt wanneer hij genegeerd wordt door een ... meute -.- vrouwen.

- Creëert het verlangen dat Bodi en Roos samenkomen?

Waarom zou het dat doen? Deze scène gaat niet over je personages of wie zij zijn. De hoofdpersoon krijgt de acute kolder in zijn bol van een stel borsten, benen en hoge hakken... Ze kennen elkaar niet en komen niets over elkaar te weten. Als hij vanavond niet scoort, vindt hij morgenavond vast een andere meid om iets mee te proberen.
Ik kan trouwens Roos en Evelien niet goed uit elkaar houden... Ze blurren een beetje in elkaar over, in mijn beeldvorming. Je personages zijn vrij ééndimensionaal, en ook enigzins clichés. En Roos en Evelien zijn per ongeluk allebei hetzelfde cliché.

- Maakt het nieuwsgierig naar Bodi's leven?

Mnee... Hij komt bijzonder onsympathiek over, en niet op een interessant doorwrochte literaire manier... Wat is het toch met verstokt misogynistische ik-personages? Om de zoveel tijd komt er weer een schrijver om de hoek die denkt dat het zich leent voor 'satire', om vervolgens niets anders te doen dan de misogynie onbecommentarieerd los te laten op lege stereotypen van vrouwelijke personages... Je bent niet de eerste die zijn verhaal met deze insteek schrijft. En ik vraag me telkens af: waar is nou eigenlijk de satire?

- Klopt alles grammaticaal?

Ik kwam ergens "mijn oren spitste" tegen, maar verder heb ik er niet heel erg op gelet. In ieder geval niet storend veel fouten dus, wat mij betreft.

 

Lid sinds

10 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Rajadangdut vraagt; Leest het lekker?

Lekker? Ik vind het truckje leuk van die hoofdsteden. 

Rajadangdut schrijft; Niemand zal me geloven, maar het waren niet haar blauwe ogen, haar slanke benen, haar ronde borsten, noch haar hoge hakken, het was de schicht die haar ziel verbond met de mijne. 

Perfecte gedachte, dat niemand je zal geloven. Topless? 

Lid sinds

9 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Leest het lekker?

Taalkundig lijkt het me dik in orde, maar het woordgebruik, de inhoud, de soms omslachtige spreektaal in de dialogen, en de opmaak van de dialogen, verhinderen dat het prettig leest.

 

Welke verhouding tussen Roos en Bodi maak je op?

Bedoel je wat ik uit de tekst opmaak? Niets dan een seksueel getint verlangen van Bodi naar Roos, en een onwerkelijk aandoende wederzijdse aantrekkingskracht.

 

Creëert het verlangen dat Bodi en Roos samenkomen?

Niet bij mij.

 

Maakt het nieuwsgierig naar Bodi's leven?

Nee. Bodi maakt op mij voornamelijk een uiterst onsympathieke indruk.

 

Ongevraagd commentaar:

Mijn grootste bezwaar tegen deze tekst is al voelbaar in de eerste paar zinnen. Woorden als meute, dampend, en defileren zijn misschien spottend - of satirisch - bedoeld, maar uit niets blijkt dat het gaat om zelfspot van de hoofdpersoon. Als het al spot is dan moet dat de stem van de schrijver zijn. Het personage spreekt daardoor met twee tongen. Ook in het vervolg lijkt de schrijver zijn commentaar op personen en gebeurtenissen te slijten via de gedachten van de hoofdpersoon.

Het verlangen naar Roos kan ik moeilijk rijmen met de manier waarop de hp zich opgeilt aan elke dampende zumbavrouw die toevallig langs loopt. Misschien is het karakterologisch rond te breien via een overmatig libido, dat zich wenst uit te storten over elke lustobject dat opdoemt aan de horizon, maar in de tekst is niets terug te vinden waarmee ik een verbinding kan leggen tussen Bodi’s aandacht voor onbepaalde vrouwelijke lichamen en zijn obsessie voor één bepaalde vrouw.

Ik ben bereid te geloven dat onmiddellijke wederzijdse aantrekkingskracht bestaat. Een verhaal hoeft zich niet te conformeren aan mijn alledaagse werkelijkheid, dus ook een gevoel van voor elkaar bestemd te zijn bij het eerste oogcontact wil ik accepteren. Maar een schicht die in de kroeg zielen verbindt? Het zal wel poëtisch bedoeld zijn, maar mij zegt het niets. Nadat de verbonden zielen in een fractie het verleden, het heden en de toekomst uitgewisseld hebben val ik van mijn stoel: Als een engel die me kwam halen smolt ik met haar samen en als één hemellichaam ontstegen we het aardse en zwierven oneindig langs alle sterrenstelsels.

Een gezamenlijk orgasme! Nu al?

Onafgebroken staren Bodi en Roos elkaar aan. Ze weten alles van elkaar en hebben zojuist een spiritueel orgasme gedeeld. Roos buigt zich naar Body, en nu komt het: zij praat tegen Bodi! Welke verheven woorden zal zij slaken?

‘Zijn die stoelen vrij?’

 

Na enig dom gekakel lees ik: Alledrie draaiden verbaasd hun hoofden, alsof ik toen pas werd opgemerkt.

Oh ja? Alle drie? Die schicht heeft geen betekenis meer? Noch de kennis van elkaars heden, verleden en toekomst, noch de samensmeltende reis langs sterrenstelsels? Roos staart niet meer, nee, zij draait verbaasd haar hoofd en merkt Bodi nu pas op. Logisch toch?

 

Tot slot:

Excuus voor mijn spottende benadering van een tekst waarvan ik de inhoud niet serieus kan nemen. Met meer aandacht voor focalisatie, de stem van je personages, en logische consistentie denk ik dat je boeiende teksten zou kunnen schrijven. De taalvaardigheid en de fantasie zijn wat mij betreft onmiskenbaar aanwezig.

 

Nog even dit

‘Vroeger zat ik altijd dierenencyclopedieën te bestuderen, …’

‘Daarna ging ik de atlas uit mijn hoofd leren…’

Spreektaal inderdaad. Tenzij het de bedoeling is personages met een eigen taalgebruik te karakteriseren, zou ik ook in dialogen de voorkeur geven aan meer gestileerde zinnen, zoals:

Vroeger bestudeerde ik dierenencyclopedieën, …

Daarna leerde ik de atlas uit mijn hoofd, …

 

Succes ermee!

 

Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Dank je Uruguru!

Je slaat de spijker op zijn kop, realiseer ik me nu.

Je hoeft je niet te verexcuseren voor je spottende benadering. Zeker niet als dat heeft bijgedragen aan je onderbouwde commentaar. Zodra ik mijn wonden gelikt heb, ga ik deze scene volledig herschrijven.

Zou je kunnen aangeven wat Bodi uiterst onsympathiek maakt?

 

Lid sinds

1 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Nogmaals dank voor jullie feedback! Er is niets zo inspirerends als een koude douche :).

De openinsscene heb ik herschreven. Hopelijk is het beter nu en zet het minder kwaad bloed. Bodi mag hier wel een beetje onsympathiek zijn of in ieder geval afwijkend, dan heb ik de rest van het verhaal om toch van hem te gaan houden.

Feedback blijft welkom!

Het fragment herschreven:

Alle tafels in de kroeg waren bezet. Het was open podium voor singer songwriters. Ik zat alleen. Drie vrouwen kwamen binnen. De eerste was klein en blond, de tweede was een lange brunette en de laatste zat er qua lengte tussenin met lang donkerbruin haar, bijna zwart. Op hun eigen manier waren ze alledrie aantrekkelijk. Een moment bleven ze staan en keken rond. Mijn blik bleef hangen op de laatste, Roos. Ze keek me aan en glimlachte. Vlug keek ik weg, bang dat ze dacht dat ik met haar flirte. Ze liep recht op me af. ‘Zijn die stoelen vrij?’ vroeg ze.

Zonder mijn antwoord af te wachten, gingen ze alledrie zitten, Roos tegenover me. De sessieleider zette een nummer van Britney Spears in, akoestisch. Iedereen begon te lachen. Roos liep naar de bar en kwam terug met drie rode wijn. Gegeneerd, maar ik kon niet anders, keek ik steeds even naar Roos. Ik volgde de lijnen van haar kin, haar neus, haar ogen, en hoe donkere lokken over haar gebruinde wangen en hals vielen. Een paar keer keek ze terug en glimlachte. Mijn blik richtte ik dan snel weer op het podium.

‘Mijn vent heeft bindingsangst,’ zei Eveline, de blonde.

Roos antwoordde. Wat ze zei, weet ik niet, ik luisterde alleen maar naar haar stem. Met elke vluchtige blik op haar en elk stemgeluid dat ze maakte, groeide mijn verlangen.

De brunette, ik weet haar naam niet meer, vertelde over haar gespierde Australische vriend. Ik spitste mijn oren pas echt toen Roos vroeg, ‘Wat is ook al weer de hoofdstad van Australië?’

‘Sydney toch gewoon?’ zei de brunette.

Was het niet voor de vrije stoelen aan mijn tafel, dan zou ik nooit zo dicht bij zulke vrouwen zijn. Hun werelden staan tot de mijne als rozen staan tot gras. Maar op dat moment betraden ze heel even mijn wereld. Heel even kon ik als bloeiende grasaar hun bouquet aanvullen. ‘Canberra!’ zei ik.

‘Oh ja!’ zei Roos.

Eveline en de brunette merkten me toen pas op.

‘Hoe weet jij dat?’ vroeg de brunette alsof alleen vriendjes die kennis verschaffen.

‘Ik ken alle hoofdsteden van de wereld.’

Roos en Eveline lachten. De brunette zuchtte en draaide met haar ogen. Direct verschrompelde ik weer als brandend hooi waarmee een kachel wordt aangemaakt en draaide mijn gezicht terug naar het podium.

‘Wat is dan de hoofdstad van…Mongolië?’ vroeg Roos.

‘Ulan Bator,’ zei ik trots.

‘En wat is dan de hoofdstad van...Honduras?’ vroeg Eveline.

‘Tegucigalpa.’ Ik groeide en ik bloeide.

‘Hoe weet je dat allemaal joh?’ zei Eveline.

‘Vroeger bestudeerde ik dierenencyclopedieën, vooral de verspreidingskaartjes. Daarna leerde ik de atlas uit mijn hoofd en fantaseerde ik over een route om al die dieren te gaan zien.’

Roos en Eveline lachten weer. De brunette keek naar me alsof ik niet spoorde en ging aan de bar staan bij een man in pak.

Roos keek me aan. ‘Hoi, ik ben Roos.’

‘Bodi,’ zei ik.

‘Bodi?’ zei Eveline terwijl ze schuin omhoog keek, ‘Nooit eerder gehoord. Ik ben Eveline.’

De sessieleider nam even pauze en zette de muziek aan.

‘Ik weet een leuk spelletje!’ zei Eveline, ‘Wat is je top drie van favoriete dieren en waarom? Schrijf bij elk drie trefwoorden.’

Het bleek een psychologisch testje, maar dat vertelde ze er pas na. Elk dier had betekenis, iets met hoe anderen je zien, hoe je wilt zijn en hoe je bent. De volgorde ben ik vergeten, maar ik had: kameleons, rivierdolfijnen en kikkers. Eveline had honden, paarden en olifanten, en Roos apen, beren en dolfijnen.

‘Dolfijnen zijn ook mijn favoriete dieren! Daar heb ik mee gezwommen in Mexico. Zo tof!’ zei Roos.

We filosofeerden over onze dieren.

‘En paarden,’ zei Eveline, terwijl ze verlangend zuchtte, ‘Lekker galopperen langs het strand, eindeloos tochten maken door de natuur, ze zijn lief en zacht, en een gevoel van vrijheid ofzo, maar ook alsof ze me naar mijn voorland brengen, ik weet het niet.’

‘Je bedoelt dat ze een grote lul hebben en je kunt ze beteugelen?’ zei ik.

Roos schoot in de lach en stak haar duim op alsof ik in één zin haar vriendin had samengevat.

‘Nee kikkers!’ zei Eveline spottend.

‘Ze hebben mooie grote ogen, een gave gladde huid en lange slanke benen,’ zei ik alsof ik een gedicht voordroeg.

Weer schoot Roos in de lach.

‘Hoezo eigenlijk specifiek rivierdolfijnen?’ vroeg Roos.

‘Ze hebben iets mysterieus, zijn superintelligent en tegelijkertijd hebben ze ook iets oers,’ zei ik, ‘Maar of ze zullen overleven, is nog maar de vraag.’

‘Hoezo?’ vroeg Eveline.

‘Door alle dammen die worden gebouwd in de grote rivieren, en omdat ze zo zeldzaam zijn, kunnen ze elkaar niet meer vinden om te paren.’

Inmiddels staarde de brunette met open mond en wazige ogen, alsof ze zojuist uit een dagenlange narcose was ontwaakt, naar de man in pak, die met een nog wazigere blik duf glimlachte naar het plafond. Niet veel later verlieten ze samen de kroeg. Ze kwam nog wel even Roos en Eveline gedag zeggen. Ze knipoogde naar hen alsof ze jaloers moesten zijn dat zij de succesformule van de evolutie ging vieren met een dronken klojo. Geen moment keek ze naar mij. Stom wijf!

De muziek ging uit. De sessieleider ging weer op het podium zitten en richtte zich tot Roos. ‘Ga jij nog een liedje zingen?’ vroeg hij.

‘Ja!’ zei Eveline.

Na enige aanmoedigingen liep ze het podium op en ging naast de sessieleider zitten. Ze knikten naar elkaar. Na drie akkoorden begon ze te zingen, swing low sweet chariots. Iedereen stopte met praten en keek op. Mijn lijf begon te tintelen, alsof mijn hart pure morfine mijn aderen in pompte. Ik wilde mijn ogen sluiten, en de trip omarmen, maar dat lukte niet. Elke ritmische beweging van haar borst, haar armen, haar benen, haar lippen en haar ogen verzwolg ik. Yes, carry me home! weerklonk in de holte van mijn ziel. Onder enthousiast applaus liep ze weer terug.

‘Goed gedaan!’ zei Eveline.

Ik wilde met haar alleen zijn en duizend dingen zeggen, maar de ene na de andere man kwam haar vertellen hoe mooi ze had gezongen. Zoals de zon en de maan tijdens een zonsverduistering, overlapten onze werelden heel even, en dreven nu weer uit elkaar. Maar de doodsteek kwam van Eveline. ‘We hebben elkaar net pas ontmoet, maar het voelt alsof we elkaar al heel lang kennen.’ Even moest ze nadenken. ‘Alsof je een soort broertje bent.’

 

 

Lid sinds

9 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Rajadangdut, 

Taalgebruik is verzorgd en zinsbouw vind ik prima - maar de woordkeus en de invulling van de scenes, nee. 

Het hele stuk gelezen zonder me betrokken te voelen, evenmin was ik in de kroeg. Bij de laaste alinea veerde ik even op. Daar gebeurt bijna iets. Ongevraagd advies: schrijf geen zinnen die je eerder las, schrap jezelf en schep personages die zich onderscheiden. Alleen dan zal de lezer zich betrokken voelen. Het slot zou overigens een interessante opening kunnen zijn, daarna toon je de lezer wat eraan vooraf ging.  

‘We hebben elkaar net pas ontmoet, maar het voelt alsof we elkaar al heel lang kennen.’ Even moest ze nadenken. ‘Alsof je een soort broertje bent.’

vermijd de vulwoorden en loze werkwoorden:
‘We hebben elkaar net ontmoet, maar het voelt alsof we elkaar al lang kennen.’ Even dacht ze na. ‘Alsof je een broer(tje) bent.’ (of alsof je mijn broer bent)

Succes   

Lid sinds

8 jaar 9 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Je schrijft goed, dat merkten anderen ook al op.
Maar het onderwerp blijft wat vlak: jongen zoekt meisje in openbare gelegenheid. Is deze stoel nog vrij, liefde (of sexuele opwinding?) op het eerste gezicht - het is al vaker beschreven, in keukenmeidenromans.

Misschien kan je iets (niet veel) meer diepte aanbrengen, door Roos niet direct te laten happen. Eerste indruk van Roos tegenover een vreemde die ongevraagd niet ter zake doende informatie komt spuien in een meidengesprek over jongens: betweter, wegwezen. Maar Eveline is tipsy genoeg om die betweter te kakken te zetten door nog meer onzinnige dingen te vragen, die hij inderdaad allemaal weet, de schlemiel. Dan komt de vraag over die drie dieren, een vraag waarop een gedreven bioloog heel anders antwoordt dan een amateur die gelooft dat beren en dolfijnen knuffelbaar zijn. Pas als blijkt dat Bodi heel onderhoudend kan vertellen over het verschil in gedrag tussen boto's en delphinidae, ontdooit Roos, onder invloed van haar eigen gelukkige dolfijnzwemherinneringen ... enzovoort enzovoort. En misschien word ik, als lezer, dan ook nieuwgierig naar Bodi's leven ... misschien is hij iemand die gewoon is vanuit een boomstamkano pontopiridae te observeren voor zijn proefschrift, leeft van krokodillenstaartvlees, cassiri en onthouding... wauw, die schlemiel is sexier dan de gespierdste Sydnier, en dat hij betweterig overkomt is omdat hij  de ouvertures van baltsende primaten nog onvoldoende heeft bestudeerd. Is dat Bodi? Ik zou hem graag ontmoeten in de hoofdstad van Amazonia.  

Klein technisch foutje: je noemt de drie dames al bij naam voordat zij zichzelf introduceren.

En dat van dei hoofdstad van Australie, dat zou ook iets natuurlijker kunnen.
  "Een geweldige vent, zo gespierd, lekker sexy. En hij woont in Sydney."
  "Sydney?"
  "Ja, Sydney. De hoofdstad van Australie, weet je wel."
  "Ahum sorry dat ik me er mee bemoei, dames, maar de hoofdstad van Australie is ..."