Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

[Spanning en mysterie] Door het oog van de..

Onderstaande fragment is het begin van mijn boek. Het is een soort proloog. Pas op 2/3e van het boek wordt duidelijk wat hier aan de hand is.

Ik wil graag weten hoe dit stuk bij jou als lezer binnen komt. 

Ik kon het stuk overigens niet volledig plaatsen i.v.m. ruimtegebrek.

Alle eerlijke reacties zijn zo van harte welkom. iedereen heel erg bedankt die hier tijd in wil stoppen!!

Merci ❤

Fragment

Het is al lang voorjaar, maar nog veel te koud voor de tijd van het jaar. De regen raast door de dicht bebladerde bomen en oude takken en jonge twijgen worden honend afgescheurd.

Het is vlak na middernacht, als een jonge vrouw over het drassige bospad rent. Haar nachthemd is doorweekt. Het witte katoenen gewaad zit strak vacuüm gezogen rond haar blote lijf. Elke stap die ze zet voelt ze de ijzige prut tegen haar kuiten spatten. Ze ziet geen hand voor ogen en haar enige houvast zijn de zompige houten snippers onder haar blote voeten, en haar feilloze richtingsgevoel. Ze kent dit bos op haar duimpje. Dat geeft haar een voorsprong. De wekenlange regenval heeft van het bos echter één grote modderpoel gemaakt, en steeds als ze naast het pad stapt, zuigt haar voet vast in de drek.

Ze is doodsbang. En boos. Nee razend! Haar lijf is beurs en pijnlijk. Hoe lang houdt ze dit nog vol? Ze hijgt en elke stap die ze zet laat haar hart harder bonzen.

In de verte hoort ze geschreeuw. Haar naam. Met grote ogen kijkt ze achterom. Niemand. De nacht belemmert het zicht. Ze heeft nog steeds een voorsprong. Maar voor hoe lang? Nog minstens honderd meter, dan is ze bij het meer, de Maasvenerplas. Daar zal ze zeker niet gevolgd worden.

Weer stapt ze naast het pad. Haar voet glibbert onder haar vandaan en ze belandt op haar knieën in de blubber. Tranen schieten in haar ogen. Hijgend zet ze haar handen in de koude drek. Een mengsel van snotterige blaadjes en venijnige steentjes. Ze laat haar hoofd even hangen. Haar tanden klapperen.  Van de kou..  van de drugs.. haar keel voelt schraal. Behoedzaam slurpt ze de regen, die in kleine straaltjes langs haar gezicht stroomt, ter verzachting naar binnen. Doorzetten Isabel! Je bent er bijna!

In het donker tast ze de grond af. Ze trekt zich op aan een verdwaalde boomstam en krabbelt overeind. De laatste loodjes. Haar pas versneld en ze knijpt haar ogen tot kleine spleetjes samen, in de hoop meer zicht te krijgen. Weer wordt haar naam geschreeuwd. Deze keer een stuk dichterbij. Niet omkijken..

Ze bereikt de volgende boom. Haar handen vinden steun aan de schrale stam en ze hijgt even uit. Een bliksemflits verlicht voor een schamele seconde het pad. Lang genoeg om te zien dat ze bijna bij het meer is. Ze laat de stam los. In blind vertrouwen rent ze over het pad richting de rand van het bos. De groene gloed, van het bouwterrein aan de overkant van het meer, weerkaatst hoopgevend in haar ogen. De weg wordt slechts nog versperd door een houten omheining. Ze zet haar handen op de bovenste plank van het gammele hek en springt eroverheen, het recreatieterrein op. Haar brandende voetzolen vinden verkoeling in het natte frisse gras. Maar er is geen tijd om er van te genieten. Vastberaden rent ze over de houten steiger. Ze voelt hoe de oude, met water verzadigde planken, met elke stap buigen onder haar gewicht.  Ze ademt diep in, zet met al haar kracht af en springt zo ver ze kan de duisternis in.

Als door duizend naalden gestoken snijdt het koude water door haar lijf. Haar hart slaat acuut op hol. Het water is ijskoud!  En aardedonker. Even is ze haar oriëntatie kwijt. Rond haar lichaam bruisen talloze belletjes knisperend omhoog. Ze komt boven en hapt naar adem. Haar longen klapperen achter in haar keel op zoek naar zuurstof. Het is zo koud. Haar brandende voetzolen lijken plotseling gevoelloos en zoeken steun in de drassige bodem. Geen tijd om te rusten. Ze ademt een aantal keer flink uit en herpakt zich. Weer wordt haar naam geschreeuwd.  ‘Isabel!!’

Veel te dichtbij. Gevolgd door een plons. Ze duikt onder water en zwemt met ferme slagen dieper door de duisternis.

Haar adem wordt al snel door de kou ontnomen. Ze komt omhoog, neemt opnieuw een teug en verdwijnt weer onder. Slag na slag. Haar hersens krimpen van de kou. Ze kan niet meer. Eenmaal boven kijkt ze achterom. Is ze ver genoeg? Nog één keer haalt ze diep adem en duikt zo ver ze kan. Ze ziet geen hand voor ogen. En ze voelt geen bodem meer onder haar voeten. Zo ver in het meer zal ze niet gevolgd worden. Ze komt weer boven en laat zich hijgend op haar rug uitdrijven. De regen stroomt met bakken over haar gezicht. Een bliksemflits verlicht het meer en wordt al snel gevolgd door een immense donderslag. Ze komt overeind. Haar hart bonst in haar keel. Al watertrappelend tuurt ze richting de steiger. Die is niet meer te zien. Wat zal ze doen? Door naar de overkant? Ze draait zich om ..

Lid sinds

2 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hi Sacha, je hebt een vlotte toon. Ik vind het wel wat uitleggerig, als je schrapt wordt het sterker. Een paar puntjes:  als het voorjaar is, zijn er geen snotterige blaadjes op de grond, dat is in de herfst. Haar pas versneld moet zijn: haar pas versnelt. Ondanks deze puntjes vind ik het wel een veelbelovend begin. 

Lid sinds

5 jaar 7 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Het leest wel goed, alleen sla je naar mijn mening een beetje door in het gebruik van beschrijvingen/bijvoegelijk naamwoorden. Je eerste alinea is daarom niet helemaal lekker te lezen.

Het is al lang voorjaar, maar nog veel te koud voor de tijd van het jaar. De regen raast door de dicht bebladerde bomen en oude takken en jonge twijgen worden honend afgescheurd.

 Een aantal van die woorden hebben niet echt een toegevoegde waarden. Schrap er wat van, dat doet de leesbaarheid alleen maar goed. 

De tweede alinea gaat ook zo verder, maar vertoont bovendien ook onregelmatigheden die niet helemaal realistisch overkomen.

Het witte katoenen gewaad zit strak vacuüm gezogen rond haar blote lijf.
Haar lichaam is niet bloot, ze draagt een nachtjapon.

 

'Een bliksemflits verlicht het meer en wordt al snel gevolgd door een immense donderslag.'
Als het onweert dan zou ik niet een meer in duiken, ongeacht wie er achter mij aanzit. Maar dat zou ik zijn :)

Rond haar lichaam bruisen talloze belletjes knisperend omhoog
Hier zie ik niet echt de meerwaarde ervan in. Ik vermoed zelfs dat er iets onder haar aan het verdrinken is.

Ze ziet geen hand voor ogen. En ze voelt geen bodem meer onder haar voeten. Zo ver in het meer zal ze niet gevolgd worden. 
Hoe weet ze dan dat ze ver in het meer is? Ze ziet immers niet.

 

Verder zijn er hier en daar nog wat kleine dingetjes omtrent de interpunctie.
Het water is ijskoud! 
Gebruik hier een punt, het is al duidelijk dat ze schrikt.

‘Isabel!!’
Eén uitroepteken. Je mag er nooit meer gebruiken.

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

@Sacha - los van de nodige taalonvolkomenheden (bijv: allang en hoelang zijn aaneen als je een tijdsaanduiding bedoelt), vind ik je beschrijvingen te afstandelijk. Je tracht de scène te vertellen vanuit Isabel, maar door wat ik noem "mooischrijverij" bereik je juist het teneovergestelde. Iemand die op de vlucht is, denkt niet dichterlijk. Hoe gewoner, hoe beter. Korte zinnen creëren spanning. Lange zinnen passen bij reflectie (o.a.).
Je gebruikt naar mijn smaak ook te veel bijvoeglijke naamwoorden. De lezer kan zich best wel invoelen zonder al die stuurwoorden. Als oefening: schrap alle bijvoeglijke naamwoorden en plaats er maximaal 40% terug. Doe het een paar dagen later nogmaals met deze 40%. . 

Deep POV derde persoon werkt heel goed in deze scène, maar komt niet goed uit de verf. Lees het artikel van januari 2021 in Schrijven Magazin van Thérèse erop na. Dan zul je zien dat "een jonge vrouw" niet past.

Probeer woorden als voelen te vermijden. Elke stap die ze zet voelt ze de ijzige prut tegen haar kuiten spatten. Deze zin loopt overigens ook niet  >> Bij iedere stap spat de (ijzige) prut tegen haar kuiten. Dat ze dat voelt, snapt de lezer echt wel.

Succes.