Lid sinds

2 jaar

Rol

[Historische roman] Scène uit 'Ik haat en ik bemin'

Ik ben nog een beginner maar ik ben bezig om een historische roman te schrijven. Na jaren gedacht te hebben dat ik toch niet kan schrijven, doe ik nu een eerste poging om wat op papier te zetten en ik vind het geweldig!

Het verhaal speelt zich af in de Romeinse tijd, op het kantelpunt tussen de Romeinse Republiek en het Keizerrijk. De tijd van Julius Caesar en de eerste keizer Augustus. Ik probeer hierbij mijn fictie-verhaal te integreren binnen de kaders van historische feiten en gebeurtenissen. Ik deel hier een fragment uit mijn boek. Het speelt zich af op ongeveer 85% van mijn verhaal.

 

Wat zou ik graag willen weten?

  • Wat voor gevoel roept de tekst bij je op?
  • Leest de tekst soepel? Ik merk dat ik me tijdens het schrijven nog wel eens kan verliezen in te veel dialoog.
  • Ik probeer in sommige scènes onderscheid te maken in de taal die mijn karakters spreken. In dit fragment wordt gewisseld tussen Keltisch (moedertaal van Catia & Iccinus) en Latijn. Ik heb het er nu bij gezet in de 'dialogue tags' (wat is hier de correcte term in het Nederlands voor?) maar kan/moet dit anders?
  • Ten slotte ben ik me bewust dat ik misschien heel erg in een niche-hoek aan het schrijven ben, dus ik ben ook heel benieuwd hoe jullie tegen een historische roman, afspelend in de klassieke oudheid, aan kijken.

Uiteraard zijn ook alle andere tips/vragen/commentaren welkom! Dit is de eerste keer dat ik een tekst van mezelf met iemand (of dit geval meteen een heel forum) deel dus ik ben heel benieuwd :)

Fragment

 

Catia gluurde over de balustrade. Beneden liep Antonius de curia binnen. Zijn toga hing in een slordige bundel over zijn linkerschouder en er parelden zweetdruppels op zijn voorhoofd. Vol afgrijzen hield hij halt toen hij het levenloze lichaam van Caesar zag.
De man waar Catia die ochtend naast wakker was geworden, van wie ze hield en die ze had verraden, de man die ze had willen redden, zakte nu reddeloos op zijn knieën in elkaar naast het lichaam van zijn beste vriend. De pure euforie die ze even daarvoor had gevoeld, kreeg een bittere nasmaak. Ze wilde naar Antonius toe gaan, maar wist dat hij haar nooit zou vergeven. Ze zakte in elkaar en leunde tegen de balustrade aan. Tussen de spijlen door keek ze hoe de man van wie ze hield, rouwde om de man die ze het meest had gehaat.
Catia keek op toen het rumoer buiten ophield. De stem van Cassius was niet meer te horen en het werd akelig stil. Antonius was het ook opgevallen. Hij wierp nog één blik op het lichaam van Caesar en liep met een nijdige blik de curia uit.
Catia liep voorzichtig naar beneden. Ze keek door de hoge deuren naar buiten. Het applaus dat Cassius had voorspeld was uitgebleven en alle senatoren hadden zich uit de voeten gemaakt. De burgers die eerder nog op het forum stonden, waren bezig hun spullen te pakken. Ze besefte dat ze zich net als Antonius ook beter uit de voeten kon maken en ze holde de curia uit. Buiten gekomen prikte het felle zonlicht in haar ogen waardoor ze niet zag dat ze recht tegen de borst van een enorme man aan botste. Ze viel bijna achterover maar hij greep haar nog net bij de arm en wist haar overeind te houden. Ze knipperde met haar ogen terwijl ze haar arm probeerde los te maken uit zijn greep.
'Jij!’ zei hij met kille stem.
Catia keek langs de arm van de man die haar vasthield. Ze verstijfde toen ze het gezicht zag dat ooit van haar oudste broer was geweest. Hij zei verder niets en wachtte op antwoord met een ijzige blik in zijn ogen.
‘Iccinus, ik… het is niet wat het lijkt...’ begon Catia.
‘En waar lijkt het dan op? Want ik zag net een hoop senatoren uit de Curia komen die met bebloede messen boven hun hoofd schreeuwden dat mijn dominus dood is.’
‘Hij is jouw dominus niet, Iccinus.’ Catia legde zacht haar vrije hand op zijn wang. ‘Je bent je eigen man. Dat ben je altijd al geweest…’
Iccinus sloeg haar hand weg. ‘Spreek niet over dingen waar je niets vanaf weet, vrouw. Mijn dominus is vermoord en jij komt tevoorschijn uit het gebouw waar de moord gepleegd is. Je bent een moordenaar.’
Catia kon het niet helpen dat ze kwaad werd. Dit was haar broer niet meer. Hij zou haar de eerste keer dat ze hem had teruggezien niet hebben aangegeven en hij zou haar zeker niet voor moordenaar uitmaken als hij bij zijn volle verstand zou zijn. Ze hief haar vrije hand opnieuw op en sloeg hem nu zo hard mogelijk in zijn gezicht. Verbluft liet hij haar andere hand los. Ze hief haar beide handen nu op en duwde hem hard achteruit. Hoewel ze twee koppen kleiner was week haar broer achteruit, verrast door haar woedende uitspatting.
Hij stond nu met zijn rug tegen de curia aangedrukt en Catia ging verder in haar moedertaal. ‘En nu moet je eens goed naar me luisteren. Je naam is Iccinus, zoon van Vercatus. Trotse krijger van de Treveri en de moedigste man die ik ooit gekend heb. Een man die ooit zei dat hij liever dood zou gaan dan dat hij zich ooit als slaaf zou laten behandelen! Wat heb je met die man gedaan?’
Een spier op haar broers slaap trok samen en hij knipperde met zijn ogen. Hij schudde zijn hoofd en de ijzige blik op zijn gezicht was terug. Hij antwoordde in het Latijn. ‘Die man is 9 jaar geleden gestorven in Gallia, samen met alle andere barbaren die de grootsheid van Rome en van Julius Caesar ontkenden.’
Catia sloeg hem nogmaals en vervolgde weer in haar moedertaal. ‘Leugenaar. De man die ik kende, had alles over voor zijn familie. Hij hield van zijn vrouw en hij was de wereld voor haar. Fenna’s hart zou breken als ze je zo zou zien.’
Catia hief haar hand weer in de lucht om nogmaals naar hem uit te halen maar de blik in haar broers ogen leek iets te ontdooien.
‘Fenna…’ zei hij langzaam.

 

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

 

Dat Stephanie,

Heel gave tekst. Het onderwerp vind ik mooi. Gedurfd wel, dat je over zulke goed gedocumenteerde personen schrijft - dan ligt het risico op aantoonbare fouten op de loer. Maar voor mij - als geschiedenisleek - is het een heel aangenaam onderwerp om te lezen. Ook het taalgebruik is correct en de scène loopt goed en natuurlijk van het een naar het andere.

Wel een tip waar je misschien wat aan hebt. Het eerste stuk zou veel meer impact kunnen hebben. De emotie komt er niet echt uit, omdat je de emoties neerschrijft als in een opstel.
"Vol afgrijzen"
"van wie ze hield en die ze had verraden"
"reddeloos"
"De pure euforie"
"een bittere nasmaak"
"rouwde"
"de man die ze het meest had gehaat"

Heb je je toevallig al een beetje verdiept in het principe van 'show don't tell'? Het idee ervan is dat je de emoties niet recht voor z'n raap benoemt, maar dat je ze in het verhaal verwerkt op zo'n manier, dat een lezer het er zelf bij bedenkt.
Bijvoorbeeld al die keren dat je in dit stuk zegt dat ze Antonius liefheeft en/of haat... dat zou de lezer al lang moeten weten. Niet doordat je ons vaak zegt 'ze hield van hem', maar doordat ze tot laat in de nacht voor hem opblijft om de man, boos en gefrustreerd van een zware dag in de senaat, in haar armen te sluiten. Haar liefde (en haat) moeten door het hele verhaal duidelijk worden, zodat je die nooit expliciet hoeft te benoemen - en al helemáál niet op het emotionele hoogtepunt van deze cruciale scène.

Hetzelfde geldt voor die euforie - als het goed is waren we daarnet bij haar, en beleefden we de euforie samen met haar. Niet benoemen dus.
En die bittere nasmaak, dát is waar deze passage om draait. Dus zoom daarop in. Niet door uit te leggen wat er allemaal bitter is, maar door puur en alleen Catia's situatie te laten zien, op zo'n manier dat de bitterheid tussen de regels door spreekt.
Een gooitje naar een alternatief:

Hij hield halt voor het levenloze lichaam van Caesar.
Catia bracht haar handen naar haar mond, langzaam. Zou hij het geruis van de stof van haar tunica horen? Wat als hij opkeek? Ademloos kromp ze in elkaar achter de balustrade. Tussen de spijlen door keek ze toe hoe Antonius neerknielde. De zoom van zijn toga trok vegen bloed over het marmer. Hij legde een trillende hand op het voorhoofd van Caesar.

Het rouwen, de reddeloosheid, de bitterheid - zitten hier allemaal in, toch? Maar dan meeslepender, omdat het niet kant en klaar wordt voorgeschoteld. Of nouja... ik weet niet of je vindt dat mijn tekstje dat doet, maar dat is in ieder geval het idee erachter.

De confrontatie met Iccinus vind ik al veel beter. Daar spreekt meer emotie uit. Hoewel je daar ook zeker nog een hoop in-your-face bewoordingen kunt schrappen, zoals 'dat ze kwaad werd' en 'verrast door haar woedende uitspatting'. Probeer daar eens naar te hinten door wat ze doen, of denken of zeggen.

Dat je in de dialooglabels gewoon erbij zegt in welke taal het gezegd wordt, vind ik trouwens goed werken. Geen probleem. De keuze voor de taal die ze spreekt is ook heel emotioneel beladen in deze dialoog, dus daardoor extra mooi.

Een kleine blinde vlek van je: het woordje nu (4x in dit stuk). Je schrijft een verhaal. Een lezer zal er vanuit gaan dat alles wat je zegt in het 'nu' van het verhaal gebeurt. Dus al die nu'tjes kun je schrappen.

Veel succes verder!

 

Lid sinds

2 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door Diana Silver

Dag Diana Silver,

Wauw, superbedankt voor je feedback! Hier kan ik echt wat mee! Heel fijn dat je me wijst op de show, don't tell-emoties. Ik zie wat je bedoelt en ga er mee aan de slag. En ik heb een zoekopdracht naar het woord 'nu' losgelaten op mijn manuscript, en de blinde vlek blijkt wijdverspreid te zijn. Ik zal de alarmbellen voor 'nu' dus instellen tijdens het schrijven ;)

Groetjes Stephanie

Lid sinds

12 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

@Stephanie.

Dat je ooit hebt gedacht dat je niet zou kunnen schrijven, verbaast me. Je hebt een goede taalvaardigheid en er duidelijk plezier in. @Diana heeft je al de nodige tips gegeven.
Er is veel vraag naar historische fictie en beslist niet het gemakkelijkste genre. Niet alleen feiten moeten kloppen, maar ook gebruiken, normen en waarden die in die tijd speelden. Dat vind ik hier voor verbetering vatbaar.

'Dialogue tags' heten dialooglabels. Wees hier spaarzaam mee. Elk dialooglabel is een inbreuk van de schrijver in het verhaal en een schrijver moet (zo veel als mogelijk) onzichtbaar blijven om de lezer in de fantasiewereld te laten blijven die je als schrijver probeert te scheppen. Bij een dialooglabel moet je kiezen tussen twee kwaden: inbreuk in het verhaal versus verwarring van de lezer. Om deze reden is het het beste dialooglabels te gebruiken die de lezer niet meer opvallen. Beperk je tot zeggen, vragen en antwoorden (met enkele uitzonderingen, maar het voert te ver om hierover nu uit te weiden.

Zonder nu het hele stuk tot op het bot te analyseren, was het eerste wat me opviel de perspectieffout in de eerste alinea. De eerste zin is perspectief van Catia, de daarop volgende dat van Antonius. Probeer dat consistent (i.i.g. per scène) te houden - dat helpt de lezer zich met dat personage te identificeren. Haed hopping is een alwetende verteller en dat is dan de schrijver die zijn neus etc.

Genoeg gezeurd nu. Veel succes! Ik ben hogelijk benieuwd naar wat er komen gaat.

Lid sinds

9 jaar 10 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Stephanie,

Ik herhaal min of meer wat je al aan feedback hebt gekregen. Het leest voor mij nog niet vlot, omdat jij de schijver zo aanwezig bent.  
Dit is de waarneming vanuit Catia:
Catia gluurde over de balustrade. Beneden liep Antonius de curia binnen. Zijn toga hing in een slordige bundel over zijn linkerschouder en er parelden zweetdruppels op zijn voorhoofd.  
Dit is vanuit Antonius(immers Catia weet niet van zijn afgrijzen) : 
Vol afgrijzen hield hij halt toen hij het levenloze lichaam van Caesar zag.

Hier wordt verteld over Catia:
De man waar Catia die ochtend naast wakker was geworden, van wie ze hield en die ze had verraden, de man die ze had willen redden, zakte nu reddeloos op zijn knieën in elkaar naast het lichaam van zijn beste vriend. 

Algemene tip: maak voorafgaand aan het schrijven een keus vanuit welk perspectief/standpunt je schrijft. Op die manier wordt de vertellende instantie minder zichtbaar en gaan je personages meer leven. Perspectief is de bewuste beperking die je jezelf als schrijver oplegt.

Hier gebruik je grote woorden:   
De pure euforie die ze even daarvoor had gevoeld, kreeg een bittere nasmaak.
Echter, ik de lezer voel er niets van. Emoties ontstaan door het lezen van situaties en gebeurtenissen, niet door het benoemen van die emotie. Of: laat de lezer huilen, niet het papier.

succes.

Lid sinds

2 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

Hoi Leonardo Pisano & janpmeijers,

Jullie ook heel erg bedankt voor jullie feedback. De perspectieffouten zie ik nu ook, fijn dat jullie me erop wijzen. Ik dacht dat ik enkel vanuit het perspectief van Catia aan het schrijven was maar hier dan toch een stukje niet, iets om voortaan op te letten.

Daarnaast zie ik nu ook dat ik met een modern petje op het eerste stuk m.b.t. rouwen/verdriet heb geschreven, inderdaad niet volgens gebruiken/waarden/normen van die tijdsperiode. Hier kan ik dus ook nog mee aan de slag.

Nogmaals dank, ik ga er weer lekker mee verder :)

Groetjes Stephanie