Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

[roman] Achter de waterval

Korte samenvatting: 

Abby is een meisje uit het gelovige dorp Porto Mergio, dat grenst aan een enorme waterval. De waterval wordt door de plaatselijke priester omschreven als de poort naar de hel en het einde van de wereld. Deze visie heeft een sterke invloed op de bewoners van Porto Mergio. De enige die het niet eens is met het beeld van de priester is Abby, omdat zij inziet dat niet altijd de mensen met zonden van de waterval vallen, zoals de priester beweert. 

Dit fragment is het begin van het verhaal en ik ben benieuwd of het uitnodigt om verder te lezen.

Ook wil ik graag weten of de tekst uitbundiger kan, zeg maar meer omschrijvingen of dat er al genoeg informatie wordt gegeven, bijvoorbeeld details etc.  

Fragment

 

Ze tuurt naar het kolkende water onder haar. De schuimkoppen van de golven dansen op het ritme van het ruisen van de waterval. In de verte varen de kleine, gekleurde vissersbootjes. Ze liggen net buiten het bereik van het snelstromende water, maar dicht genoeg dat één stuurfout de vissers fataal kan worden. De poorten van de hel liggen altijd op de loer. Abby leunt achterover en geniet van de eerste zonnestralen die haar gezicht beschijnen. Ze laat haar benen over de rotswand bungelen. De piek is haar favoriete plek van Porto Mergio, want de rots geeft een goed uitzicht over heel het dorp en de waterval. Ze voelt zich verbonden met de zee ondanks dat ze niet op één van de boten zit. Abby kruist haar benen en pakt het boek dat naast haar ligt.

               Haar gedachten worden pas losgerukt van de pagina als een luide schreeuw over het water galmt. Abby springt overeind en staart naar de vissersboot die in het kolkende water is beland. Hij snelt op de waterval af. De andere vissers proberen tevergeefs de boot te vangen met touwen, maar staken hun pogingen als de blauwe boot buiten hun bereik is, want ze weten dat als ze de hulpeloze visser achterna gaan zij ook gepakt zullen worden. Abby staat moedeloos toe te kijken. Haar ogen scannen de boot op zoek naar herkenning. De man rent in paniek over het dek, hij trekt aan zijn zeilen, gooit het stuur om en probeert zelfs met peddels van de waterval te komen, maar tevergeefs. Zijn zwarte haren dansen op de wind, maar hij is te ver weg om zijn gezicht te kunnen plaatsen. Dan cirkelt de boot zo dat de geschreven naam op de romp tevoorschijn komt. ‘De Bella...’ Haar ogen worden groot als ze beseft van wie de boot is. Abby blijft niet staan om te kijken hoe Tommy van de waterval wordt gegooid. Ze grijpt het boek en stopt het snel in een kist die ze onder de struiken schuift. Dan sprint ze de heuvel af naar het dorp.

‘Mam!’ Roept ze als ze haar huis binnen stormt. ‘H-het gebeurt weer! De waterval slaat weer toe!’ Hijgt ze buiten adem. Ze weet hoe dom het klinkt, want natuurlijk is het de vissers hun eigen schuld als ze in het ruwe water belanden en niet van het water zelf. Maar haar moeder denkt er anders over. ‘Wie? Wie is het?’ Vraagt haar moeder terwijl ze uit de keuken komt lopen. Ze veegt haar handen die onder het bakmeel poeder zitten snel af aan haar schort. 

‘Tommy, ik bedoel... Thom de bakkerszoon.’

               ‘O nee wat vreselijk,’ kermt haar moeder. ‘En de rest? Zijn er meer boten?’

               Abby schudt haar hoofd. ‘Hij is de enige.’

               ‘Wat heeft hij gedaan dat God zo boos op hem is, dat hij hem zo erg straft?’ Mompelt haar moeder.

               'Zover ik weet heeft hij niets gedaan...' Mompelt Abby. Ze ontwijkt de blik van haar moeder, maar ze voelt haar starende ogen op haar gericht. 'Ik ben boven...' Abby rent de trap op voordat haar moeder kan antwoorden en haar de woorden van de priester in de mond kan stoppen.  

 

 

Lid sinds

3 jaar 2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Hallo ellenH,

In mijn opzicht moet je tekst niet uitbundiger. Hij leest vlot en alle nodige details zijn aanwezig. Hij nodigt uit om verder te lezen.

Ik zou hier en daar een kleine aanpassing doen:

- '... staken hun pogingen als de blauwe boot buiten hun bereik is, want...': zou ik achter 'is' een punt zetten en 'want' weglaten in de volgende zin.

- 'De man rent in paniek over het dek, hij...': ook hier een punt achter 'dek'.

- '... de vissers hun eigen schuld...' zou ik '... de vissers hun schuld...' zetten.

-  Twee keer 'mompelt' na elkaar bij een dialoog. Misschien eentje veranderen?

- '....', kermt haar moeder. Komt bij mij over alsof de moeder pijn heeft.

Het zijn maar kleine persoonlijke opmerkingen. Ik heb je tekst graag gelezen. Ik ben benieuwd naar een vervolg. 

Succes!     

   

Lid sinds

3 jaar

Rol

  • Gewone gebruiker

ellenH,

Ik vind het wel goed lezen. Ik zou het niet veel uitbundiger of korter maken, ik vind het zowel goed.

Ik heb alleen twee opmerkingen over de geologische setting. Je spreekt over "zee". Dat is me niet duidelijk. Een waterval komt van een "meer".

Verder heb je het over "heuvels". Heuvels zijn uitgesleten. Terwijl een waterval ontstaat bij hard gesteente wat nog niet is uitgesleten. Ik zou daarom rotsachtige formaties verwachten met slingerpaadjes.

Het was me niet direct duidelijk of het dorp aan het meer ligt, of onder aan de waterval, omdat ze de heuvels "af" gaat. Nader inzien, denk ik dat het aan het meer is, en dat ze van de rots of komt waar ze het zicht heeft.

Als het een flinke waterval is, dan zal het lopen van beneden naar boven wel gauw een uur nemen en zal niet gemakkelijk zijn.

Lucas

Lid sinds

4 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Bedankt voor de reactie

om eerlijk te zijn heb ik er inderdaad niet over nagedacht dat een waterval alleen uit een meer kan ontstaan, goed punt! Ik zal zeker nog aandacht besteden aan de geologische setting!