Start » Oefening » Ruimte in verhalen

Ruimte in verhalen

Een kamer, een tuin, een weg, een planeet: de ruimte in je verhaal kan van alles zijn. Maar niet alles is even belangrijk. Daar kom je wel achter met deze oefeningen.

Deel 1: Locatie, kader, plaats

De een noemt het ‘locatie’, de ander ‘het kader’ en een derde heeft het ’t liefst over ‘de plaats van handeling’. Hoe het ook heet, in verhalen is de ruimte van groot belang, zo blijkt telkens weer. Zonder de bedompte huiselijke sfeer was Gerard Reves eersteling nooit zo’n succes geworden. En wat zou Harry Potter zijn zonder Zweinstein? Beide ruimtes – het huis van de Van Egters in ‘De Avonden’ en Zweinsteins School voor Hekserij en Hocus-Pocus in de Potterserie – dragen niet alleen bij aan de sfeer, maar maken ook actief deel uit van het verhaal. Sommigen zouden zelfs zeggen: het zijn een personages.

Oefening:

Doe je ogen dicht. Stel je nu een personage voor – iemand die niet op jezelf lijkt – die voor het eerst in deze kamer komt. Wat valt hem of haar als eerste op? Hoe zou hij het na dit eerste bezoekje beschrijven aan zijn ouders of vrienden? Beschrijf vervolgens jouw kamer door de ogen van het personage. Je hoeft het personage zelf niet in het verhaal te betrekken, alleen zijn perspectief.


Deel 2: Gebruik je zintuigen

De ruimte in een verhaal is niet alleen de ruimte zelf, maar ook de omstandigheden (weer, licht, sfeer). Daarom wordt ook wel eens de termen ‘entourage’, ‘omgeving’ of ‘atmosfeer’ gebruikt. Belangrijk bij dit alles is dat je een dergelijke ruimte of atmosfeer alleen kunt beschrijven met behulp van je zintuigen. Wil je dit goed doen, dan zul je dus niet alleen je zintuigen moeten scherpen, maar ook de woorden en termen leren te gebruiken die daarmee te maken hebben. Zelfs de eenvoudigste kamer heeft een bepaalde kleur, lichtinval, geur en zelfs een tactiel gevoel (de kokosmat op je blote voeten, bijvoorbeeld). Deze taal beheersen is een van de eerste voorwaarden voor het schrijven van een goed verhaal.

Oefening:

Draai de vorige oefening om. Ga nu zelf bij je personage op bezoek (als je er geen paraat hebt: verzin hem of haar nu ter plekke – neem desnoods een beroemd persoon) en bedenk hoe zijn huis of kamer eruit ziet, wat de sfeer is, hoe het er ruikt, wat je voelt als je binnenkomt. Schrijf vervolgens een verhaalopening waarin je voor het eerst die ruimte binnen gaat. Schrijf dit begin zo zintuiglijk mogelijk. Zoek eventueel in het woordenboek naar de juiste termen.


Deel 3: Ruimte bepaalt personage

De ruimte in een verhaal is belangrijk en wordt ingevuld door je zintuigen. Maar die zintuigen worden op hun beurt weer gekleurd door je gevoel, je stemming. De weg die Jack Kerouac in ‘On the road’ beschreef zag er stukken treuriger uit nadat hij zijn (Mexicaanse) liefje was kwijtgeraakt – en dat terwijl het dezelfde weg was. Een ruimte is derhalve niet objectief, maar zeer sterk subjectief. Daar kun je als schrijver ook gebruik van maken. Op deze manier hoef je namelijk het bij je personages bestaande gevoel niet te benoemen, maar kun je de omgevingsbeschrijving gebruiken om hun stemming weer te geven.

Oefening:

Ga terug naar je eerste oefening, waarbij je personage (voor het eerst) op bezoek komt bij jou thuis. Bedenk dat je persoon nét een telefoontje heeft gekregen dat hij die felbegeerde baan heeft gekregen. Beschrijf je interieur nu via zijn ogen, terwijl hij in een geestdriftige bui is. Bedenk vervolgens hoe het zou zijn, als hij nét gehoord heeft dat zijn vader is gestorven. Hoe kijkt hij dan naar je interieur? Hoe kleurt dat zijn waarneming?


Deel 4: Meer dan decor

De ruimtebeschrijving in verhalen kun je voor verschillende doelen gebruiken. Het belangrijkste is natuurlijk dat je verhaal zich afspeelt op een bepaalde plek. (Zelfs de modernistische verhalen van Beckett of Kafka). Soms kun je met een paar kleine aanwijzingen vertellen waar iets speelt: wierook betekent kerk, een claxon is de straat, het oehoegehuil van de uil betekent zelfs twee dingen: bos en nacht. Ruimtebeschrijving schildert dus je decor. Tegelijkertijd geeft de ruimte ook erg veel informatie over je personage.

Oefening:

Je eerste personage is een rijke vrouw, bij wie je op bezoek komt omdat je haar portemonnee in de tram hebt gevonden. Ze blijkt in een enorme villa in Baarn te wonen waar je alleen al een minuut of tien bezig bent om van de poort naar de voordeur te lopen. Beschrijf hoe je het pand binnengaat, wat je ziet en wat de vrouw aan heeft. Wat zegt ze als je haar de portemonnee geeft? Wat doet ze: biedt ze je een kop thee aan? En wat zou er gebeuren wanneer je de portefeuille van een straatarme grote-stadbewoner zou terugbrengen?


Deel 5: Ruimte als symbool

Ruimte kan ook een symbolische werking hebben. De ruimte staat dan voor iets anders, iets groters. Het land Mordor in Tolkiens ‘Lord of the Ring’ is niet voor niets donker, bedekt door wolken van een gigantische werkende vulkaan: het moet nu eenmaal de duistere, slechte wereld voorstellen. In ‘Nooit meer slapen’ van W.F. Hermans zijn de oneindige toendra’s van Lapland meer dan alleen decor: ze geven ook de mentale chaos en kortzichtigheid van de hoofdpersoon Alfred Issendorf aan. Hij ziet alleen wat vlak voor hem gebeurt.

Oefening:

Het hoofdpersoon van je verhaal is een man die nét heeft gehoord dat hij een ongeneselijke ziekte heeft. De dokter heeft hem verteld dat hij nog geen maand te leven heeft. Hij komt naar buiten en gaat in een cafetaria zitten om bij te komen. Beschrijf nu deze ruimte geheel door zijn ogen. Wat ziet hij, wat hoort hij, wat ruikt hij, wat voelt hij. Zorg dat hij aan het eind van het verhaal een inzicht krijgt (‘zo is het leven: kort en hevig’ of: ‘ik heb in ieder geval nog een maand’) en probeer dit te versterken door iets uit de omgeving.


Deel 6: Locatie bepaalt verhaal; en andersom

Er zijn verschillende manieren om een verhaal te verzinnen. Sommige schrijvers worden gestuurd door hun personages, moeten werkelijk alles van hun karakters weten om vervolgens het verhaal uit te kunnen schrijven. Anderen gaan uit van ideeën, willen een gedachte overbrengen. Weer anderen gaan uit van de ruimte: als ze die goed kennen, begint het verhaal te lopen. Bedenk wel dat de ruimte niet te veel moet afwijken van het verhaal en de personages. Je kunt een prachtige exotische locatie bedenken (het strand van Pulau Bidong in Maleisië, een vuurtoren in New Hampshire), maar als het een doorsnee liefdesdrama is, dan heeft het de ruimte nauwelijks effect. Probeer dus de ruimte iets toe te laten voegen aan het verhaal: geef haar een rol in het geheel.

Oefening:

Bedenk een oerhollandse locatie: een boerderij in Groningen, een bruin café in Utrecht, een kleine supermarkt in een dorp. Bedenk vervolgens wat deze locatie voor verhaal op zou kunnen leveren. Wie zijn de personages die in deze locatie zouden komen? Welke dramatische gebeurtenis zou in deze locatie plaats kunnen vinden? Schrijf dit verhaal uit.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Profiteer van heel veel extra's!

Vanaf € 12,50 per jaar
Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!
Storytelling in 12 stappen

Essentieel voor (tekst)schrijvers!

Meer over dit boek

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!