Lid sinds

6 maanden 1 week

Rol

[vervolgverhaal] Opgroeien

Beste mensen,

Enkele maanden geleden ben ik begonnen met korte verhalen schrijven (rond 250 woorden) en dit heeft geleid tot een soort afleveringen of hoofdstukjes over mijn jeugd. 

Ik ben benieuwd:

- of jullie de stijl prettig vinden, kort en bondig, elke aflevering plusminus 250 woorden

- of er een goede spanningsboog in zit, die probeer ik steeds te realiseren

- of het verhaal geloofwaardig overkomt.

Fragment

 

Verhuisdoos 

Vincent pakt het boekje uit een verhuisdoos in het huis van tante Marijke. Hij herkent de kleur en het grappige formaat. Dit boekje heeft hij gelezen toen hij bij zijn tante logeerde. Hij zoekt een stoel of krukje tussen de onuitgepakte spullen. Nieuwsgierig bladert hij erin, maar het zegt hem niets meer. 

Dan ziet hij dat er een blaadje uitglijdt met een rijtje woorden erop:

     zwemles

     rekensommen afmaken

     brood smeren

en onderaan staat 

     Wernhoutsburg is niet leuk

Dit moet van neef Johan geweest zijn, toen die op de lagere school zat. Van de laatste zin kijkt hij erg op. Is Johan ook op Wernhoutsburg geweest? Hij krijgt kippenvel van de gedachte aan dat klooster ver weg in Brabant. 

Vincent is er in 1964 een weekend geweest om te kijken hoe het daar is. Na de middelbare school naar het seminarie, pater worden als vooruitzicht, dat vond men wel wat voor hem…. In zijn herinnering was het een oud en koud gebouw, met gangen die naar pis roken, een kille eetzaal, een ruimte met voetbalspel en pingpongtafel. Het koudst vond hij de chambrette, een hokje zoals ze tegenwoordig in zwembaden hebben, open van onder én van boven. Zonder privacy.

Hij denkt aan de verhalen van heeroom Ben, die in Tanganjika werkte en af en toe naar Nederland kwam. Over mensen helpen in ‘de missie’ in Afrika, samen een schooltje bouwen, een waterput slaan, die verhalen vond hij mooi. Thuis spaarden ze zilverpapier en doppen van melkflessen voor de missie. In de kerk was regelmatig een collecte voor arme kindertjes in Afrika …..

 

Lid sinds

4 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

De eerste zin zou ik verwachten in een kinderboek.

Wat is 'het grappige formaat?' Welk formaat heeft het boekje dan? 

Hij zoekt een krukje, vervolgens 'bladert hij erin.' Nu lijkt het alsof het bladeren op het krukje slaat. Makkelijk op te lossen met 'hij pakt een krukje en gaat zitten.' Overigens zou het iets toevoegen aan de sfeertekening als je vertelt waar in huis Vincent zich bevindt (bijvoorbeeld op een stoffige vliering).

Waarom 'moet' het gevonden briefje van neef Johan zijn? Herkent Vincent het handschrift? Is Johan de enige die de boekjes ook las? 

Omdat er geen opbouw van spanning is geweest, doet de ontdekking die Vincent kippenvel bezorgt mij niet zoveel. Ik ken Johan niet, ik ken Vincent ook nog nauwelijks, en van het klooster weet ik nog niets. 

'Dan glijdt er een blaadje uit' heeft de voorkeur boven 'dan ziet hij dat er een blaadje uitglijdt.' We zitten al in het hoofd van Vincent dus we begrijpen dat hij degene is die dit ziet. 

Ik zoek meer detail en emotie bij de beschrijving van het klooster. 'In zijn herinnering' kan weg, dat haalt me uit het verhaal. Ik doe een suggestie:

Het was 1964 en hij was net vijftien geworden toen zijn ouders besloten dat hij maar pater moest worden. Om hem  daarop voor te bereiden werd hij een weekend naar een klooster in Brabant gestuurd, honderden kilometers van huis; naar een vervallen en ijskoud oord met gangen die stonken naar pis, spookachtig galmende zalen en toiletten zonder enige privacy. 

De overgang naar de laatste alinea is wat mij betreft veel te abrupt. Er moet in elk geval een bruggetje zijn dat de verschillende verhalen met elkaar verbindt. 

Een spanningsboog ontdek ik nauwelijks. Of het de stijl is die kort en bondig is of de lengte van het verhaal maakt natuurlijk nogal wat uit. Mij spreekt de stijl niet zo aan omdat ik die te weinig verrassend vind. 

 

Lid sinds

13 jaar 3 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker
  • Pluslid
  • Moderator

Enkele maanden geleden ben ik begonnen met korte verhalen schrijven (rond 250 woorden) en dit heeft geleid tot een soort afleveringen of hoofdstukjes over mijn jeugd.
 
Als het stukjes over je eigen jeugd zijn, waarom schrijf je dan niet in de ik-vorm?

Lid sinds

10 jaar 4 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

- of er een goede spanningsboog in zit, die probeer ik steeds te realiseren

Waarom geen ik-vorm, schrijft  Thérèse

Hij krijgt kippenvel van de gedachte aan dat klooster ver weg in Brabant. 

Als hier al sprake is van enige spanning, dan zal het  mogelijk kunnen leiden tot lijden als gevolg van knaapjes-misbruik. De hij-vorm is dan de 'geestelijke' afstand. Dan, als ik het bij het kromme eind heb, is het dubbel spannend. Een schrijver die afstand neemt van zijn eigen verleden en kloosterleiders die boefjes blijken te zijn. 

[...] dat vond men wel wat voor hem…. 

[...] een collecte voor arme kindertjes in Afrika …..

3 punten is/zijn voldoende.  

Lid sinds

2 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

"Nieuwsgierig bladert hij erin, maar het zegt hem niets meer."
"meer" kan hier worden weggelaten.

[...] toen die op de lagere school zat 
Gebruik liever "hij" ipv "die".

"Na de middelbare school naar het seminarie, pater worden als vooruitzicht, dat vond men wel wat voor hem"
Hier zou ik zelf schrijven:
"Na de middelbare school naar het seminarie. Pater worden. Dat vond men wel iets voor hem."