Lid sinds

5 maanden 1 week

Rol

[YA Fantasy] (fragment) Mijn Wereld Jouw Wereld

Hai, super dat je dit intro van mijn verhaal wilt proeflezen.

Graag hoor ik van je of de zinnen lekker lopen, maar vooral hoe het tempo is. Gaat het te snel? Wil je meer informatie over de omgeving/ emoties/ gedachten?

Het is natuurlijk maar een klein stukje. De achtergrond van de personages komt nog ruimschoots aan bod. Voor nu hoor ik graag wat je ervan vindt.

Alvast bedankt,
CIRaccon

Fragment

 

Met haar zware tas over één schouder loopt Emma de technasiumwerkplaats in. Als ze ziet dat haar vriendin, Roos, al op hun plekje zit, neemt ze enthousiast plaats. Dit is de les waar ze al de hele week naar heeft uitgekeken.

“Efteling!” joelt ze door de klas, wat toch niemand hoort, aangezien de 3D printer aan staat en iedereen nog aan het praten is.

Met een kreun masseert ze vervolgens haar schouder. “O&O is leuk, maar deze dag is het ergste. Acht uur les is belachelijk.”

Roos glimlacht alleen maar en begint alvast haar spullen bijeen te zoeken.

“Oh, hé, heb je die meteoriet nog gezien, vannacht? Ik niet, maar mijn oom zei dat er wat stukjes hier in de buurt zijn gevallen. Wat heb jij allemaal mee?” Met grote ogen kijkt Emma toe als boek na boek uit de gebloemde Eastpak van haar vriendin wordt getrokken. “Had je nog niet genoeg mee? Wat is dat?” Nieuwsgierig pakt ze het bovenste boek van de kleine stapel.

Het is een sprookjesboek en aan de tekeningen te zien komt het uit de Efteling. “Oh, onderzoek, handig. Ik wil bij jou in het team.”

Ze grijnzen elkaar toe, maar dan verandert Roos’ gezichtsuitdrukking. Emma wil net vragen wat er aan de hand is, wanneer haar vriendin haar bij de schouder pakt en haar doelbewust omdraait. Prompt duikt Emma ineen om zich zo klein mogelijk te maken. Ze verstopt zich achter het boek en gluurt na een paar tellen over de rand. De drie jongens die als laatste het lokaal binnen zijn gekomen maken veel lawaai, totdat de leraar de printer uitzet en iedereen tot stilte maant.

Na een paar minuten nemen de jongens eindelijk plaats en vlak voordat de leraar het woord neemt draait de middelste nog even kort zijn hoofd. Zijn blik vangt die van Emma en dan kijkt hij weer voor zich.

Emma voelt een por in haar zij en gegiechel klinkt bij haar oor als Roos zich naar haar toe buigt. Er branden pretlichtjes in de blauwe ogen van haar vriendin als ze zangerig fluistert: “Hij keek.”

“Shht,” sist Emma haar toe, maar ook haar mond vormt zich tot een grijns. Vrolijke vlinders rijden een achtbaan in haar buik.

Meer tijd om de implicaties van de blik van Shai Zidan te ontleden, krijgen ze niet, want de leraar roept om aandacht en zet vervolgens een video aan.

Het introfilmpje van de Efteling begint te spelen en ondanks dat beide meiden daar al een stuk of vier keer zijn geweest, kijken ze toch geboeid toe. Het zegt een hoop over de kwaliteit van de video dat haar aandacht niet constant verschuift naar het hoofd met de zwarte krullen een paar stoelen verderop. Al zo lang ze zich kan herinneren heeft ze een zwak voor de lange jongen, maar tot nu toe heeft ze nooit iets van wederzijdse gevoelens bemerkt.

De directeur van Nederlands grootste pretpark spreekt de opdracht persoonlijk in. Op een enthousiaste manier legt hij uit dat het project waar ze zich de komende maanden mee bezig mogen gaan houden, bestaat uit het bedenken van een nieuwe attractie.

Met haar hand rondom haar pen geklemd staart Emma half langs het scherm wanneer haar fantasie op hol slaat. Een volledige attractie, dat had ze niet verwacht. Ze had gehoopt op minstens een nieuwe achtbaan, of een deel van het sprookjesbos. Opgetogen kijkt ze om naar Roos en die lacht blij terug.

Haar vrolijkheid krijgt een knauw wanneer er plotseling door de klas klinkt: “Mogen we dan het sprookjesbos platwalsen, dat is zo lame.

Besmuikt gegrinnik volgt op die woorden en ondanks dat Emma de opmerking helemaal niet grappig vindt, voelt ze toch haar mondhoeken trekken wanneer ze de lolbroek breed ziet grijnzen.

“Nee, meneer Zidan, er wordt niets platgewalst.” De leraar zet de video uit en gebaart naar de leerlingen met twee uitgestoken vingers. “Jullie worden verdeeld in tweetallen, dus je hoeft niet helemaal alles alleen te doen. Maar de directeur van de Efteling heeft me verzekerd dat er serieus gekeken wordt naar de uitvoerbaarheid van de ideeën. Dus doe je best en wie weet, kun je over een paar jaar je eigen ontworpen attractie bezoeken.”

Dit brengt een stroom aan opgewonden gefluister teweeg. Erbovenuit roept de leraar: “De opdracht staat in jullie classroom, de tweetallen vinden jullie op de laatste pagina.”

Meteen komen overal laptops en telefoons tevoorschijn. Emma’s duimen schieten over haar schermpje en als ze de lijst te pakken heeft, scrolt ze vlug omlaag tot ze haar naam vindt. Zodra ze ziet aan wie ze gekoppeld is, slaat haar hart een slag over.

 

Lid sinds

4 jaar 5 maanden

Rol

  • Gewone gebruiker

Ik vind het wat rommelig allemaal. Efteling, meteoriet, O & O - de samenhang ontbreekt. Wat O&O is weet ik sowieso niet, maar dat kan aan mij liggen. Ik vind inderdaad dat er een probleem is met het tempo. Je beschrijft alles nodeloos omslachtig en dat haalt de vaart uit je verhaal. In feite gebeurt er niet veel. Het kan korter en bondiger. Probeer niet te 'mooi' te schrijven. Dus niet 'de gebloemde Eastpack' maar gewoon 'de rugzak.' 'Tot nu toe heeft ze nooit iets van wederzijdse gevoelens bemerkt' wordt 'ze heeft nooit eerder gemerkt dat hij haar ook leuk vindt.' 'Dit brengt een stroom aan opgewonden gefluister teweeg' wordt, 'er klinkt opgewonden gefluister.' De zin die begint met 'besmuikt gegrinnik kan zóveel compacter: 'Emma vindt het geen leuk grapje, maar als ze Shai Zidan ziet grijnzen lacht ze toch mee.' 

Gebruik liever consequent namen in plaats van 'haar vriendin' want dat werkt al gauw verwarrend. 

Het is me niet duidelijk waarom Emma door de klas joelt en vervolgens haar schouder masseert. 

In het stukje dialoog over de meteoriet is het niet duidelijk wie er spreekt. 

In de zin over het introfilmpje van de Efteling introduceer je 'de beide meiden,' daarna schakel je over naar het enkelvoud.

Door dit alles leest het fragment moeizaam weg, het is echt werken. Ik ben bang dat YA lezers afhaken. 

Lid sinds

5 maanden 1 week

Rol

  • Gewone gebruiker

Als antwoord op door hazel

Dank je! Je noemt echt goede punten.

Voor mijn gevoel zijn eenvoudige zinnen juist vaak zo... eenvoudig. Alsof het dan juist te snel gaat en te saai wordt, maar hier wordt het dus te bloemrijk. Dat moeten we niet hebben natuurlijk.

Ik ga met je tips aan de slag!