Lid sinds

2 jaar

Rol

Vamos! 21-Daagse reis door Latijns-Amerika

Ik combineer twee levens met elkaar. In Nederland werk ik als freelance eindredacteur en tekstschrijver, in het buitenland als reisbegeleider. Door de coronacrisis werden mijn reizen geannuleerd en droogden mijn freelance opdrachten op. Dat zorgde één dag voor blinde paniek. Daarna besloot ik de stilte te omarmen en te gaan doen waar ik zin in had. Ik begon te schrijven over mijn avonturen onderweg. Mijn blogs werden goed ontvangen, lezers vroegen om meer en raadden me aan om er een verhalenbundel van te maken. Hun enthousiasme motiveerde me om ermee door te gaan. Twee maanden later lag er een boek.

'Een boek schrijven' klinkt groot en overweldigend. Waar moet je beginnen? Mijn tip: maak een conceptje. Ik besloot lezers in 21 verhalen mee te nemen op reis, zodat mensen deze zomer tóch die '21-daagse reis naar hun droombestemming' kunnen maken. Leuk voor iedereen die teleurgesteld is dat zijn verre reis er voorlopig niet in zit. Voor mij als schrijver betekende het dat ik enkel 21 verschillende verhalen hoefde op te rakelen uit mijn geheugen.

De 21 verhalen beslaan alle landen in Latijns-Amerika waar ik reizen heb begeleid. Kris kras gaan we van Cuba, via Costa Rica naar Patagonië. De verhalen die me het meest waren bijgebleven besloot ik op te schrijven, waarbij ik heb gezocht naar een mix van emoties. Ik beschrijf spannende situaties, zoals een aardbeving en een gevaarlijke weg, maar ook schattige gebeurtenissen, zoals een ouder echtpaar dat elkaar ten huwelijk vraagt. Bijzondere groepsreizigers, maar ook hartverwarmende situaties.

Daarnaast hoop ik dat lezers gaan nadenken over hun reisgedrag. Waarom reizen we eigenlijk naar de andere kant van de wereld? Sommige mensen weten in een provinciestad zonder toeristische hoogtepunten niet wat ze met zichzelf aanmoeten. Of klagen over stof op hun rugzak bij de Boliviaanse zilvermijn, terwijl Boliviaanse mijnwerkers kampen met stoflongen. Ik wilde een boekje maken dat leest als een trein, maar iets meer biedt dan alleen luchtig vermaak.

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst

In 21 verhalen neemt reisbegeleider Ellen Weber je mee op groepsreis door Latijns-Amerika langs vulkanen, roze meren met flamingo’s, zoutvlaktes en de jungle. Net als alles lekker loopt, komt er een aardbeving, is de weg weggespoeld of schiet er een vader uit zijn slof. Onderweg is het jongleren met verwachtingen. Maar ook: genieten van verrassingen, zoals zwemmen met walvishaaien, een helikoptervlucht over de watervallen van Iguazu en een huwelijksaanzoek.

Deze verhalenbundel tovert een glimlach op je gezicht, maar stemt ook tot nadenken. Waarom reizen we eigenlijk naar de andere kant van de wereld?

Fragment

Spaanse aambeien
‘Ik heb de grootste’

Trots laat de man zijn Leatherman zien. Uit het lederen etui komt een tool met verschillende messen, schroevendraaiers en een zaag. De zakmessen van de andere negentien reisgenoten heeft hij niet gezien, maar dat hoeft ook niet. Hij weet het namelijk zeker: zijn zakmes is het meest indrukwekkend. ‘Ik heb de grootste!’, lacht hij. Dat gaat vast van pas komen op onze rondreis door Bolivia, Chili en Paaseiland.

Op de eerste de beste afdaling van een Boliviaanse berg valt een vrouwelijke deelnemer al na een paar honderd meter. Enkel verzwikt. Dit is het moment. De man weet niet hoe snel hij in de bosjes moet springen. ‘Aan mijn zakmes zit een zaag!’ Een jonge boom moet eraan geloven. Triomfantelijk houdt hij de op maat gezaagde tak omhoog. ‘Fijn he? Gaat echt een stuk makkelijker hè, met zo’n wandelstok.’ De eerste keer dat hij dat vraagt, knikt ze nog blij. Maar na vijf haarspeldbochten vissen naar schouderklopjes, wordt het een beetje lachwekkend. De man heeft echter niets door en bevestigt nog maar eens: ‘Ik heb de grootste!’

Gelukkig dient het volgende probleem zich snel aan. Zijn vrouw werd wakker met aambeien. Net nu we op het punt staan om een tweedaagse jeepsafari te maken door de woestijn. Maar daar heeft MacGyver iets op gevonden. ‘Kijk, ik heb een troontje voor mijn vrouw gemaakt.’ De pijpen van zijn afritsbroek heeft hij om een nekkussen gedaan en aan elkaar bevestigd met ijzerdraad, want daaraan had hij uiteraard ook gedacht bij het inpakken van zijn koffer. ‘Nu kan ze in de jeep op een troontje zitten.’ Zijn vrouw kijkt ietwat ongemakkelijk, maar dat valt hem niet op.

Nu alleen nog een zalfje. Ik bied aan om mee te gaan naar de apotheek. Nu spreek ik vloeiend Spaans, maar het woord voor aambeien heb ik niet paraat. Terwijl de groep in de rij staat voor een exit-stempel uit Bolivia, spreek ik onopvallend een deelnemer aan die arts is. Op een briefje krabbelt ze de Latijnse term voor aambeien. Als ik met het briefje buiten kom, staat de man al te zwaaien met een blauwgele tube. ‘Het is me gelukt, hoor. Gewoon met handen en voeten’, vertelt de man terwijl hij met zijn kont zwaait. Eén voor één komen de groepsgenoten met hun paspoort naar buiten, zodat hij nog een paar keer kan voordoen hoe het hem gelukt is om aambeien uit te beelden in het Spaans. Zijn vrouw wacht ondertussen in de jeep. Weer die ongemakkelijke blik. Dat kom vast niet door het troontje.

Uitgever

Ellen Weber | Text & Travel

ISBN

9789464061161

Bladzijden

90

Lid sinds

3 jaar 9 maanden

Rol

Leuk! Ik ben dol op reisverhalen. Minder dol op toeristen die doen alsof ze het reizen hebben uitgevonden, maar het biedt wel komisch schrijfvoer.