Lid sinds

7 jaar 7 maanden

Rol

Terug naar Shangri-La

In het historische centrum van Nijmegen, midden in de hoofdwinkelstraat, ligt een grote roestvrij stalen plaat. Daaronder lag, vanaf ongeveer van het jaar 400 tot 2000 en vier meter diep, het graf van een rijke dame. Op die plaat staat afgebeeld hoe ze is aangetroffen. Het idee wat bij mij op kwam was, ‘stel dat je een graf van een Romein vind met daarin een geheim, wat gebeurt er dan?’ Dat was in 2017 de basis voor ‘Terug naar Shangri-La’ en het resulteerde uiteindelijk in dit boek.

Ik vind schrijven leuk. Ik zoek niet de litteraire perfectie, ik zoek een leuk verhaal. Elke schrijver wil gelezen worden. Een verhaal moet een vervolg krijgen in de boekwinkel en dat is gelukt. De publicatiedatum staat op 12 oktober. Met een boek in de handen van een lezer ben je pas echt een schrijver. Althans zo voelt dat bij mij.

Schrijven is niet makkelijk. Oh, ideeën voor verhalen heb ik meer dan genoeg, maar om van idee naar boek te komen, dat is andere koek.
Ik schrijf eerst het kale verhaal. Dat verhaal, het skelet, dat moet kloppen. Maar de persoonlijkheden en de omgeving, zeg maar het vlees en de spieren, ontbreken dan nog. Dus ik herschrijf tot ik vind dat het een echt goed verhaal is.

Ik heb schrijfcursussen gevolgd. Eerst wilde ik dat nooit, ik was bang dat zo’n cursus invloed had op mijn manier van schrijven. Ik weet nu, dat die opvatting klinkklare onzin is: een cursus brengt je de techniek bij. Schrijven is ook gewoon hard werken. Ik schrijf zo’n drie tot vier uur per dag. Het zijn kinderverhalen en fantasy, eigenlijk alles waar ik mijn fantasie helemaal los kan laten en mijn eigen wereld creëer. Ik lees graag fantasy en hoop dat ik erin geslaagd ben, die ervaring in mijn boek ‘Terug naar Shangri-La’ te verwerken.
Als je een aanknopingspuntje zoekt om mijn fantasy te duiden dan zit er een snufje Pratchett in, een mespuntje Gijsen en vooral veel van mijzelf.

Ik werk altijd aan meerdere boeken tegelijk. Ik schrijf namelijk alleen aan verhalen waar ik zin in heb en als ik het gevoel heb dat ik in een verhaal niet verder kan, pak ik een ander verhaal. Vastlopen vind ik geen punt. Zo ligt er een trilogie over een tovenaarstweeling al negen maanden onaangeroerd en ik hoef alleen nog het einde te schrijven. Dat moet een spectaculair einde zijn en zolang ik niet het goede idee daarvoor heb, blijven die drie boeken liggen. Ach, iedereen doet het op zijn eigen manier.

Ik stuurde ‘Terug naar Shangri-La’ in voor een verhalenwedstrijd. Dat werd niets, terug kijkend klopt dat ook wel, het was een niet uitgewerkt verhaal van zo’n 10.000 woorden. Ik heb het een jaar laten liggen, tot ik er weer zin in had en ook een idee had hoe ik het plot kon verdiepen.
Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal keren dat ik het herschreef. Aan een verhaal schaaf ik tot ik het goed vind. Dat herschrijven kan jaren duren maar dat vind ik niet belangrijk.
Ik wilde via een uitgever werken. In zelf publicatie heb ik (nog) geen zin. ‘Terug naar Shangri-La’ vond ik eind 2019 goed. Het plot vond de uitgever aansprekend, de rest niet. Het verhaal viel plat op de grond, de karakters waren niet uitgewerkt.
Schrijven is echt een kwestie van vallen en opstaan en leren van elk commentaar. Eerst had ik even de pest in, maar de uitgever had gelijk. Dat realiseerde ik na een dag, zo’n pestbui is bij mij snel weg. Toen heb ik voor dit verhaal een manuscript beoordeling laten doen en daar heb ik veel van geleerd, met name voor wat betreft karakters.
Ik stortte mij weer op het verhaal, nu moesten de karakters veel beter tot leven komen. Een kleine 15.000 woorden verder, stuurde ik het opnieuw in, nu klopte het verhaal en ligt mijn boek in de winkel.

‘Terug naar Shangri-La’, ISBN: 978-94-6266-458-6, is een fantasy boek over
buitenaardse wezens, liefde, goud en tovenaars. Mijn proeflezers (geen familie) geven het volgende aan:
‘Wat een leuk boek. Komt er een tweede deel?’
‘Het leest prettig’
‘Een makkelijk leesbaar boek’
‘Het is met humor geschreven’
‘Wow, je trekt me direct het verhaal in’
‘Goed verhaal’
Daar doe ik het voor, als ik iemand een paar ontspannen uren kan bezorgen, ben ik tevreden.

‘Terug naar Shangri-La’ is een volwaardig zelfstandig verhaal met een echt einde. Toch heb ik een aantal aanknopingspunten opgenomen die ik in deel twee, wat een ander verhaal is, vorm kan geven tot een zelfstandig geheel.
Een proeflezer vroeg mij of er een tweede deel van ‘Terug naar Shangri-La’ komt. Omdat ik daar al aan begonnen was, kon ik daar volmondig ‘ja’ op antwoorden. Normaal doe ik zo’n drie jaar over een boek. Dat kan nu iets sneller omdat ik de personen ken. Misschien ligt het volgend jaar in de boekhandel?

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst

FLAPTEKST:
Tot diep onder de ruïne van een Romeins fort volgt Gijs, een armlastige student archeologie, aanwijzingen voor een schat. Hij vindt Marcus, een doodzieke Shangri-Laan. Marcus vraagt Gijs hem te redden door de tovenaar Merlijn op te sporen, die ergens in de buurt van kasteel Tintagel in Cornwall woont.
Gijs ontmoet Maria, ze vallen voor elkaar. Maria is journaliste en ruikt een goed verhaal. Dat kan Gijs niet gebruiken. Hij moet Marcus redden, wil het goud van de buitenaardse Shangri-Lanen voor zichzelf houden en zet daarvoor zijn relatie met Maria op het spel.
Lukt het Gijs om Merlijn op tijd te vinden en zo Marcus te redden? Heeft Gijs door zijn hebzucht zijn relatie met Maria onherstelbaar verwoest of krijgen ze nog kans?

Fragment

Langzaam klom Gijs omlaag door de schacht. Eerst langs Romeinse stenen, dan langs andere stenen, misschien Keltisch? Nu waren de muren van een super glad materiaal dat hij niet thuis kon brengen. Het lag onder de Keltische stenen, dus was het ouder. Hoe kon dat? De visioenen van UFO-wezens, die dit gemaakt hadden, schudde hij van zich af, dat soort sciencefictionachtige ideeën kon hij niet gebruiken.
Zodra een voet de bodem raakte, scheen er direct een zacht licht vanuit de vloer. “Sodeju,” mompelde Gijs, “dit had ik niet verwacht toen ik die Keltische helm in dat kistgraf vond.”
De bank trok zijn aandacht, die knipperende lichtjes en dat licht zoemende geluid, dit moest een machine zijn. De man op die bank fascineerde hem, hij had nog nooit zo’n levensecht geconserveerde mummie gezien.

Gijs was totaal verbijsterd toen de man op de bank geen mummie was, maar Marcus, een Shangri-Laan, door Gijs uit de comaslaap gewekt. Marcus vroeg Gijs zijn vriend, de tovenaar Merlijn, op te sporen en hen te helpen terug te keren naar Shangri-La, hun wereld.

Uitgever

Schrijverspunt

ISBN

9789462664586

Bladzijden

167