Lid sinds

12 jaar 5 maanden

Rol

Een te grote jas

Mijn boek 'Een te grote jas' zag in mei 2020 het levenslicht.
Het is een levensverhaal over opgroeien in het Land van Maas en Waal. Zonder de groene bergen maar met een regenton en blikken harmonieorkest. Ik heb twee rode lijnen verwerkt, die van mijn moeder Joke en die van mij. Het in elkaar vlechten was soms lastig maar is uiteindelijk goed gelukt.

Ik heb dit boek uitgebracht in eigen beheer. In eerste instantie schreef ik uitgeverij Thomas Rap aan. Zij doen hun naam geen eer aan! Het antwoord laat nog op zich wachten.

Voor het finetunen heb ik de samenwerking gezocht met Lia Hesemans, tekstredacteur van Stroom van Taal. Voor de cover en het binnenwerk zorgde grafisch vormgever Jeroen van Lente. Ik kijk terug op een mooie samenwerking. Het drukwerk heb ik via uitgeverij Boekenbent uitgezet. Een prima meedenkend bedrijf. De PR heb ik zelf ter hand genomen. Ik verzond de nodige persberichten, toegespitst op de aard van de ontvanger. Dat leverde enkele artikelen in kranten en op websites op. De verkoop doe ik via mijn website www.koosjeschrijft.nl Daarnaast via de webwinkels van Boekenbent en Bol.com
In eerste instantie riep ik 250 boeken af. Ik vond dat erg veel, maar inmiddels ben ik bezig met de derde druk in huis. Totaal 550 boeken, het gaat, ondanks deze coronatijd, heel erg goed met de verkoop. Het leuke van uitgeven in eigen beheer is dat ik van lezers vaak terug hoor wat ze van mijn boek vonden. Het regent complimenten en dat doet me goed! Inmiddels heeft een landelijke televisiegids interesse getoond in mijn boek. Alsook een prachtig kwartaal blad. Ook plaatsen veel kranten en huis aan huisbladen een artikel.
In klein verband houd ik lezingen, ik heb er nu, (april 2021) twaalf achter de rug. Prachtig om te doen. Voor de zomer van 2021 staan er enkele op de rol.
En erg leuk, mijn boek heeft de shortlist van The Indie Awards bereikt. Ik ben blij met mijn plekje bij de eerste drie.

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst

Flaptekst:

Alphen aan de Maas, 12 maart 1951. Precies negen maanden en twaalf dagen na de trouwdag van Joke en Harrie wordt Koosje geboren. Naast de koeien, varkens en pony Max wordt de boerderij in Maas en Waal al snel voller met nog vijf jongens. Al op jonge leeftijd merkt Koosje dat er voor haar als meisje een andere rol in het gezin is weggelegd. Ze maakt schoon, dekt de tafel en schudt de bedden op, omdat het zo hoort.

Op mijn tenen hang ik de was aan de lijn. Twee grote blauwe overalls van mijn vader en drie kleinere van de jongens. Als het vriest worden de overalls stijve planken. Komt de zon er een beetje door dan gaan ze weer dansen in de wind. ‘Mam, waarom doen de jongens eigenlijk niets in het huishouden?’ Ze kijkt me van opzij aan. ‘Ja, maar dat zijn jongens, die zijn niet geschikt voor vrouwenwerk!’ ‘Maar ze kunnen toch wel wát doen?!’ opper ik.

Als Koosje op dertienjarige leeftijd haar vader verliest, wordt ze ongewild moeders rechterhand. Dit voelt voor haar als een grote verantwoordelijkheid. In Een te grote jas probeert Koosje om te gaan met haar plek in het gezin tegen de achtergrond van de hokjesgeest in de jaren vijftig en de opkomende roerige jaren zestig.

‘Geschiedenis komt tot leven in de verhalen van mensen. Koosje de Leeuw schrijft dicht op de huid, vanuit haar eigen ervaringen in het Alphen van haar jeugd en de geschiedenis van haar familie. En dan blijkt dat het persoonlijke verhaal heel herkenbaar is voor mensen die dezelfde tijd hebben doorleefd. Koosje schrijft over de kleine dingen. Samen vormen die een groot verhaal.’ Peter Deurloo auteur van Grote Werken – Hoe Maas en Waal welvarend werd

Fragment

Proloog – 1969

Ik ben verliefd op de jurk die achter in de kast hangt. Vaak kijk ik ernaar. Het model is van heel wat jaren geleden, maar nu weer in de mode. Zal het er vanavond dan eindelijk van komen? Ik haal de jurk van de hanger en besluit hem mee te nemen.
‘Ik ben weg,’ roep ik naar mijn moeder. Ze vouwt in de keuken de was. ‘Maak het niet te laat!’ roept ze me na.
‘Nee hoor, we nemen de laatste pont.’
Ik haal mijn Sparta Mobylette uit de garage en rijd met een flinke dot gas naar de Sluisweg. Wat zullen mijn vriendinnen van de jurk vinden?
Bij het passen van de jurk zijn ook zij enthousiast. De jurk past precies, de stof voelt lekker en ik voel me er erg hip in. Ik ga ervoor!
Zoals elke zaterdagavond is het een gezellige drukte bij de familie van den Boogaard. We zijn allemaal in de weer met kleren en make-up. Met mijn nieuwe camouflagestift verbloem ik mijn jeugdpuistjes. Zonder vlekken breng ik de mascara aan. Ik probeer tevergeefs met de wimperkrultang mijn stugge oogharen onder controle te krijgen.
We experimenteren met mijn haar: los, in een staart, vlechten en in een knot. De keuze is gemaakt: het worden twee opgestoken vlechten.

Zo rond acht uur zijn we klaar voor onze uitgaansavond. We vertrekken naar bar Hertog Jan van Brabant in Lith, aan de overkant van de Maas. Vanavond treden The Motions op. De jongeren uit de streek komen er massaal op af. Ik ken de band van de radio en zing alle liedjes die ze spelen vlot mee. De jurk én een extra glaasje bessenjenever maken dat ik me zelfverzekerd voel. Door de ingestikte naden van de jurk lijk ik een licht welvende borstpartij te hebben. Daar alleen al word ik blij van.
Na de klanken van de grootste hit Waisted words vertrekken we, de pont wacht. Tevreden rijd ik naar huis. Op mijn tenen sluip ik de trap op naar boven. Op de gang haal ik alle knoopjes van de jurk los en hang ‘m terug op zijn plek in de kast. In de slaapkamer maak ik geen licht aan. Het lijkt of mijn moeder al slaapt. Maar ik weet dat ze altijd waakt totdat we allemaal weer thuis zijn. Ik trek mijn nachthemd aan en stap naast haar in bed. Ik lig nog lang wakker en denk aan de leuke avond. Het is altijd zo gezellig als er live-bandjes spelen. De bessenjenevers gingen er goed in. Het is wel vervelend dat mijn oren nog na suizen.

De volgende ochtend slaap ik uit. Als ik om half tien beneden kom, zet mijn moeder de ontbijtborden net wat harder dan normaal in het afdruiprek. Ook het bestek klinkt onheilspellend. Terwijl ze stopt met afwassen, kijkt ze boos op.
‘Onze Toon heeft jou gisteravond in Lith op de dansvloer gezien in mijn trouwjurk! Hoe haal je het in je hoofd?’
‘Ik vind het juist zo’n mooie jurk, hij is nu net in de mode!’ roep ik uit.
De frons in haar voorhoofd wordt dieper.
‘We hadden vroeger geen geld voor een witte jurk en nu ga jij met dit grijs voor schut lopen!’
Ze zwijgt de hele dag. Ik wil geen olie op het vuur gooien en kom er niet op terug.

Enkele dagen erna merkt mijn moeder op dat ik niet naar de jurk hoef te zoeken. Ze heeft hem weggedaan. Ik kijk nog in de kast maar hij is echt verdwenen. Ik vind het jammer en begrijp het niet goed. Het was toch een mooie jurk en we leven nu toch in een andere tijd?

Uitgever

Boekenbent

ISBN

9789463283465

Bladzijden

167

Lid sinds

9 jaar 3 maanden

Rol

Hoi, ik herken het fragment - volgens mij heb ik het hier proefgelezen. Leuk dat je het hebt afgemaakt. Gefeliciteerd en succes!

 

Lid sinds

12 jaar 5 maanden

Rol

Dank je! Ik heb inderdaad de proloog op Proeflezen gezet. Dat heeft me geleerd goed te kijken naar details. Het is een mooi boek geworden dat veel mensen raakt. Daar ben ik blij mee! Nu weer even afstand nemen en een kort fictief verhaaltje opzetten. 

Lid sinds

9 maanden

Rol

Hallo Koosje, leuk over jou en je boek te lezen. Maas en Waal, een flink gezin, veel broers, een klein dorp. En daar over schrijven! Laat ik me nou in alles herkennen. Ik laat nog van me horen. Groeten, Ivo