Lid sinds

7 jaar 10 maanden

Rol

De erfenis

In 2012 ben ik begonnen met wat ik al lang van plan was: het schrijven van fantasy. Ik was al een tijd huisman en de kinderen waren inmiddels groot, dus ik had er de tijd voor. Iedere dag probeerde ik een klein stukje te schrijven tot ik na ruim twee jaar een manuscript had van meer dan 200.000 woorden. Dit manuscript was 'De Zielentraan'.

De Zielentraan zond ik voor publicatie naar een POD-uitgever. Tot mijn verbazing wilde die het manuscript gelijk publiceren, mits ik van vijftig mensen toestemming zou krijgen om een mailing te ontvangen. Ten minste vijftien van hen zouden dan het boek moeten bestellen.

Dit zette mij aan het denken. Ik was een onervaren schrijver. Mijn manuscript kon niet goed genoeg zijn. Ik ging mij oriënteren op schrijfsites en las op fora over POD-uitgevers. Het werd me duidelijk. Met vijftien verkochte boeken had de uitgever winst en de inhoud van het manuscript deed niet ter zake. Ook begreep ik steeds meer dat ik op schrijfgebied nog veel te leren had.

Om me verder te bekwamen nam ik een abonnement op het tijdschrift 'Schrijven Magazine' en deed ik mee aan schrijfwedstrijden. Met name de schrijfwedstrijd 'Fantastels' wil ik noemen. Het was niet alleen goedkoop om mee te doen, je kreeg ook nog eens deskundig commentaar op je ingezonden verhalen. Ik heb een aantal keren meegedaan en er veel van geleerd. Ook heb ik een gedeelte van een verhaal op deze site geplaatst om te laten proeflezen. De kritiek was niet mals, maar hielp wel het verhaal te verbeteren.

Ondertussen werkte ik stug door aan 'De Zielentraan'. Het is inmiddels een serie van drie manuscripten geworden die samen bijna 400.000 woorden tellen. Ik noem de serie nu 'De kronieken van de Zielentraan'. De manuscripten zijn: 'De erfenis', 'De rechtmatige koning' en 'De slapende draak'. Ieder manuscript heb ik al meer dan tienmaal geredigeerd en iedere keer als ik er weer doorheen ging zag ik weer dingen die ik wil veranderen, schrappen of aanvullen, maar het werd steeds beter.

Eind januari 2021 vond ik 'De erfenis' eindelijk goed genoeg om te publiceren.

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst

De twintigjarige Dornik krijgt van zijn moeder op haar sterfbed een bijzondere erfenis: een magisch gesloten kistje en een fraai bewerkt zwaard.
Het kistje bevat een voorwerp dat hem moet helpen een groeiend kwaad in de wereld te bestrijden. Zal hij het kistje kunnen openen? Daarvoor zal hij zijn krachten moeten ontwikkelen en zal hij op zoek moeten naar de bron van de Kwatelstroom, ver weg in het gebergte de Coloben.
Op het kistje staat het teken van het Genootschap der Natuurkrachten. De Gemeenschap van De Ware God probeert dit genootschap echter met wortel en tak uit te roeien. Hun macht in Borismark groeit. De nieuwe koning Geldon maakt van hun religie de staatsgodsdienst en neemt hun strijdheren op in het Borismarkse leger. Is hij wel de leider van Borismark of is dat kerkvader Jopalorus?
Het zwaard is afkomstig van zijn onbekende vader uit Darismond. Hij had het bij zijn moeder achtergelaten tijdens de laatste plundering van Waterborg. Darismanen worden vanwege hun uiterlijk en hun plundertochten meestal Ruigbaarden genoemd. Dornik wil liever niets van die Ruigbaard weten. Zijn gemengde afkomst geeft hem al zijn leven lang problemen in Borismark en die worden nog groter als koning Geldon een oorlog begint met Darismond.

De erfenis is een fantasyroman die speelt in een verzonnen middeleeuwse wereld.

Fragment

Het vlijmscherpe mes gleed langzaam over zijn huid. ‘Auw!’ Die vermaledijde stoppels werden steeds stugger. Toch zou hij ze blijven afscheren. Hij wilde geen Ruigbaard zijn, al was hij dat half. Hij keek in het heldere water van de Kwatelstroom. Zijn lange blonde haren raakten bijna het water. Het was gelukkig maar een klein sneetje. Met een plons water spoelde hij het bloed van zijn kin.
Het concert van de vogels klonk luid; het leek een gewone ochtend als altijd, maar hij kon het beklemmende gevoel niet van zich afzetten. Achtervolgde zijn moeder hem nu ook al in zijn dromen? Ze had hem indringend aangekeken met haar dwingende ogen. Ze verlangde dat hij onmiddellijk zou komen. Zo kende hij zijn moeder. Alles wat ze hem opdroeg moest altijd meteen gebeuren. Zelfs het meest onbenullige klusje was altijd belangrijker dan alles waar hij zelf mee bezig was. O, ze hield op haar manier best van hem en hij ook van haar, maar ze gaf hem toch steeds het gevoel dat niets wat hij deed goed genoeg was. Had ze hem ooit weleens een knuffel gegeven?
Zuchtend stond hij op; het was maar een droom. De Overdracht en het roeibootje lagen geruststellend stil aan de steiger te dobberen. In het dorp leek iedereen nog te slapen. Ook aan de overzijde van de Kwatelstroom was niemand te zien. Zo vroeg op de dag waren er natuurlijk nog geen reizigers die de rivier over wilden steken.
Hij liep terug naar het kleine veerhuis van zijn stiefvader Gabor. Het was jammer dat Gabor niet zijn echte vader was. Hij had hem van begin af aan graag gemogen en Gabor had hem vertrouwen geschonken. Zo mocht hij in diens huis wonen en zelfstandig de veerdienst onderhouden. Gabor zelf was bij zijn moeder ingetrokken. Hij leek gelukkig met haar. Zelf was hij blij dat hij niet meer naar de pijpen van zijn moeder hoefde te dansen. Daar was hij sowieso te oud voor.
Hoefgetrappel? Hij keek naar de overkant. Omgeven door stof kwam een ruiter met grote snelheid naar de veerplaats gegaloppeerd. Hij sprong van zijn paard en wenkte ongedurig naar hem.
‘Gabor?’ Wat zag hij er afgepeigerd uit. Zelfs van deze afstand was te zien dat het zweet op zijn gezicht stond. Zijn ogen waren roodomrand. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Vlug, ik heb slecht nieuws. Roei me snel naar de overkant, dan praten we verder.’
‘Ik kom eraan.’ Hij rende naar de kleine roeiboot, maakte die los en roeide zo snel hij kon naar Gabor toe. Als Gabor er zo uitzag, was het niet best.
‘Wat is er gebeurd?’
‘We moeten meteen naar Waterborg; het is niet goed met je moeder.’
‘Je laat me erg schrikken. Ze is toch niet ...?’
‘Toen ik wegging leefde ze nog, maar ze zei dat ze spoedig zou sterven. Ze stond erop dat ik jou zo snel mogelijk zou halen. Liafburg is bij haar. Ze is benauwd en heeft pijn op de borst. Te paard zou het snelst zijn, maar ik heb Jekker zo afgejakkerd, dat hij beslist enige tijd rust nodig heeft. We kunnen hem beter op de Overdracht meenemen. Met deze wind en de stroom mee zijn we minstens zo snel in Waterborg.’

Uitgever

Smashwords

ISBN

ISBN:  9781005545765

Bladzijden

367