Lid sinds

14 jaar 5 maanden

Rol

Als liefde wringt

Ik schrijf al heel mijn leven... Ik herinner me zelfs niet wanneer het begonnen is. Wel herinner ik me dat ik en een vriend van me die bijzonder goed kon tekenen in het eerste middelbaar een bundeltje wilden maken, zo ben ik wel begonnen met het schrijven van gedichten.
Als jongere wilde ik niets liever dan acteren en schrijven. Ik heb dan ook woordkunst gestudeerd, tot ik op een dag, gedesillusioneerd ermee ben gestopt. Ik wilde het zo graag, maar zoals het in het Engels luidt: "De stress was killing me". I
Dit boek is het meest persoonlijke boek dat ik ooit heb geschreven. En veel van wat ik heb beleefd in die vroege jaren wordt erin beschreven.
Het is niet gemakkelijk je boek te verkopen als je je moet beroepen op de slush pile... Maar helaas ik heb weinig andere keuze. Twee jaar geleden was er een schrijver die geboeid was door mijn werk en mij wilde bijstaan bij het schrijven,maar ik heb het nooit durven doen. Ook staan er enkele verhalen van me in bundels, maar dus nooit het geluk gehad dat een uitgeverij het opgepikt heeft.Ook netwerken wat je eigenlijk als schrijver moet doen heb ik de laatste twintig jaar niet meer gedaan. Daarvoor had ik contacten met uitgevers en was er de belofte om een boekcontract in de wacht te slepen. Maar opnieuw raakte ik in paniek, en heb heel lang het schrijven voor mezelf gehouden. Nooit ben ik echter gestopt met schrijven.
Ik heb dus vooral toegespitst op hele kleine uitgeverijen die met veel debutanten werkten. Nadat ik het contract heb getekend, heeft het nog twee jaar geduurd voordat het boek (vandaag) is uitgekomen en bestelbaar is bij de meest gangbare kanalen. Een redactrice, een proofreader, een taalkundige, hebben mijn werk geanalyseerd en we hebben het verbeterd, daar ben ik van overtuigd. Dit boek stond op de longlist voor de literatuurprijs van Uitgeverij Het Punt, maar ik denk dat het in zijn huidige vorm wel de shortlist had kunnen halen. Het werken met een redactrice heb ik als heel aangenaam ervaren, ze heeft me dingen geleerd, en meer uit me gehaald dan dat ik zonder haar uit mezelf had kunnen halen. Het is het waard om een redactrice op je werk te zetten. En laat het door kritische lezers lezen (niet enkel je vrienden en je moeder) zodat je een eerlijk beeld krijgt van hoe goed (of hoe slecht) het werk is. En wees geduldig... En in die tijd: groei, schrijf, bestudeer het schrijven, lees. En als je het kan: netwerk, probeer contact te krijgen met uitgeverijen, met schrijvers. Maar als geen ander (ik ben autistisch) weet ik dat dit niet iedereen gegeven is. Doe mee aan wedstrijden... Maar vooral geniet gewoon van het schrijven.

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst

Arnolds moeder sterft wanneer hij vijf jaar oud is. De start van zijn winter: een wegwerpkind gevangen in het systeem. Heen en weer geworpen tussen instellingen en momenten van vrijheid leeft Arnold in zijn gedwongen gevangenis. Alles is nep. Hij is nep.

Begin dertig klampt hij zich vast aan een luchtbel, werpt zich terug op het enige wat hij nog wel kan: voelen. Wordt dit zijn redding?

Fragment

Proloog

Heden

Stil lag Arnold in het donker op zijn rug naar het plafond
te staren. Het zachte geronk van zijn slapende kamergenoot
was zijn trouwe metgezel tijdens deze eenzame uren.
Het plafond was in de mistdikke duisternis een groot
zwart gat dat voor zijn ogen opdoemde. Het licht van de
lantaarns buiten werd gefilterd door de donkerblauwe
gordijnen die voor het getinte glas hingen.
Arnold hield van de nacht. De stilte die er heerste wilde
hij altijd zo lang mogelijk rekken, meer dan staren en luis-
teren deed hij niet, kon hij niet. Er was geen moment dat
er verveling toesloeg. Lange tijd was hij gek van goesting
naar een sigaret geweest wanneer hij eenzaam, luisterend
naar de stilte, onder zijn deken lag. De eerste dagen was
hij naar beneden gegaan op zoek naar een rookplaats,
maar steeds was hij door de nachtverpleging terug naar
zijn kamer gestuurd. Tot hij op een dag zijn laatste sigaret
doofde. Het was niet eens zo moeilijk geweest.
Sommige nachten sliep hij niet meer dan drie tot vier
uur. Andere avonden sliep hij al voor zijn hoofd het kussen
raakte.
De keuze om uit te slapen gaf hij zichzelf niet, behalve
in het weekend, dan lieten ze je met rust. Sommigen die er
verbleven stonden pas rond de middag, of zelfs nog later,
op.
Tijdens de week werden ze rond 7 uur gewekt. Een half
uur later werden ze volledig aangekleed aan de ontbijttafel
verwacht, verwelkomd met brood en koffie. En pillen, heel
veel pillen.
En ja, elke avond kreeg hij rond een uur of 22:00 een
inslaper toegediend. Het was op die manier dat er een
kalme nacht voor de nachtverpleging werd verzekerd.
9
Hij verstopte die pil meestal tussen zijn kaak en zijn kie-
zen. Even later stak hij ze tussen de voegen van zijn matras.
Er lagen er al zoveel dat er een zacht bultje was ontstaan
dat hem prikte in zijn rug.
De anti-depressiva en anti-psychotica nam hij wel.
In het begin dat hij er verbleef was het moeilijk geweest.
Soms hadden ze hem met vijven in bedwang gehouden.
Verplegers uit het andere gebouw, het gebouw waar de
verslaafden verbleven, kwamen helpen als de verpleging
het niet alleen aankon. Altijd wonnen ze.
Soms werd hij uren aan een stuk in een kale isoleercel
aan een bed gekluisterd. Platgespoten.
Hoe erg hij ook tegen het medicijn vocht, altijd verloor
hij de strijd. Gelukkig maar, want vastgebonden zijn vond
hij een vreselijk gevoel. Alsof hij in een doodskist lag,
omringd door aarde en ongedierte.
Soms werd hij wakker met een natte broek, omdat hij
zichzelf had beplast. Niets van waardigheid bleef er over.
Soms wilde hij huilen, maar dat had hij nooit gedaan.
Hij walgde van zichzelf, zowel voor het verdriet dat hij
voelde en niet kon uiten, als voor het gevoel dat hij zelfs
zijn eigen ontlasting niet meer kom ophouden, net als een
bang, verlegen kind.
Medicatie bedwong zijn woede. Wel herinnerde hij dat
na woede altijd verdriet kwam. Een pijn die niet te stillen
leek. Zelfs niet door te branden of te snijden.
Soms had hij zich zo fel gesneden dat het bloed er niet
langer uit sijpelde, maar uit gutste.
Na drie jaar had hij beseft dat geweld zelden voor een
oplossing zorgde.
Welke kracht je ook mocht bezitten, het geweld dat je
tegen enkelingen tot een climax kon voeren, was altijd een
tevergeefse strijd; als ze je in hun eentje niet klein kregen,
haalden ze er gewoon iemand anders bij.
Hij had geleerd dat leven hier binnen een stuk draaglijker
was dan daarbuiten; daarbuiten heerste chaos.
10
In de afgelopen jaren had hij meer geleerd dan in heel zijn
leven daarvoor. Pas nu had hij eindelijk ontdekt wat het
betekende om ergens thuis te zijn. In het begin had hij het
gebrek aan vrijheid en de voortdurende controle inderdaad
beklemmend gevonden, maar het bood een zekere troost te
weten dat je wereld zo klein was geworden.
Kleiner dan de globe van vader, had Rob De Nijs in een
ver verleden gezongen. God wat had zijn moeder van die
zanger gehouden.
Ondanks dat hij tegenwoordig in het weekend het zieken-
huis mocht verlaten, en de zaterdagnacht elders mocht
doorbrengen, bleef hij er over het algemeen hangen. Er
was geen plaats waar hij heen kon gaan.

Uitgever

Ambilicious llp. (www.ambilicious.nl)

ISBN

9789493210578

Bladzijden

226