Start » Boekpresentatie » Menno Marrenga - Het Model van Alles

Menno Marrenga - Het Model van Alles

Door: Menno Marrenga
Op: 28 januari 2018

Details
Uitgever: 
Brave New Books
ISBN: 
9789402172218
Bladzijden: 
138

Theory of Everything is een spotnaam voor de Heilige Graal der Natuurkundigen. Er bestaan echt mensen geloven dat zoiets bestaat. Maar mijn dr. Emil Trocken maakt het nog bonter: niet slechts de Universele Natuurwet jaagt hij achterna, met anderhalf miljard computers wil hij het hele heelal doorrekenen, vanaf 3.6 secondes na de Big Bang.

Natuurlijk is hij gek, een monomane computernerd. Als ik hem zijn eigen verhaal laat vertellen wordt dat zo boeiend als een logaritmetabel. Dat doe ik dus maar niet. Maar wie moet ik het verhaal over het Model van Alles dan wel laten vertellen?

De klasssieke alwetende verteller is geen optie. Niemand is alwetender dan Emil, de man die Alles uitrekent.
Eerst liet ik het verhaal vertellen door meneer Wouters, Emils sympathieke leraar. Maar meneer Wouters stuurde het verhaal de verkeerde kant op: hij stimuleerde Emil op te groeien tot een volwaardig mens - niet tot een contactgestoorde computernerd. Het Model van Alles kwam niet van de grond. Daarom moest ik meneer Wouters zijn congé geven zodra hij Emil de logaritmetabel had uitgelegd.
Broeder Willemse stuurde wel in de gewenste richting. Maar hij was te dom, snapte niets van computers en kon het verhaal niet vertellen.
In een volgende herschrijf werd het verhaal verteld door een klasgenoot, die samen met Emil opgroeide en het allemaal van dichtbij meemaakte. Het slimste jongetje van de klas, slim genoeg om het Model van Alles te kunnen begrijpen. Ik moest er alleen voor waken dat hij op een afstand bleef, niet door het Model werd meegezogen, zoals Emil.

Dat viel niet mee.
Want ik werd zelf wel meegezogen. Ik piekerde over hoe een schooljongen een logaritme zou kunnen uitrekenen, verzon machinecode programma's die zichzelf schreven, las boeken over de dynamiek van sterrenhopen. En al schrijvende kwam mijn verteller tot leven. Hij werd wel het slimste jongetje van de klas, zo een die direct alle antwoorden weet. Maar zijn geest was oppervlakkig, na elk goede antwoord zat direct klaar voor de volgende vraag. Toen hij het principe van het Model van Alles eenmaal door had, vond hij het niet interessant meer. Zo bleef hij op een afstand.
Emil was van een heel ander soort. Hij was niet oppervlakkig, hij was een diepgraver. Het duurde lang voor hij eindelijk iets begreep, maar dan begreep het ook echt.
Twee slimste jongetjes in één klas, dat gaat niet.
Mijn verteller merkte dat Emil hem inhaalde. Dus bagatelliseerde hij Emil. En toen dat niet meer hielp, werd hij jaloers. En toen dat niet meer hielp, werd hij vals. Mijn verteller bleek een onaangenaam mannetje - en toen had ik een probleem.

Want de verteller leidt de lezer door het verhaal. Maar welke lezer wil zich laten leiden door een onaangenaam mannetje?

Het Model van Alles verdween in mijn bureaula, wegens gebrek aan een verteller, en daar bleef het vele jaren. Tot ik me afvroeg: waarom moet een verteller eigenlijk sympathiek zijn? Mijn verhaal gaat over het Model van Alles, niet over een sympathieke held die na vele ontberingen en avonturen zijn Heilige Graal vindt. Mijn verteller is een verteller, een gids door het verhaal - geen rolmodel. Als ik dat direct in het begin maar duidelijk genoeg maak, voelt de lezer zich niet bekocht als hij halverwege het verhaal ontdekt dat de held geen goede held is:

Einstein had het toch fout. Of goed, dat kan ook. Maar als ik er niet was geweest waren ze er nooit achter gekomen.
Vele boeken zijn al geschreven over dr. Emil Trocken, over hoe hij dat ontdekte van Einstein. Maar die boeken deugen allemaal niet want Emil is niet belangrijk. Hij geeft het zelf toe, dat hij niet belangrijk is.
Ik wel.
Daarom heb ik dit boek maar geschreven. Het gaat over het Model van Alles, over de schepping van het heelal, over alles wat er daarna gebeurde en nog zo wat. Het maakt al die andere boeken overbodig. Ik weet precies hoe het allemaal gegaan is want ik was er vanaf het begin bij.

Zo. De lezer is nu wel gewaarschuwd: mijn verteller is zelfingenomen, jaloers. En een hufter:

Zijn ma was er achter gekomen dat Emil in mijn bank zat - hoe weet ik niet. Maar steeds weer belde ze mijn ma op om te vragen of ik bij hen thuis kwam. Dan had ze weer iets kinderachtigs voor ons verzonnen, een taart gebakken of een pingpongtafel gekocht.
"Ga nou maar. Ze vindt het leuk dat haar zoon eindelijk een vriendje heeft," zei mijn ma dan. Maar Emil was mijn vriendje niet. Maar ik ging wel naar zijn huis als mijn fiets weer eens kapot was want zijn pa had een hoop gereedschap: steeksleutels, kettingpons, lasmachine en zo. En die sul plakte zelfs mijn banden als die lek waren, dat vond ik prima want aan banden plakken had ik een hekel. Best wel een geschikte vent, en toen ik vroeg hoe een bromfietsmotor werkte gaf hij me het Tatsachenbuch für den Maschinenbau cadeau, zomaar, want daar stond het in. Hij was speciaal uit Duitsland hierheen verhuisd voor Emil, omdat ze in Nederland niet zo van gekken opkeken als bij de Moffen. Hier lopen die vrij rond, daar worden ze vergast.
"Hadden ze ook met Emil moeten doen," vond ik.
Emils pa keek wat raar toen, ik denk dat ik hem op een idee had gebracht.

Mijn verteller beweert steeds weer dat Emils Model van Alles flauwekul is - dat is het ook. Maar hij spuit wel meer bizarre meningen. De lezer is gewaarschuwd: geloof hem niet op zijn woord. Het Model van Alles krijgt zo de benifit of de doubt. En dat is precies wat ik van de lezer vraag.

Toen mijn verteller eenmaal een etterbakje mocht zijn, zag ik dat het goed was. Het verhaal kon beginnen, verder ontwikkelde het zich vanzelf en het heelal ook. God hoefde niet meer in te grijpen en de Schrijver ook niet: precies zoals het in een goed Model van Alles betaamt.

Met mijn verteller had ik verder geen enkele moeite. Ik hoefde hem niet eens te verzinnen: ik was het zelf, dat slimste jongetje van de klas. Alleen had niemand het in de gaten. Daarom schreef ik dit boek.

Omschrijving van de inhoud of de flaptekst: 

Doctor Emil Trocken rekent met anderhalf miljard gekoppelde computers het heelal door, helemaal vanaf drie seconde na de Big Bang. In zijn rekenmodel ontstaan eerst gaswolken, dan sterren, dan planeten, tenslotte levende wezens. Het klopt allemaal precies met de werkelijkheid. Tot de mens in zijn computers verschijnt ...

Fragment: 

"Waar komt die logaritmetabel eigenlijk vandaan?" vroeg ik.
Meneer Wouters moest even nadenken. "Uit de computer," zei hij toen.
Het klonk wat aarzelend en de klas werd wakker: veertien waren we toen, de aanstormende generatie, alert op volwassenen die wankelden op hun voetstuk. Iets in de toon van meneer Wouters - hij had mijn vraag niet verwacht en door zijn aarzeling klonk dat als het ontwijkend antwoord dat we altijd hadden gekregen op de vraag waar de baby'tjes vandaan kwamen. Later leer je wel hoe dat precies in elkaar steekt maar daar ben je nog te klein voor, geloof voorlopig maar in God en in de ooievaar.
En in de computer.

Waar komen de baby'tjes vandaan? Waar komt God vandaan? En nu ook nog: waar komt de logaritmetabel vandaan? De ooievaar, de Bijbel - toen ik klein was konden ze me nog met sprookjes voor de gek houden. God kwam uit de hemel en Sinterklaas kwam uit Spanje. Zeiden ze. Terwijl het Turkije was. Waarom liegen grote mensen altijd? Dat moest nu maar eens uit zijn. Computer? Onzin. De Bijbel, die kwam niet van God want God bestond niet meer. Iemand heeft die hele Bijbel verzonnen, Abraham en Jezus en alles. En die logaritmetabel ook, dat kon niet anders.
Maar dat bij 2.000 een logaritme van .3010 hoorde, zoiets verzin je toch niet?

De andere jongens vergaten hun protest tegen de logaritmetafel toen we het proefwerk over mochten maken. Maar ik niet. Ze konden me niet blijvend belazeren. God bestond niet meer, waar die vandaan kwam deed er dus niet toe. Dat van die baby'tjes was te vies voor woorden. Maar dat van die logaritmetabel moest ik weten want ergens is een grens. Houd kinderen maar voor de gek met Sinterklaas maar ik ben veertien. Dit ga ik uitzoeken, tot op de bodem.
Computer, had meneer Wouters gezegd.
Dat was de sleutel.
Die bestonden wel echt, computers. Ze waren niet zo kinderachtig als Sinterklaas en niet zo vies als dat van de baby'tjes. En computers konden alles. Getallen van tien cijfers met elkaar vermenigvuldigen, razendsnel: binnen een kwartier wisten ze het antwoord al. Dat zal wel overdreven zijn want tien cijfers maal tien cijfers is twintig cijfers en dat krijg je niet uitgerekend binnen een kwartier.
Maar misschien konden computers wel logaritmes maken.

Niemand had in 1971 ooit een computer gezien, zelfs meneer Wouters niet. Maar er stond er één aan de Fruitweg in Den Haag, wist hij. Die moest ik zien.
Op donderdag hadden we tekenen en gymnastiek - nergens goed voor. Dus ik spijbelde, fietste naar Den Haag en zocht de Fruitweg op. Ik fietste hem helemaal af, van de brug tot aan de stoplichten en weer terug. Ik kon die computer niet vinden. Er was alleen maar een tram, een rij grote loodsen achter de ventweg, een kantoor en een geparkeerde vrachtwagen met een lekke band. Waar was die computer? Daar zaten wel duizend radiolampen en relais in, er moest dus een groot gebouw voor zijn met daar binnen allemaal knoppen en lampjes. Zoiets moet toch te zien zijn. Als die computer aangezet werd trok hij zo veel stroom dat alle lampen van Den Haag gingen flikkeren en het stonk kilometers in de omgeving naar ozon. Ik lette dus op de lantaarnpalen, maar die flikkerden niet - ze stonden uit. En ik rook ook geen ozon, alleen maar rotte uien en olie die in de Laakhaven dreef.

Reacties

Yrret
Laatst aanwezig: 10 uren 32 min geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 5710

Gefeliciteerd, Menno.

De link werkt nog niet optimaal.

Citaat:

Dat zal wel overdreven zijn want tien cijfers maal tien cijfers is twintig cijfers en dat krijg je niet uitgerekend binnen een kwartier.

Echt?

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

Menno Marrenga
Laatst aanwezig: 3 weken 20 uren geleden
Sinds: 27 Okt 2013
Berichten: 603

Mijn beslissing dat dit verhaal goed genoeg is voor publicatie rechtvaardigt geen felicitatie. Feliciteer me als het gelezen en goed bevonden wordt.

Yrret, jij hebt een forse bijdrage geleverd aan dit boek. Ik hoop dat het eindresultaat je niet teleurstelt.

Hoewel we nu voorbij het proeflees-stadium zijn, wil ik toch het laatste woord. Op je vraag "echt?" heb ik twee antwoorden:
1. ik citeer mezelf: "Maar hij spuit wel meer bizarre meningen. De lezer is gewaarschuwd: geloof hem niet op zijn woord."
2. Ik daag je uit om met een hypermoderne computer en de daarop geinstalleerde calculator twee getallen van tien cijfers binnen een kwartier met elkaar te vermenigvuldigen. Ik haalde het zelf net: de eerste zestien decimalen binnen 6 seconde, toen 8 minuten nadenken over hoe ik de rest moest vinden en daarna 2 minuten voor de vier minst significante decimalen.

Menno Marrenga
Laatst aanwezig: 3 weken 20 uren geleden
Sinds: 27 Okt 2013
Berichten: 603

Ware dit een papieren boek, ik zou van de uitgever tien presentexemplaren hebben gekregen. Ik zou bij negen een gesigneerd dankwoord op het vliegenblad hebben geschreven, mijn nette pak aantrekken en die presentexemplaren ronddelen aan de proeflezers die me geholpen hebben met schrijven.

Maar dit is een e-book, en ik ken de traditie niet. Misschien moet ik die zelf bedenken. Proeflezers die meegewerkt hebben, stuur me een bericht via mijn contactformulier, dak leer ik je emailadres kennen en junkmail ik een presentexemplaar.

Yrret
Laatst aanwezig: 10 uren 32 min geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 5710
Menno Marrenga schreef:

[...] mijn nette pak aantrekken [...]

Ik gebruik jouw eigen woorden maar ... grapjas.

Menno Marrenga schreef:

De lezer is gewaarschuwd: geloof hem niet op zijn woord.

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

PeterFD
Laatst aanwezig: 2 uren 35 min geleden
Sinds: 20 Mei 2014
Berichten: 1682

GEWELDIG - in een woord geweldig, zo speels, jezelf in de knoop werken en er weer uitkomen
Met heel veel genoegen gelezen.
Ik geef je een tien, eh tiende macht, 10.000.000.000.

Peter Fiedeldij Dop, informatieve teksten, verhalen, historische streekromans
redacteur FES Magazine en Elsevier Senioren Nieuwsbrief

Yrret
Laatst aanwezig: 10 uren 32 min geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 5710
Menno Marrenga schreef:

Mijn beslissing dat dit verhaal goed genoeg is voor publicatie rechtvaardigt geen felicitatie. Feliciteer me als het gelezen en goed bevonden wordt.

Daar ben ik het niet mee eens. Het gaat mij niet eens om - of het gelezen is en goed bevonden - door mensen die ik niet ken.

Ik schat je in als een mens met een hoog zelfkritisch-vermogen en dat je dat zwaar inzet op je eigen schrijven. Dat gedeelte - noem ik, het geloven in jezelf - daar heb ik respect voor. Mogelijk is een felicitatie het verkeerde woord.

Ik vind het geweldig dat jij je verhalen publiceert. Zo beter?

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

Schrijven

Iedere week het beste van Schrijven Online in je inbox? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief. Boordevol nieuws, tips, aanbiedingen en winacties!

Schrijf je in!
MIs het komende nummer van Schrijven Magazine niet!

THEMA: Schrijf die familieroman!

  • 9 tips om jouw familieverhaal tot een succes te maken
  • Researchen voor een familieverhaal, hoe doe je dat?
  • 'Het begint met pure fascinatie' - succesvolle non-fictie-schrijvers over hun werkwijze
  • Elke Geurts schreef een roman over haar scheiding
  • Hoe schep je sfeer in verhalen?
  • Schrijf jij de nieuwe Game of thrones?
  • Rosita Steenbeek: 'Tijdens het wandelen vallen dingen op hun plek'
  • Essentieel in het schrijfproces: keuzes maken 
  • Hoe schrijf je een scenario?

Dit nummer ligt omstreeks 14 december in de winkel.

WORD ABONNEE