Start » Proeflezen » [Historische fictie] De opdracht

[Historische fictie] De opdracht

Door: Sweijd
Op: 18 juli 2017

De opdracht is het verslag van een ontmoeting met Flavius Josephus, priester, advocaat, politicus, opstandelingenleider, hoveling, schrijver. We zijn in Rome, rond het jaar 100 A.D. Flavius is inmiddels een man van vergane glorie. Bij een nieuwsgierige bezoeker lucht hij zijn hart.

Het verhaal begint met het fragment dat je hier ziet. Mijn vragen:
- Komt de stijl van praten overeen met wat je verwacht als 't om de Romeinse tijd gaat ?
- Heb je na dit fragment nog de neiging om door te lezen ?
- Heb je op- en aanmerkingen waarmee ik verder kan ?

Fragment: 

"Ik ben een verrader." Hij zuchtte. "Ik ben de grootste lamlendeling die er rondloopt. Nou ja, rondlopen, ik kom nauwelijks nog buiten. Ik strompel wat rond. En als ik perse de stad in moet, dan ga ik alleen nog maar als er een sterke kerel zo vriendelijk is om met me mee te gaan. D'r is er altijd wel een die wat geld kan gebruiken. Die huur ik dan. Niet dat 't veel helpt. Zo'n jongen loopt mee naar de markt. En halverwege raakt hij me geheid kwijt. In de drukte, zeggen ze dan. En dan begint het. Eerst met woorden. Er wordt grof gescholden. Ben ik aan gewend. Dat doet geen pijn meer. Je wilt niet weten wat ik allemaal naar m'n hoofd heb gekregen. Rot fruit, liefst van achteren. Ik schrik me elke keer weer rot als ik een rijpe peer achter in m'n nek krijg. Mikken, dat kunnen ze. Appels, ach ja, appels voel je wel maar die barsten tenminste niet uit elkaar. Ze rollen nog wat met je mee. Ik buk, raap ze op en spreek een zegen uit. Dank je wel, zeg ik, dank je wel voor je goede gaven. Dat bedaart ze dan wel een beetje. Nee, weet je waar ik niet aan wen, wat echt erg is, rochels. Zo in 't voorbijgaan uit de flank gespogen, recht in je gezicht. Dat is vies. Vreselijk vies."

Reacties

Diana Silver
Laatst aanwezig: 38 sec geleden
Sinds: 8 Nov 2010
Berichten: 4429

- Komt de stijl van praten overeen met wat je verwacht als 't om de Romeinse tijd gaat ?

Nee. Ja. Enfin... ik vind het moeilijk te beantwoorden, omdat ik de manier van praten sowieso niet erg overtuigend vind - of het nou in Rome of in Lutjebroek gesproken werd. Vide infra.

- Heb je na dit fragment nog de neiging om door te lezen ?

Dat heb ik eigenlijk niet, want als je me niet buiten het fragment om verteld had wat hier speelde, had ik er nog altijd geen idee gehad van wie hier spreekt of waarom. Door het ontbreken van die informatie roep je geen enkel concreet beeld op voor mijn geestesoog. Wie is 'hij'? Tegen wie praat hij? Waarom? Waarom zegt niemand iets terug? Is er überhaupt een gesprekspartner aanwezig, of moet ik, de lezer, me aangesproken voelen?

- Heb je op- en aanmerkingen waarmee ik verder kan ?

Wat de toon betreft, die pakt me niet, zei ik hierboven al. Ik zie wel dat je erg hard je best hebt gedaan om het neer te zetten als ware het eem natuurlijke monoloog, met allemaal tussenwerpsels en schijnbaar ad hoc te binnen geschoten gedachtes, maar... Nou ja, het geheel voelt voor mij te houtenklomperig aan. Hij herhaalt zichzelf de hele tijd, en die bij-gedachtes maken het veel te volledig. Bijvoorbeeld die uitleg over hoe hij aan een bodyguard komt - dat er altijd wel sterke jonge kerels rondlopen - waarom wijdt hij daarover uit? Dat voelt gek. Als dit zo is, en als zijn gesprekspartner iemand is die uit hetzelfde tijdperk en land komt, dan weet die dit zelf ook wel.
Hoe dan ook voelt deze monoloog gek aan. Ik denk dat je er echt beter aan zou doen zijn gesprekspartner ook te laten spreken. Niemand rant op deze manier door, alsof hij het tegen een doof-stomme heeft. Het wordt ongemakkelijk. Als dit een echt gesprek was geweest, dan was de spreker na drie of vier zinnen twijfelend stilgevallen. Dan was het zo gegaan:
"Ik ben de grootste lamlendeling die er rondloopt. Nou ja, rondlopen, ik kom nauwelijks nog buiten. Ik strompel wat rond. En als ik per se de stad in moet, dan... Zeg, luister je nog? Als ik je verveel moet je het zeggen."
De ander wreef zich in de ogen. "Nee, nee, ga door, ik luister hoor."

Dat zou ik me kunnen indenken. Maar dat één persoon tien minuten volpraat zonder zich iets van enige luisteraar aan te trekken, dat gaat er bij mij gewoon niet in.

Een poging tot negenvoudige Sublimatie.

Annette Rijsdam
Laatst aanwezig: 12 uren 53 min geleden
Sinds: 26 Jan 2017
Berichten: 398

Hoi Sweijd,

de stijl komt voor mij niet overeen met iemand uit de Romeinse tijd. Ik zal om eerlijk te zijn niet precies weten hoe het klinkt, maar dit fragment klinkt heel algemeen en van iedere tijd.

Ik was even in de war met wie hij meeliep. Ergens kreeg ik het idee dat het een standbeeld is die de stand wordt ingereden maar dan ineens raakt iemand hem kwijt.
Dat was voor mij veel te vaag.

En ook bij deze zin was ik even de weg kwijt:

Er wordt grof gescholden. Ben ik aan gewend. Dat doet geen pijn meer. Je wilt niet weten wat ik allemaal naar m'n hoofd heb gekregen. [gaat deze zin nou over het fruit of de woorden] Rot fruit, liefst van achteren.

Succes

bestaat de perfecte tekst?
blog over schrijven: www.sopendekool.nl

Yrret
Laatst aanwezig: 1 week 12 uren geleden
Sinds: 16 Jul 2012
Berichten: 5036
Sweijd schreef:

- Komt de stijl van praten overeen met wat je verwacht als 't om de Romeinse tijd gaat ?

Neen.

Sweijd schreef:

- Heb je na dit fragment nog de neiging om door te lezen ?

Neen.

Sweijd schreef:

- Heb je op- en aanmerkingen waarmee ik verder kan ?

Misschien.

Mijn op/aanmerkingen zijn vooral de woorden en zinnen die ik heb geschrapt.

"Ik ben een lamlendeling en strompel wat rond. Als ik de stad in wil huur ik een jongen in. Zo'n jongen loopt dan mee naar de markt. En halverwege raakt hij me altijd kwijt in de drukte. En dan begint het. Eerst met woorden. Er wordt gescholden, maar daar ben ik inmiddels aan gewend. Dat doet geen pijn meer. Ze gooien fruit naar mij, liefst van achteren. Daar schrik ik elke keer weer van. Soms raken de appels mij niet. Die rollen dan voor mij uit. Ik buk, raap ze op en spreek een zegen uit. Dank u wel, dank u wel voor uw goede gaven. Dat bedaart ze dan even. Even, want het kan nog erger. Waar ik niet aan kan wennen, wat echt smerig is, dat zijn de klodders speeksel. Zo in het voorbijgaan uit de flank gespogen, recht in mijn gezicht. Dat is afschuwelijk."

Ooit protesteerde ik tegen het 'monopolie der oude heren'. Nu ben ik er zelf één.

Verkoopt jouw boekhandel Schrijven Magazine?

Benieuwd of jouw boekhandel of kiosk Schrijven Magazine verkoopt? Zoek het op in de storelocator...

Zoek een verkooppunt
Schrijven Magazine Schrijfdag 2017

We hebben weer een geweldig programma voor je samengesteld!

Meer informatie
Schrijles van Arthur Japin? Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 2017!

Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 2017!

Bestel snel je tickets!

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!