Start » Proeflezen » [Fantasy] Amulet

[Fantasy] Amulet

Door: Marrr
Op: 10 juli 2017

Ik ben vaak geneigd om iets erg snel te laten verlopen, en zo is een boek korter dan dat ik zou willen.
Hebben jullie tips voor deze tekst? Tuurlijk wink
Andere tips zijn natuurlijk ook welkom!

Fragment: 

Ik loop van beneden naar mijn slaapkamer waar mijn broertje al ligt te slapen, hij snurkt zelfs een beetje. Ik kleed me snel om en ik plof op mijn bed neer waar mijn broertje alle knuffels weer op een rij heeft gezet. Snel schuif ik alle knuffels van bed en ik ga onder de deken liggen, op mijn kussen gemaakt van dons.
Het lukt niet om in slaap te vallen, dus luister ik naar de geluiden van de vogels buiten en ik val rustig in slaap. Ik sta op een markt met vijf kettingen in mijn linkerhand. Terwijl ik rondloop op de markt komen er mensen naar me toe en een vrouw trekt aan de tweede ketting en ze vraagt hoe duur de ketting is.
‘Één goudstuk mevrouw.’ Antwoord ik haar twijfelend omdat de kettingen niet van mij zijn. De mevrouw geeft me gelijk een goudstuk en ik bedank haar terwijl ze weg loopt met de ketting. Niet lang daarna verkoop ik er nog drie, maar de vijfde blijft hangen. Pas wanneer bijna de hele markt verlaten is komt er een man naar me toe gelopen met een litteken over zijn linker oog, waardoor zijn oog aan de linker kant blind is. Zijn andere oog is blauw, bijna wit waardoor het er eng uit ziet. Hij heeft kort, bruin haar en een grote neus.
‘Kan ik u helpen?’ Vraag ik aan de man die de ketting bijna uit mijn handen trekt.
‘Hier vijf goudstukken en geef me nu de ketting.’ Hij geeft me het geld en grijpt naar de ketting die ik hem geef.
‘Waar zijn de andere vier?’ Vraagt de man listig aan mij.
‘Die heb ik verkocht, sorry meneer?’ Hij kijkt me bijna boos aan.
‘Je zult hiervoor boeten.’ Roept de man mij na die ondertussen weg strompelt naar een zij steegje. Op eens gaan alle lichten uit er vliegen kraaien over mijn hoofd heen en ik hoor vanuit de huizen geschreeuw en gekrijs. Kinderen huilen en moeders wiegen de kinderen tegen zich aan.
‘Daar zijn ze!’ Hoor ik sommige mannen roepen en de luiken worden dicht gegooid. Er komen een paar mannen naar buiten gerend met wapens zoals zwaarden en pijl en bogen. Veel mannen zitten nog in huis met hun kinderen. Hulpeloos staar ik om me heen en ik probeer weg te rennen, maar er komen kraaien op me zitten en ik val. De kraaien prikken in mijn mond en in mijn oren. Ik schreeuw het uit, maar niemand hoort me of ziet me. En dan besef ik het; ik droom.
Ik schiet wakker uit mijn droom en het is klammig om me heen. Ik hoor het snurken van mijn broertje die heerlijk rustig ligt te slapen. Het was maar een droom. Denk ik bij mezelf. Ik laat mezelf uit bed glijden en ik open de deur naar de overloop. Mijn vader en moeder zijn nog steeds wakker en ze praten ergens over. Normaal gesproken zouden ze TV kijken, of individueel een boek lezen, maar niet met elkaar praten. Ik besluit niet naar de badkamer te gaan, ik stap een traptrede af. Nog een keer ga ik zachtjes een traptrede af, en nog een, maar dan kraakt er een en dan is het op eens stil
‘Is daar iemand?’ Vraagt mijn moeder aan mijn vader en ik zie uit deze positie dat hij nee knikt.
‘Wil je toch even kijken?’ Zeurt mijn moeder door tegen mijn vader en hij staat op. Eerst loopt hij richting de keukendeur en hij checkt alles even, maar dan loopt hij richting de trap terwijl hij tegen mijn moeder zegt: ‘Buiten was niks, als ik naar boven loop poets ik gelijk mijn tanden en ga ik in bed liggen.’ Hij kijkt mijn moeder verontschuldigend aan en loopt dan verder naar de trap. Ik sprint de trap op en ik spring op bed zodat ik gelijk lig en ik sla de deken om me heen. De slaapkamer deur gaat zachtjes open en ik doe net alsof ik slaap. Mijn vader doet de deur weer tot op een kier dicht en hij loopt naar de badkamer. Ik hoor het gebruis van het tandenpoetsen en na een tijdje hoor ik de kraan aan staan waar hij zijn tandpasta in weg spoelt. Hij gorgelt even met water en daarna zet hij de kraan weer uit. Het licht op de overloop gaat uit en mijn vader gaat naar zijn slaapkamer waar hij met mijn moeder slaapt.
Ik val weer bijna in slaap, totdat ik mijn moeder hoor praten tegen mijn vader.
‘Ik moet nog even naar het Noorden bos, sorry schat.’ Mijn vader zucht en mompelt iets onverstaanbaar tegen mijn moeder. Dan wordt mijn vader pas echt wakker en vraagt wat mijn moeder zei.
‘Ik zei dat ik nog even naar het Noorden bos moet en dat het me spijt.’ Antwoord mijn moeder geërgerd.
‘Moet dat echt? Kom anders lekker naast me liggen.’ Mijn vader slaat met zijn arm op de lege plek naast hem waar mijn moeder hoort te slapen.
‘Nee, ik moet echt even gaan.’ Mijn vader pakt mijn moeder bij haar arm en geeft haar een kus op haar hand.

Reacties

Aniara
Laatst aanwezig: 16 uren 1 min geleden
Sinds: 30 Apr 2017
Berichten: 21

Hoi Marrr,

Wat ik persoonlijk mis in je fragment zijn gedachten en emoties, wat diepgang bij je personages. Je springt van handeling naar handeling, maar het blijft wel wat vlak. Neem bijvoorbeeld deze zin:

Citaat:

Het lukt niet om in slaap te vallen, dus luister ik naar de geluiden van de vogels buiten en ik val rustig in slaap.

Hierin kan de hoofdpersoon niet slapen, maar valt nog diezelfde zin wel in slaap. Als ik niet kan slapen, lig ik te woelen en ga ik me aan van alles ergeren. Meestal heb ik het dan te warm of juist te koud of jeukt mijn teen. Ik noem maar wat.
Als het belangrijk is dat de persoon in eerste instantie niet kan slapen, noem dat dan niet zo terloops. Als het niet belangrijk is, kun je je afvragen of je het wel moet noemen.

Ander voorbeeldje:

Citaat:

‘Hier vijf goudstukken en geef me nu de ketting.’ Hij geeft me het geld en grijpt naar de ketting die ik hem geef.

De ik-persoon reageert hier wel erg passief. Vraag je af wat jij zou doen als iemand zomaar een ketting uit je handen grist. Zou de ik-persoon op een soortgelijke manier reageren? Laat hij/zij het zomaar gebeuren?

Veel van je zinnen zijn ook verwarrend. Het helpt als je sommige zinnen opdeelt in meerdere zinnen en een soort afwisseling vind in het gebruik van lange en korte zinnen. Dat gaat voor mijn gevoel in het tweede deel van je fragment beter dan in het eerste deel.
Weer een voorbeeld:

Citaat:

Ik sprint de trap op en ik spring op bed zodat ik gelijk lig en ik sla de deken om me heen.

"Ik sprint de trap op en duik in bed. Snel sla ik de deken om me heen."

Nog een voorbeeld:

Citaat:

Op eens gaan alle lichten uit er vliegen kraaien over mijn hoofd heen en ik hoor vanuit de huizen geschreeuw en gekrijs.

"Opeens gaan alle lichten uit. Er vliegen kraaien over mijn hoofd en vanuit de huizen hoor ik geschreeuw en gekrijs."

Het zijn maar voorbeelden natuurlijk en ik kan je ook aanraden ze niet letterlijk over te nemen, want uiteindelijk wil je je eigen schrijfstijl vinden. Ik hoop dat je iets aan mijn feedback hebt smile

Marrr
Laatst aanwezig: 4 weken 5 dagen geleden
Sinds: 8 Jul 2017
Berichten: 5

Dankjewel Aniara! Ik had wel zo iets verwacht wat je zei, maar ik wist even niet hoe ik het er in moest verwerken.

G Marrr

Annette Rijsdam
Laatst aanwezig: 12 uren 53 min geleden
Sinds: 26 Jan 2017
Berichten: 398

Hoi Marr,

In #1 heb je al hele goede feedback gehad. Want het valt inderdaad op dat je van handeling naar handeling springt en ook alles benoemt. Dan wordt het als het ware een 'en toen dit en toen dat en toen en toen etc' verhaal. Hierdoor ga je voor je gevoel ook snel door je tekst, het wordt een samenvatting, maar de lezer komt moeilijk mee.
Je schrijft vanuit de ik, maar af en toe komt er ook een alwetende verteller door heen.

Twee dingen voor dit fragment zijn belangrijk:
- de merkwaardige droom
- je moeder die besluit naar het Noorden bos te gaan, juist op het moment dat je ouders naar bed horen te gaan.

Die twee punten zijn nu moeilijk te vinden in je tekst, omdat je heel veel schrijft maar eigenlijk weinig zegt. Waarom begin je niet met die droom en laat zien wat daarin belangrijk is, zonder dat je dat noemt.
Omschrijf de markt, wat voel, hoor, ruik je. Waar is het? Zorg dat er een paar 'vraagtekens' in voorkomen (al dan niet als ze weer wakker wordt) zodat de lezer ook denkt 'wat raar'.
En dan, geef je nog een laatste zetje het mysterie in door de ik-persoon fragmenten van een gesprek van je ouders op te vangen waarin je moeder aangeeft naar het bos te gaan.

Even stapsgewijs door je tekst, misschien een beetje kritisch.

Ik loop van beneden naar mijn slaapkamer waar mijn broertje al ligt te slapen, hij snurkt zelfs een beetje. Ik kleed me snel om en ik plof op mijn bed neer waar mijn broertje alle knuffels weer op een rij heeft gezet. Snel schuif ik alle knuffels van bed en ik ga onder de deken liggen, op mijn kussen gemaakt van dons.
[Veel 'ik', en is dit relevante informatie?]

Het lukt niet om in slaap te vallen, dus luister ik naar de geluiden van de vogels buiten en ik val rustig in slaap. [zie opmerking #1]
Ik sta op een markt met vijf kettingen in mijn linkerhand. [erg abrupte overgang]
Terwijl ik rondloop op de markt komen er mensen naar me toe en een vrouw trekt aan de tweede ketting en ze vraagt hoe duur de ketting is. [Een tweede ketting? Hoe moet ik dat zien. Een tweede van wat? Gewoon een ketting is voldoende.]
‘Één goudstuk mevrouw.’ Antwoord ik haar twijfelend omdat de kettingen niet van mij zijn. De mevrouw geeft me gelijk een goudstuk en ik bedank haar terwijl ze weg loopt met de ketting.[je twijfelt eerst, want ze zijn niet van jou. Maar je bent wel een snelle verkoopster].
Niet lang daarna verkoop ik er nog drie, maar de vijfde blijft hangen. [pas op met aantallen. Maar de laatste blijft hangen is voor de lezer wat prettiger.]
Pas wanneer bijna [bijna is hier te vaag] de hele markt verlaten is komt er een man naar me toe gelopen met een litteken over zijn linker oog, waardoor zijn oog aan de linker kant blind is. [probeer dit anders te omschrijven. Het is wel een goed kenmerk. Maar het litteken over zijn oog hoort bij een man qua zinsopbouw.] Zijn andere oog is blauw, bijna wit waardoor het er eng uit ziet. Hij heeft kort, bruin haar en een grote neus. [dit doet een beetje af aan je eerder omschrijving.]
‘Kan ik u helpen?’ Vraag ik aan de man die de ketting bijna uit mijn handen trekt.
‘Hier vijf goudstukken en geef me nu de ketting.’ Hij geeft me het geld en grijpt naar de ketting die ik hem geef.
‘Waar zijn de andere vier?’ Vraagt de man listig aan mij.
‘Die heb ik verkocht, sorry meneer?’ Hij kijkt me bijna boos aan. [bijna boos? Hij praat al alsof hij woest is]
‘Je zult hiervoor boeten.’ Roept de man mij na die ondertussen weg strompelt naar een zij steegje. [Roept de man mij na terwijl hij weg strompelt.] Op eens gaan alle lichten uit er vliegen kraaien over mijn hoofd heen en ik hoor vanuit de huizen geschreeuw en gekrijs. Kinderen huilen en moeders wiegen de kinderen tegen zich aan. [mooi schrikbeeld. Voor verbetering zie #1]
‘Daar zijn ze!’ Hoor ik sommige mannen roepen en de luiken worden dicht gegooid. Er komen een paar mannen naar buiten gerend met wapens zoals zwaarden en pijl en bogen. [met wapens of met zwaarden of met pijl en boog]. Veel mannen zitten nog in huis met hun kinderen [hoe weet je dit?]. Hulpeloos staar ik om me heen en ik probeer weg te rennen, maar er komen kraaien op me zitten en ik val. De kraaien prikken in mijn mond en in mijn oren. Ik schreeuw het uit, maar niemand hoort me of ziet me.
En dan besef ik het; ik droom. [deze zin kan weg, doet wat af van de spanning]
Ik schiet wakker uit mijn droom en het is klammig om me heen.[Nat van het zweet schiet ik wakker.]
Ik hoor het snurken van mijn broertje die heerlijk rustig ligt te slapen.
Het was maar een droom. Denk ik bij mezelf. Ik laat mezelf uit bed glijden en ik open de deur naar de overloop. Mijn vader en moeder zijn nog steeds wakker en ze praten ergens over. Normaal gesproken zouden ze TV kijken, of individueel een boek lezen, maar niet met elkaar praten. [dat is geen goed huwelijk... praten ze nooit met elkaar? Ik snap wat je bedoelt wel, maar het staat nu wat ongelukkig op papier.]
Ik besluit niet naar de badkamer te gaan, ik stap een traptrede af. Nog een keer ga ik zachtjes een traptrede af, en nog een, maar dan kraakt er een en dan is het op eens stil [waarom ga je de trap überhaupt af?]
‘Is daar iemand?’ Vraagt mijn moeder aan mijn vader en ik zie uit deze positie dat hij nee knikt.
‘Wil je toch even kijken?’ Zeurt mijn moeder door tegen mijn vader en hij staat op. Eerst loopt hij richting de keukendeur en hij checkt alles even, maar dan loopt hij richting de trap terwijl hij tegen mijn moeder zegt: ‘Buiten was niks, [hij ging naar de keuken] als ik naar boven loop poets ik gelijk mijn tanden en ga ik in bed liggen.’ Hij kijkt mijn moeder verontschuldigend [waarom en hoe weet jij dit terwijl je op de tweede of derde tree van boven staat] aan en loopt dan verder naar de trap. Ik sprint de trap op en ik spring op bed zodat ik gelijk lig en ik sla de deken om me heen. De slaapkamer deur gaat zachtjes open en ik doe net alsof ik slaap. Mijn vader doet de deur weer tot op een kier dicht en hij loopt naar de badkamer. Ik hoor het gebruis van het tandenpoetsen en na een tijdje hoor ik de kraan aan staan waar hij zijn tandpasta in weg spoelt. Hij gorgelt even met water en daarna zet hij de kraan weer uit. Het licht op de overloop gaat uit en mijn vader gaat naar zijn slaapkamer waar hij met mijn moeder slaapt.

Ik val weer bijna in slaap, totdat ik mijn moeder hoor praten tegen mijn vader. [ Je ligt nog steeds in je eigen bed, dan kan je onderstaand stuk wel horen, maar de handelingen niet zien].
‘Ik moet nog even naar het Noorden bos, sorry schat.’ Mijn vader zucht en mompelt iets onverstaanbaar tegen mijn moeder. Dan wordt mijn vader pas echt wakker en vraagt wat mijn moeder zei.
‘Ik zei dat ik nog even naar het Noorden bos moet en dat het me spijt.’ Antwoord mijn moeder geërgerd.
‘Moet dat echt? Kom anders lekker naast me liggen.’ Mijn vader slaat met zijn arm op de lege plek naast hem waar mijn moeder hoort te slapen.
‘Nee, ik moet echt even gaan.’ Mijn vader pakt mijn moeder bij haar arm en geeft haar een kus op haar hand.

Succes met schrijven!

bestaat de perfecte tekst?
blog over schrijven: www.sopendekool.nl

Schrijven Magazine SUPERAANBIEDING

Korting én 3 cadeaus!

Word nu abonnee!
Literair tijdschrift Alice, onderdeel van Schrijven Magazine

Stuur je allerbeste verhaal of gedicht in naar ons eigen literaire tijdschrift.

Meer informatie

Intensieve online cursussen. Goed én betaalbaar!

Meer informatie
Schrijfboek cadeau? Nu gratis bij een abonnement op Schrijven Magazine!

Neem een abonnement op Schrijven Magazine!

Maak je keuze!