Start » Oefening » Perspectief

Perspectief

Een van de grootste problemen van beginnende schrijvers is volgens Renate Dorrestein het perspectief. In wiens hoofd bevind je je als lezer, wie spreekt er precies? Zes oefeningen met perspectief.

Deel 1: De blik bepaalt het verhaal

Het was dé grote literaire verrassing van 1999: Michel Houellebecqs ‘Elementaire deeltjes’. De roman (nu ook op toneel gebracht door het Nationale Toneel) verhaalt van de Franse halfbroers Bruno en Michel, die allebei een radicaal andere leven leiden. Michel is moleculair bioloog, Bruno’s leven draait om het najagen van seksueel genot – in alle soorten en maten. In alle pagina's klinkt zware kritiek op de hippiegeneratie door en hun onstuitbare jacht naar genot.
Het meest opvallende was echter het vertelperspectief van het boek. Want wie was eigenlijk de verteller? Niet Bruno, noch Michel, maar – zo bleek uit de epiloog van het boek – een soort nieuwe mens, die door genetische technieken in de 21e eeuw is ontstaan (met hulp van Michel) en terugkijkt naar de chaos van het eind van de 20e eeuw. Die ingreep maakte het boek meer dan een zedenschets, het kreeg daardoor utopische trekken. Met dank aan het perspectief, want de blik bepaalt voor een groot deel het verhaal.

Oefening:

Hoe werkt perspectief? Ga naar een drukke ruimte: een café, de wachtruimte van een station, een galerie. Bekijk de ruimte en noteer zoveel mogelijk – van de inrichting tot de geuren. Observeer vervolgens een van de personen in de ruimte, noteer z’n uiterlijk, z’n gedragingen en fantaseer over hem (of haar, natuurlijk): wat hij doet, waar hij woont, hoe z’n huiselijke situatie is, wat z’n passies zijn. Kijk nu opnieuw naar de ruimte en noteer hoe deze persoon deze ruimte zou bekijken. Wat zou hem of haar opvallen?
Werk nu beide notities uit: de ruimte volgens jouw perspectief, en de ruimte volgens het perspectief van de persoon die je hebt geobserveerd. Maak de beide versies zo ‘persoonlijk’ mogelijk. Beschrijf in het verhaalt ook elkaar – hoe ziet hij jou, hoe jij hem?


Deel 2: Weet wie je verhaal vertelt

Het moeilijkste aan het perspectief – ook wel vertelperspectief geheten – is dat je het consequent vol moet houden, zo schrijven Bert Jansen en Pim Wiersinga in Het Prozaboek. Schrijf je vanuit één bepaalde blik, dan mag je daar niet van afwijken. Een verhaal, vertelt door een kind van acht jaar, kan niet ineens allerlei volwassen gedachten en gevoelens bevatten zoals nostalgie, zorg en sterfelijkheid. Evenzo kan een oudere bedaagde verteller niet ineens een liefdesgeschiedenis als een jolige tiener uit de doeken doen. Het allerbelangrijkste voordat je een verhaal, novelle of roman gaat schrijven is dan ook heel zeker te weten wie je verteller is – is het een van je personages, is het een ander, is het een alwetende figuur die als een God over je verhaal waakt? Lees verschillende romans en verhalen en kijk hoe andere schrijvers dit doen.

Oefening:

Ga terug naar je aantekeningen uit de eerste oefeningen en roep de persoon op die je hebt geobserveerd in het restaurant, de galerie of een andere publieke plek. Stel je voor dat deze persoon een afspraak had met iemand. Met wie zou dat kunnen zijn: liefdespartner, familielid, zakenpartner, jeugdliefde? Bedenk wat er zou kunnen gebeuren: hoe loopt deze afspraak af? Schrijf een verhaaltje over deze afspraak. Bepaal daarvoor eerst vanuit wiens positie je dit verhaal schrijft. Wie is je verteller, wat wil hij met dit verhaal, waarom vertelt hij dit? Schrijf nu het verhaal uit. Doe hetzelfde nog eens, maar nu met een volslagen andere verteller.


Deel 3: Persoonlijk, alwetend, meervoudig

Volgens de theorie is er een aantal vertelperspectieven: de persoonlijk, de onpersoonlijke, de alwetende en de meervoudige verteller. In schrijfboeken en literatuurbeschouwingen vind je een paar variaties, maar ze komen grotendeels op deze vier neer. De persoonlijke verteller is vaak een van je personages, meestal zelfs je hoofdpersoon. Die vertelt het verhaal vanuit z’n eigen standpunt, en de stem die je hoort is dan ook zijn of haar stem. Humbert Humbert, hoofdpersoon en verteller van Nabokovs Lolita is zo’n ‘stem’ die je door de hele roman heen hoort. Het is zíjn verhaal van een tragische liefde voor een veel te jong meisje.

Oefening:

Schrijf een kort verhaal vanuit een zeer persoonlijk standpunt. Stel je voor: een man (of vrouw) wordt met veel machtsvertoon van bed gelicht en in een geblindeerde auto naar een politiebureau gereden, waar hij in een kleine cel wacht op het verhoor. Als schrijver weet jij dat hij is opgepakt omdat inlichtingendiensten hebben doorgegeven dat vanuit zijn pand een grote terroristische actie wordt gepland. Dat blijken foute inlichtingen te zijn (het echte verdachte pand ligt er schuin achter), maar die fout is nog niet bekend. Beschrijf nu de verwarring en de angst van de hoofdpersoon, waarbij je voluit gebruik maakt van zintuigelijke beschrijvingen. Wat ziet en vooral hoort hij, hoe ruikt het in de cel, wat gaat er in zijn hoofd om? Laat alle scenario’s langskomen: waarom denkt de hoofdpersoon dat hij opgepakt is?


Deel 4: De neutrale stem

Een onpersoonlijke verteller heeft een neutrale stem. Hij spreekt niet vanuit één bepaalde persoon, maar registreert alles alsof hij een camera is. Een dergelijke neutrale verteller gebruikt de Amerikaanse rasverteller Cormac McCarthy in zijn prachtige roman ‘All the Pretty Horses’, het eerste deel van de ‘Border trilogy’. In dit boek trekt een jongeman, John Grady Cole, met een vriend en een merkwaardige zwerver te paard naar Mexico en beleeft daar hachelijke avonturen. Op geen enkele manier kom je direct te weten wat er in de hoofd van een van de drie omgaat. Het enige waaruit je kunt afleiden hoe hun gemoedstoestand is, zijn de woorden en handelingen. Alsof hij slechts over een camera en een microfoon beschikt, vertelt de verteller over de avonturen van de drie jongemannen.

Oefening:

Pak de situatie uit de vorige oefening weer op. Een man (of vrouw) is ten onrechte in een cel terechtgekomen, op verdenking van medeplichtigheid aan een terroristische actie in voorbereiding. Hij (of zij) weet van niets. Schrijf nu het cel-verhaal op als een neutrale verteller: niet vanuit het hoofd van de verdachte, maar vanuit een ‘camera’: wat zie je aan deze persoon, wat hoor je, wat kun je afleiden uit zijn gedragingen? Probeer in scenes te denken en laat het geheel culmineren een dramatisch hoogtepunt. Bedenk wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van zo’n neutrale ‘buitenkant’-verteller zijn.


Deel 5: De god die spreekt

Naast de persoonlijke en de neutrale verteller heb je ook nog een alwetende verteller. Dat is het soort verteller zoals we die in veel negentiende-eeuwse romans tegenkomen: een vertelinstantie die als een soort God in eenieders gedachten kan wroeten, naar de toekomst en verleden kan verwijzen, en ons aan zijn hand mee kan nemen door het verhaal. Ook in enigszins parodiërende verhalen en romans kom je zo’n allesweter tegen, bijvoorbeeld in het begin van ‘De avonden’ van Gerard Reve waarin hij spreekt van ‘de held van dit verhaal’. Het prettige van een alwetende verteller is dat hij voorkennis over alle gebeurtenissen heeft, en dus de spanning en het verhaalverloop prachtig kan manipuleren.

Oefening:

Zoek een verhaal op in je eigen (of andermans) collectie dat vanuit een persoonlijke verteller is geschreven. Bedenk hoe het verhaal zal veranderen als je hier een alwetende verteller van maakt. Wat kun je dan wel, wat kun je niet? Hoe maak het je verhaal spannend en bijzonder als je van zo’n alwetende verteller gebruikt mocht maken? Schrijf je verhaal vervolgens met behulp van deze inzichten.


Deel 6: Die bril, daar is iets mee

Een verteller is de bril waardoor de lezer naar een verhaal kijkt. Dat woord ‘bril’ is echter misleidend, want daardoor lijkt het alsof de verteller altijd op dezelfde manier kijkt. En dat is in veel gevallen niet zo. Ook vertellers kunnen veranderen, gedurende het verhaal. Een verteller kan bijvoorbeeld in het begin heel gesloten zijn, en naarmate hij meer vertelt, steeds opener worden. Of langzamerhand zijn hoofdpersoon sympathiek gaan vinden, zoals in ‘g’ van Frank Noë gebeurt.
Een andere vraag is in hoeverre een verteller betrtouwbaar is. Ook daar kun je als schrijver mee spelen. Misschien dat de lezer op een gegeven moment door moet krijgen dat er iets aan de hand is met de verteller, zoals in het eerdergenoemde ‘Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq.

Oefening:

Lees een paar verhalen (modern, klassiek) en kijk hoe de schrijvers van dit soort verhalen werken met hun verteller. Wie is de verteller, hoe bepaalt hij wat je van het verhaal ziet, hoe betrouwbaar is hij, hoe staat hij tegenover de hoofdpersoon en zijn gedragingen? Verandert hij gedurende de vertelling? Wat wil hij eigenlijk?
Bedenk nu zelf een verhaal waarbij je de verteller een doorslaggevende rol laat spelen. Bijvoorbeeld een verteller die belangrijk is, maar in het verhaal zelf buiten schot blijft. Of een verteller die zichzelf wil vrijpleiten van iets.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Literair tijdschrift Alice, onderdeel van Schrijven Magazine

Stuur je allerbeste verhaal of gedicht in naar ons eigen literaire tijdschrift.

Meer informatie
Schrijfles van Geert Kimpen? Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 2017!

Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 2017!

Meer informatie
Schrijfles van Geertje Couwenbergh? Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 20

Kom naar de Schrijven Magazine Schrijfdag 2017!

Bestel nu je tickets
Verkoopt jouw boekhandel Schrijven Magazine?

Benieuwd of jouw boekhandel of kiosk Schrijven Magazine verkoopt? Zoek het op in de storelocator...

Zoek een verkooppunt