Start » Oefening » Mooie woorden

Mooie woorden

Schrijven begint met woorden. Mooie, afschrikwekkende, fascinerende woorden. In deze zesdaagse mini-workshop staan we stil bij boeiende woorden en maken daarmee mooie verhalen en gedichten.

Deel 1: Moordkuil

Veel schrijvers hebben een fascinatie voor woorden. Urenlang kunnen ze bladeren in lexicons, encyclopedieën of etymologische woordenboeken. Vaak blijft een woord lang rondzoemen in het hoofd. ‘Moordkuil’ bijvoorbeeld. Een woord dat je maar op een manier kunt gebruiken: ‘Maak van je hart geen moordkuil’. Maar wat is een moordkuil precies? Een gruwelijke manier om dood te gaan: in de kuil gaan staan en dan zand erover? Een plek om te martelen? Een kuil waarin de lijken werden geworpen?

Oefening:

Schrijf een aantal woorden op, waar je je over verwondert, die je graag gebruikt of waar je een speciale band mee hebt. Bedenk bij al deze woorden: wat betekenen ze precies? Waar komen ze vandaan? Uit welke onderdelen bestaan ze (moord/kuil), en wat betekenen die onderdelen? Probeer ook te bepalen wat het is wat je aan deze woorden fascineert: hun klank, hun vorm, hun inhoud, hun suggestie?


Deel 2: Ei, ei, ai

We gebruiken woorden vaak zo onbewust, dat we nauwelijks meer stilstaan bij de vorm, structuur of betekenis. ‘Ei’ bijvoorbeeld. Een ovalen vorm, maar een nogal rechthoekig woord. Twee klinkers, ook uitzonderlijk. Egg in het Engels, oeuf in het Frans, ook al zoveel klinkers. Qua klank is het nogal zwoegen: ei, egg, oeuf. Oef, wat een werk. Ai, wat een pijn. De dichter Gerrit Bakker stond lang stil bij het woord en schreef heel wat gedichten rond deze ovalen levensschenker. ‘Op papier is alles anders./ Het woord komt uit als een ei./Aan de hier beschreven hoenderfokkerij / komt geen haan te pas.’

Oefening:

Maak een gedicht naar aanleiding van een van de woorden die je in de vorige oefening hebt opschreven en onderzocht. Gaat niet uit van het verhaal dat daarbij loskwam, maar van het woord zelf: zijn vorm, klank, functie, herkomst. Verwonder je over het woord en gebruik die verwondering om het gedicht te maken. Van moordkuil tot woordkuil, bij wijze van spreken.


Deel 3: Viertrapsraket

Stilstaan bij een woord is het begin van veel poëzie, zoals we in de vorige oefening zagen. Gerrit Bakker, eier-liefhebber en dichter schreef ‘Het ei’: ‘Het ei is zo gaaf / dat ik alleen al door zijn naam te noemen / de indruk heb teveel te zeggen.’ Uit de verwondering over dat ene woord, ‘ei’, is een compleet gedicht tevoorschijn gekomen. Bakker associeert verder over dat zwijgen en dicht: ‘Zo stil is het / dat beter dan door deze woorden / je er eentje / op een lege bladzijde voor zou kunnen stellen.’ Van ei naar stilte, naar schrijven – en dat in twee strofes.

Oefening:

Maak nu een drie- of viertrapsraket van je gedicht. Begin met je favoriete woord en associeer erop: waar doet het je aan denken, wat is de consequentie van dat woord (moordkuil --> kuil --> graven --> schep). Sta nu weer stil bij het volgende woord en associeer verder. Doe dit drie of vier keer, zodat je een reeks van geassocieerde woorden krijg. Schrijf nu het gedicht uit in deze drie of vier stappen, in even zovele strofen.


Deel 4: Kreken en lagunes

Simon Vestdijk maakte voor elke roman die hij ging schrijven lijstjes met woorden die hij dacht te kunnen gebruiken. Door de juiste woorden te gebruiken, ben je al een heel eind op weg. Precisie en bewustzijn zijn daarbij van het grootste belang. Je kunt elk stukje water een kanaal of rivier noemen, maar je hebt ook nog beken, sloten, kreken, greppels, armen en lagunes – om er maar een paar te noemen. Kreken en lagunes brengen je a la minute in tropische sferen, greppels en sloten zetten je plompverloren in het Hollandse landschap.

Oefening:

Neem de woorden uit het rijtje van de eerste oefening en kies er een uit (het liefst een andere dan die waarover je een gedicht schreef). Neem nu een pagina in je notitieboek of een nieuw document in je tekstverwerker en schrijf op in welke sfeer je dit woord brengt. ‘Moordkuil’ brengt je naar de middeleeuwen, misschien wel naar de Romeinse oudheid, ‘aardappelmand’ verwijst naar een moeder, een oma, of de Brabantse schilderijen van Van Gogh. Associeer zonder onderbreken over het woord dat je uitkoos, schrijf zoveel mogelijk op over de gedachten die je opkomen. Waar stond die mand, hoe rook het daar, wat voor verhalen komen in je op?


Deel 5: Het woord wordt wapen

Vanuit een woord een heel verhaal, of zelfs een roman maken. Het lijkt een gotspe, maar het gebeurt vaker dan je denkt. Dat gaat niet op voor ‘Moordkuil’ van de IJslandse schrijver Arnaldur Indridason, maar wel bijvoorbeeld voor een aantal verhalen van Franz Kafka, Bint van Bordewijk of De Vergaderzaal van A.Alberts. Heel duidelijk is het in het Amerikaasne nonfictieboek Sacagawea's Nickname van Larry McMurty: dat ene woord bracht een boek van 160 pagina’s voort.

Oefening:

Gebruik je associaties uit de vorige oefening en schrijf een verhaal waarin dat ene woord centraal staat. Maak van dat aardappelmandje of de moordkuil een verhaal met een kop en een staart. Probeer je fascinatie voor het woord ook in de handeling te verweven, zonder dat het de handeling stoort. Maak er dus geen ellenlange filosofische verhandelingen over een woord of een term van, maar maak van het woord een raadsel, een wapen, een persoon of de aanzet tot de intrige.

Vorige oefening |


Deel 6: Woorddialoog

Het mooiste voorbeeld van woordverwondering die tot literatuur leidt, is het oeuvre van Samuel Beckett. Lees ‘Wachten op Godot’ of ‘Cascanda’ en je ziet hoe Becketts fascinatie voor het woord-als-woord tot fabelachtige literatuur leidde. Dat is alleen al te zien aan dat beroemdste woord ‘Godot’, waarin duidelijk wordt verwezen naar ‘God’, maar waaraan het hele toneelstuk is opgehangen. En dat terwijl Godot zélf nooit op komt dagen.

Oefening:

Schrijf een dialoog, en gebruik daarvoor een van de woorden waar je een grote fascinatie voor hebt. Gebruik alle trucs van de toneelschrijver: de misverstanden tussen mensen, de moewillige onduidelijkheden, de geladenheid van bepaalde uitdrukkingen. Probeer je woord telkens centraal te laten staan – verlies het niet uit het oog. Laat je personages praten, discussiëren, ruziemaken of zwetsen, maar kom telkens weer op je woord terug.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Volkskrant looft Schrijven Magazine

In een stuk getiteld: 'Schrijven Magazine, omdat iedereen schrijver wil worden'.

Lees meer
Literair tijdschrift Alice, onderdeel van Schrijven Magazine

Stuur je allerbeste verhaal of gedicht in naar ons eigen literaire tijdschrift.

Meer informatie

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Like Schrijven Online op Facebook!

Like Schrijven Online op Facebook!

Vind ik leuk!