Start » Oefening » Monologen

Monologen

Monologen worden steeds populairder, zowel op toneel als op papier. Die ene stem die je betovert met zijn verhaal: veel puurder kan schrijven niet zijn. Probeer je monoloogtalenten zelf uit.

Deel 1: Een persoon, een stem

Monologen leken een tijd vrijwel verdwenen uit het literaire landschap, maar raken – zie de ‘Vaginamonologen’ en de ‘Gesluierde monologen’ – steeds meer in de belangstelling. Vergis je daarbij niet. Een monoloog is geen column en ook geen hoorspel, maar een theatervorm waarbij één persoon lange tijd alleen aan het woord is. Theaterschrijvers als Don Duyns van Growing Up in Public laten zien wat je allemaal met deze vorm kunt doen. Belangrijk daarbij is allereerst dat je je publiek weet te boeien. Je hebt niets anders dan het verhaal, die stem, die ene persoon. Je verhaal moet dus zó sterk zijn, dat het publiek aan je lippen hangt.

Oefening:

Bedenk iets dat je vroeger hebt meegemaakt en wat veel indruk op je heeft gemaakt. Je speelde zelf een grote rol in het geheel, en er was iemand anders bij betrokken.
Vertel het verhaal eerst aan iemand die je kent (een vriend, een lid van je schrijfclub). Vertel het vervolgens nogmaals aan iemand, maar overdrijf het verhaal nu, maak er een ‘sterk verhaal’ van. Bij de derde vertelling (probeer wederom een goedgelovige vriend te vinden) mag je alles doen wat ooit verboden was: overdrijf, verzin, vertel leugens. Als je verhaal maar een echt sterk verhaal wordt. Schrijf dit ‘overdreven’ verhaal vervolgens uit. Hoe veranderde het overdrijven het verhaal? Wat maakt zo’n verhaal sterk en interessant?


Deel 2: Sterke meningen, sterke verhalen

Een goede monoloog staat of valt met het verhaal. Maar door dit verhaal schemert altijd iets veel groters: een idee, een opvatting, een mening. Geen literair genre is zó geschikt om een idee te verkondigen als de monoloog. Je hebt immers het podium voor jezelf, je mag doen wat je wilt, in tien minuten, een halfuur of een avond. Kies dus een onderwerp waar je veel in kwijt kunt: een misstand, een groot maatschappelijk of religieus probleem, vuilnis op straat. Bij zo’n onderwerp hoort een eigen personage: de persoon met een eigen stem, een eigen idee.

Oefening:

Bedenk een onderwerp waar je tamelijk opgewonden van raakt, waar je de laatste tijd erg mee bezig bent, waar je haren altijd recht van overeind gaan staan. Bedenk vervolgens een personage dat iets heel uitgesprokens kan vertellen over dit onderwerp. Bedenk een aangesprokene: tegen wie vertelt dit personage zijn verhaal? Nu heb je de drie ingrediënten van een monoloog: een onderwerp, een verteller en een (imaginair) publiek. Schrijf de monoloog zoveel mogelijk in een keer uit.


Deel 3: Tegenstellingen voeden de mening

De beste monologen herbergen een tegenstelling in zich. Bijvoorbeeld doordat een jonger iemand iets over de ouderdom vertelt, of een bijna-dode iets over het leven. Een van de sterkste monologen is bijvoorbeeld ‘Kaddisj voor een niet geboren kind’ (1990) van de Hongaarse Auschwitz-overlever Imre Kertész. De monoloog is even pijnlijk als meesterlijk, ook al omdat hij zich richt tot (tegenstelling!) een ongeboren kind. Probeer dus de tegenstelling in je stuk op te zoeken: stad versus platteland, blank versus zwart, christen versus moslim, priester versus hoer.

Oefening:

Neem in gedachten een publiek persoon die je grondig haat. Bedenk nu een personage dat deze VIP tegenkomt en zijn geheime gevoelens aan hem of haar bekent. Steek niet te veel tijd in de omstandigheden: je personage heeft een halfuur de tijd om de publieke persoon aan te spreken (dichte treincoupé, vastzittende lift, maakt niet uit). Probeer op eenderde van de monoloog een knik in je verhaal te brengen. Bijvoorbeeld van formeel naar amicaal, of van afwijzend naar verliefd.


Deel 4: Denk aan de luisteraar

Een van de belangrijkste factoren bij het schrijven van een monoloog is de ‘richting’ die je monoloog krijgt. Tegen wie spreekt je personage: tegen het publiek, een ander, ongezien personage, vlakbij, of tegen een onbekende? Theo Maassen sprak in één van zijn cabaretprogramma bijvoorbeeld overtuigend een (imaginaire) jubilerende directeur aan, als beste vriend, als medewerker, en uiteindelijk ook als grootste vijand. Weet tegen wie je het hebt, maar ook in wat voor sfeer. Staat de spreker liefdevol, hatelijk, objectief of euforisch tegenover de luisteraar? Bepaald wat de richting is van je monoloog.

Oefening:

Schrijf een korte monoloog over je huidige baan – wat je er leuk aan vindt, maar vooral wat je er niet leuk aan vindt. Schrijf de monoloog eerst aan een familielid dat je lange tijd niet hebt gezien. Schrijf ’m vervolgens aan een intieme vriend of vriendin. De laatste versie is voor je baas of chef: vertel die de waarheid. Analyseer vervolgens wat de verschillen zijn tussen de drie versies.


Deel 5: Ritme is alles

Wat maakt de monologen van schrijvers als Samuel Beckett, Thomas Bernard of Sam Shepard zo bijzonder? Niet het onderwerp, noch de setting, maar de stijl. Of liever: het ritme. Een goede monoloog danst, swingt, klinkt als muziek. Dat is op papier meestal al duidelijk, maar op het toneel helemaal. Geen acteur kan een a-ritmische tekst redden. Probeer dus je monoloog te stileren en ritmischer te maken. Lees teksten van de klassieke monoloogschrijvers – inclusief Shakespeare – en kijk hoe zij het ritme gebruikten.

Oefening:

Pak een van je eerder geschreven monologen (uit de vorige oefeningen of uit je eigen archief) en lees deze hardop. Hoe is het ritme? Is het muzikaal genoeg?
Geef vervolgens aan waar het ritme hapert, waar de zinnen saai worden. Ga hier aan schaven, net zolang tot er wel muziek uit je monoloog komt.
Als dat je niet lukt, kun je altijd muziek opzetten met een stevig ritme. Probeer door het ritme geïnspireerd te worden. Ga desnoods wandelen en probeer op het ritme van je passen de lastigste passages een beat te geven.


Deel 6: Maak er theater van

Uiteindelijk moet een monoloog uitgevoerd worden – in je hoofd, tussen de schuifdeuren of in Carré. Probeer je dus voor te stellen hoe je personage zich op dat toneel zou moeten gedragen. Vul het niet volledig in: een theatertekst is een halffabrikaat waar regisseurs en acteurs mee aan de gang moeten. Maar besef wel hoe je het toneelbeeld kunt gebruiken om je monoloog gestalte te geven.

Oefening:

Ga ’ns naar het theater en kijk hoe een monoloog wordt uitgevoerd. Of huur een DVD van een klassieke monoloog van Beckett, Shakespeare of Thomas Bernard en kijk wat de voorstelling met de tekst doet.
Schrijf vervolgens je beste monoloog uit en geef aanwijzingen over de theateruitvoering.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Lees Geschiedenis Magazine

Lees Geschiedenis Magazine. Profiteer van de prima aanbieding.

Korting én cadeaus!
Iedere week de leukste schrijfwedstrijden? Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsb

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Ontdek je schrijftalent!

Volg onze online cursus voor beginnende schrijvers!

Vanaf € 90,-!
Verkoopt jouw boekhandel Schrijven Magazine?

Benieuwd of jouw boekhandel of kiosk Schrijven Magazine verkoopt? Zoek het op in de storelocator...

Zoek een verkooppunt