Start » Oefening » Eenzinsgedichten

Eenzinsgedichten

Veel gedichten bestaan uit één zin die in stukken is gehakt. Om dat te kunnen doen, moet je wel die ene zin schrijven. Of vinden.

Deel 1: De eerste zin

‘Slaap als een reus / slaap als een roos / slaap als een reus van een roos’. Zo begint het prachtige gedicht ‘Berceuse No.2’ van Paul van Ostaijen. Het boeiende van deze drie bekende regels is dat je er drie verschillende verzen in kunt lezen, maar ook een variatie op een en hetzelfde vers; ‘slaap als een reus van een roos.’ Laat ‘van een roos’ bij dit oervers weg en je hebt het eerste vers, laat ‘reus van een’ weg en je hebt het tweede, laat niets weg en je hebt het derde. Dit principe komt vaak voor in de poëzie. Je zou het verschijnsel met een knipoog het ‘eenzinsgedicht’ kunnen noemen. Je hebt namelijk maar een lange, mooie zin nodig waar je door weglating verschillende verzen uit kunt samenstellen.

Oefening:

Zoek naar een mooie, niet al te korte zin. Misschien uit eigen werk, misschien uit een boek van een geliefd auteur. Zoek niet in dichtbundels, maar eerder in non-fictiewerk, kranten, tijdschriften, reclamefolders. Alles is materiaal voor de dichter. Kijk vervolgens hoe je de zin in stukken zou kunnen breken. Kijk niet alleen naar de natuurlijke pauzes (komma’s, puntkomma’s), maar vooral naar woorden die iets teweeg kunnen breken, iets bijzonders doen.


Deel 2: De zin, helemaal

Sommige toevallig gevonden zinnen zijn zo prachtig dat je ze letterlijk kunt gebruiken als grondmateriaal voor een gedicht. Bijvoorbeeld deze, afkomstig uit een column van Gerard van Westerloo: 'Op het moment dat u de kachel nog wat hoger draait, een kop warme chocolademelk inschenkt en dit stukje leest, cirkel ik met mijn kop in het water en met een buis in mijn mond rond een resterend stukje levend koraalrif in de Zee van Mexico.’

Oefening:

Neem bovenstaande zin en maak er een gedicht van. Daarvoor hoef je niet de letterlijke volgorde te gebruiken, maar kun je ook – om maar iets te noemen – middenin beginnen, dan het einde, dan het midden herhalen en vervolgens het begin weergeven. Zorg er wel voor dat je de hele zin gebruikt. Je mag ook zinsdelen en woorden herhalen. Als je gedicht klaar is, lees het dan hardop voor. Luister goed naar jezelf: waar stokt het, waar kan het beter, waar komen de klankpatronen het beste uit?


Deel 3: Ritmische variaties

Zoals gezegd: een zin, vele verzen. En oneindig uit te breiden. Niet alle zinnen zijn natuurlijk even goed, even ritmisch en sterk. Vaak zul je er daarom iets mee moeten doen, om het tot een mooi gedicht te maken. Kijk bijvoorbeeld of je mooie ritmische variaties kunt vinden. Zo niet, zoek dan verder.

Oefening:

Zoek naar een goede zin – in je eigen teksten, in andermans teksten. Lang of kort, breed of smal maakt niet uit. Heb je eenmaal de goede zin gevonden, maak er dan een mooi metrisch gedicht van. Probeer vooral het ritme goed te krijgen door zinsdelen weg te laten of met elkaar te combineren. Leesniet alleen hardop voor, maar probeer het te zingen, te rappen. Maak gebruik van al die mooie eigenschappen van de Germaanse talen: beginrijmen, klemtonen, zinsritmes.


Deel 4: Woordvariaties

Van Ostaijens ‘Berceuse No. 2’ begint met ‘Slaap als een reus / slaap als een roos / slaap als een reus van een roos’, maar gaat verder met: ‘slaap als een reus van een roos / reuzeke / rozeke / zoetekoeksdozeke / doe de deur dicht van de doos / Ik slaap.’ De variaties die hij hierbij toepast gaan verder dan die van de eenzinsgedichten. Hij varieert eerst in eenwoordsverzen op de twee belangrijkste woorden, reus en roos (‘reuzeke’/ ‘rozeke’) en neemt vervolgens steeds het laatste woord als uitgangspunt van een nieuwe dichtelijke sprong. Van ‘rozeke’ naar ‘zoetekoeksdozeke’, van ‘dozeke’ naar een ‘doos’ die ‘dicht’ kan, en vandaar weer naar de slaap, zodat we weer terug zijn bij het begin. Op deze manier spring je door middel van ritmische dichterlijke associaties telkens naar een volgend begrip.

Oefening:

Breid je eenzinsgedicht uit met ritmische associaties – rijmend of niet-rijmend. Kijk of je het gedicht ‘rond’ kunt krijgen. Probeer het geheel te versterken door woorden of zinsdelen te variëren. Maak er andere grammaticale constructies van, verander de werkwoordsvorm, maak er verkleinwoordjes van, maak van werkwoorden zelfstandige naamwoorden. Kijk welke variaties je bevallen, of ze iets toevoegen aan je gedicht. Varieer niet om het variëren, maar om de essentie van je gedicht boven water te krijgen.


Deel 5: Echo’s

Variaties op de eenszinspoëzie komen we veel tegen bij het werk van moderne dichters als Tonnus Oosterhoff. In zijn bundel Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen lees je verschillende gedichten die bestaan uit een combinatie van woordherhalingen en wonderlijke associaties. Bijvoorbeeld ‘De stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg’. De eerste twee verzen luiden: ‘hoeveel gaat er in de leren zak? / veel ongewervelds / / veel ongewervelds houdt bij het raam niet op / bij het raam houdt veel niet op’. Bijna elke regel varieert op de vorige, echoot zichzelf na.

Oefening:

Gebruik deze echotechniek op je gevonden zin of je eenzinsgedicht. Maak er niet een te letterlijke echo van. In het voorbeeld van Oosterhoff is te zien hoe hij heel subtiel speelt met ‘veel houdt ... niet op’: de echo luidt namelijk ‘houdt veel niet op’. Daardoor wordt het spannender, rijker. Probeer je gedicht te verrijken door de ‘echo’ (het herhaalde) te vergroten of te verkleinen. Ook kun je die echo gebruiken om datgene wat je eerder beweerde tegen te laten spreken of zelfs te ontkrachten.


Deel 6: Beweging

Op de cd-rom die bij Tonnus Oosterhoffs bundel wordt geleverd (en op de website van de dichter) zie je dat allerlei herhalingen en associaties in beweging gezet worden via het programma Flash – een verbluffend spel van woord en beweging. Het zijn puur visuele gedichten: je hoort geen muziek en geen stemgeluid. Het procédé van veel van deze beeldgedichten is vaak hetzelfde: als uit de mist verschijnen de eerste strofes, maar wat er daarna gebeurt, is telkens verschillend: woorden verdwijnen, nieuwe verschijnen, hele passages worden doorgekrast en door handschrift vervangen. Bij sommige gedichten ontstaan telkens nieuwe combinaties, als bij dei setjes poëtische koelkastmagneetjes.
Als Van Ostaijen nu nog had geleefd, was hij vast ook met Flash op het internet in de weer geweest.

Oefening:

Beschrijf hoe je je gedicht ‘in beweging’ zou willen zetten. Als je een beetje kunt programmeren is het natuurlijk helemaal mooi. Misschien ken je een flashprogrammeur. Maar je kunt ook met knip- en plakwerk proberen aan te geven hoe je je gedicht visueel in beweging zou willen zetten.


Meer schrijfoefeningen...

Heb je een tip voor een onderwerp van een schrijfoefening? Stuur dan een mailtje hier.

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Geef Schrijven Magazine cadeau! (Beeld: SXC)

Geef Schrijven Magazine cadeau!
(en krijg zelf ook een presentje) 

Bestel nu!
Iedere week de leukste schrijfwedstrijden? Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsb

Meld je aan voor de Schrijven Nieuwsbrief.

Het is gratis!
Boek schrijven? Lees Schrijven Magazine!

Lees het komende nummer van Schrijven Magazine. Word vóór maandag 27 maart 16.00 u....

Profiteer nu!