Start » Foto schrijfopdracht » Foto-schrijfopdracht #6

Foto-schrijfopdracht #6

Iedere zes weken kun je op basis van een foto een kort verhaal, gedicht of onderschrift verzinnen om kans te maken op een prijs.

De zesde editie is gesloten.

De opdracht van de zesde editie is: Schrijf een kort verhaal van maximaal 500 woorden waarin dit beeld de openingsscene is. Wat gebeurt er hierna? Alles genres toegestaan.

Met jouw verhaal maak je kans op het boek Schrijven vanuit je hart, de kunst van creatief schrijven van Natalie Goldberg.

Zo werkt het

• Schrijf een zeer kort verhaal (max. 500 woorden) of gedicht op basis van het thema/opdracht en de bovenstaande foto. 
• Plaats jouw inzending in een reactie hieronder.
• Er wordt maar één reactie per deelnemer toegestaan. Meerdere of dubbele reacties worden verwijderd.
• Gelieve niet te reageren op andermans inzendingen.
• Iedereen met een Schrijven Online-profiel kan deelnemen. Nog geen profiel? Maak er hier één aan.
• Zes weken na plaatsing van de opdracht wordt door ons een winnaar gekozen. Dit wordt bekendgemaakt in een reactie, waarna de winnaar wordt gecontacteerd over de prijs.

De prijs: het boek Schrijven vanuit je hart, de kunst van creatief schrijven van Natalie Goldberg

We zijn benieuwd naar jullie verhalen!

Foto van Jessica Polar 

Reacties

Marcus Airuleus
Laatst aanwezig: 5 weken 5 dagen geleden
Sinds: 19 Mrt 2015
Berichten: 229

Gezichtje

Gelijk had je. Gewoon even weg; het midden tussen dansen en even je benen strekken. Het was ook een van je tomeloze talenten om gewichtsloos weg te fladderen bij alle moeilijke situaties. Je wilde nog wat van de dag maken. En het was ook geen psychose. Die kreeg ik pas later die week. Ik moet toegeven dat ik ook jaloers was. Dat je zo weinig moeite had met afstand nemen. Nee, ik was inderdaad niet meer de jongen waarop je verliefd was geworden. Natuurlijk was het moeilijk te begrijpen waarom ik normaal leek maar niet deed. Je had me zo nog nooit gekend. Ik ook niet. Daarom was ik ook zo hulpeloos. En de wijn die we meegebracht hadden een noodgreep om de duisternis van me weg te houden. Ik begrijp dat je daarna, toen je weer terug gefladderd was, boos werd omdat een picknick zonder drank een beetje troosteloze bedoening zou worden. Maar wat kon mij die barbecue schelen. Dat donkere gat waar ik in staarde begon mij langzaam naar binnen te zuigen. Ik wilde slechts dat je me vasthield en me nooit meer zou laten gaan.

Het is verbluffend hoeveel gezichten mensen naar elkaar kunnen trekken en hoeveel lading er ligt in de kleinste plooiing van een mond. Ik vond jouw mond heel erg eng, toen. Ik was bang voor elk woord dat eruit zou komen. Die hele kleine verstoring van je bovenlip gaf aan dat er gif in je zat en hoe ziek je daarvan was. Al het vuur uit de hel zou nog niet op kunnen tegen dat gif en ik al helemaal niet. Dat je gelijk je beste vriendin belde toe we thuis kwamen, nam ik je ook niet kwalijk, ook al wist ik dat een verblijf bij haar betekende dat je mij had opgegeven. Als je tot rust gekomen was, zou je wel weer openstaan voor een gesprek. Dat was mijn houvast. Want praten konden we, vanaf het prille begin. Wat waren die avonden toch heerlijk, elkaar verbazend met een open kijk in onze ziel. Maar vanaf toen zwegen we met die bittere trek om de mond.

Na maanden stond je voor de deur; ik wist dat je terug zou komen. Al was het maar voor je 'spulletjes' waar je zo verslaafd aan was en waarmee je zo kenbaar toch een gewoon meisje bleek. En nu ben je hier en kan ik je weer van dichtbij bewonderen. Ik heb je altijd aanbeden en zal nooit genoeg krijgen van je schoonheid. Nooit. Hoor je, liefje? Ook niet van je bebloede gezichtje nu.

Carlijn
Laatst aanwezig: 2 jaren 3 weken geleden
Sinds: 6 Mei 2009
Berichten: 183

En het was exact op het moment dat de zon opkwam, dat de vogel overvloog. Laag, vlak over ons heen. Rondom ons begonnen de vogels te tjilpen en te fluiten. Ze zongen de zon tegemoet. Slaperig glimlachte je naar me, nog in je witte zomerjurkje van het strandfeest. 'Ik moest maar eens gaan,' mompelde je. Ik kon niets anders doen dan glimlachen. Het geluk van de hele wereld was met mij. Het mooiste meisje van het feest, van onze school. En hier lag zij in mijn armen.

Ik probeerde met alle macht het moment in mijn geheugen in te graven. Het ruisen van de zee, de ziltige zeewind. Nog enigszins fris maar vol van de belofte van een nieuwe warme zomerdag. Het schreeuwen van de meeuwen in de verte, het zachte zingen van de vogels in de duinen om ons heen. Je haar rook naar warm zand en een vage geur van zonnebrand.

Langzaam kwam je overeind en roerde met de tenen door het zand. Onder het helmgras naast je voet staken een paar zwarte veren uit. "Misschien liggen we wel precies op z'n nest", zei je terwijl je ogen de hemel afspeurden naar de vogel die ons zojuist uit onze dromerige slaap hadden gewekt. Ik haalde mijn schouders op. "Plek zat voor nesten hier", antwoordde ik een beetje stoer.

Ze grinnikte, pakte twee veren, stond wiebelig op en liep al pirouettes draaiende de duin op. Het was op dat moment eindeloos zomer en wij zouden voor altijd samen zijn.

moederisthuis
Laatst aanwezig: 1 jaar 16 weken geleden
Sinds: 30 Nov 2011
Berichten: 0

Weg van het lawaai.

Haar hand veegde door het koele zand. Langzaam maakte ze cirkels met haar vingers terwijl ze voor zich uit staarde. Het zachte zand voelde koel onder haar blote voeten. De zon begon onder te gaan en dat was te voelen. De zwoele zweterige warmte van die dag maakte plaats voor de aangename en de welkome avond. Het bleef lang licht, want het was hoogzomer. Langzaam liet ze zich achterover vallen in het zand en leunde op haar ellebogen. Haar armen prikten, de zon had z'n werk gedaan, ze was verbrand maar het deed haar niet zoveel. Ze veegde met een paar trage bewegingen het zand van haar witte korte broek.

Ze moest even weg, weg uit de drukte, weg van het feest. Er was zoveel lawaai en zoveel mensen. Ze genoot van de stilte om haar heen op de zandvlakte. Niemand om haar heen. Geen mens in de buurt. Het was daar gelukkig oorverdovend stil. Het gaf haar rust. Zo zou het altijd moeten zijn vond ze. Ze kon eindelijk haar gedachten op een rij krijgen. 'Het moet anders, gewoon anders.' Dacht ze. Maar hoe kon ze dat voor elkaar krijgen? De gedachte om weer terug te gaan naar het oude maakte haar verdrietig. Een traan viel op haar door de zon verbrande huid. Het leek haar te veel te worden.

Al het geschreeuw en gezeur, het zoog haar helemaal leeg. Ze kon er niet meer tegen. Het laatste beetje energie wat ze nog over had, had ze gebruikt om het tuinfeest te organiseren. Het was druk op het feest. Na een paar slokken witte wijn en het zoveelste verhaal van de buren hebben moeten aanhoren over de overburen die volgens hun binnenkort uit hun te dure woning zouden worden uitgerookt door de bank, trok ze zich terug in het achterste gedeelte van de tuin. Tussen de struiken en bomen was het koel en aangenaam. Ze bekeek het hele tafereel van een afstand.

De roddelende buurvrouw die over alles en iedereen een mening had behalve haarzelf krabde in de veronderstelling dat niemand het kon zien aan haar enorme achterwerk. Daardoor bleef haar zeegroene zomerjurk in haar bilnaad hangen wat haar achterwerk nog meer accentueerde en bleef zo de rest van de middag rondlopen. De buurvrouw keuvelde dan weer bij het ene groepje mensen, dan weer bij het andere groepje mensen, glaasje wijn in de hand en zomerjurk in haar bilnaad. Gegrinnik kwam van het groepje mensen verderop waar ze net haar oninteressante verhalen gedaan had.

Achter in de tuin tussen de struiken realiseerde ze zich dat dit niet is wat ze wou. Het was genoeg geweest. Ze had het nooit moeten doen, maar op het moment leek het een goede beslissing. Ze leunde met haar hoofd tegen de oude eik achterin de tuin. De schors was robuust en hard. Niemand kon haar zien. Ze was het zo verschrikkelijk zat. Het antwoord kan toch niet zo moeilijk zijn? Ze deed een paar stappen achteruit en draaide zich om.

Darkvalley
Laatst aanwezig: 1 jaar 44 weken geleden
Sinds: 30 Apr 2015
Berichten: 505

“Jakob, laat me niet alleen.” In de verte hoorde ik het pruttelen van zijn motor. Hij had me achter gelaten. Alleen in de duinen in dit onbekende land. Het ene moment nog renden we als losgeslagen idioten door het natte zand, dartel als twee vlindertjes in een hete zomerzon. Het was begonnen als een grap. Hij had de reis geboekt voor twee en zijn relatie was kapot gegaan. De kaartjes waren al betaald en hij kreeg zijn geld niet terug. Ik kende hem van vroeger en had voor de grap gereageerd op zijn “wie wil er mee” advertentie, wist ik veel dat hij het serieus bedoelde. Op de basisschool was ik stiekem verliefd op hem geweest maar doordat we verhuisde had ik hem daarna alleen nog maar online en via de telefoon gesproken en nooit meer gezien.

Nog voor ik het wist zaten we op het vliegtuig, licht bepakt want het was een all inclusive. Ik voelde me weer een klein meisje met vlinders in mijn buik. De eerste dag was nog leuk. Lekker op een strandstoel alle drankjes uitproberen die op de kaart stonden. In het vliegtuig had hij het wel over zijn zoektocht naar zichzelf. Ik dacht dat hij het niet zo letterlijk bedoelde en nog een beetje van de kaart was omdat Mirri hem had gedumpt. Niet zo heel erg, ik zag wel wat er ging gebeuren. Nu was hij weg met de tas waar ook mijn paspoort en geld in zaten. Het enige wat ik nog had was de sleutel van de kamer in het hotel. Shit hij had zelfs mijn telefoon mee.

Snel liep ik terug naar de ingang van het hotel. De baliemedewerker keek me bevreemd aan. We zouden hier acht dagen blijven en dit was de pas de vierde dag. Hij kwam wel terug zei ze in gebroken Engels. Mannen deden wel vaker vreemd. Ga maar naar je kamer en wacht was haar advies. Ik was daar niet zo zeker van. Wat als hij een ongeluk had en hij keek vreemd uit zijn ogen na vannacht. Misschien waren we te ver gegaan. De drank had er hard ingehakt en ik was niet helemaal zeker wat er gebeurd was. Ik ging terug naar de kamer en zakte op het bed. Buiten hoorde ik het geloei van de moskee. Nog even en dan zou het avondgebed beginnen. Tegen de televisie aan stond een briefje. Ik had dat helemaal gemist toen ik binnen kwam. Snel stapte ik ernaartoe en viel bijna over die stomme schoenen die ik speciaal had gekocht voor deze vakantie. Hard kwam ik tegen de kast aan en de televisie wankelde een beetje.

Het briefje leek haastig geklad te zijn en voelde vrij zwaar toen ik het oppakte. Aan de achterkant zaten twee veren vastgeplakt. Aan de veren hingen ringen. Mijn hart stopte toen ik het briefje omkeerde. ‘Jij bent mijn alles al vanaf dat we klein waren. Wil je met me trouwen? Dan zie ik je straks achter de duinen.’

Krist Ensing
Laatst aanwezig: 1 week 3 dagen geleden
Sinds: 7 Mei 2015
Berichten: 0

Haar armen gaan sierlijk op en neer, als de lome slagen van een zilverreiger hoog in de lucht. In iedere hand houdt ze een grote zwarte veer vast. Ze loopt op haar tenen, rustig, haast behoedzaam. Dan voert ze het tempo op. Steeds harder rent ze en steeds sneller gaan haar armen op en neer. Nu als een eend die de zwaartekracht nauwelijks de baas kan blijven. Harder. Nog harder. Dan laat ze zich uitgeput op de grond vallen.

Op haar achtste verjaardag kreeg ze van haar vader een dromenvanger, een ring van hout, met daarin een web geweven in de vorm van een Amaryllis. Via donkerrood gekleurde kraaltjes was de ring verbonden met vijf ravenzwarte veren. Volgens haar vader hingen de indianen een dromenvanger boven hun bed. ‘s Nachts zou de dromenvanger nare dromen strikken in zijn web en alleen de mooie dromen doorlaten.

Dat was acht jaar geleden. Sinds kort was haar leven een nachtmerrie. Zowel in haar slaap, als overdag zag ze steeds dezelfde beelden, beelden die haar misselijk maakten en de adem benamen.

Het gebeurde twee weken geleden. Ze was net terug uit school en had samen met haar moeder thee gedronken. Ze hadden samen gelachen om een grap die haar vriendin in de klas had gemaakt. Daarna was ze in haar slaapkamer aan haar huiswerk begonnen. Vader zat op zijn werk en haar broertjes waren die middag gaan zwemmen in de rivier. Opeens had ze haar moeder horen schreeuwen. Daarna twee harde schoten. Ze rende de trap af naar de keuken en zag haar moeder liggen op de tegelvoer. Haar jurk kleurde rood en ook uit haar mond sijpelde bloed. Haar moeder wilde nog iets zeggen, maar na wat onverstaanbare klanken viel haar hoofd opzij.

Sindsdien werd haar moeder elke nacht vermoord.Iedere nacht opnieuw de schoten, het bloed uit moeders mond en de lege blik in haar dode ogen. De dromenvanger bood geen bescherming. Ongefilterd namen de gruwelijke beelden bezit van haar dromen.. Vanochtend, na weer een afschuwelijke nacht vol angstzweet, spookbeelden en ijselijk geschreeuw, zag ze de dromenvanger hangen, kalm draaiend om zijn as. Ze had hem van het plafond gerukt en was ermee naar buiten gerend. Daar had ze hem voor het huis op de grond gesmeten en met haar voeten vertrapt, tot hij helemaal uit elkaar lag. De wind tilde twee veren op en blies ze over straat. Ze rende erachteraan en raapte ze op.

Haar lichaam schokt. Zand plakt aan het zweet, de tranen en het snot op haar gezicht. Na een tijd kalmeert ze en komt moeizaam overeind. Met haar handen slaat ze het zand van haar nachthemd en wrijft haar gezicht schoon. De veren liggen verfomfaaid op de grond. Ze strekt haar rug. Haar moeder is er niet meer, maar haar broertjes en haar vader zijn er nog wel. Ze hebben haar nodig, meer dan ooit. Langzaam loopt ze terug naar huis om het ontbijt klaar te maken.

Twinkling Star
Laatst aanwezig: 47 weken 3 dagen geleden
Sinds: 5 Aug 2014
Berichten: 3

Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Daar gaat ze, mijn meisje. Ze is zo mooi. Haar slanke lichaam wervelt rond in het zand, haar haren dansen in de zon. Na al die maanden slooft ze zich nog steeds voor me uit. Ze weet best dat ik haar nooit meer zal laten gaan, maar ze weet hoe mooi ik haar vind als ze zo danst. Ze houdt van de blik die in mijn ogen verschijnt wanneer ik naar haar sensuele bewegingen kijk. Wanneer ik haar teder vasthoud als ze straks uitgeput naast me in zand ploft. Ze is zo allemachtig mooi, in haar witte jurkje.

Met vloeiende bewegingen komt ze naar me toe gewerveld, twee zwarte struisvogelveren in haar hand. Langzaam draait ze rondjes om me heen. Ik kan de subtiele geur van haar bodylotion ruiken, vermengd met de stoffige woestijnlucht. Af en toe voel ik haar warme adem in mijn nek, gevolgd door een zijdezachte streling van een veer. Ze plaagt me, ze maakt me gek en ze weet het.

Ik zie hoe haar adem versnelt. Ze wordt moe en ze ziet er verhit uit, maar dat maakt haar alleen maar aantrekkelijker. Ik kijk naar de rozige blosjes op haar wangen, naar haar perzikkleurige huid die glanst in de zon. Naar haar ranke hals en haar zoete huid. Naar haar reebruine ogen die oplichten als flonkerende diamanten. Naar haar lange, slanke benen en haar prachtige borsten. Ik zou ze zo graag willen bevrijden uit haar strakke jurkje, ze willen strelen en kussen, beminnen en liefhebben.

Ik heb het ook heet gekregen, maar niet alleen door de brandende woestijnzon. O God, wat houd ik veel van haar.

Langzaam laat ik mijn ontblote bovenlijf in het warme zand zakken. Ze kijkt naar me, met een blik die meer zegt dan duizend woorden. Steeds langzamer cirkelt ze om me heen. Ik zie het verlangen in haar blik, haar smachtende ogen. Ik weet dat ze op me wacht. Haar lichaamstaal vertelt me alles wat ik moet weten.

Terwijl ze in slow motion langs me beweegt, glijden mijn vingertoppen zachtjes langs haar bovenbenen. Ze zucht, duwt haar been iets dichter tegen mijn vingers. Voorzichtig laat ik mijn hand verder omhoog gaan, langs haar heupen en hoger. Ik voel de koele stof van haar jurk onder mijn vingers. Zachtjes streel ik haar borsten, en ze geeft zich over. Ze siddert. Ik pak haar arm en trek haar in een vloeiende beweging bovenop me. Onze lippen vinden elkaars zoetheid, gedreven door passie en hartstocht. Ik streel haar rug, laat mijn hand door haar haren gaan en vind de ritssluiting. Haar adem stokt...

Kronkelgedachten
Laatst aanwezig: 1 jaar 32 weken geleden
Sinds: 27 Nov 2011
Berichten: 6

Zwarte veren.

Langzaam verandert het blauw van de zee in donkergrijs. Op de houten uitkijktoren in de duinen staat een jongeman te staren naar het verlaten strand. Behalve een onrustig bewegende witte vlek bij de vloedlijn is er niet veel meer te onderscheiden in de invallende duisternis. Even volgen zijn ogen het smalle witte lijf met de zwarte vleugeltippen die over het zand lijkt te dansen, meer reactie dan hopen dat hij weg vliegt is er niet. Hij wil geen enkele getuige, zelfs geen gewonde vogel.

Met gesloten ogen, zijn ene hand om de fles en de andere rond de houten balustrade geklemd, luistert hij naar het ruisen van de zee. Hij wacht op de maanloze nacht. Een hand woelt door zijn haar en verrast kijkt hij om. De realiteit treft hem als een stomp in de maag: het was slechts de wind die hem beroerde. Dezelfde wind die tevergeefs probeert zijn tranen droog te blazen.

Nooit meer zal ze door zijn haren woelen, nooit meer. Hij kon het niet geloven dat ze bij hem wegging, wilde haar niet loslaten. Woeste woordenwisselingen en vernederingen volgden. Steeds kwetsender klonken haar verwijten om maar tot hem door te dringen. Hij begreep niet dat het haar helemaal niets deed dat hij haar miste, nauwelijks sliep, radeloos was en elke minuut aan haar dacht. Ook al was ze weg, ze bleef verankerd in zijn denken. Zijn wanhoop sloeg om in woede, tot ook die verdween voor gelatenheid. Uiteindelijk voelde hij zich leeggezogen, afgedankt, verraden.
'Je moet het accepteren,' zeiden zijn vrienden, 'ze komt niet terug, begin een nieuw leven.'
Na nog eens vele slapeloze nachten is het hem gelukt: het besef is gekomen, maar ook de zekerheid dat hij een nieuw leven zonder haar niet wil. Hij heeft pijn, zoveel pijn. Die pijn moet stoppen, en hij zal hem stoppen. Vannacht. Langzaam keert hij zich af van de zwart wordende zee en laat zich met zijn rug tegen het hekwerk aan op de grond zakken. Houtsplinters blijven haken in zijn trui. Hij neemt nog een laatste verdovende slok.

Voor hem staat een witte engel. Heen en weer wiegend op haar lange slanke benen kijkt ze onbewogen op hem neer.
'Kun je niet weggaan?' vraagt de engel.
Grote zwarte pupillen in een bleek gezicht staren hem aan. Haar witte armen met aan de uiteinden een grote zwarte veer maken rusteloze bewegingen.
'Waarom zou ik weg moeten?'
'Omdat ik wil vliegen.'
Wankelend komt hij overeind. Zij is mooi zijn engel. Zwijgend pakt hij haar bij de hand en ze klimmen, elkaar steunend, op de rand van de balustrade. Als zij hem een zwarte veer aanbiedt, kust hij haar zachtjes op de mond. Haar lippen reageren en ze slaat haar armen om zijn hals. Zich aan elkaar vastklampend vliegen ze weg naar de eeuwigheid, de zwarte veren sierlijk wapperend in de wind. Alle pijn is verdwenen.

Agent-00X
Laatst aanwezig: 11 weken 3 dagen geleden
Sinds: 20 Mei 2015
Berichten: 2

De vogel is gevlogen

Behoedzaam liep ze over het hete zand. De twee veren die ze had gevonden, nam ze mee. Waarom ze dat deed, wist ze eigenlijk niet. Alles wat interessant leek moest ze meenemen. Ook in haar vrije tijd, zoals nu. En met interessant werd bedoeld: stenen, stenen, water, stenen. Maar over veren was niet gerept op de basis. Waar kwamen die vandaan? Water was er nauwelijks, maar het was er rijkelijk aanwezig vergeleken met het aantal vogels.

Ondanks het schoeisel gloeiden haar voeten. Het was een graad of 45. Heerlijk, zo'n trainingskamp voor een reis naar Mars waar het zomers hooguit 20 graden aan de evenaar wordt.
“Diana. Wat heb je bij je?”
“Veren. Het lijken wel struisvogelveren. Maar hoe komt een struisvogel hier, nota bene op de top van Piek Delta?” Haar collega bekeek de twee pluimen, maar kon geen touw aan vastknopen over de herkomst ervan. Gebiologeerd draaide hij zich om en liep naar het laboratoriumgedeelte van de basis.
“Raar. Het heeft de structuur van een vogelveer, maar er klopt hier iets niet. En het voelt ook zo warm aan, alsof het nog leeft.”
"Ik heb het de hele tijd in mijn handen gehad. Vind je het gek dat ze dan zo warm zijn." Toch vertrouwde de man het niet.

De kille ruimte voelde aangenaam. Over de schouders van twee mannen keek Diana hoe er gesold werd met de veren.
"Zeg Ben, hou je het wel netjes? Ik heb je die dingen niet voor de lol gegeven."
"Die dingen zijn keihard. Ik krijg de scalpel er niet doorheen. Wat zijn dit voor een veren?" Met een ferme klap sloeg Ben een veer tegen de onderzoekstafel. Er klonk een knal als van een zweep. Verbaasd keek het drietal elkaar aan. Nogmaals werd de veer tegen de tafel gemept, met hetzelfde resultaat.
"Ik denk dat Claus moet komen," opperde Diana.
"Dat lijkt me ook. Karl, roep jij hem? Wij maken Lab-2 gereed." Terwijl Karl met gezwinde spoed het lab uit liep, legde Ben de veren op tafel en ging met Diana naar een andere ruimte.

"Zo, Ben. Vertel het mij eens. Je had wat te vertellen over veren?" Een man dat een afgetrainde kerstman had kunnen zijn, liep Lab-2 binnen.
"Ze liggen op tafel in Lab-1, daar waar Karl staat. Diana had ze gevonden op Piek Delta." Karl keek een beetje verbaasd naar de tafel.
"Weet je zeker dat ze hier liggen? De tafel is leeg."
"Wat?! Hoe kan dat nou?" Drie paar benen snelden naar de plek waar Karl stond. Er lag niks, niet op de tafel, niet er onder. "Dit moet een grap zijn," gromde Ben. Zorgvuldig doorzochten ze de gehele ruimte.
"Kijk!" riep Diana, staande bij de deur van de gang. Ze wees naar buiten. "Daar gaan ze!" Als door een touw getrokken zweefden de veren door het luchtruim, weg van de basis vandaan.

CrystalMarga
Laatst aanwezig: 6 weken 3 dagen geleden
Sinds: 20 Mei 2015
Berichten: 42

Ze kijkt om zich heen. Verbijsterd vraagt ze zich af hoe ze hier verzeild is geraakt. Er is niet anders dan een lege droogte waar niets groeit of leven kan. De stilte overweldigt al het andere. Geen geluid of beweging is merkbaar. Ze is alleen, overgeleverd aan zichzelf. De brokstukken om haar heen zijn scherp gestapeld en vormen hoge obstakels die haar weerhouden verder te gaan. Niets heeft ze meer, alleen de onschuldige bescherming die ze beschadigt draagt en de adem die haar stem stil doet schreeuwen.

Ze kijkt achterom maar ook daar is niets. Een vage mist doet haar vergeten wat is geweest. Alleen flarden van het pad waarover ze is gekomen, zijn zichtbaar. Haar voeten verraden de ruwheid van haar weg. De stank van ontnomen leven dringt zich op. Haar adem stokt bij het horen van klapwiekende wezens die zich boven haar verzamelen.

Haar blik verruimt, ze kijkt vooruit. In de verte gloort zacht licht. Groeiende hoop wakkert de lust om te leven aan. Ineens voelt ze hoe moe ze is, zwaarte overmant haar en doet haar liggen. Vloeiend sluiten zich haar ogen terwijl ze wegzakken in een sombere slaap. Even maar onttrekt de werkelijkheid zich aan haar zicht.

Een moment is ze daar waar ze was. Gekleed in kleurrijke kleren danst ze door de dag. Ze snuift de geuren van liefde en leven en ze bloeit. Haar hart glanst zichtbaar voor wie haar ziet. Onbevangen leeft ze vol vertrouwen met hem, die haar zei te beminnen. De kleuren vervagen tot grauwgrijs en over haar gezicht rollen tranen van ontgoocheling. Hij, die zei haar te beminnen nam en kerfde diep zijn woorden in haar ziel. Zijn wreed verraad slaat haar neer en bouwt de muur waardoor leven haar niet meer kan bereiken. Haar ogen zien niets en hem niet meer.

Droge hitte roept haar wakker. Ze staat op en strekt zich langzaam uit. Haar dag vordert en vraagt haar gedachten. Vaag verleden mengt zich met de rauwe werkelijkheid.
Het geluid van dood komt dichterbij, haar adem stokt. Een windvlaag scheert hem langs haar heen. Ze draait om en kijkt in een reflex hem in de ogen en dan omhoog en grijpt het licht. In haar handen zijn zachte vleugels, een trofee van overwinning, die haar doet stijgen over de plaats van de dood.

Onzichtbaar beweegt een lichtende gestalte met haar mee en leidt haar beschermend naar de nieuwe dag, die achter de brokstukken verrijst. En waar zij was is niet meer gevonden.

ilsevanderwoude
Laatst aanwezig: 1 jaar 51 weken geleden
Sinds: 2 Jun 2015
Berichten: 0

Oase
Het gevoel was weg, maar ik kon door. De drugs maakte me kapot en beter tegelijk. De donkere lucht had plaats gemaakt voor zon. Het zand werd heet maar ik voelde niet.
Ik liep naar een plek maar ik weet zelf niet welke. De oase van drugs was sterker dan mezelf. Het verleden en een toekomst hadden plaats gemaakt voor het nu.
Steeds verder liep ik door, een plek waar niemand was. Alleen ik.
De drugs was een engel, alleen voor mij. Ze liet me vergeten dat ik moet zijn.
Mijn liefde was weg. Niemand kon mij nog wat doen.
Ik liep maar toch stond ik stil. Het werd langzaam donker, en ik was alleen. De engel vertrok zonder te iets te zeggen. De oase was weg, en ik stond op straat. Een auto toeterde en mijn kleding was nat van de regen. De pijn kwam terug en ik hoorde de muziek achter me.
Ik moest opzoek naar een nieuwe engel..
Zodat ik niet meer hoefde te voelen.

Zara Mansourova
redactie
Laatst aanwezig: 5 uren 38 sec geleden
Sinds: 5 Feb 2013
Berichten: 53

Gefeliciteerd moederisthuis!

Met jouw verhaal heb je deze editie van de foto-schrijfopdracht gewonnen.

Jij wint het boek Schrijven vanuit je hart, de kunst van creatief schrijven van Natalie Goldberg. We nemen contact met je op via het contactformulier van Schrijven Online.

De volgende foto-schrijfopdracht verschijnt spoedig online.

Schrijven Magazine: geen nummer meer missen?

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine! Profiteer van onze superaanbieding!

Profiteer nu!

Door ervaren, professionele redacteuren. Goed én betaalbaar!

Meer informatie
Schrijven Magazine SUPERAANBIEDING

Korting én 3 cadeaus!

Word nu abonnee!
Neem een abonnement op Schrijven Magazine.

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine. Profiteer van onze superaanbieding!

Korting én cadeaus!