Start » Foto schrijfopdracht » Foto-schrijfopdracht #4

Foto-schrijfopdracht #4

Iedere zes weken kun je op basis van een foto een kort verhaal, gedicht of onderschrift verzinnen om kans te maken op een prijs.

De vierde editie is gesloten.

De opdracht van de vierde editie is: schrijf een verhaal of gedicht bij de foto. Gebruik dit als eerste zin: Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker. Wat gebeurt daarna? 

Met jouw verhaal maak je kans op het boek Schrijven is schrappen van Hans Hogenkamp.

Zo werkt het

• Schrijf een zeer kort verhaal (max. 500 woorden) of gedicht op basis van het thema/opdracht en de bovenstaande foto.
• Plaats jouw inzending in een reactie hieronder.
• Er wordt maar één reactie per deelnemer toegestaan. Meerdere of dubbele reacties worden verwijderd.
• Gelieve niet te reageren op andermans inzendingen.
• Iedereen met een Schrijven Online-profiel kan deelnemen. Nog geen profiel? Maak er hier één aan.
• Zes weken na plaatsing van de opdracht wordt door ons een winnaar gekozen. Dit wordt bekendgemaakt in een reactie, waarna de winnaar wordt gecontacteerd over de prijs.

De prijs: het boek Schrijven is schrappen van Hans Hogenkamp.

We zijn benieuwd naar jullie verhalen en gedichten!

Foto via Shutterstock.

Reacties

edwinchantalenq...
Laatst aanwezig: 5 weken 5 dagen geleden
Sinds: 18 Feb 2011
Berichten: 7

Ik kan geen kant op. Het monster belemmert de doorgang tussen mijn bed en de slaapkamerdeur. Langzaam en met bonzend hart hijs ik mezelf omhoog tot zit. Het monster staat hijgend en kwijlend voor me, zijn ene oog vervaarlijk alle kanten opdraaiend. Een ogenblik ontspan ik als ik in de gaten krijg dat hij ook niet goed weet wat hij moet doen nu hij binnen is. Mijn vraag is er dus al uit voordat ik mezelf überhaupt heb afgevraagd of je wel gewoon met monsters kan communiceren. 'Waarom b...ben je hier?' stamel ik. Het monster schudt zijn hoofd wild heen en weer, alsof hij de woorden wil ontwijken. Hij wil niet praten, maar er gewoon zijn en z'n enge ding doen. Ik schrik van zijn wilde gebaren, maar dan steek ik, in een impuls, mijn hand naar hem uit. Ik voel zijn koude knobbelige huid onder mijn vingers en huiver. In zijn grote oog zie ik woede vermengd met verbazing. Hij is het vast niet gewend om aangeraakt te worden. Hij sist angstaanjagend, maar toch laat hij mijn hand met rust. Dat geeft moed. 'Wat wil je van me?' vraag ik weer en kijk voorzichtig naar hem op. Zijn pupil is nu een speldenprikje en woede flitst door zijn oog als hij nog eens naar me brult en daarbij mijn hand van zijn arm slaat.
‘Oké, praten is geen goed idee’, denk ik verward. Zijn oog is strak op mij gericht. Ik kan niet anders dan terug kijken. En dan zie ik het. Heel even, maar overduidelijk. Mijn hart slaat over. Ik kijk nog eens goed en laat me niet meer afleiden door zijn gegrom en gesis. Weer is het daar en het ontdooit me. Ik kruip over mijn bed naar hem toe. Mijn knieën knikken, maar ik zet door. Als ik bij hem ben, ga ik op het bed staan. Nog steeds reik ik maar tot aan zijn kin. Het monster houdt op met schreeuwen. Ik voel zijn koude adem in mijn gezicht als ik naar hem op kijk. Zijn oog heeft zich tot een spleetje samengeknepen. Toch zie ik nog steeds onmiskenbaar wat ik al die nachten dat ik over hem droomde over het hoofd zag. Ik sluit mijn ogen en sla dan mijn armen om het monster heen. Ik leg mijn hoofd voorzichtig op zijn bultige borstkas. 'Ik zie je' zeg ik zachtjes tegen hem. Even gebeurt er niets, maar dan voel ik het harde lijf van het monster ontspannen. Daar waar onze lichamen elkaar raken wordt het warm. Ik voel niet meer waar het mijne ophoudt en het zijne begint. Eigenlijk zou ik doodsbang moeten zijn, maar dat ben ik niet. Ik laat het gebeuren. Zo staan we, minuten..uren? Ik weet het niet. Als ik mijn ogen open, is het monster weg. In mijn armen tintelt slechts de koude ochtendlucht. Ik houd niets meer vast en voel me licht en bevrijd. Glimlachend kruip ik terug onder de dekens. Eindelijk heb ik hem vergeven.

Twinkling Star
Laatst aanwezig: 30 weken 5 dagen geleden
Sinds: 5 Aug 2014
Berichten: 3

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Je bent echt wakker, maar ik zie dat je het nog niet gelooft. Je wrijft jezelf in de ogen, gaat wat rechterop zitten, wrijft jezelf nog eens in de ogen.
En dan, wanneer je beseft dat het de bizarre werkelijkheid is, worden je ogen zo groot als schoteltjes. En je begint te gillen, zo allemachtig hárd te gillen.

Wees nu voorzichtig lieveling. Maak het nu niet erger dan het al is. Hij zal alleen maar bozer worden als je zo blijft gillen.
Ik zou je met alle liefde willen beschermen, maar ik kan het niet. Ik kan alleen maar toekijken. Ik weet wel dat het allemaal mijn schuld is. Ik heb er al voor geboet, maar nu ben jij aan de beurt. Waarom heb je dan ook niet geluisterd toen ik tegen je zei dat je sloten op de ramen moest maken? Je wist toch dat het gevaar op de loer lag? Of dacht je dat het probleem er niet zou zijn als je het maar stug bleef ontkennen? Ach lieverd, waren we maar verstandig geweest.

Dreigend komt de man in de richting van je bed, van achteren beschenen door maanlicht. Zijn ruime zwarte kleding kan zijn forse postuur niet verhullen. De trek om zijn mond is grimmig. Vastbesloten. Verzetten heeft geen zin. Je wist dat hij je op een dag zou vinden.
Stap voor stap komt hij dichterbij. Langzaam. Doelbewust.
Je beeft als een rietje. Voor het eerst in je leven lijk je doodsbang. Je duikt in elkaar, niet in staat om toe te kijken hoe hij dreigend dichterbij je komt.
Je armen verdwijnen onder het kussen, je hoofd perst zich ertegenaan.
Je schrikt: een koude vlaag lucht strijkt langs je donkerbruine haren. Is hij er al bijna?
De vloer kraakt, vlak naast je bed. Waarom schiet hij niet op? Waarom maakt hij er niet gewoon snel en efficiënt......

Nee, nee! Ren dan weg lieveling! Waarom doe je niets?! Het raam staat open. Waarom vlucht je niet? Je moet vechten voor je leven, want ik kan het niet meer. Heb je dan niet gezien wat hij bij zich heeft?
Ik wil dit niet zien. Ik wil niet toekijken hoe je op brute wijze vermoord wordt. Dit is mijn straf, de straf van de kwade geesten. De geestenwereld is harteloos. Ze kwellen me. Ze weten dat ik jou in dit alles heb meegesleurd.
Kom op nu lieverd, doe iets. Je verdient beter dan een kwellend bestaan als dit.

Geluidloos haalt de man een stuk touw uit zijn zak. Hij buigt zich over haar trillende gestalte heen, pakt de beide uiteinden van het touw beet en dan... bliksemsnel draait ze zich om. Het lemmet van een mes blinkt in het maanlicht. Verbaasde ogen. Gorgelend valt hij achterover.

Ik wist wel dat je dapper was, mijn liefste!

Leotjee
Laatst aanwezig: 18 weken 6 dagen geleden
Sinds: 9 Nov 2014
Berichten: 6

Het monster van je gedachte

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker. Je ogen staan wagenwijd open en je kan ze eigenlijk niet geloven. In een reflex trek je het dekbed over je hoofd en knijp je je ogen dicht. Je wil je adem inhouden maar door je verhoogde hartslag hap je toch naar lucht. De tijd lijkt eeuwig te duren en je voelt langzaam een traan langs je wang lopen. Of is het zweet? Je hebt het bloedheet en je voelt de druppels langs je rug lopen. Je haren worden langzaam nat en plakken aan je wangen. Het is benauwd onder je deken, maar wat als je nu er onder vandaan komt? Wat gaat er dan gebeuren? Gaat hij je aanvallen en oppakken? Kneedt hij je dan zodanig dat je al jou problemen uitkots maar je er dan nog meer zorgen over gaat maken? De gevolgen gaan misschien onherstelbaar worden, dus wat kan je het beste doen om jezelf ook voordeel te geven? Het monster kijkt vast naar je. Hij lacht vast hard over alle dingen waar je aan zit te denken nu. Maar je moet echt frisse lucht hebben. Je kan niet voor eeuwig onder dit benauwde dekbed blijven liggen. Je ligt op je zij met je rug naar hem toe. Je gezicht ligt naar je wekker, misschien zie je de tijd nog snel…Je pakt met je hand het dekbed en je doet hem snel op en neer. Gegrom laat je trommelvliezen trillen maar voordat je er verder bij nadenkt heb je jezelf alweer verborgen onder het dekbed. Koude lucht verfrist je kleine wereld die zich onder je dekbed bevind. Het beeld van je wekker die drie uur aangeeft flitste voorbij en je zucht. Hoelang laat dit monster jou hier nog piekeren? Je doet je ogen dicht en probeert aan andere dingen te denken maar het monster komt steeds weer terug. Waarom gaat hij niet gewoon weg!? Het liefste zou je hem eigenlijk in elkaar willen slaan en het vertellen hoe je erover denkt, maar dat gaat niet. Want angst heeft zich over je ontfermt. Toch zie je die beelden in je hoofd. Hoe je hem boos aanspreekt en hoe je hem eventueel een klap verkoopt als hij te dreigend overkomt. Plots stijgt je ademhaling en word je boos. Je voorhoofd doet pijn van het ernstig fronsen. Je hartslag stijgt nu van adrenaline en je slaat het dekbed van je af. Er klonk een doffe klap van je voeten die de grond raken. Je staat naast je bed met je handen als vuisten. Verward kijk je om je heen. Waar is hij? Je hoort zacht gekreun en kijkt achter je. Je partner draait zich om en kijkt je vragend aan.
‚Er was een monster’ stotter je, maar je partner schud zijn hoofd. Je gaat zitten en wrijft met je handen door je haar. Er loopt een traan over je wang. Waarom komt hij telkens terug?

W Rynlandt
Laatst aanwezig: 1 jaar 8 weken geleden
Sinds: 17 Aug 2014
Berichten: 1100

DE BRUG

‘Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.’
De stem die het zegt is dwingend, verplicht mij terug te denken aan die bewuste nacht. Sinds wanneer gebruikt de recherche een hypnotiseur om mensen te doen spreken? Het is een laffe aanslag op mijn integriteit. Ik wil dit niet. Ik heb het hem beloofd, maar mijn moeder ziet het anders. En waarom noemen ze hem een monster?

Op het ogenblik dat hij door het raam klom, rook ik onmiddellijk de geur van rioolwater. De helft van zijn gezicht ging schuil achter een smerige baard. Het was dezelfde man die al wekenlang iedere nacht naar mijn raam stond te gluren. Nu was hij binnen. Hij kwam naar mijn bed. Roerloos en verstijft wachtte ik op wat komen ging. Hij nam een stoel en kwam bij me zitten.
Pas toen ik zijn ogen zag, herkende ik hem.
‘Je hebt Arne vermoord.’
‘Olivia, nee.’
‘Je hebt Arne vermoord.. kom je nu voor mij?’
Hij keek me doordringend en radeloos aan. Geen antwoord.
‘Je bent een monster.’
‘ssst... niet zo luid!’
‘Ik ga gillen.’
Hij sloeg zijn hand op mijn mond. Een vuile handschoen met afgesleten vingertoppen. Hij boog zich over mij heen.
‘Stil, Olivia.’
Ik rook zijn stinkende adem, moest bijna kotsen. Hij loste zijn hand. Zijn ogen smekend.
‘Wat kom je doen, waar heb je al die tijd gezeten?’
‘Ik heb Arne niet vermoord.’
‘Moet ik je geloven?’
‘Ja.’
‘Waarom zou ik?’
‘Omdat ik je de waarheid ga vertellen.’
‘Wie zegt dat ik niet ga gillen?’
‘Ik sta al weken voor je raam. Je hebt me gezien. Je kon me verklikken.’
‘Klootzak, ik herkende je niet eens.’
‘Ik haalde Arne die avond uit een homobar. Hij was dronken.’
‘Je hebt gezegd dat je hem ging vermoorden, daar zijn getuigen van.’
‘Ja.’
‘Wel?’
‘Hij had drugs genomen. Ik heb inderdaad gezegd dat ik hem nog liever doodsloeg dan hem als een junkie tussen dat schorem te zien.’
‘Je hebt hem geslagen.’
‘Hij wilde niet mee naar huis. Ik haalde hem met geweld uit die bar.’
‘En?’
‘Onderweg ging de ruzie door. Je bent geen man, zei ik. Een man met karakter blijft van de drugs. Bij Sundveien sprong hij plots op de reling van de brug. Ik geen man? Het had geregend. Voor ik het besefte gleed hij uit. Het was springtij en het water was ijskoud. De stroming stond vanuit de haven naar zee. Ik kon niets voor hem doen.’
‘Je belde geen hulpdiensten. Je verdween als een laffe hond.’
‘Ja, ik was laf en totaal in paniek. Mijn mobiel was zoek. Ik durfde je moeder niet meer onder ogen te komen. Later - toen ze hem vonden - zag ik de kranten: “Zoon van politicus verdronken", "Vermoedelijk een gewelddadige dood", "Vader spoorloos”. Al twee jaar leef ik dakloos Olivia. Ik doe boete. Beloof me dat je zwijgt.’
‘Ik beloof het pap.’

W.M. Veerman
Laatst aanwezig: 27 weken 2 dagen geleden
Sinds: 1 Nov 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom.
De droom met het monster dat op je raam bonst.
Alleen… het raam gaat deze keer open.
En je bent wakker. Klaarwakker.

Langzaam komt hij op je af
je staart verstijft van angst naar zijn ogen
vol van jouw angst, pijn en verdriet
je ademhaling word steeds zwakker.

'Ha, nog steeds even laf'
zijn stem klinkt door tot in je ziel
het smijt je terug naar het verleden
met hem vullen herinneringen de kamer

emoties heb je niet in toom
ergens wist je dat deze dag zou komen
je rende weg, kon de realiteit niet aan
het maakte je steeds eenzamer

Hij pakt je vast het monster
en sleurt je mee naar beneden
Waar haalt hij het recht vandaan?
je hebt al zo lang geleden

hoe hard je ook wegrent
hij zal je altijd achterhalen
dan zal hij weer voor het raam staan
het monster van je verleden

Lilithx
Laatst aanwezig: 11 uren 41 min geleden
Sinds: 12 Sep 2014
Berichten: 977

Werkelijk?

Ik trek het laken over mijn hoofd en hou gespannen mijn adem in. Ik concentreer me op mijn hoororgaan, maar hoor niets. Het hele huis, en vooral mijn kamer, is omhuld in een muizige stilte. Het raam ging toch echt open of heb ik dat gedroomd? Ik word onwel door de warmte en het lage zuurstofgehalte. Ik adem zacht in en uit. Zou ik langs een spleetje kunnen piepen en vluchtig naar adem happen? Neen, ik blijf best nog even onder het laken zitten. Mijn belager kan zich stil houden tot ik mezelf kenbaar maak. Maar zou de welving onder mijn laken hem dan niet opvallen? Het is niet dat ik zo klein ben, toch?
Ik schraap mijn keel en wacht. Nu weet hij toch echt wel dat ik hier ben. Waarom gebeurt er dan niets? Dapper ga ik een stapje verder. "Hallo?", hapert mijn stem, terwijl die de kamer aftast. Ik laat een pauze vallen en spits mijn oren, zover dat kan, nog iets meer. Niets, helemaal niets. Heb ik me dan alles ingebeeld? Het lijkt alsof ik al tientallen minuten in dezelfde positie onder het laken zit te zweten. Ik draai me om in bed. Komaan, als er nu nog niet wordt gereageerd, dan kan er echt niets zijn. Ik spreek mezelf moed in, maar de aanhoudende angst is zelfs hoorbaar in mijn eigen gedachten. Ik zal pas gerust zijn als ik de kamer met mijn eigen ogen heb doorzocht. Ik trek het laken weg, in één ruk, en kijk rond me. Het is pikdonker. Haastig strek ik mijn vingers uit naar de schakelaar van het nachtlampje. Licht en alles wordt klaar; door de plotse zuurstoftoevoer wordt het opnieuw helder in mijn hoofd. Ik voel mijn hart nog steeds stevig bonken in mijn borstkas, maar langzaamaan daalt het ritme. Een flauwe glimlach speelt om mijn lippen. Wat ben ik toch een watje!
Horrorfilms, ze zijn echt niet voor mij bestemd.

Wies Blaize
Laatst aanwezig: 37 weken 2 dagen geleden
Sinds: 11 Nov 2014
Berichten: 0

Iehh! Iehh! Het snerpt. De sponning van het raam trilt. Ik sluit snel mijn ogen. Open ze direct. Maar het raam staat op een kier en gaat langzaam verder open. Iehh! Iehh!

Voor ik iets kan doen hoor ik buiten een schrapend geluid: een ladder trekt over het kiezel en plokt tegen de gevel. Ik hoor voetstappen en de schaduw van een hoofd verschijnt in het vensterraam. Het wenkt met zijn linkerhand: kom maar, kom hier. Fluisterende woorden, zacht uitgesproken maar scherp als een mes.

Mijn eerste reactie is: Ga weg, ik wil slapen, laat me met rust! Maar de schaduw is inmiddels binnen en rukt aan het dekbed. Met klauwende handen grijpt het mijn kussen weg van onder mijn hoofd, trekt het, duwt het, propt het alles aan een kant zodat ik het koud krijg. Ik steun, ik kreun, ik sla met mijn armen om me heen. Ga weg, laat me slapen!

Maar de figuur is onverbiddelijk. Het is mijn vader en hij kijkt tevreden. Dag pap, zeg ik hevig ontroerd door het plotselinge weerzien. Wat doe jij hier? Ik kom je ophalen mijn kind, het is zondag. We gaan een ritje maken naar Tahiti. Daar is het lekker warm.
Ik klim uit het raam in het metalen voertuig naast mijn vader. Koud heb ik het nu niet meer. Buiten is het donker maar de maan schijnt dus ik kan nog goed om me heen zien. Beneden staan mensen, ze kijken omhoog en wijzen en zwaaien.

Dan zijn we plotseling in Tahiti aan het strand van Afatauri. Ik val in een diepe slaap. Als ik wakker word, lig ik met mijn gezicht in het zand. Spugen gaat moeilijk. Mijn huid voelt strak en heet. De zon staat hoog aan de hemel. Ik draai me om op mijn rug en kijk naar de horizon. Zwetende lijven. Straaltjes vocht lopen over plakkerig vel. De noodzaak om op te staan, te bewegen, een richting op te lopen, welke dan ook. Houterig richt mijn lijf zich op richting hemel. De zon kijkt op me neer, haar stralen omarmen me. Ik verzet me niet. Hoe kan ik ook: het is zomer. De tijd van het hoogtepunt, de piek.
Ik kijk naar de zee en hoor het zachtjes ruisen van de golven. Een streep in de verte met enkele bootjes. Het tableau van een schilder. Het canvas nog nat. De kleuren zijn gefilterd ondanks de felle zon. Een verbleekt turkoois, een mat grijs, een vaag blauw, omringd door licht. Ik herken het zachtjes kwetteren van mensen om me heen. Het geluid wordt luider en komt dichterbij, alsof je een volumeknop omzet. Als een band met harpmuziek. Om dan weer zachtjes te verdwijnen. Het is een ruis van stemmen maar mijn oren zitten dicht, ik ben slechts in staat zo nu en dan te volgen wat de mensen om me heen bespreken.

Wakker worden, wakker worden!

Pindarots
Laatst aanwezig: 49 weken 5 dagen geleden
Sinds: 4 Jan 2014
Berichten: 76

Je hebt weer diezelfde droom.
De droom met het monster dat op je raam bonst.
Alleen...het raam gaat deze keer open.
En je bent wakker.
Je rukt het dekbed over je hoofd.
Het hoofd stuurt je benen naar de zijkant van het bed.
Schrijlings val je ernaast.
Huid op hout.
Dekbed bedek mij.

De zwemvliezen vallen je het eerst op.
Dan de haren. Plakkerig, zwart en veel.
Geluid blijft uit.
Je proeft zout als je op je lip bijt.
Niet van de Nibbit.
Een zeemeeuw vliegt je kamer binnen.
Je klappert met je tanden en
net als je wilt krijsen
gilt de meeuw en hoor je een doffe klap

Langzaam drupt bloed langs de wand op de vloer.
Jij raakt onder zeil
Bootje varen theetje drinken
Kom droom mij een nieuw verhaal.

Hela
Laatst aanwezig: 2 jaren 12 weken geleden
Sinds: 11 Nov 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker. Je hart gaat tekeer. Toedoenk. Toedoenk. Als vervroren staren je ogen in de nacht. Het raamt zwaait heen en weer. Glas barst. Wind steekt op, waait bol de gordijnen op. Stil. Wat is dat? De kraan die lekt. De wekker tikt. Tik. Tak. Je hart. Toedoenk. Toedoenk. De kraan die lekt. De wekker tikt. Tik. Tak. Sneller. Luider. Holler. Voller. De wind tilt het raam uit haar hengels. Scherven vliegen in het rond. Het lekken houdt niet op. Druppels waaien in je ogen, vatten vuur. Je krijgt ze niet gesloten. Je ogen staan in brand. Toedoenk. Toedonk. Het monster van de tijd tiktakt tegen de klok terwijl je ogen branden. Terwijl de vensters breken. Terwijl gordijnen bollen in de wind. Toedoenk. Toedoenk. Je ogen!!!! Alles valt stil. Alles is blind. Het tikken stopt. De wind gaat liggen in de nacht. De nacht in de tijd. De tijd in het niets. Het niets in de droom. Terwijl je wakker was. Terwijl je dacht dat je niets meer was.

Woodpecker
Laatst aanwezig: 1 jaar 22 weken geleden
Sinds: 10 Sep 2013
Berichten: 2744

Sneeuwwitje !8+ !!

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
En zij is mooi, mooier dan ze ooit geweest is, mooier dan iemand ooit zal zijn. Ze lijkt steeds mooier te worden.

Ze klimt naar binnen. Naakt, tergend langzaam zodat de schittering van het vocht op de zachte plaats waar haar benen samenkomen je niet kan ontgaan.
Je knijpt je ogen dicht, maar het beeld van haar tong die langs haar bovenlip glijdt, leidt al een eigen leven.

Je weet dat ze is gaan zitten in de stoel die aan het uiteinde van je bed staat, dat ze haar hoofd in haar nek legt. Je ziet in gedachten het stroompje whisky uit haar mond naar beneden lopen, langs haar hals, tussen haar borsten, even opgehouden door dat prachtige kuiltje in haar strakke buik, daarna via dat blanke paadje dat ze heeft vrijgemaakt in het kortgeschoren schaamhaar zijn weg zoekend naar haar clitoris.

Je weet dat ze nu met haar borsten speelt, dat ze ze zachtjes ritmisch kneed en haar tepelhoven streelt. Ze likt aan haar duimen en wijsvingers, brengt ze omlaag en laat ze zachtjes knijpen in dat blinkende knopje dat zonet nog de whisky opzoog. Het witte poeder dat eruit komt, vangt ze op in haar linkerhand.
Ze knipoogt een vonk vol leven, spreidt haar benen nog wat verder en duwt zachtjes haar rechter wijsvinger naar binnen, speelt met zichzelf. Je hoort haar grommen, angstaanjagend. Toch klinkt ze lief.
De vinger vindt met een zacht liefkozend geluid zijn vrijheid en de weg naar haar hand met het poeder dat omhoog springt en blijft kleven aan de vingertop. Ze sluit nu zelf haar ogen, leunt achterover en maakt in kleine kringetjes, luid zuchtend, haar tepels wit.

Onder het dekbed weggekropen, je ellebogen tegen je knieën, terwijl je niet weet of je rilt van opwinding of angst, hoor je haar stem. Woorden die aanvankelijk als een golvend beekje binnendringen maar aanzwellen tot het geraas van een wilde rivier.
'Lik me, snuif me, drink me, neem me, godverdomme! We waren altijd nat, altijd geil, altijd samen.
Het echte genot ken je nog niet. Ik heb nog een pijpje en bolletjes, in mijn roosje. Alleen voor jou.
Kom, nog één keer.'
Zo fluistert ze, kermt ze en gromt ze de hele nacht.

De ochtend brengt eindelijk stilte, geen rust.
Vanonder het dekbed loer je naar het raam dat weer dicht is.
Het is stil, saai, doods.
Daarbuiten schuilt ze ergens, wroetend in andermans hoofden, lief fluisterend dat één keer toch geen kwaad kan. Zo raast ze de wereld rond, al eeuwenlang.
Ze is doortrapt, oeroud en lelijk, met een doffe blik, een bek vol rotte tanden en een schaamstreek vol etterende zweren. Maar niemand herkent haar, tot het moment dat de spiegel geen leugens meer vertelt.

Buiten loert zij. Overal. Naar iedereen.
En voorlopig komt ze nog iedere nacht. Naar jou.

Marjaaa
Laatst aanwezig: 1 jaar 36 weken geleden
Sinds: 9 Jul 2009
Berichten: 1

verwijderd, misschien tot later smile

mandy verleijsdonk
Laatst aanwezig: 1 jaar 26 weken geleden
Sinds: 9 Sep 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom.
De droom met het monster dat op je raam bonst.
Alleen…
het raam gaat deze keer open.
En je bent wakker.

Je hebt weer diezelfde realiteit.
De realiteit met het monster dat op je hoofd bonst.
Alleen…
het hoofd gaat dit keer wel ontploffen.
En je gaat het nog harder voelen.

Je hebt weer datzelfde leven.
Dat leven; dat monster dat je wurgt.
Alleen…
Is maar alleen.
En dus ga je met het monster slapen en inslapen...

Dimitri Troncquo
Laatst aanwezig: 38 weken 5 dagen geleden
Sinds: 20 Nov 2014
Berichten: 0

Verdraagzaamheid

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
‘Mag het wat stiller?’ vraagt hij.
Je doet alsof je hem niet hoort. Altijd dat gezeik over de muziek. Het volume staat helemaal niet te hoog. Wat is eigenlijk zijn probleem? Jij klaagt toch ook niet over die demonische stank? Met een beetje verdraagzaamheid zouden we een pak verder komen. Kutmonster. Na een poos kijk je hem aan en je glimlacht. Die zoete, breekbare glimlach die je zo lang hebt ingestudeerd.
‘Je stinkt,’ zeg je zonder verpinken.
Met zijn honderden ogen die duizelingwekkend asynchroon knipperen staart het monster je aan. Je moet lachen, scherp en schertsend. Hij gromt zachtjes. ‘Verwend nest.’
Om hem verder uit te dagen geef je een flinke draai aan de volumeknop en je gebaart dat je hem niet kan horen. De muziek staat nu echt te luid en bovendien is het een kutnummer maar je kan niet meer terug. Als een gek dans je door de kamer. Je laat je ledematen flapperen en je haren wapperen. Je hoofd springt meedogenloos in het rond. Niet veel later ben je helemaal door de ruimte verspreid, overal liggen stukken van jezelf. Het monster haalt een paar van zijn schouders op en zucht. Zonder iets te zeggen draait hij zich om en verdwijnt door het raam. Met een goed gevoel kruip je onder de wol en je valt spoedig in slaap. Je droomt iets onduidelijks over een konijntje.

Anaglyph
Laatst aanwezig: 38 weken 2 dagen geleden
Sinds: 9 Mei 2009
Berichten: 15

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.

Het monster zweeft naar binnen, badend in een blauwe gloed van licht. Zijn enorme bek etaleert twee rijen fonkelende tanden, ongetwijfeld stralend wit, al lijken ze nu blauw. Je zoekt zijn ogen maar die zijn er niet.
'Ik kom je halen', fluistert de grote bek. 'Nog niet vannacht, maar morgen.' Je voelt hoe je huid overal kleine zweetdruppels naar buiten duwt. Toch heb je het koud. De bek met tanden hangt boven jouw hoofd en een frisse mentholgeur blaast over je gezicht. Je wilt iets zeggen, maar het lukt niet. Wat zou je moeten zeggen? Ga weg! Engerd. Ik wil je niet zien? Maar je stem weigert geluid te produceren en je brein kan niets bedenken.
'Morgen', klinkt het luider deze keer. En de bek lijkt nog groter, als een koepel in jouw kil verlichte slaapkamer. Je kruipt onder je dekbed om te ontsnappen, maar het licht kruipt achter je aan. Morgen, ril je. Uren blijf je onbeweeglijk liggen, maar het zouden ook minuten kunnen zijn. Het blauwe licht kruipt voorzichtig weg. Er is geen fluisterende stem. Is het monster weg? Niet vannacht, maar morgen kom ik je halen, zei het.
'Goedemorgen!' schreeuwt je wekker. O domme gans die toch is gaan slapen. Nu is het morgen en komt het je halen. Maar het raam is dicht, het gordijn open en de zon schijnt naar binnen. Het was gewoon weer diezelfde droom. Niets aan de hand. Er is geen monster dat je komt halen. Vandaag zal prachtig worden, de zon schijnt. Een dag om van te genieten, om een lange wandeling te maken of een fietstocht.
Je stapt uit bed en gaat naar de badkamer. Het monster grijnst je toe vanaf de wastafelplank. Hij is gekrompen tot een formaat die in je hand past. Je grijpt hem en draait de dop van zijn kop. Daar is weer die mentholgeur van je droom. Je poetst je tanden en plotseling weet je het, de nieuwe tandpastaverpakking, die jij moet ontwerpen, zal er een zijn zonder lachende mond vol witte tanden.

sandje78
Laatst aanwezig: 1 jaar 17 weken geleden
Sinds: 28 Mei 2014
Berichten: 7

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst.
Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.. en je beseft je nu waarom...

Iedere nacht dezelfde droom.
Iedere nacht dezelfde angst.
Iedere nacht angstzweet.

Maar deze nacht is het anders..
Deze nacht ben je niet bang..
Deze nacht ga je het gevecht aan..

Je stapt uit bed..
Je stapt op het monster af..
Je steekt je hand naar hem uit..

Hij pakt jouw hand en jullie kijken
elkaar diep in de ogen..
Als je na 5 minuten niet wegkijk,
weet hij het..

hij neemt je mee..
en samen maken jullie een eind
aan alle herinneringen

Het verleden, alle ellende..
Het is nu weg..
Voor altijd..

Neerslag
Laatst aanwezig: 1 jaar 14 weken geleden
Sinds: 26 Nov 2014
Berichten: 0

De morgen komt
voorbij de droom
voorbij de rust

Het donker blijft
voorbij de droom
voorbij de rust

Het ritme tikt
voorbij de droom
voorbij de rust

Het ontwaken pijnigd
voorbij de droom
het tikken sust

tik, tik, tik
tik, tik, tik,
tik, tik, klik

Ontspanning van een veer
een wekker
zonder stekker

Nicole12890
Laatst aanwezig: 1 jaar 19 weken geleden
Sinds: 14 Nov 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Je schreeuwt de longen uit je lijf, wetend dat je alleen bent en dat niemand je kan komen redden. Je bent er op voorbereid.
“Jezus! Klinkt er geschrokken.
Je hoort zware voetstappen richting je bed lopen en je slaat je dekbed stevig om je heen. “Jodie!” je hoort zijn stem, maar hij kan het niet zijn?
Hij zou je nooit zo laten schrikken, hij weet alles af van je angst, je nachtmerries over dat allesverslindende monster.
“Jodie” klinkt er nogmaals en je hoort zijn spottende stemgeluid. “Jodie, het spijt me”
“Beau?” je stem klink klein en angstig als dat van een kind.
“Ja, zou je nu alsjeblieft onder je dekbed vandaan willen komen?”
Langzaam trekt hij het dekbed van je af en kijk je in zijn bezorgde ogen, “Jodes,” hij trekt je in zijn armen en drukt een kus op je voorhoofd. “Het spijt me, ik was mijn sleutel vergeten?”
Je voelt een stuiplach opkomen, “Had je niet kunnen aanbellen?”
Hij grinnikt, “Dat had ik gedaan, maar je lag zo diep te slapen. Daarom ben ik bij het raam omhoog geklommen. Het spijt me echt lieverd, ik had helemaal niet aan je nachtmerries gedacht.”
“Het is ook stom” mompel je beschaamd.
“Natuurlijk niet, kom op. We gaan beneden een kop warme chocomelk drinken en bescherm ik je” hij trekt je grijnzend overeind en trekt je mee de kamer uit.
Maar net voor je de kamer verlaat zie je een schaduw over de muur gaan…. Het monster is binnen…

schrijvengeluk
Laatst aanwezig: 4 weken 2 dagen geleden
Sinds: 15 Apr 2014
Berichten: 677

Revicul

‘Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen … het raam gaat deze keer open. En je bent wakker. Wat gebeurd er daarna?’

Traag druppellen de woorden van de hypnotiseur bij Marleen binnen. Ze herkend de geur van kamfer en mottenballen en hoort het knapperend haardvuur. Het voelt behaaglijk en vertrouwd. Maar ze moet naar boven, naar de kamer met die kast. Langzaam loopt ze op haar blote voeten naar boven. De trap kraakt zacht onder haar voeten. Een koude vlaag van boven komt haar tegemoet. Met een aanloopje springt ze op bed. Zittend op haar knieën inspecteert ze de ruimte onder haar bed. Gelukkig geen monsters. De lakens zijn koud en hard. Marleen rilt en rolt zich op om warm te worden. Voorzichtig kijkt ze door een kiertje naar de grote houten kast. Ze durft niet te kijken, maar ze wordt door de kast aangetrokken ze kan niet anders dan kijken. Haar ogen worden richting het raampje in de kast getrokken. Dwars door haar kussen heen hoort ze haar hart snel en krachtig kloppen. Haar ademhaling versneld. Ze wil stoppen, ze wil niet verder.

‘Marleen het raam gaat open, wat zie je?’

‘Ik zie twee ogen die mij aanstaren. Een klauw die op het raam bonst. O neeeee! Hij doet het raam open en probeert er door te kruipen. Het lukt niet, hij is te groot.’

‘Wat gaat hij nu doen Marleen?’

‘Hij opent zijn bek … er komt iets uit … het zijn … het zijn kleine zwarte beestjes. Ze komen naar mij toe.

‘Marleen?! wat gebeurd er met je, wat doe je?’

‘Marleen is niet meer ik ben Revicul.’

FvT
Laatst aanwezig: 2 jaren 10 weken geleden
Sinds: 12 Dec 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Gelukkig realiseer je je snel dat je alleen maar droomt dat je wakker bent. Je springt uit bed en bedenkt wat je wilt zien als je bij het raam aangekomen bent. Ah, je weet het al: het monster hangt hulpeloos met zijn klauwen aan de vensterbank, niet in staat zich op te hijsen. Je leunt uit het raam en knikt het monster onder je vriendelijk toe: "Mooi weertje hè?"
Het monster gromt en probeert een klauw naar je uit te slaan, maar grijpt zich snel weer vast als zijn andere klauw weg begint te glijden. "Tut tut, wat een humeur vandaag, met de verkeerde poot uit bed gestapt jochie?"
Het monster brult hard en lang. Bij de buren gaat een raam open en een slaperig hoofd tuurt naar buiten. Ah, dát is een goed idee! Je pakt het monster bij zijn lurven - makkelijk, want bij een monster weet je tenminste wél waar die zitten - en gooit het richting buren. Zo, laat hem nu maar eens een tijdje last hebben van droommonsters!
Je doet het raam dicht, waggelt terug naar je bed, en slaapt zo'n beetje voordat je het kussen raakt.

Hooi
Laatst aanwezig: 26 weken 4 dagen geleden
Sinds: 5 Nov 2014
Berichten: 0

Ik droom weer dezelfde droom
De monsters die op het raam bonzen
Gonzen van het kabaal
Komen voor mij
Ze staan in de rij
Het raam gaat open

Ik droom weer dezelfde droom
Een monster bonst,
Doel te slopen,
Lijkt een boodschap te geven
Het blijkt een onaangenaam verhaal
Ik verkies te beven

Ik droom weer dezelfde droom
Het bonzend monster dat mijn raam breekt
Het is banaal
Maar hij is bang
Goed dat hij het bespreekt

Ik droom weer dezelfde droom
Samen met mijn monster werken we aan de angsten
Het plot van het verhaal
Hij was en is nog steeds de bangste

cmanrho
Laatst aanwezig: 15 weken 4 dagen geleden
Sinds: 16 Okt 2014
Berichten: 1

Je hebt steeds weer diezelfde droom.
De droom met het monster dat op je raam bonst.
Alleen…het raam gaat deze keer open.
En je bent wakker.
Het raam piept zachtjes.
Mijn nachtlampje zorgt ervoor dat ik toch nog een beetje
kan zien. Pikkedonker is het gelukkig niet.
Snel trek ik mijn dekbed over mijn hoofd en maak ik een klein spleetje.
Al ben ik bang, ik wil wel weten hoe je eruit ziet.
Ik hoor een boel gestommel, gerommel en gebrom.
Het open raam zorgt ervoor dat de frisse koude winterlucht naar binnen stroomt.
En nog veel meer, hij stinkt… naar papa’s gymsokken.
Met veel gebrom doet het monster het raam dicht en sloft naar mijn slaapkamerstoel.
Zijn lange donkergroene haren slepen over de vloer.
Hij laat zijn grote hoofd hangen en als hij in de stoel zit, zucht hij heel diep.
Het verbaast mij dat hij alleen maar naar beneden kijkt.
Naar zijn grote voeten met de enorme zwarte nagels.
Hij kijkt niet naar mijn bed, of naar de rode trein of naar de lego kist die aan de andere kant van mijn kamer staat.
Na een poosje durf ik het spleetje groter te maken om er door heen te kijken.
Ik kijk stiekem naar zijn groene harige hoofd.
Hij zucht weer.
Zijn grote bruine mond hangt wat sip en zijn ogen zijn dicht.
De dikke voorpoten liggen zielig in zijn schoot.
Zijn stank is niet te harden en ik stop mijn hoofd weer onder het dekbed.
Maar het is te laat en ik moet heel erg niesen van die vieze gymsokken lucht.
Het monster schrikt en springt op.
Hij stoot zijn grote hoofd heel hard aan het boekenplankje dat opa boven de stoel heeft gehangen.
“Auwgrrr”
Hij grijpt met zijn poot naar zijn bezeerde hoofd, ik denk even niet na en spring uit mijn bed naar hem toe.
“Gaat het monster? “
Hij kijkt mij aan met zijn waterige bruine ogen “Nee dit doet echt zeer, bloed het?”
“Ga eens zitten dan kan ik beter kijken.”
Het monster gaat met een plof op de grond zitten.
Er zit een klein sneetje op zijn hoofd.
“Het valt wel mee hoor monster het is eigenlijk niks.”
En ik aai hem zachtjes over zijn zere hoofd.
“Waarom doe jij nooit open? Ik ben al een paar keer geweest.”
“Omdat ik bang was.”
“O”
Ik zeg even niks en het monster zucht.
“En nu? “
“Nee, nu ben ik niet meer bang, je doet toch niks?”
“Wat zou ik moeten doen?”
“Nou, je kunt mij opeten, of alles kapot slaan, of zomaar in mijn kamer poepen.”
“Dat soort dingen doe ik niet.”
“Ik had het alleen koud en wilde gewoon naar binnen toe, dat kan toch ook?”
Ja, daar had ik nu net niet aan gedacht, dacht ik.
“Wil je blijven slapen? “
“Mag dat dan?”
“Ja, je past wel bij mij in bed, alleen moet ik eerst nog wat doen”.

Zachtjes sluip ik naar mama’s kamer en pak haar duurste parfum.

Karin Stolwijk
Laatst aanwezig: 9 uren 17 min geleden
Sinds: 16 Dec 2014
Berichten: 74

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.

Het huis beviel me vanaf het eerste moment. Een voordeur met een stenen trapje, luiken voor de ramen en een prachtig rieten dak!. Ik zag mezelf hier oud worden met hem, de rest van mijn leven wilde ik op deze geweldige plek wonen met deze geweldige man!

Toch kan ik, na zeven maanden, mijn draai nog steeds niet vinden.
Het huis is fijn, daar ligt het niet aan. Een keuken, van alle gemakken voorzien, een heerlijk luxe badkamer, een open haard voor romantische uurtjes…
Ik kan mijn vinger er niet goed op leggen, maar ik voel me niet prettig. Ik doe mijn werk, leef mijn leven, maar ergens zit er iets scheef.
Ik slaap er slecht van, en als ik eenmaal slaap komt iedere keer diezelfde droom waaruit ik zwetend wakker schrik.
“Elke droom heeft een betekenis”, zegt mijn vriendin. “Het raam is jouw blik op de buitenwereld. Als een monster op je raam bonst voel je een dreiging van buitenaf”.
Klinkt leuk, maar ik ben daar toch iets te nuchter voor. Wie of wat zou mij nou moeten bedreigen, ik heb geen enkele aanwijzing alleen een onbestemd gevoel.

Geweldige man heeft een tweedaagse seminar, en ik besluit vroeg naar bed te gaan. Pot thee met honing en een goed boek, dan moet het lukken vannacht.
Tot ik wakker schrik uit weer diezelfde droom. Dit keer bonst het monster niet alleen op mijn raam, maar het raam gaat open.
Ik zie blauw zwaailicht aan en uit flitsen en hoor schreeuwende stemmen.
In het open raam verschijnt een brandweerman in volle bepakking zoals dat volgens mij heet. Ik schrik niet eens, ben eigenlijk opgelucht dat een monster er zo menselijk en heldhaftig uitziet. Zonder twijfel schiet ik in mijn badjas en laat me in de sterke armen van mijn held het raam uitdragen, via een bakje de veiligheid tegemoet.

Mijn onderbuikgevoel is juist geweest en heeft me in mijn dromen gewaarschuwd: onze schoorsteen bleek geen vonkenvanger te hebben, en daardoor is er brand ontstaan in de rieten kap van het huis. In korte tijd staat het hele huis in lichterlaaie, ik kan niet anders dan van een afstand toekijken hoe de brandweer tevergeefs probeert de vuurzee te blussen.
Het huis waarin we samen oud wilden worden verandert voor mijn ogen in een zwart rokende puinhoop.

Geweldige man is niet in het hotel waar hij zou moeten zijn. Er is ook helemaal geen seminar vertelt zijn baas aan de politie.
Geweldige man blijkt met het monster dat zich mijn vriendin noemt een gezellige avond en nacht te beleven. Heeft ze toch gelijk gekregen.

Elke Cremers
Laatst aanwezig: 2 jaren 9 weken geleden
Sinds: 16 Dec 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker... toch? Steeds weer is het monster het wezen dat je wakker maakt, uit je droom laat schrikken en in de realiteit wakker laat worden. De koude winterbries doet je huiveren, en je laat je benen uit het bed glijden, je voeten op de koude eikenhouten vloer landend. Je bijt op je lip en kijkt aarzelend naar het open raam. Moet je er wel naar toe lopen? Is het veilig? Het monster zat je net nog angst aan te jagen, hard op het raam bonkend en je naam schreeuwend.

En nu... zou je je naar dat specifieke, angstaanjagende raam begeven. Een dodelijke stilte vult de kamer, en maakt het moeilijk om iets te horen. Je hebt moeite om na te denken en voelt je brein kraken als je denkt aan de droom. De droom doet je angst aan, je wilt het vergeten, maar er is niets om te vergeten. Je herinnert je niets. Het monster doet je angst aan en je wil er alles aan doen om het niet binnen te laten. Snel zet je een stap vooruit, maar je benen voelen als lood aan. Je doet enorm veel moeite om bij het raam te komen, maar iedere stap voelt als een mijl die je loopt, en je kan nauwelijks ademhalen.

Hijgend en met slaperige traagheid kom je bij het raam aan. Langzaam beweeg je je handen naar het raam, de scharnieren krakend in protest wanneer je het eindelijk sluit. Je herinnert je... niets. Maar wanneer je in het raam kijkt, zie je jezelf. Je bonkt hard op het raam, je eigen naam schreeuwend. Jij bent het monster. Laat het niet binnen.

roadworks1234
Laatst aanwezig: 1 jaar 33 weken geleden
Sinds: 19 Aug 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
“Wie, eh wie ben jij, wat moet je van me?”

“Ik? Ik ben een vreselijk monster dat meisjes zoals jou met huid en haar opvreet, maar niet nadat hij ze finaal en gemeen verkracht heeft. Dat doe ik omdat ik dat wil en moet en om je angst aan te jagen. Daardoor groei ik en doe ik steeds meer wat ik wil en moet en dat is gemeen, rot, beestachtig en kwaadaardig zijn. Ben je nou bang?”

Nou, in eerste instantie was ik wel bang. Nee, ik wilde als jonge deerne mijn maagdelijkheid niet verliezen door zo’n monster. Hoewel? Nee, ik wilde het niet. Ik was immers nog jong en onervaren? Even kreeg een gedachte dat het misschien toch wel lekker zou zijn, maar zette dat idee meteen weer aan de kant. Neen, driewerf neen! Verkrachting, prima, maar niet door zo’n monster.

“Ik kan gedachten lezen, hoor”, zei het monster toen, “en ik zie je beelden, dus ga maar klaarliggen.”

“Ik denk er niet aan”, zei ik.

“Je denkt er wél aan, dat zie ik toch”, zei het monster.

“Ja, eigenlijk heb je wel gelijk. Vooruit dan maar.”

En het monster dook op me, greep me vast en penetreerde me dat het een lieve lust was. En ik genoot en kreunde en lachte en huilde tegelijk. Wat een heerlijk monster!

Maar wat was dat? Was het monster in eerste instantie nog groengeel van kleur, rook het vies en had het horentjes, terwijl het op me lag en met me bezig was veranderde het allengs van kleur en kreeg een mensenkleur. Daarnaast begon het ook steeds lekkerder te ruiken. Ook verdwenen zijn uitsteeksels en klonk er opeens prachtige muziek; het vreselijke monster veranderde in een knappe jongeling, een adonis zoals ik nog nooit gezien had.

“Ga door”, kreunde ik smachtend in zijn oor, “toe, dieper. Ja, zó!!!!”

“Maar, maar dit is de bedoeling helemaal niet”, zei het/hij opeens, “je moet bang voor me zijn en gillen en krijsen van afkeer en angst……………………”

“Niet praten! Stoten!”

En even plotseling als het/hij verschenen was, was-ie weer weg en lag ik alleen in bed terwijl er een zacht en warm lentebriesje door het geopende raam naar binnen kwam. Dus tóch een droom! Of toch niet?

Ik bleef nog lang nagenieten voordat ik ontspannen in slaap viel. “Monsters”, dacht ik nog, “ monsters bestaan immers niet? “

Yv
Laatst aanwezig: 3 weken 1 dag geleden
Sinds: 14 Sep 2007
Berichten: 23

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker. Klaarwakker, denk je. Tot de wekker gaat en je je afvraagt waarom je zo moe wakker wordt.

Anoek van Tilburg
Laatst aanwezig: 2 jaren 9 weken geleden
Sinds: 16 Dec 2014
Berichten: 0

Ik weet wie het is. Ik noemde het een monster, maar ik weet dat hij dat in feite niet is. Zijn gedrag is monsterlijk, maar hij is gewoon een normaal mens zoals jij en ik. Toch ben ik bang als het raam opengaat. Wat wil hij van me? Gaat hij me doden? De laatste tijd heeft hij mijn leven sterk beïnvloedt, zelfs zo erg dat mijn dromen over niets anders meer gingen. Op zijn tenen loopt hij naar mijn bed, ik trek mijn dekbed omhoog, deels vanwege de kou die door het raam naar binnen stroomt, maar vooral vanwege mijn angst. Hij gaat op mijnvoeteneind zitten. 'Jouw soort moet uitgeroeid worden, vernietigd, met de grond gelijk gemaakt. Jouw soort, zorgde dat mijn broer zelfmoord pleegde...' hij zwijgt even. Dit verhaal vertelt hij elke keer, maar elke keer voegt hij een stukje toe. Ik begin langzamerhand te snappen wat hij bedoeld. Dan vervolgt hij: 'Mijn broer, mijn tweelingbroer, was gelukkig. Hij was getrouwd met zijn droomvrouw, een lieve en knappe vrouw. En weet je wat die vrouw deed? Nou? Zij vertelde op een dag doodleuk dat ze op vrouwen valt. Het leven van mijn broer was kapot. Hij had gedroomd van een gezinnetje, en die droom werd in één seconde aan gruzelementen geslagen. En haar hè, kon het geen donder schelen hod mijn broer zich voeldr, het ging alleen over hoe moeilijk het wel niet voor haar geweest had!' 'Mijn broer heeft zichzelf opgehangen! Enjij doet nu precies hetzelfde, je hebt verkering met een jongen, maar tegelijke tijd expirimenteer je met de vrouwen. Walchelijk vind ik het, daarom ben ik hier om een einde aan deze leugens te maken...' Ik beef, de moordende blik in zijn ogen zegtgenoeg. Ik wil smeken, gillen maar ik krijg geen geluid uit mijn keel. Waarom is mijn broertje niet wakker geworden? Ik zie grote handen op me afkomen, hij klemt ze om mijn keel. 'Ik doe dit voor mijn broer.' klinkt vol haat uit mijn mond. Dan ontsnapt de laatste adem uit mijn mond.

Monique.J.D.
Laatst aanwezig: 2 jaren 9 weken geleden
Sinds: 16 Dec 2014
Berichten: 0

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Met een ruk trek je aan het lichttouwtje..... Niets! Verdorrie helemaal vergeten die lamp te verwisselen. Voorzichtig schuifelend richting badkamer stoot je evengoed je teen tegen de poot van het bed. Binnensmonds mopperend land je veel te diep op het toilet omdat de wc bril weer omhoog staat. Die gebroken nachten breken je op. Morgen ga je het helemaal anders doen. In je hoofd plan je de ochtend. Terwijl je stiekem weet, dat als je het niet opschrijf, er wederom niets gebeurt.

Zachtjes sluip je naar beneden, op zoek naar pen en papier. En waar is die verdomde bril gebleven? Onthouden: Vaste plek voor bril maken! Met een lettertype die iets wat te groot is, schrijf je de planning op; Douchen, was in de machine doen, afwasmachine leeg halen en de tandarts bellen. Je moet je toch echt over die angst heen zetten. De pijn is nu al zo erg, dat je droomt dat je een kunstgebit krijg. Je probeert te vluchten voor de tang van de tandarts, verdoofd met watten in je mond. Wel gelukt deze keer, de vorige keer kreeg je het raam niet open. Scheiterd, misschien is het wel een gaatje van niets.
Onthouden, niets zeggen waar de kinderen bij zijn anders durven zij ook niet meer naar de tandarts. Met een paracetamolletje ga je vol goede moet weer richting bed. Gelukkig, je kan nog drie uurtjes slapen.

Joseh
Laatst aanwezig: 2 jaren 9 weken geleden
Sinds: 8 Aug 2012
Berichten: 12

Weer dat unheimliche gevoel, het begint in je buik en trekt omhoog naar je hart. Je voelt het over je huid kruipen. Je weet zelfs niet eens meer zeker of je nu iets hoort of…. Is het slechts een droom?... Nu ben je goed wakker. Het zal toch niet waar zijn! Ja toch. Oh, “chips, patat en frikadellen”. Het raam. Het beweegt. Het gaat open. Verder is het ijzig stil in huis. Ik durf geen adem meer te halen. Het voelt alsof koude handen over mijn schouders strijken. Het gordijn gaat zacht heen en weer. “Ik wil dit niet!” zeg ik ferm tegen mezelf. Stil lig ik te luisteren. Het is muisstil. Geen geluid, geen piep, niks. Heb ik het me dan verbeeld? Net als ik opgelucht adem wil halen, slaat het raam met een klap helemaal open. Een koude windvlaag rolt over het bed en slaat tegen mijn van angst bevroren gezicht. De tijd lijkt stil te staan als ik vol afschuw afwacht wat er komen gaat. En dan …. Weer niets. Stilte. De wind en de nacht werpen angstig uitziende schaduwen op de muren. Moeilijk te zeggen wat echt is en wat schaduw. Een plek trekt mijn aandacht. Is het een schaduw of …. Toch niet? Het beeld lijkt zich te bewegen. Het komt naar voren, de kamer in. “Wat te doen, wat te doen”. En dan is er dat geluid, die harde knal. Ik schiet zo ver ik kan onder mijn dekbed. IK WIL NU NIETS MEER ZIEN EN HOREN. Ik hoor in de ijzige stilte die volgt alleen mijn eigen ademhaling.
Of toch niet. Wat hoor ik? Nog een ademhaling of wat? Ja, echt, ik hoor nog iemand ademhalen. Ik besterf het zowat onder mijn benauwde dekbed, maar durf me niet te bewegen. Dan gaat het misschien wel weg. Nog even blijven liggen, bijna. Het zweet breekt me aan alle kanten uit, mijn been begint te jeuken en ik krijg kramp in mijn voet. Niet nu!!! In volle spanning luister ik nogmaals heel goed. Het is er nog die andere ademhaling en voetstappen en dan….. “Help” gil ik uit volle borst.
Iemand trekt het dekbed van me af.

“hallooo, wat ben jij in hemelsnaam aan het doen?” hoor ik iemand zeggen, terwijl ik mijn ogen nog stijf dicht geknepen heb. Wacht die stem ken ik. Bij het openen van mijn ogen vloeien ook alle tranen van de spanning mee naar buiten. “Gelukkig jij bent het. Ik dacht dat … “ Verdere woorden stokken in mijn keel als ik zie dat mijn broer mij ronduit uitlacht. “ja sorry”, zegt hij, “je ziet er ook zo grappig uit met je verschrikte gezicht”. Wat dacht jij dan wie ik was. Een of ander monster of zo?” “ja, inderdaad, dat dacht ik”. Van mijn enge dromen vertel ik maar niets…

Schrijfcoach Od...
Laatst aanwezig: 11 uren 36 min geleden
Sinds: 24 Aug 2006
Berichten: 3483

Oekraine, 2014
Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Je deken ligt loodzwaar over je armen en benen. Je ruikt een geur van zwetende kaas en knoflook. Dezelfde geur als uit de mond van die vriend van je vader toen je dertien was en nog vrolijk je entree maakte in de keuken. Hij zoende je op je wang en je schrok want je voelde dat een beer op je afkwam. Hij had overal behaarde poten en je werd rood en kon wel door de grond zakken.
Was die grom echt of verbeelde je het je? Is zijn donkerblauwe snuit daar tegen het raam aangeplakt? Krassen zijn nagels het houten kozijn langzaam open? Is het zijn adem door het open raam?
Een bonk en jouw lichaam wordt nog stijver dan het al was. Je nagels grijpen in het matras. Je adem. Je adem wordt oppervlakkig en hoog. Een reusachtige beer verschijnt in het diepe kobaltblauwe tussen de sponningen. Antraciete bek met zwarte tanden. Zijn woeste ogen kijken je direct aan. Je wilt je lichaam uitvluchten. Maar je bent gevangen.
Het raam is te klein voor het monster. Hij steekt zijn behaarde kop zo ver mogelijk door de opening. Zijn armen zijn gevangen door de kozijnen. Je bent zo stil als een muis. Was je maar zo klein. Hij heeft neusharen, donkerder dan zijn ogen. Er hangt een druppel aan. Je ziet een druppel uit zijn ooghoek over zijn vacht naar beneden rollen. Een laatste grom en hij draait zich plotseling om en rent de donkere nacht in.
De tak van de appelboom slaat tegen het raam. Regendruppels ontladen de zware lucht. De wind is weer onzichtbaar.

Dragongirl
Laatst aanwezig: 1 jaar 18 weken geleden
Sinds: 7 Mrt 2011
Berichten: 46

Je hebt weer diezelfde droom. De droom met het monster dat op je raam bonst. Alleen… het raam gaat deze keer open. En je bent wakker.
Alle haren op je lijf - hoe kort ook - gaan stokstijf rechtop staan. Het angstzweet breekt je uit. Je houdt je adem in.
Niet bewegen, denk je, misschien ziet hij je niet!
Ah ja, want er zit een Tyrannosaurus Rex voor je raam, lacht je sarcastische ik je uit.
Je hart wil ervandoor gaan. Kebonk… kebonk… kebonk… kebonk… klinkt het oorverdovend. Enkel je ribben houden hem nog tegen. Maar voor hoe lang?
Krakend opent het raam zich verder. Had je dat stomme scharnier maar gesmeerd vorig weekend. Dan sliep je nu nog.
En werd je in je slaap vermoord. Ja véél beter.
Shut up! vermaan je jezelf.
Een bons kondigt aan dat het monster nu in je slaapkamer staat.
Kebonk-kebonk-kebonk-kebonk-kebonk-kebonk-kebonk… gaat je hart. Kim Gevaert is er niets tegen.
Iemand hijgt in je oor.
Je beseft dat jij dat zelf bent en knijpt je lippen stevig op elkaar.
Waar is je man? Hoort hij je nu niet als een koene ridder te verdedigen? Wat zal hij verscheurd zijn van verdriet als hij je bebloede lijk straks vindt.
Als er iets overblijft om te vinden.
Je voelt een gewicht de matras induwen. Hij zit vlakbij!
Met het laatste greintje moed weerhou je jezelf ervan dieper onder de dekens te kruipen.
Je keel verandert in schuurpapier, maar je durft niet slikken. Je durft amper ademhalen.
Het gewicht komt langzaam dichterbij.
Haal ik de deur? raast er door je hoofd. Ben ik snel genoeg?
Verschillende reddingsscenario’s komen in je op.
Met een honkbalknuppel sla je het monster de kop in!
Welke honkbalknuppel? vraagt je sarcastische ik je.
Oh ja…
Je roept luidkeels om hulp en heel de buurt stormt je kamer in om je te redden!
Je woont op minstens 50 meter van je buren… En kijk niet zo, jíj wilde uit het stadscentrum gaan wonen.
Grrrr…
Het monster snuffelt even aan je, herinnert zich dat het op dieet is en gaat terug weg?
Hahahahahahaha… een monster op dieet! Je bent wel grappig als je laatste seconden geslagen hebben.
Stilaan erger je je meer aan je sarcastische ik dan aan het monster dat op het punt staat je te verorberen.
En dan gebeurt het. Het monster zet zijn klauw bovenop je.
Vaarwel wrede wereld! En je vraag je af wanneer je nu je hele leven voorbij ziet flitsen.
Het gewicht wordt zwaarder.
Miauw… klinkt het plots achter je.
“Hercules!” roep je uit. Een kat springt met een verwijtende miauw van het bed. Terwijl je rechtspringt, zie je de rosse kater nog net door het openstaande raam naar buiten glippen. “Stomme kat!”
Snel sluit je het raam - brrr, koud - en kruipt terug onder de dekens. Eindelijk rust.
Je lacht nog na om je overactieve verbeelding terwijl je weer wegdommelt.
En ziet de twee rode ogen die aan je voeteneinde opdoemen, niet oplichten.

Storytelling in 12 stappen

Essentieel voor (tekst)schrijvers!

Meer over dit boek
Neem een abonnement op Schrijven Magazine.

Neem nu een abonnement op Schrijven Magazine. Profiteer van onze superaanbieding!

Korting én cadeaus!

Door ervaren, professionele redacteuren. Goed én betaalbaar!

Meer informatie
Gratis bij Schrijven Magazine: 1 jaar Van Dale Online Taalhandboek Nederlands

Gratis bij een abonnement op Schrijven Magazine!

Word nu abonnee!