De sleutel tot schrijven met humor: probeer niet grappig te zijn

grappig boek schrijvenHet was spannend, de vergadering van Koefnoen waarin mijn eerste scene voorgelezen zou worden. Dankzij een geslaagde schrijfauditie zat ik apetrots tussen de schrijfgiganten van het Koefnoen team. Mijn opdracht was: schrijf een scene over dwergen in een volkstuinencomplex. Appeltje, eitje. Dit was m’n kans te bewijzen dat ik minstens onmisbaar voor het satirische televisieprogramma was.
Mijn dialoog werd voorgelezen en er werd gelachen. Er kwam ook feedback: ‘Maak van drie dwergen eens twee dwergen.’ En: ‘Volgens mij moet die vader een psychopaat zijn.’ En: ‘Doe iets met een kinderfietsje.’

Vol goede moed schreef ik met alle suggesties een tweede versie, die ik bij de volgende vergadering inleverde. De reactie was iets lauwer: ‘Misschien toch beter om van twee dwergen vier te maken.’  En: ‘Maak die vader iets sulliger.’ En: ‘Wat doet het kinderfietsje daar eigenlijk?’

Na het voorlezen van versie drie viel er een diepe stilte. De volgende dag werd ik gebeld. De aanvankelijke klik bleek toch niet te werken. Einde verhaal. Dag Koefnoen.

Wat ging er mis? Ik weet het wel. Door het opvolgen van alle goedbedoelde suggesties was ik mezelf halverwege kwijtgeraakt. Humor is persoonlijk en heeft te maken met authenticiteit, timing, intuïtie en een scala aan eigenschappen, die vaak juist helemaal niet om te lachen zijn. Een beetje haat bijvoorbeeld, een flinke portie tragiek.  Ik was vooral bezig geweest met gewaardeerd worden.

Tijdens het schrijven van mijn roman Volle bloei heb ik niet over humor nagedacht. Een grap ontstond doordat ik de personages zo door en door kende, dat ze tegen mij begonnen te praten. Ik heb werkelijk hardop gelachen om een opmerking of actie van Danny, Lies, Anneke, Wanda of Greetje, de vijf hoofdkarakters uit mijn boek.  Hun komische situaties verzon ik niet, die brachten zij mij.  
Zo speechte Danny, een rasechte Amsterdamse, ineens tegen haar pumps:
‘Fancy Danny is niet dood. Fancy Danny gaat haar succesnummer Bongebong Dingeding, waarmee ze tweede, ik herhaal twééde op het Nationaal Songfestival is geworden, nieuw leven inblazen. Dat lied is tijdloos. En meteen daarna ga ik een nieuwe hit schrijven. I Will Survive, maar dan beter. Ik zeg proost, lieve, lieve schoenen. Op de toekomst.’

Dat bedenk ik niet, dat doet Danny.
En Lies werd geestig in haar wanhopige zoektocht naar liefde en een orgasme:
Lies Nagtzaam in een sexy setje. Dat gelooft geen mens. Als ze morgen in deze lingerie onder de tram loopt, kijken ze in het ziekenhuis hun ogen uit. Die oudjes toch, zullen ze zeggen.
Als haar date naar huis vertrekt, omdat hij ‘te opgewonden’ wordt:
Huh? denkt Lies. Dat lijkt me een reden om te blijven. Beduusd kijkt ze toe hoe Wang zijn jas pakt. En mijn lingerie dan? zou ze willen schreeuwen.
Als Wang lief afscheid neemt en de deur achter zich dichttrekt, bedenkt Lies dat ze daar morgen altijd nog mee onder de tram kan lopen.

Niets zo geestig als zelfspot en door mijn personages – die natuurlijk allemaal onderdelen van mij zijn- drijf ik ook de spot met mezelf. Zie ons (mij) toch eens aanmodderen. We zijn ‘maar’ mensen in onze strijd om geluk.

In Volle Bloei is Danny gevat, heeft Wanda, de diplomatenvrouw, een behoorlijke dosis zwarte humor, is Lies onbedoeld grappig en belandt Anneke in absurde situaties.
‘Dag buurvrouw. Ik heb een vrouw nodig.’
‘O gut, nou ja, dan heeft u niets aan mij, hoor.’
‘Je bent toch een vrouw?’
‘Jawel.’
‘Je ziet er nog goed uit voor je vijfenvijftig jaar.’
‘Tweeënzeventig. Dank u wel.’
‘Kom even binnen.’
‘Het spijt me buurman, maar ik eh... ben in de rouw.’
‘Ik kan troosten.’
‘Enorm bedankt, heel erg lief, het ligt niet aan u, een andere keer misschien, maar...’
Nee, denkt Anneke als ze snel haar woning in glipt, de deur dicht en dubbel op slot doet en er met haar rug tegenaan gaat staan. Hè verdorie, wat een buurman. Nu moet ze misschien wel verhuizen.

Zelfspot , relativeringsvermogen, mededogen, gevoel voor absurditeit en niet te vergeten: leed. Therese Steinmetz zong ooit: ‘Humor heeft een spoor van verdriet; lachen om de pijn want dan voel je hem niet.’
Als lezers om mijn teksten moeten lachen, word ik altijd een beetje bang: Maar je voelt toch ook wel dat het schuurt? Humor moet schrijnen, als zand in je liezen op een tropisch strand, met een cocktail in de ene hand, een strop in de andere. Niet voor niets zijn de grootste komieken depressief: John Cleese, Robin Williams en Stephen Fry.

Grappig zijn is niet zo moeilijk. Probeer alleen niet grappig te zijn.

Over de auteur

Hetty Kleinloog is auteur, scenario – en toneelschrijver, tekstdichter, dramadocent en regisseur. Na haar opleiding aan de theaterschool heeft ze gewerkt als creatief leider, auteur, regisseur en tekstdichter. Sinds 2000 schrijft Hetty televisiedrama en werkt ze als dialoogschrijver, storyliner en eindredacteur mee aan tv-series als ONMLotteSpangaSMalaika, Tita TovenaarGTSTDe Spa en De Kameleon. In 2014 heeft Hetty de jeugdroman Vuurwerk gepubliceerd, Volle bloei is haar eerste roman in het volwassenengenre.